<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:4162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:44:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">434219</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2024/371</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4162">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-24T09:19:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:4162 Rechtbank Gelderland , 10-07-2024 / 434219</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:4162:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kansspelzaak, domiciliekeuze, aanhouding in verband met het voornemen om in een vergelijkbare andere kansspelzaak prejudiciële vragen te stellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:4162:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Gelderland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/05/434219 / HZ ZA 24-120</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 10 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: eiser,</para>
      <para>advocaat: mr. B.Z. Loonstein,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding,</para>
      <para>- het tussenvonnis van 8 mei 2024,</para>
      <para>- het B-16 formulier over het bewijs van de domiciliekeuze met als bijgevoegd stuk de e-mail van 19 december 2023,</para>
      <para>- de e-mail van 23 mei 2024 van mr. Loonstein, </para>
      <para>- het tegen gedaagde verleende verstek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 8 mei 2024 heeft de rechtbank eiser in de gelegenheid gesteld om de door hem gestelde domiciliekeuze door gedaagde nader te onderbouwen. Dit heeft eiser gedaan. De rechtbank zal hierna beoordelen of gedaagde domicilie heeft gekozen, zodat tegen gedaagde verstek kan worden verleend.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vervolg verstekverlening - domiciliekeuze</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eiser verwijst in het kader van de gestelde domiciliekeuze naar de e-mail van 19 december 2023. De e-mail van 19 december 2023 heeft betrekking op het intrekken van een procedure in hoger beroep door eiser onder de voorwaarde dat een nieuwe dagvaarding aan het adres van [partij 1] en [partij 2] kon worden betekend. In de e-mail zegt [partij 2] toe dat de uit te brengen dagvaarding betekend kan worden aan zijn kantoor [naam kantoor partij 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vraag is of dit een rechtsgeldige domiciliekeuze is in de zin van artikel 1:15 BW waarin de voorwaarde wordt gesteld dat sprake moet zijn van een schriftelijk aangegane overeenkomst. De rechtbank is van oordeel dat de e-mail van 19 december 2023 voldoet aan die voorwaarde en zal hierna uitleggen waarom. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In het kader van een schriftelijk aangegane overeenkomst is het van belang dat sprake is van overeenstemming tussen partijen op dit punt. In beginsel volstaat daartoe een schriftelijke ondertekende verklaring van gedaagde zelf dat zij domicilie heeft gekozen aan voormeld kantooradres. Volgens vaste rechtspraak kan ook worden volstaan met een schriftelijke verklaring van een advocaat namens zijn cliënt (gedaagde). Een dergelijke verklaring kan immers worden afgelegd door een daartoe gevolmachtigde vertegenwoordiger (zie in dit verband de uitspraak van de Hoge Raad van 28 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AM2314). Of er namens gedaagde is verklaard zal per geval moeten worden beoordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In dit geval is de toezegging van [partij 2] dat op zijn kantoor betekend kan worden<emphasis role="italic">,</emphasis> waarbij aangegeven wordt dat cliënt akkoord is, voldoende om aan te nemen dat sprake is van een verklaring die namens gedaagde is gedaan. Daarom kan worden aangenomen dat sprake is van een schriftelijke overeenkomst aangaande de domiciliekeuze.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de slotsom dat de dagvaarding juist aan gedaagde is betekend, zodat aan gedaagde verstek zal worden verleend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling – parkeerrol </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat er tot op heden de zogenoemde kansspelzaken bij verschillende rechtbanken zijn aangebracht op basis van dagvaardingen die grotendeels overeenstemmen met de dagvaarding in de onderhavige zaak. De te beantwoorden vraag is of het verbod in de Wet op de kansspelzaken (Wok) de strekking heeft om een kansspelovereenkomst, die is aangegaan met en door een partij die zonder vergunning online kansspelen aanbiedt, aan te tasten. Uit de rechtspraak blijkt inmiddels dat er over deze kwestie uiteenlopend is geoordeeld en dat nog vele uitspraken zullen volgen. De rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland hebben in een van de bij hen aanhangige zaken in een vonnis het voornemen uitgesproken om de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen (zie o.a. ECLI:NL:RBNHO:2024:5808): </para>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Had de Wok aanvankelijk de strekking de geldigheid van daarmede strijdige rechtshandelingen aan te tasten?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zo ja, is die strekking – na aanvankelijk aanwezig geweest te zijn – verloren gegaan onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en/of gelet op het handhavingsbeleid van de Kansspelautoriteit?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is een kansspelovereenkomst tussen een in Nederland verblijvende consument en een aanbieder van kansspelen op internet die geen vergunning heeft in de zin van de Wok een nietige overeenkomst in de zin van artikel 3:40 BW?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Maakt het voor de beantwoording van vraag 3 nog uit of de kansspelaanbieder (of een daaraan gelieerde entiteit) voldeed aan de prioriteringscriteria van de Kansspelautoriteit?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Indien het antwoord van vraag 3 bevestigend luidt, welke rechtsgevolgen heeft dat dan? Is een vordering tot terugbetaling van het geleden verlies op grond van de onverschuldigde betaling toewijsbaar? </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Omdat de beantwoording van deze vragen ook van belang is voor de beslissing in onderhavige zaak zal iedere beslissing in deze zaak worden aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Nadat de Hoge Raad de vragen in de andere zaak heeft beantwoord, zal eiser de gelegenheid krijgen om op de gegeven antwoorden te reageren. Daarna zal de rechtbank beslissen. De zaak zal worden verwezen naar de parkeerrol voor mogelijk akte uitlating beantwoording prejudiciële vragen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de parkeerrol van 2 oktober 2024 voor mogelijk akte uitlating beantwoording prejudiciële vragen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J.M. Weijnen en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>10 juli 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>AK/AW</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>