<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2023:346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-30T12:43:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05-111003-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:346">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-24T10:48:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:346 Rechtbank Gelderland , 27-01-2023 / 05-111003-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2023:346:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft van november 2020 tot en met mei 2022 samen met anderen stelselmatig in cocaïne gedeald in Harderwijk en omgeving. Strafverzwarend acht de rechtbank dat verdachte bij zijn cocaïnehandel jong volwassenen als loopjongens heeft betrokken, die vanwege hun leeftijd makkelijk beïnvloedbaar zijn. Daarnaast heeft verdachte in een oudere zaak zijn bankpas en pincode onder risicovolle omstandigheden beschikbaar gesteld aan een ander, die deze vervolgens heeft gebruikt bij het plegen van WhatsApp-fraude. Verdachte is hiermee medeplichtig aan het witwassen van ruim € 2.800 dat door WhatsApp-fraude is verkregen. Bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs, is verdachte vrijgesproken van oplichting/WhatsApp-fraude en (mede)plegen van witwassen. </para>
        <para>Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met oplegging van bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 3 jaar. De bijzondere voorwaarden bestaan onder meer uit het meewerken aan ambulante behandelingen en het volgen van gedragsinterventie (CoVa). Ook moet verdachte het geld dat hij heeft verdiend aan de cocaïnehandel terugbetalen aan de Staat. De rechtbank stelt dit bedrag vast op ruim 120.000 euro.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2023:346:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 05.111003.22 en 05.096951.21 (gevoegd t.t.z.)</para>
      <para>Datum uitspraak	: 27 januari 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] ,</para>
      <para>op dit moment gedetineerd in de P.I. Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. W. van Vliet, advocaat in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is in de zaak met parketnummer <emphasis role="bold">05.111003.22</emphasis> ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 november 2020 tot en met </para>
      <para>3 mei 2022 te Harderwijk en/of Ermelo en/of Nunspeet en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </para>
      <para>meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, </para>
      <para>zijnde cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, </para>
      <para>dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; <?linebreak?></para>
      <para>Aan verdachte is in de zaak met parketnummer <emphasis role="bold">05.096951.21 </emphasis>ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>hij op of omstreeks 22 juli 2019 te Hilversum, althans in Nederland </para>
    <parablock>
      <para>met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen<?linebreak?>door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, </para>
      <para>
        [benadeelde partij] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meerdere geldbedragen (van in het totaal 2874 euro),</para>
      <para>door zich via Whatsapp valselijk voor te doen als de zoon van voornoemde [benadeelde partij] en voornoemde [benadeelde partij] te verzoeken een of meerdere bedragen over te maken naar een bankrekening ( [bankrekeningnummer] t.n.v. [verdachte] );</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij op of omstreeks 22 juli 2019 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een voorwerp, te weten een geldbedrag (in totaal ongeveer €2874), heeft verworven en/of voorhanden heeft, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een onbekend gebleven dader op of omstreeks 22 juli 2019 te Apeldoorn, althans in Nederland, telkens een voorwerp, te weten een geldbedrag (ongeveer € 2874), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl die onbekend gebleven dader wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door<?linebreak?>in, op of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 22 juli 2019 te Apeldoorn</para>
