<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:2709</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-04T16:52:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">089434</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:2709">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:2709</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-04T16:49:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:2709 Rechtbank Gelderland , 19-04-2024 / 089434</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:2709:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank ontslaat een 34-jarige man van alle rechtsvervolging voor een poging tot doodslag en een vernieling in Nijmegen. Ten behoeve van verdachte heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend. Daarnaast moet verdachte aan het slachtoffer een schadevergoeding van ruim 5.000,- euro betalen.”</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:2709:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05-089434-23</para>
      <para>Datum uitspraak	: 19 april 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>op dit moment verblijvende in [verblijfplaats] in [verblijfplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. O.N.J. Maatje, advocaat in Zaltbommel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 31 maart 2023 te Nijmegen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven,</para>
      <para>meermalen met een mes in en/of in de richting van </para>
      <para>de hals en/of </para>
      <para>de hand/arm en/of </para>
      <para>het (boven)lichaam </para>
      <para>van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of geprikt</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 31 maart 2023 te Nijmegen, althans in Nederland, aan [slachtoffer 1] opzettelijk</para>
      <para>zwaar lichamelijk letsel, te weten steekwonden in de hals/nek en/of de hand heeft toegebracht</para>
      <para>door die [slachtoffer 1] meermalen</para>
      <para>met een mes in en/of in de richting van de hals en/of </para>
      <para>de hand/arm en/of </para>
      <para>het (boven)lichaam te steken/prikken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 31 maart 2023 te Nijmegen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen</para>
      <para>meermalen</para>
      <para>met een mes in en/of in de richting van de hals en/of de hand/arm en/of </para>
      <para>het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of geprikt</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 31 maart 2023 te Nijmegen, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk twee deuren, te weten een voordeur en/of een douchedeur, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_d670aaaa-f244-4525-9bb0-48e5f6f7baa3" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van feit 1 primair en subsidiair wegens het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet. Daarnaast is het letsel niet als levensbedreigend te typeren. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 31 maart 2023 in de moskee in [vestigingsplaats] was. Er was een man bij de moskee die met een hamer op een deur sloeg. Toen aangever daar wat van zei pakte de man een mes en liep hij dreigend op aangever af. De man maakte meerdere stekende bewegingen naar aangever in de richting van onder meer zijn buik, borst en hals. Aangever probeerde zich af te weren met zijn blote handen. Hij voelde dat hij door het mes geraakt werd aan zijn hals aan de linkerzijde.<footnote-ref linkend="_bf254e4e-0663-410f-b817-a659edd38759" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de forensisch medische letselrapportage is het letsel als volgt omschreven:</para>
    </parablock>
    <para>- Aan de linkerzijde van de hals een horizontaal tot diagonaal lopende, scherp begrensde, lijnvormige huiddoorbreking met een lengte van circa 1,9 centimeter en een drietal zichtbare hechtingen, met aan de voor- en onderzijde van dit letsel tenminste een vijftal onscherp begrensde, grillige, deels in elkaar vervloeiende, blauwpaarse huidverkleuringen van wisselende grootte, tussen circa 0,2 bij 0,2 tot circa 2,7 bij 2,3 centimeter.</para>
    <para>- Hoog op het linker gedeelte van de borstkas, vanaf de overgang van het halsgebied, bevindt zich een onscherp begrensde, ronde, deels vervloeiende met de huidverkleuring aan de voorzijde van het linker halsgebied, geelgroene tot blauwpaarse huidverkleuring met een grootte van circa 10,5 bij 9 centimeter.</para>
    <para>- Hoog op het rechter gedeelte van de borstkas bevinden zich een tweetal, scherp begrensde, ronde, ongeveer 3,2 centimeter van elkaar gelegen huiddoorbrekingen met korstvorming met een grootte van circa 1 bij 1 respectievelijk tot 2 bij 2 millimeter.</para>
    <para>- Ongeveer 3,8 centimeter boven de rechter tepelhof bevindt zich een scherp begrensde, ronde huiddoorbreking met korstvorming met een diameter van circa 1 millimeter.<footnote-ref linkend="_adb609bd-f9e6-4b97-a592-9c079773ed8d" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij in de moskee in het centrum was. Getuige hoorde bonzen en geschreeuw en zag een man met lange haren. Mogelijk was de man van [afkomst verdachte] afkomst. [getuige 1] heeft verklaard dat de “ [afkomst verdachte] ” naar een mes greep en het mes vanuit links naar achteren zwaaide. In dezelfde beweging maakte de “ [afkomst verdachte] ” een stekende beweging richting de linkerzijde van het slachtoffer. De “ [afkomst verdachte] ” stak het slachtoffer, maar de jas van het slachtoffer hield het mes tegen. De “ [afkomst verdachte] ” haalde hem (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: het mes</emphasis>) eruit en stak gelijk richting de nek van het slachtoffer. Hij raakte hem links in de nek van het slachtoffer. Hij zag dat het mes ongeveer 3 centimeter in het nek van het slachtoffer ging.