<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:4040</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-24T13:27:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05-336989-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4040">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4040</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-02T10:30:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:4040 Rechtbank Gelderland , 10-06-2024 / 05-336989-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:4040:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De militaire kamer veroordeelt een militair wegens het in de bil knijpen van een vrouw in de lift op hun werkplek. Hij krijgt een taakstraf van 30 uren en moet de vrouw € 500,00 immateriële schadevergoeding betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:4040:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/336989-23</para>
      <para>Datum uitspraak	: 10 juni 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige militaire kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. B. Roodveldt, advocaat te Zaandam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 30 september 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een persoon, te weten, [slachtoffer] , door één of meer feitelijkheden heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, immers heeft verdachte die [slachtoffer] , in een gesloten lift, op onverhoedse wijze bij  haar billen betast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_42ec4494-f2dd-48b0-a9ce-5e8d5f841763" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit, omdat voldoende wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. De getuigen in het dossier verklaren slechts wat zij van aangeefster hebben gehoord en het is onvoldoende duidelijk geworden wat er precies in de lift is gebeurd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangeefster was werkzaam als beveiliger op Schiphol. Verdachte was werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, eveneens op Schiphol. Zij kenden elkaar van een eerdere ontmoeting een aantal jaar daarvoor en hebben daarna af en toe contact gehad via Snapchat. Op 30 september 2023 kwamen zij elkaar na lange tijd weer tegen op Schiphol. Zij hebben elkaar omhelst en een gesprek gevoerd. Aangeefster was haar jas vergeten mee te nemen, belde een collega of haar jas er nog lag en moest teruglopen voor haar jas. Verdachte liep met haar mee. Zij gingen samen met de lift naar beneden. Daar stapte aangeefster uit en verdachte ging weer naar boven.<footnote-ref linkend="_1f653b4f-316a-4343-bac3-4f801c2c9794" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat ter discussie staat, is wat zich heeft plaatsgevonden in de korte tijd dat aangeefster en verdachte samen in de lift stonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verklaring aangeefster</emphasis>
      </para>
      <para>Aangeefster heeft aangifte gedaan van aanranding. Zij heeft verklaard dat verdachte haar in de lift vroeg ‘Krijg ik geen kusje?’, zij daarop antwoordde met ‘Nee’ en verdachte haar vervolgens in haar linkerbil kneep. Aangeefster zei weer ‘Nee’, waarop verdachte vroeg ‘Mag dit ook al niet?’ en aangeefster wederom reageerde met ‘Nee’. Daarna gingen de liftdeuren open, is aangeefster uitgestapt en ging verdachte weer met de lift omhoog. Kort na het incident realiseerde aangeefster zich wat er was gebeurd en belde zij in paniek haar vriendin. Aangeefster kreeg toen een paniekaanval. Vervolgens heeft zij haar verhaal gaan doen bij de dutymanager en daarna bij de operationeel manager, waarna zij heeft besloten aangifte te doen.<footnote-ref linkend="_ef5ca79f-d372-487a-ab24-9fd221d85fd5" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Steunbewijs</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte ontkent het tenlastegelegde. Van belang is dat op grond van artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) het bewijs dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd niet uitsluitend kan worden gebaseerd op grond van de verklaring van één getuige. Alleen de verklaring van het vermeende slachtoffer, aangeefster, is dus onvoldoende. Haar verklaring moet in voldoende mate steun vinden in ander bewijsmateriaal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangeefster heeft, zeer kort na het incident in de lift, haar vriendin gebeld en haar verhaal gedaan. Deze vriendin, [getuige 1] , heeft verklaard dat aangeefster in paniek was; ze had een trillerige en hoge stem en schreeuwde het uit. Aangeefster vertelde [getuige 1] dat een jongen van de Marechaussee, die haar in het verleden ook lastigviel, iets had gedaan bij haar in de lift.<footnote-ref linkend="_429e32ef-347e-4097-bf94-9ef4aa037fdb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [getuige 2] , die werkzaam is als operationeel manager, heeft verklaard dat aangeefster met de duty manager binnenkwam en vertelde dat zij was betast door een medewerker van de Koninklijke Marechaussee. [getuige 2] zag dat aangeefster aangeslagen was. Hij verklaarde dat hij duidelijk aan haar kon zien dat er iets gebeurd was. Zij was angstig en er leek een beetje paniek bij haar te zijn.<footnote-ref linkend="_f182aeda-31cd-4e97-bcc0-5f353583d795" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de militaire kamer</emphasis>
      </para>
