<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2023:3625</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-23T15:07:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05-317161-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:3625">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:3625</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-30T11:51:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:3625 Rechtbank Gelderland , 23-06-2023 / 05-317161-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2023:3625:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt 3 broers uit Ooij tot voorwaardelijke celstraffen van 3 maanden. Daarbij moeten de broers een taakstraf uitvoeren. De broers maakten zich schuldig aan openlijk geweld. Door de mishandeling brak het slachtoffer zijn ellepijp en kon hij weken niet werken. 1 van de broers maakte zich daarnaast ook schuldig aan een poging zware mishandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2023:3625:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05-317161-21</para>
      <para>Datum uitspraak	: 23 juni 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [Geboortedatum] in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan [Adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. B. Molenaar, advocaat in Wijchen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting van 9 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 15 oktober 2021 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [Slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken arm, heeft toegebracht, door die [Slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of de romp en/of een arm en/of een/de be(e)n(en), althans op/tegen het lichaam, te slaan en/of te stompen en/of te trappen en/of te schoppen en/of een enkel te verdraaien (terwijl die [Slachtoffer] op de grond lag);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 15 oktober 2021 te Arnhem openlijk, te weten, op de Westervoortsedijk, in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [Slachtoffer] door die [Slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of de romp en/of een arm en/of een/de be(e)n(en), althans op/tegen het lichaam, te slaan en/of te stompen en/of te trappen en/of te schoppen en/of een enkel te verdraaien (terwijl die [Slachtoffer] op de grond lag); <?linebreak?></para>
      <para>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 15 oktober 2021 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [Slachtoffer] heeft mishandeld door die [Slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, op/tegen het hoofd en/of de romp en/of een arm en/of een/de be(e)n(en), althans op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te trappen en/of te schoppen </para>
      <para>en/of een enkel te verdraaien (terwijl die [Slachtoffer] op de grond lag), terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken arm ten gevolge heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_5d0a7f74-0d76-40ad-b0c0-e35d8080176d" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, omdat geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat het bij aangever geconstateerde letsel niet door de mishandeling hoeft te zijn veroorzaakt, maar ook een gevolg kan zijn doordat aangever is gevallen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman refereert zich ten aanzien van het subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde aan het oordeel van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Aangever [Slachtoffer] heeft verklaard dat hij op 15 oktober 2021 had afgesproken met zijn vriendin [Getuige] bij het pompstation van Shell in Arnhem om de hond terug te geven. [Getuige] kwam aanrijden en haar moeder en stiefvader kwamen in een andere auto. Korte tijd later kwam een zilvergrijze auto het terrein oprijden, de inzittenden stapten gelijk uit de auto en kwamen op aangever afgelopen. Voor hij het wist had hij de eerste klap al gehad. De mannen sloegen hem met kracht op zijn hoofd, romp en benen. Aangever is op de grond gaan liggen om zich beter te beschermen. Hij zag dat één van de mannen kwam aanrennen en hem vol tegen zijn hoofd wilde schoppen. Aangever bracht zijn arm omhoog om zijn hoofd te beschermen en voelde de trap op zijn linker arm neerkomen. Hij voelde gelijk een scheut van pijn door zijn lichaam. Een andere man had hem bij zijn enkels vast en draaide deze in een klem om mogelijk zijn enkel te breken. Aangever voelde dat de anderen vervolgens op zijn voeten en benen aan het trappen waren en hij werd hard op zijn borst geslagen terwijl hij op de grond lag.<footnote-ref linkend="_db256934-d50c-4ba0-b688-9a91bddf6ac1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [Getuige] heeft verklaard dat zij met een vriend had afgesproken bij de benzinepomp in Arnhem om haar hond op te halen. Op het moment dat dat zij haar hond van die vriend had overgenomen zag zij de auto van het broertje van haar ex ( [Medeverdachte 1] ) aan komen rijden. Zij zag dat [Medeverdachte 1] , [Medeverdachte 2] en [Verdachte] uit de auto stapten. De broers renden op [Slachtoffer] af. [Getuige] zag dat [Slachtoffer] probeerde weg te rennen. Dit lukte niet omdat [Slachtoffer] ter hoogte van de containers werd gepakt door de broers. [Getuige] heeft nog geprobeerd [Medeverdachte 1] tegen te houden. Zij zag hoe [Slachtoffer] een klap kreeg van een van de broers waardoor hij op de grond viel en tussen de containers kroop. Zij zag hoe zowel [Medeverdachte 1] als zijn twee broertjes aan het inslaan en schoppen waren op [Slachtoffer] . Zij heeft [Slachtoffer] meerdere keren horen roepen ‘<emphasis role="italic">Auw mijn arm. Niet doen</emphasis>’.