<footnote-ref linkend="_0fae7b1d-13cd-41e0-805d-9f2501b7ca00" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 31 maart 2023 bij de moskee in [vestigingsplaats] was. Hij hoorde gebonk en geschreeuw vanuit de ruimte naast het washok. Hij zag dat een man een stekende beweging met een mes maakte. Hij stak in op de oudere man, maar de oudere man had een dikke jas aan. Hij zag dat de man nogmaals een stekende beweging in de richting van de oudere man maakte. Hij zag dat hij daarbij de oudere man in zijn nek raakte. Dat was aan de linkerzijde van zijn nek. Hij zag dat het een behoorlijk grote wond was.<footnote-ref linkend="_01678e91-b65a-4b74-86a7-96f0869a1dd6" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij een stem in zijn hoofd hoorde die zei “zwaai met dat mes” en dat heeft hij toen gedaan. Hij pakte het mes toen [slachtoffer 1] eraan kwam. Verdachte heeft verklaard dat hij een zwaaiende beweging heeft gemaakt met het mes en dat hij zag dat hij [slachtoffer 1] raakte. Verdachte zag daarna namelijk een kleine snijwond.<footnote-ref linkend="_0815948d-690b-4654-84cd-90003d23f238" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opzet</emphasis>
      </para>
      <para>Op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat er een fysieke confrontatie tussen aangever en verdachte heeft plaatsgevonden waarbij verdachte met een mes in de richting van het bovenlichaam en in de hals van aangever heeft gestoken/geprikt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden hoe het handelen van verdachte gekwalificeerd dient te worden: als een poging doodslag of als een (poging) zware mishandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om te spreken van een poging doodslag dient het opzet van verdachte gericht te zijn op het doden van verdachte. Niet kan worden bewezen dat de bedoeling van verdachte is geweest om [slachtoffer 1] te doden. Uit het dossier en hetgeen op de terechtzitting is besproken blijkt bijvoorbeeld niet dat verdachte iets in die richting heeft gezegd. Van “vol” opzet is daarom geen sprake. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is de vraag of verdachte opzet in voorwaardelijke zin heeft gehad, aldus dat hij bewust de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer 1] heeft aanvaard.</para>
      <para>Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan een dergelijke kans is niet alleen vereist dat hij wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop heeft toegenomen). De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft aangever [slachtoffer 1] gestoken/geprikt in de richting van zijn bovenlichaam en in de hals. De rechtbank overweegt dat de halsstreek een kwetsbaar lichaamsdeel is. In het halsgebied bevinden zich vitale structuren, in het bijzonder de hals(slag)ader. Binnen de gevaarzetting hadden deze structuren kunnen worden geraakt wat tot levensbedreigend letsel </para>
      <para>aanleiding had kunnen geven.<footnote-ref linkend="_3972e246-3337-4202-9537-6be85f086368" /> Ook in het bovenlichaam bevinden zich vitale organen zoals de longen en de hartstreek. Het is een feit van algemene bekendheid dat steken in de richting van het bovenlichaam tot de dood kan leiden. Verdachte moet zich ook bewust zijn geweest van die aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de gedragingen van verdachte – het steken/prikken met een mes in de nek en in de richting van het bovenlichaam – naar hun aard en uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op de dood van het slachtoffer, dat het – behoudens aanwijzingen van het tegendeel, die de rechtbank niet zijn gebleken – niet anders kan dat verdachte die kans bewust heeft aanvaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is concluderend van oordeel dat verdachte, door op deze wijze te handelen voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van aangever. De rechtbank acht feit 1 primair dan ook wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de volgende bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] namens [samenwerkingsverband] , p. 42A;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 april 2024.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op<emphasis role="strike-through"> of omstreeks</emphasis> 31 maart 2023 te Nijmegen<emphasis role="strike-through">, althans in Nederland,</emphasis> ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven,</para>
      <para>meermalen met een mes in <emphasis role="strike-through">en/</emphasis>of in de richting van </para>
      <para>de hals <emphasis role="strike-through">en/</emphasis>of </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">de hand/arm en/of </emphasis>
      </para>
      <para>het <emphasis role="strike-through">(</emphasis>boven<emphasis role="strike-through">)</emphasis>lichaam </para>
      <para>van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of geprikt</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op<emphasis role="strike-through"> of omstreeks</emphasis> 31 maart 2023 te Nijmegen<emphasis role="strike-through">, althans in Nederland,</emphasis> opzettelijk en wederrechtelijk twee deuren, te weten een voordeur en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een douchedeur<emphasis role="strike-through">, in elk geval enig goed, dat/</emphasis>die <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval</emphasis> aan een ander toebehoorde<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through">)</emphasis> heeft vernield<emphasis role="strike-through">, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1, primair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">poging tot doodslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de