<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:1134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-04T13:37:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">96-244568-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1134">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:1134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-04T13:36:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:1134 Rechtbank Gelderland , 14-02-2024 / 96-244568-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:1134:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art 530 Sv: Afwijzing verzoek vergoeding rechtsbijstand. Verzoeker heeft ernstige verkeersovertredingen gepleegd. Daarvoor is een strafbeschikking opgelegd die echter nooit is betaald. Omdat strafvervolging te lang op zich heeft laten wachten, is de zaak om beleidsmatige redenen geseponeerd. Bij deze gang van zaken verzet de billijkheid zich tegen toewijzing van het verzoek; bij tijdige dagvaarding had een fikse straf in de rede gelegen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:1134:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer	: 96/244568-23</para>
      <para>raadkamernummer	: 23-031005</para>
      <para>datum	: 14 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking </emphasis>van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] ,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] ,</para>
      <para>mr. H.J. Oosterhagen, advocaat te Bodegraven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>Tegen verzoeker is een strafbeschikking uitgevaardigd wegens het gebruikmaken van een rijstrook waarboven een verlicht rood kruis zichtbaar is. Deze strafbeschikking is ingetrokken, omdat het feit waarvan verzoeker werd verdacht te oud is. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is op 15 december 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.</para>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.</para>
      <para>De rechtbank heeft op 14 februari 2024 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.</para>
      <para>De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de verzoeker, mr. S. Konya (namens mr. H.J. Oosterhagen) en de officier van justitie op zitting gehoord. De verzoeker is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para>In het verzoekschrift heeft verzoeker verzocht om vergoeding van de door hem gemaakte kosten ten behoeve van de strafzaak, te weten:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>€ 640,09	ter zake kosten rechtsbijstand;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>PM			de forfaitaire vergoeding voor het indienen/behandelen van het </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>			onderhavige verzoekschrift.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Standpunt van het Openbaar Ministerie</para>
      <para>De officier van justitie verzet zich tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding. Hiertoe is aangevoerd dat het verzoek moet worden afgewezen vanwege het ontbreken van gronden van billijkheid. De zaak is geseponeerd, omdat het belang van strafrechtelijk ingrijpen te gering is geworden in verband met de lange tijd die is verstreken na het plegen van het feit.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het dossier en hetgeen besproken is ter zitting kan het volgende worden ontleend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 november 2021 werd gezien dat een auto met kenteken [kenteken] op de A50 rijstrook 3 gebruikte, waar door middel van een verlicht rood kruis was aangegeven dat deze rijstrook tijdelijk gesloten was. Dat was omdat de rijstrook werd geblokkeerd door een voertuig met pech. Een verbalisant zag het gebeuren en zag ook dat er geen enkele noodzaak was om die rijstrook 3 te gebruiken. Rijstrook 3 was afgezet waardoor ook de afrit richting de N225 dicht zat. De verbalisant zag dat de bestuurder door de afzetting naar de afrit toe reed waar op dat moment mensen bezig waren met het bergen van een vrachtwagen. Door de snelheid van het voertuig was een staande houding niet mogelijk. Het betrokken voertuig stond op naam van verzoeker. Deze heeft geen verklaring willen afleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 december 2021 is verzoeker een strafbeschikking opgelegd van € 259,- wegens het gebruikmaken van een rijstrook waarboven een verlicht rood kruis zichtbaar is. Deze onherroepelijk geworden strafbeschikking is niet betaald, en is ingetrokken op 23 september 2023 omdat ‘het feit nu te oud is.’</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafbeschikking is niet betaald. Normaliter had dan een strafvervolging in de rede gelegen. Daarvan is enkel afgezien vanwege het tijdsverloop. Het betreft een zogeheten beleidssepot. Uit de stukken kan enkel worden afgeleid dat verzoeker zich onverantwoordelijk heeft gedragen door een rijstrook te gebruiken die was ‘afgekruist’ en een wegafzetting heeft genegeerd waar mensen bezig waren een defecte vrachtauto te bergen. Die handelingen kunnen levensgevaarlijk zijn voor de betrokken bergers. Als het openbaar ministerie tijdig een strafvervolging had ingezet, had een fikse straf in de rede gelegen, variërend van geldboete, taakstraf tot ontzegging van de rijbevoegdheid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Iedere billijkheid verzet zich tegen het toekennen van een schadevergoeding in deze zaak. Het verzoek wordt dan ook afgewezen. Dat geldt ook voor de proceskosten, nu het verzoek is ingediend tegen beter weten in omdat een afwijzing daarvan nogal voor de hand ligt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer:</para>
      <para>- <emphasis role="underline">wijst af</emphasis> het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.F.A. Vrede, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>