<footnote-ref linkend="_248b10c1-76c0-43d2-849f-d8eb94063b59" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de camerabeelden van Shell tankstation is te zien dat [Slachtoffer] voor de drie verdachten probeert te vluchten. [Getuige] doet een poging om een verdachte tegen te houden en trekt vervolgens het shirt van de verdachte kapot. [Slachtoffer] wordt vervolgens tussen twee grote afvalcontainers, aan de achterzijde van de Shellshop in het nauw gedreven en valt aldaar in zijn vluchtpoging op de grond. De drie verdachten staan vervolgens heel snel over [Slachtoffer] heen, die bekneld tussen twee containers op de grond ligt en geen kant meer op kan. Op de camerabeelden is verder te zien dat de drie verdachten meerdere bewegingen maken die erop lijken dat zij het slachtoffer schoppen, trappen en wellicht slaan of stompen terwijl hij op de grond ligt. Het geweld start om 14:48 uur en eindigt om 14:50 uur.<footnote-ref linkend="_0129e19b-6701-43d0-8e15-a0b6c1e1b79c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de geneeskundige verklaring van aangever van 30 oktober 2021 blijkt dat hij een gebroken ellepijp heeft. De breuk in de ellepijp is geopereerd waarbij een plaat in de arm is geschroefd. Daarnaast heeft aangever drukpijn op zijn linkervoet en borstbeen.<footnote-ref linkend="_bd22473b-9f05-489e-8998-b5961d025606" /> Aangever heeft aangegeven dat hij na de operatie last bleef houden van zijn arm. De chirurg zou hem hebben medegedeeld dat zijn arm niet meer hetzelfde zou zijn.<footnote-ref linkend="_ef770e5b-184c-4a21-bc45-50511bed6d25" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij op 15 oktober 2021 samen met zijn twee broers [Medeverdachte 2] en [Medeverdachte 1] naar het tankstation is gereden. Toen zij aangever zagen zijn ze achter hem aangerend. Verdachte heeft aangever een paar keer geschopt en geslagen.<footnote-ref linkend="_da368c28-c576-406d-8f0a-19df5fac4b46" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het primair tenlastegelegde</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte is het medeplegen van zware mishandeling tenlastegelegd. Om te spreken van medeplegen moet sprake zijn van een bewuste en nauwe samenwerking. De bijdrage van verdachte aan het delict dient van voldoende gewicht te zijn. Dit kan worden beoordeeld bijvoorbeeld aan de hand van de intensiteit van de samenwerking, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van verdachte, de aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Het enkele niet-distantiëren is onvoldoende om te spreken van medeplegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vast staat dat aangever op 15 oktober 2021 een gebroken ellepijp heeft opgelopen. De rechtbank kan op basis van de bewijsmiddelen echter niet vaststellen op welk moment de breuk is ontstaan en door welke verdachte. Aangever heeft verklaard dat het door een trap van een van de broers kwam en getuige [Getuige] heeft aangever ‘<emphasis role="italic">auw mijn arm</emphasis>’ horen roepen. Op de camerabeelden is niet te zien of te horen wanneer de breuk is ontstaan. De rechtbank leidt uit de hiervoor genoemde verklaringen af dat de breuk in ieder geval is ontstaan tijdens de mishandeling door de drie verdachten, maar zij kan niet zonder meer vaststellen door welke schop en door welke verdachte de breuk is ontstaan. Dit gebrek kan niet zonder meer worden ondervangen door de mishandeling in de vorm van medeplegen te gieten. Wanneer meerdere daders iemand aanvallen en mishandelen is niet zonder meer te voorzien dat een gebroken ellepijp hiervan het gevolg kan zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om die reden zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de primair ten laste gelegde medeplegen van zware mishandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde</emphasis>
      </para>
      <para>Van openlijke geweldpleging is sprake bij geweld, gepleegd in vereniging, dat voor derden zichtbaar was of had kunnen zijn en waardoor de openbare orde is verstoord. Geweld wordt in vereniging gepleegd als de dader nauw en bewust samenwerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een significante of wezenlijke bijdrage aan de openlijke geweldpleging levert. Deze bijdrage kan onder andere bestaan uit het verrichten van één of meer gewelddadige handelingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat op 15 oktober 2021 op het terrein van het tankstation geweld heeft plaatsgevonden, dat kan worden gekwalificeerd als openlijke geweldpleging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd. De rechtbank overweegt het volgende. Onder andere uit de verklaringen van aangever en de camerabeelden volgt dat aangever door meerdere personen werd geschopt en geslagen. Ook uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting volgt dat hij zich bevond in het gezelschap van zijn twee broers en op de camerabeelden is te zien dat zij aangever gezamenlijk hebben mishandeld. Het kan niet anders dan dat zij hiertoe bewust en nauw met elkaar hebben samengewerkt. Verdachte heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan de aanval van de drie broers op aangever, door aangever meerdere keren te slaan en te schoppen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 15 oktober 2021 te Arnhem openlijk, te weten, op de Westervoortsedijk, in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [Slachtoffer] door die [Slachtoffer] meermalen, <emphasis role="strike-through">althans eenmaal, op/</emphasis>tegen het hoofd en/of de romp en/of een arm en/of een/de be(e)n(en), <emphasis role="strike-through">althans op/tegen het lichaam,</emphasis> te slaan en/of te stompen en/of te trappen en/of te schoppen en/of een enkel te verdraaien (terwijl die [Slachtoffer] op de grond lag).