stukken bevindt zich een psychiatrische rapportage van drs. J.M. Stoops (forensisch psychiater) van 13 december 2023 en een psychologische rapportage van mr. drs. R.A. Sterk (psycholoog) van 12 december 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De psychiater concludeert dat bij verdachte sprake is van psychotische kwetsbaarheid in het kader van schizofrenie. Daarbij heeft verdachte langdurig beperkingen in functioneren op cognitief, sociaal en emotioneel vlak (negatieve symptomen), die zorgen voor een verhoogd risico op overbelasting, en daarmee het risico op psychotische ontregeling vergroten. Ten tijde van het tenlastegelegde verkeerde verdachte in een floride psychotische toestand. Terugkijkend was dit de tweede psychose van betrokkene en bestaan de beperkingen in zijn functioneren op sociaal, cognitief en emotioneel vlak al veel langer. Gesteld kan worden dat de schizofrenie aanwezig was tijdens het plegen van het tenlastegelegde. Ten tijde van het tenlastegelegde leed verdachte aan paranoïde, grootheids- en betrekkingswanen, waardoor hij de wereld om hem heen ervoer als zeer onbetrouwbaar. Ook hoorde hij een stem (akoestische hallucinaties), die een allesoverheersende invloed op hem had en hem ervan overtuigde dat hij mensen niet kon vertrouwen en dat alles anders was dan hij dacht. Dit beïnvloedde zijn gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook de psycholoog concludeert dat bij verdachte sprake is van schizofrenie. Van deze problematiek was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde. Het lijkt dat de psychische stoornis verdachtes gedragskeuzen en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde beïnvloedde. De deskundige concludeert dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde psychotisch was en stemmen hoorde die hem opdrachten gaven. De psychose bracht voor verdachte met zich mee dat hij zich in een voor hem oncorrigeerbare belevingswereld bevond, waar hij zich niet van bewust was. Verdachte nam de gestoorde realiteitsbeleving dus voor waar aan en was niet in staat om het waarheidsgehalte van zijn belevingen te kunnen beoordelen. De deskundige acht een rechtstreeks en volledig verband aanwezig tussen de geconstateerde psychische problematiek en het tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beide deskundigen adviseren het tenlastegelegde niet toe te rekenen aan verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beide deskundigen adviseren aan verdachte een zorgmachtiging in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging, gelet op de volledige ontoerekeningsvatbaarheid van verdachte. De officier van justitie heeft primair geëist om aan verdachte tbs met voorwaarden op te leggen vanwege de ernst van feit 1. Subsidiair heeft de officier van justitie de rechtbank in overweging gegeven een zorgmachtiging te verlenen en daartoe een verzoekschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft bepleit dat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging gelet op de volledige ontoerekeningsvatbaarheid van verdachte. De verdediging heeft verder bepleit dat ten behoeve van verdachte een zorgmachtiging wordt afgegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontslag van alle rechtsvervolging</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank neemt de adviezen van de psychiater en de psycholoog over en acht het aannemelijk dat ten tijde van het bewezenverklaarde sprake was van volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Verdachte is om die reden niet strafbaar en dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Afdoening</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de afdoening van de strafzaak heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat heden ten behoeve van verdachte een zorgmachtiging is verleend op grond van artikel 2.3, eerste lid van d Wet forensische zorg. Het daartoe strekkende verzoekschrift, ingeschreven bij rechtbank Gelderland, afdeling Familie en Jeugd, onder rekestnummer 24-784, is tegelijk met deze strafzaak behandeld. Naar het oordeel van de rechtbank volstaat deze maatregel ter afdoening van de strafzaak zoals ook de deskundigen hebben geadviseerd, ondanks dat het -waar het het eerste feit betreft - om een ernstig strafbaar feit gaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is reeds eerder in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis opgenomen in FPA Kompas (Pompestichting) in Wolfheze. Verdachte zal dit verblijf en de behandeling kunnen voortzetten in het kader van de verleende zorgmachtiging. De rechtbank zal het - reeds geschorste - bevel voorlopige hechtenis opheffen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feit 1 primair een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.479,34 aan materiële schade voor kosten huishoudelijke hulp (€ 1.332,50) en kosten voor het opvragen van medische informatie (€ 146,84). Daarnaast vordert de benadeelde partij € 17.500,- aan immateriële schade. Allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.146,84 aan materiële schade en een lager bedrag dan gevorderd aan immateriële schade, met toekenning van de wettelijke rente. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd. Voor het overige deel aan materiële- en immateriële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het te vergoeden bedrag wegens materiële schade dient te worden gematigd tot € 1.000,- en dat de rechtbank ten aanzien van de hoogte van de immateriële schade gebruik dient te maken van haar schattingsbevoegdheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de schadepost ‘kosten huishoudelijke hulp’ overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank constateert dat aan [slachtoffer 1] door naasten zorg en ondersteuning is verleend die vallen binnen de reikwijdte van de Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp (de Richtlijn). Uit de onderbouwing van de vordering benadeelde partij en de toelichting van de advocaat op zitting is echter onvoldoende gebleken in welk opzicht de beperkingen van het slachtoffer in het huishouden als ‘zwaar beperkt’ in de zin van de Richtlijn moeten worden aangemerkt. Zulks temeer nu het steken in (de richting van) de hand niet is bewezenverklaard. De rechtbank gaat daarom uit van de forfaitaire bedragen die horen bij de categorie ‘licht tot matig beperkt’. Voor een tweepersoonshuishouden komt het bedrag op € 103,- per week. Ten behoeve van de benadeelde partij is aangevoerd dat het aandeel van de benadeelde partij in het huishouden vòòr het bewezenverklaarde feit 50% betrof. In totaal komt de terzake deze post geleden schade neer op een bedrag van € 669,50 (13 weken x (50% van € 103,-)).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schadepost ten aanzien van het opvragen van de medische informatie à € 146,84 is voldoende onderbouwd en wordt in zijn geheel toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de kosten voor huishoudelijke hulp en het opvragen voor medische informatie tot een hoogte van in totaal € 816,34 kan worden toegewezen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is ten aanzien van de kosten huishoudelijke hulp vanaf 31 maart 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag van € 669,50 verschuldigd. Ten aanzien van de kosten voor het opvragen van de medische informatie is verdachte vanaf 27 november 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag van € 146,84 verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. </para>
      <para>Door feit 1 primair heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel opgelopen. Daarnaast heeft het feit een grote impact op zijn psychische gesteldheid, concentratie en aandacht gehad, waarvan hij nog steeds hinder ondervindt. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 4.500,- vaststellen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is ten aanzien van de immateriële schade vanaf 31 maart 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. De rechtbank zal gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte bepalen dat geen gijzeling kan worden toegepast indien dit bedrag niet wordt betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij vordert verder een bedrag van € 922,- voor de kosten die zijn gemaakt om een vordering in het strafproces te kunnen indienen en vervolgens daadwerkelijk schadevergoeding te krijgen. Het gaat hierbij om proceskosten voor begroting en onderbouwing van de schade en aanwezigheid op de zitting. Deze kosten zullen aan de hand van het Liquidatietarief kanton worden begroot. De rechtbank acht op basis van artikel 532 van het Wetboek van Strafvordering 2 punten (1 punt voor het indienen van het verzoek tot schadevergoeding en 1 punt voor de toelichting op de zitting à € 406,- per punt) en daarmee € 812,- toewijsbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 45, 57, 287, 350 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart verdachte niet strafbaar voor het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde en <emphasis role="bold">ontslaat verdachte voor deze feiten van alle rechtsvervolging</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> heft op het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 816,34 aan materiële schade en € 4.500,- aan immateriële schade. De immateriële schade van € 4.500,- en het bedrag aan materiële schade van € 669,50 wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Het bedrag aan materiële schade van € 146,84 wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op € 812,-;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en immateriële schade;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 5.316,34 aan materiële- en immateriële schade. De immateriële schade van € 4.500,- en het bedrag aan materiële schade van € 669,50 wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Het bedrag aan materiële schade van € 146,84 wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan <emphasis role="underline">geen gijzeling</emphasis> worden toegepast;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G. Edelenbos (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. A. Bril, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.L. Goedheer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 april 2024.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d670aaaa-f244-4525-9bb0-48e5f6f7baa3" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] , verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeksnummer ON5R023026 (onderzoek Loet), gesloten op 2 april 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bf254e4e-0663-410f-b817-a659edd38759" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 38-39.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_adb609bd-f9e6-4b97-a592-9c079773ed8d" label="3">
    <para> Forensisch Medische Letselrapportage, p. 166.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0fae7b1d-13cd-41e0-805d-9f2501b7ca00" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige, [getuige 1] p. 51-53.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_01678e91-b65a-4b74-86a7-96f0869a1dd6" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 56-57.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0815948d-690b-4654-84cd-90003d23f238" label="6">
    <para> Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 april 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3972e246-3337-4202-9537-6be85f086368" label="7">
    <para> Forensisch Medische Letselrapportage, p. 169.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>