<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2023:3643</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-12T14:07:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10268888</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:3643">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:3643</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-12T14:07:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:3643 Rechtbank Gelderland , 21-06-2023 / 10268888</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2023:3643:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Studiekostenbeding. Vordering afgewezen nu niet is gebleken dat eiseres daadwerkelijk kosten heeft gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2023:3643:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">GELDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10268888 \ CV EXPL  23-109</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 21 juni 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ROZA PERSONEELSDIENSTEN B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Arnhem,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Roza,</para>
      <para>gemachtigde: P. de Ruijter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E. Baldan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 8 maart 2023;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 2 juni 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarop door mr. Baldan de producties bij de conclusie van antwoord zijn overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Tussen partijen is op 28 augustus 2020 een arbeidsovereenkomst in het kader van de  Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) tot stand gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In de door Roza in het geding gebrachte arbeidsovereenkomst staat onder meer het volgende:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Artikel 1 Functie en opleiding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic"> Werknemer verbindt zich om in dienst van werkgever arbeid te verrichten, welke gericht is op de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beroepspraktijkvorming van de werknemer voor de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) bij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">opleidingsinstituut Astrum te Arnhem in het vak verzorgende IG niveau-3(2 jarig) specialisatie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kraamzorg.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic"> Deze arbeidsovereenkomst vormt een onverbrekelijk geheel met de, ter zake de in artikel 1.1 genoemde beroepsopleiding.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Artikel 2 Duur</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic"> Deze arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de lengte van de opleiding en vangt aan op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">1 september 2020. Zij eindigt derhalve van rechtswege zonder dat opzegging is vereist na afronding van de opleiding of ingeval de opleiding voortijdig wordt afgebroken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic"> Werknemer is verplicht 3 jaar na het behalen van de diploma, in dienst van Roza Personeelsdiensten B.V. werkzaam te blijven. Indien werknemer vrijwillig eerder stopt of staakt met de opleiding is de werknemer verplicht conform het studiekostenbeding de opleidingskosten terug te betalen aan werkgever.</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic"> Werkgever en werknemer kunnen de arbeidsovereenkomst tussentijds opzeggen met inachtneming van het ter zake in wet en CAO VVT bepaalde opzegtermijn van l kalendermaand.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Artikel 3 Studiekostenbeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic"> De studiekosten (lesgelden, studieboeken en examengeld, inc. 1 herhalingsexamen) ad. € 2.700,00 incl. BTW worden in principe, na beoordeling en goedkeuring door de werkgever, voor 100% door de werkgever vergoed onder de volgende bepalingen.</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic"> De studiekosten worden voor 50% vergoed gedurende de opleiding; de resterende 50% wordt vergoed na het behalen van het diploma.</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic"> Bij uitdiensttreding zullen de studiekosten gedeeltelijk moeten worden terugbetaald op basis van de onderstaande staffel:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">100% van alle studiekosten die door de werkgever zijn betaald/vergoed in het laatste dienstjaar.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">66,6% van alle studiekosten die door de werkgever zijn betaald/vergoed in het voorlaatste dienstjaar.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic"> Studietijd is altijd voor eigen rekening van de werknemer. (…)”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 30 juni 2022 is tussen partijen een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 tot stand gekomen. In deze arbeidsovereenkomst is geen studiekostenbeding opgenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft haar opleiding op 13 juli 2022 afgerond.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 15 juli 2022 heeft [gedaagde] de arbeidsovereenkomst met Roza opgezegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 10 oktober 2022 heeft Roza [gedaagde] onder meer als volgt bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Op 28 augustus 2020 heeft u een arbeidsovereenkomst in het kader van een beroeps begeleidende Leerweg( BBL) getekend.</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">(zie bijlage)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten tijde van BBL-traject is er door Roza Personeelsdiensten BV voor u een kraamzorgopleiding betaald twv € 2.084,00 (respectievelijk € 1.195 en € 889,00) aan het ROC. </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">(zie bijlage)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De opleiding is gevolgd op uw verzoek.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In het BBL-overeenkomst art. 3 is een studiekostenbeding afgedwongen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In art. 3.3 van de BBL is overeengekomen dat bij uitdiensttreding de studiekosten geheel of gedeeltelijk terugbetaald dient te worden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 15 juli 2022 heeft u uw ontslag ingediend bij Roza Personeelsdiensten BV </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">(zie bijlage)</emphasis>