      <para>De militaire kamer acht de verklaringen van de getuigen over de emotie bij aangeefster zeer kort na het incident, ondersteunend aan de verklaring van aangeefster. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de militaire kamer blijkt uit het vorenstaande dat verdachte aangeefster in de lift in haar bil heeft geknepen. Aangeefster is daarmee ongevraagd en onverhoeds aangeraakt op een intieme plek. Verdachte heeft haar, in een kleine ruimte waar aangeefster niet uit weg kon, van achteren benaderd en haar plotseling in haar bil geknepen. Gelet hierop is de militaire kamer van oordeel dat sprake is geweest van een ontuchtige en gedwongen handeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 30 september 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een persoon, te weten, [slachtoffer] , door één of meer feitelijkheden heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, immers heeft verdachte die [slachtoffer] , in een gesloten lift, op onverhoedse wijze bij haar billen betast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">feitelijke aanranding van de eerbaarheid.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 60 uren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft primair vrijspraak en subsidiair schuldigverklaring zonder oplegging van straf bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de militaire kamer</emphasis>
      </para>
      <para>De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft door aangeefster van achteren te benaderen in een gesloten lift en haar vervolgens in haar bil te knijpen, de lichamelijke integriteit van aangeefster geschonden. Hij deed dit bovendien op hun werkplek, een plek waar aangeefster zich veilig zou moeten kunnen voelen. De militaire kamer neemt verdachte dit kwalijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer acht een voorwaardelijke (gevangenis-)straf niet opportuun, nu er geen enkel aanknopingspunt is om aan te nemen dat er sprake is van recidiverisico. Anders dan de officier van justitie, is de militaire kamer van oordeel dat de vermeende eerder door de Koninklijke Marechaussee intern opgelegde maatregel ‘leerafspraak’ niet kan meewegen in de strafmaat, nu deze niet uit het dossier is gebleken. Rekening houdend met straffen die voor dit soort feiten in soortgelijke situaties worden opgelegd, zal de militaire kamer aan verdachte opleggen een taakstraf van 30 uren. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het bewezenverklaarde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.500,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden gematigd. De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, en subsidiair dat de vordering dient te worden gematigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de militaire kamer</emphasis>
      </para>
      <para>De militaire kamer stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting vast dat het handelen van verdachte een inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster. Verdachte heeft haar immers ongevraagd en onverhoeds in een gesloten lift, nota bene op hun werk, in haar bil geknepen. Zij is door zijn handelen op ‘andere wijze in de persoon aangetast’ ex artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek, zodat een vergoeding van immateriële schade aangewezen is. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, acht de militaire kamer een schadevergoeding van € 500,00 redelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 30 september 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 246 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> legt op een taakstraf van 30 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 dagen;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte in verband met de bewezenverklaarde feiten tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 500,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
    <para />
    <para> legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 500,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 september 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 10 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. Y. van Wezel, rechter, en Kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. S. Benbouazza, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juni 2024.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="italic">Kolonel mr. M. Hoedeman en mr. S. Benbouazza</emphasis>
              </para>
              <para>
                <emphasis role="italic">zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_42ec4494-f2dd-48b0-a9ce-5e8d5f841763" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, Specialistische Opsporing, afdeling Zeden, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 23121211002142, gesloten op 12 december 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1f653b4f-316a-4343-bac3-4f801c2c9794" label="2">
    <para> Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 juni 2024; het proces-verbaal van aangifte d.d. 4 oktober 2023, p. 7-12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ef5ca79f-d372-487a-ab24-9fd221d85fd5" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte d.d. 4 oktober 2023, p. 7-12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_429e32ef-347e-4097-bf94-9ef4aa037fdb" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 19 oktober 2023, p. 18-20.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f182aeda-31cd-4e97-bcc0-5f353583d795" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 10 oktober 2023, p. 14-16.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>