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat een gevangenisstraf in onvoldoende mate de persoonlijke omstandigheden van verdachte doorkruisen en geen recht doet aan de bewezenverklaarde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank neemt in het bijzonder het volgende in aanmerking. De verdachte heeft zich samen met zijn twee broers schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van een dergelijk geweldsdelict zich nog gedurende langere tijd angstig en onveilig kunnen voelen, terwijl ook bij de omstanders die van het geweld getuige zijn geweest de gevoelens van onveiligheid toenemen. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit strafblad van 3 mei 2023 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De reclassering heeft op 7 april 2022 en op 26 mei 2023 gerapporteerd en ziet geen aanknopingspunten voor een plan van aanpak. Ondanks dat er sprake is geweest van forse agressie, blijken er nauwelijks risicofactoren aanwezig op de (praktische) leefgebieden. Verdachte woont bij zijn ouders, hij heeft werk, er is geen sprake van schulden of middelenproblematiek en er zijn geen aanwijzingen voor een patroon aangaande antisociale gedragingen. Verdachte lijkt impulsief te hebben gehandeld, vanuit een grote mate van loyaliteit ten aanzien van zijn broers. Er lijkt sprake te zijn geweest van wederzijdse beïnvloeding onder de broers, waarbij geen van hen op tijd in staat lijkt te zijn geweest om het geweld te voorkomen.</para>
      <para>
        <?linebreak?>In het voordeel van verdachte neemt de rechtbank mee dat verdachte de enige van de drie broers is die zijn verantwoordelijkheid neemt op de terechtzitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 160 uren een passende reactie vormt. Daarnaast zal aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren worden opgelegd, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [Slachtoffer] heeft in verband met de feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 11.885,- aan materiële schade bestaande uit de volgende posten:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>spijkerbroek € 50,-</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>schoenen € 75,-</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>telefoon € 100,-</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verlies verdien vermogen: € 11.660,-</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Daarnaast vordert de benadeelde partij € 1.500,- aan smartengeld. Telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde schade kan worden toegewezen, met dien verstande dat de materiële schadepost ‘verlies verdienvermogen’ van </para>
      <para>€ 11.660,- dient te worden gematigd naar € 3.500,-. Zij voert daartoe aan dat geen rekening is gehouden met inkoopkosten, de aanschaf van materialen en de brutomarge van stukadoors.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat de schadeposten voor zover deze zien op de spijkerbroek, schoenen en telefoon niet zijn betwist, voldoende zijn onderbouwd en redelijk voorkomen. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de spijkerbroek, schoenen en telefoon tot een hoogte van € 225,- kan worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast vordert de benadeelde partij een vergoeding voor het verlies van verdienvermogen. Hij is zelfstandig werkzaam als stukadoor en had juist daarvoor een grote opdracht aangenomen tegen een uurprijs van € 26,- excl. BTW per m2, met een radius van ca. 400 m2 (binnenwerk) en 30 m2 stucwerk buitenzijde tegen een uurprijs van € 42,-, te beginnen op 17 oktober 2021, zo valt af te leiden uit de whatsapp wisseling met de opdrachtgever. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartegen zijn van de zijde van de verdediging allerlei bezwaren opgeworpen:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de genoemde bedragen zien op omzet; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ze wijken af van wat gebruikelijk is volgens branche-informatie van stukadoors, waaruit volgt dat gemiddeld 40% van de uurprijs ziet op materiaalkosten en vaste lasten en slechts het restant van 60% de brutomarge is;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>benadeelde partij zegt twee maanden niet te hebben kunnen werken, maar had daarbij aanspraak kunnen maken op de Regeling bijstand zelfstandigen of de ‘Tozo-regeling’ van ca € 1.050 per maand, hetgeen van hem verwacht had kunnen worden als schadebeperking;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brutomarge 60% van het gevorderde bedrag komt op ca € 7.000,-, te verminderen met de uitkering die hij had moeten aanvragen ad € 2.000,- zodat resteert € 5.000,- Daarop zou nog de inkomstenbelasting in mindering moeten worden gebracht die hij had moeten betalen als de aanneemsom was betaald (geschat op € 1.750), maar die nu niet is verschuldigd nu het gaat om schadevergoeding. Per saldo zal dan slechts € 3.500,- toewijsbaar zijn;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het is niet duidelijk of het niet doorgaan van de klus het gevolg is van het tenlastegelegde; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er is sprake van eigen schuld van de benadeelde partij, nu hij een verhouding had met de vriendin van één van de verdachten.