          <emphasis role="italic"> en op basis van het overeengekomen studiekostenbeding dient u de opleidingskosten geheel terug te betalen aan Roza personeelsdiensten BV.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij verzoeken u het bedrag ad. € 2.084,00 uiterlijk 17 oktober 2022 te voldoen (…).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de studiekosten betwist. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	Het geschil</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Roza vordert - samengevat - de veroordeling van [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis om aan haar te betalen een bedrag van € 2.084,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2022 tot de dag van volledige betaling althans de wettelijke (handels-)rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling, alsmede een bedrag van € 312,60 althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten en nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Roza legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. </para>
        <para>
          [gedaagde] heeft niet voldaan aan haar verplichting om na het behalen van haar diploma nog drie jaar bij Roza in dienst te blijven. [gedaagde] is daarom op grond van het tussen partijen overeengekomen studiekostenbeding de volledige studiekosten aan Roza terug te betalen. Roza heeft deze bij [gedaagde] in rekening gebracht. [gedaagde] heeft deze kosten niet tijdig voldaan en is daarover daarom de wettelijke rente verschuldigd. Roza heeft haar vordering bovendien uit handen gegeven en houdt [gedaagde] aansprakelijk voor de daaraan verbonden kosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] voert verweer. </para>
        <para>
          [gedaagde] betwist in de eerste plaats dat de door haar ondertekende arbeidsovereenkomst het studiekostenbeding bevatte zoals thans door Roza is overgelegd. Met het beding waarop Roza haar vordering baseert heeft [gedaagde] nooit ingestemd. Daarnaast is de arbeidsovereenkomst door de afronding van haar opleiding van rechtswege geëindigd en is de nieuwe arbeidsovereenkomst geen studiekostenbeding opgenomen, waardoor het beding is komen te vervallen. [gedaagde] is er bij het aangaan van de nieuwe arbeidsovereenkomst evenmin op gewezen dat er nog een studiekostenbeding uit de vorige overeenkomst gold. Het beding is bovendien onduidelijk en moet om die reden buiten toepassing worden gelaten of in het nadeel van de werkgever worden uitgelegd. Daar komt nog bij dat de door haar gevolgde opleiding in rekening is gebracht bij Roza Kraamzorg, die overigens ook een subsidie van € 2.700,00 voor de voor haar, [gedaagde] , gerealiseerde “praktijkleerplaats” heeft ontvangen. Aldus kan niet worden aangenomen dat voor rekening van Roza komende studiekosten sprake is geweest. Ten slotte heeft zij nog een beroep gedaan op de per </para>
        <para>1 augustus 2022 in werking getreden Wet Implementatie EU-Richtlijn transparantie en voorspelbare arbeidsvoorwaarden. [gedaagde] betwist ook de verschuldigdheid van de rente en buitengerechtelijke incassokosten. </para>
        <para>De brief van 10 oktober 2022 kent [gedaagde] niet. Deze is verzonden naar een onjuist adres. De aanmaningen van 21 en 26 oktober heeft [gedaagde] evenmin ontvangen.</para>
        <para>
          [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Roza, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Roza, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Roza in de kosten van deze procedure en de nakosten te vermeerderen met rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Nog daargelaten de vraag of partijen het beding waarop Roza haar vordering baseert als zodanig zijn overeengekomen en hoe dit beding uitgelegd moet worden heeft het volgende te gelden. Roza kan alleen studiekosten in rekening brengen die zij ook daadwerkelijk heeft betaald. [gedaagde] betwist dat de facturen door Roza zijn betaald. De kantonrechter is van oordeel dat Roza niet, althans onvoldoende, heeft onderbouwd dat zij studiekosten heeft gemaakt. Roza heeft ter onderbouwing van haar stelling dat zij studiekosten heeft gemaakt twee facturen voor cursusgeld voor [gedaagde] in het geding gebracht, te weten een factuur van 21 oktober 2020 van € 1.195,00 voor de periode september 2020 tot en met augustus 2021 en een factuur van 1 december 2021 van € 889,00 voor de periode september 2021 tot en met augustus 2022. Deze facturen zijn echter aan </para>
        <para>Professionele Kraamzorg Roza B.V. gericht (waar, zo kan worden aangenomen, de werkzaamheden zijn verricht en welke onderneming een subsidie heeft ontvangen voor de “praktijkleerplaats”). Dat de in casu gevorderde bedragen uiteindelijk voor rekening van Roza zijn gekomen, is wel gesteld, maar niet onderbouwd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vordering in hoofdsom wordt gelet op het hiervoor overwogene afgewezen. De nevenvorderingen delen dit lot.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Roza is de partij die grotendeels ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De gevorderde nakosten worden toegewezen tot een half salarispunt van het toegewezen salaris zijnde € 99,50, te vermeerderen, indien betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van dit vonnis. De rente over de proceskosten en de nakosten wordt toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Roza tot dit vonnis vastgesteld op € 398,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 99,50 aan nakosten, te vermeerderen, indien betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van dit vonnis, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2023.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>520 \ 918</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>