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>Namens de benadeelde partij heeft mr. Breukink hiertegen bij repliek verweer gevoerd. </para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Blijkens informatie van de benadeelde partij heeft zijn opdrachtgever [Opdrachtgever] een timmermansbedrijf en had hij en voor zijn eigen werkzaamheden al een steiger staan en zou ook voor het benodigde materiaal zorgen; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Wat ook de gemiddelde uurprijs van stukadoors zal zijn kan in het midden blijven nu uit de overgelegde stukken blijkt wat de overeengekomen prijs is en daarmee welk bedrag de benadeelde partij is misgelopen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De ‘Tozo-regeling’ ziet alleen op misgelopen inkomsten in verband met de Covid maatregelen en betrokkene kon hierop dus geen aanspraak maken. Voor de Regeling bijstand zelfstandigen gelden voorwaarden waaraan betrokkene niet voldeed: onder meer tenminste tien jaar werkzaam als zelfstandige en geboren vóór 1 januari 1960.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt:</para>
      <para>Ten aanzien van punten 1 t/m 3 van de verdediging acht de rechtbank de – summier of niet onderbouwde – bezwaren van de verdediging overtuigend weerlegd door de repliek namens de benadeelde partij. De werkzaamheden zouden plaatsvinden in een restaurant en dan is het niet ongebruikelijk dat één partij het gehele werk aanneemt en vervolgens onderdelen (zoals stucwerk) uitbesteedt aan onderaannemers.</para>
      <para>De tegenwerping onder 4 komt ook te vervallen, met de aanvulling dat het afgesproken bedrag excl. BTW was en dat ook de verdediging er kennelijk van uit gaat dat over de schadevergoeding geen inkomstenbelasting verschuldigd is. Het gaat dan ook niet aan om wel een fictief bedrag aan belasting in mindering te brengen. In de civiele letselschadepraktijk dient de aansprakelijke dader in dergelijke gevallen doorgaans een belastinggarantie te verstrekken voor het geval de belastingdienst toch belasting heft over de schadevergoeding. Dit komt dus niet ten nadele van de gelaedeerde. </para>
      <para>Ad 5: de klus zou beginnen op 17 oktober 2021, de mishandeling met als gevolg een gebroken ellepijp was op 15 oktober 2021; het verband lijkt nogal evident.</para>
      <para>Ad 6: een eventuele verhouding met de partner van één van de verdachten, die overigens de relatie een dag eerder had beëindigd en het huis was uitgevlucht, kan toch werkelijk geen grond vormen om dan maar te zeggen dat de mishandeling zijn eigen schuld was en dat dus een deel voor eigen rekening komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Slotsom is dat het volledige bedrag kan worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Smartengeld</emphasis>
      </para>
      <para>Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de openlijke geweldpleging heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel in de vorm van onder meer een gebroken ellepijp opgelopen. Dit is aan verdachte(n) toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.500,- vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is vanaf 15 oktober 2021 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:<?linebreak?></para>
      <para> spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit;<?linebreak?></para>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;<?linebreak?></para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit; <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> legt op een taakstraf van 160 (honderdzestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 (tachtig) dagen;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in verband met het feit onder subsidiair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [Slachtoffer] van € 225,- + € 11.660,- aan materiële schade en € 1.500,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [Slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 13.385,- (€ 225,- + € 11.660,- + € 1.500,- aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 101 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para> bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.P. Bakker (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. S. Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Brouwer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 juni 2023.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5d0a7f74-0d76-40ad-b0c0-e35d8080176d" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, basisteam Arnhem-Noord, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2021546414, gesloten op 1 december 2021 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_db256934-d50c-4ba0-b688-9a91bddf6ac1" label="2">
    <para> Proces-verbaal aangifte [Slachtoffer] , p. 13 en 14. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_248b10c1-76c0-43d2-849f-d8eb94063b59" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [Getuige] , p. 63 en 64.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0129e19b-6701-43d0-8e15-a0b6c1e1b79c" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 53 t/m 55. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd22473b-9f05-489e-8998-b5961d025606" label="5">
    <para> Geneeskundige verklaring d.d. 30 oktober 2021, p. 23.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ef770e5b-184c-4a21-bc45-50511bed6d25" label="6">
    <para> Proces-verbaal aanvullend, proces-verbaalnummer PL0600-2021517773-9. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_da368c28-c576-406d-8f0a-19df5fac4b46" label="7">
    <para> Verklaring van verdachte ter terechtzitting. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>