      <para>zijn, verdachtes bankpas en bijbehorende pincode, althans zijn bankrekeningnummer ( [bankrekeningnummer] ) ter beschikking te stellen aan die onbekend gebleven dader.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich over de gehele periode van 3 november 2020 tot en met 3 mei 2022 schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van het dealen in cocaïne, zoals ten laste gelegd in parketnummer 05.111003.22. Voorts heeft de officier van justitie bewezenverklaring gevorderd van medeplichtigheid aan witwassen, ten laste gelegd onder feit 2 subsidiair van parketnummer 05.096951.21. Voor feit 1 en feit 2 primair van parketnummer 05.096951.21 is vrijspraak gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>In parketnummer 05.111003.22 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de pleegperiode start in mei 2021, de datum van de oudste drugsgerelateerde gesprekken met ‘ [verdachte] ’ in het dossier, aangetroffen op de telefoon van drugsafnemer [naam] . Deze gesprekken zijn hard, technisch bewijs. Weliswaar hebben getuigen [getuige 1 / medeverdachte] , [getuige 2] en [getuige 3] verklaard dat zij over een langere periode dan één jaar drugs hebben afgenomen van verdachte, maar de bewijswaarde van hun verklaringen dient te worden gerelativeerd daar zij  bij de politie en de rechter-commissaris wisselend hebben verklaard over de afnameduur. Ten aanzien van het medeplegen is geen bewijsverweer gevoerd. </para>
      <para>In parketnummer 05.096951.21 heeft de raadsman integrale vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte het oogmerk had om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, noch dat hij opzet had op het plegen van een strafbaar feit. Verdachte heeft van meet af aan verklaard dat een ander hem erin heeft geluisd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer <emphasis role="bold">05.111003.22</emphasis><footnote-ref linkend="_c843d095-8aa2-474e-993d-0275ebf069ec" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
      <para>Op 3 mei 2022 heeft de politie een iPhone onder verdachte in beslag genomen. Uit onderzoek van de politie blijkt dat hierop WhatsApp was geïnstalleerd met telefoonnummer [telefoonnummer] waaraan de naam [medeverdachte] was gekoppeld. Op de telefoon zijn honderden pagina’s aan Whatsappgesprekken aangetroffen over de periode februari 2022 tot en met 3 mei 2022. In de inkomende gesprekken wordt gevraagd om <emphasis role="italic">1, 2, wit, een halve, een grote, een kleine, voor 30, voor 50, voor 60.</emphasis> Ambtshalve is bij de politie bekend dat dit benamingen zijn voor cocaïne in een bepaalde hoeveelheid of een bepaald geldbedrag. Uit de WhatsApp-gesprekken zijn ten minste 51 drugsafnemers gefilterd, onder wie: [naam] , [naam] , [naam] .<footnote-ref linkend="_31c9f8c1-4aed-4bda-bab0-f3964fc8968d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op bovengenoemde iPhone heeft de politie onder meer een grote hoeveelheid gesprekken aangetroffen met [naam] . Deze gesprekken hebben de volgende (dan wel soortgelijke) inhoud</para>
      <para>uitgaand	wil jij vab 28 februari tot 23 maart mij helpen draaie (…)</para>
      <para>inkomend	ja dat kan</para>
      <para>uitgaand	ik heb echt pas ba 28 februari paar strijders nodig (…) </para>
      <para>		dan geef ik je iets van 70 hele 70 kleintjes </para>
      <para>inkomend	(…) goed hoor</para>
      <para>		wie belt en appt dan?</para>
      <para>uitgaand	ik ga doorsturen ik neem telefoon mee</para>
      <para>		je kan toch naar mensen rijden</para>
      <para>inkomend	dat is goed (…)</para>
      <para>uitgaand	nog het beste is als jullie tot 2 wakker zijn op donderdag, vrijdag en zaterdag</para>
      <para>uitgaand	ik ga je echt volproppe met spulle (…)</para>
      <para>		kan je zsm naar tegenover gamma de pompstation</para>
      <para>		1x50poff</para>
      <para>Praxis 1x30</para>
      <para>inkomend	Oké</para>
      <para>Kan je adres sturen (…) dan kan je [naam] zo bellen als die erheen rijd</para>
      <para>(…)</para>
      <para>uitgaand	Had die vrouw die geld gister avond overgemaakt</para>
      <para>inkomend	ja gebracht naar [naam]</para>
      <para>(…)</para>
      <para>uitgaand	Daarna [adres] 4x30, [adres]</para>
      <para>inkomend	oké.<footnote-ref linkend="_fb5843d0-5541-41be-8745-904f924e175f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 mei 2022 trof de politie bij [getuige 1 / medeverdachte] een wit envelopje aan met daarop met pen geschreven ‘50’.<footnote-ref linkend="_d0e9798e-2249-49d6-9dc1-a3c57b72eca4" /> De inhoud hiervan is bemonsterd. Uit onderzoek van het NFI blijkt dat het monster/envelopje cocaïne bevat.<footnote-ref linkend="_7dc7af27-f07f-499b-b46c-3e4c05014e17" /> Op de telefoon van [getuige 1 / medeverdachte] heeft de politie WhatsAppgesprekken aangetroffen met [telefoonnummer] <emphasis role="italic">,</emphasis> contactnaam [verdachte] , over de periode april 2022 tot en met 3 mei 2022<emphasis role="italic">. </emphasis>In de uitgaande gesprekken wordt onder meer gevraagd om een <emphasis role="italic">halfje, een hele, 3 x 60.</emphasis> Hierop wordt door [telefoonnummer] onder meer aangegeven dat die bij de [adres] is, zo een schaaltje pakt, daarna een paar dingen maakt en vanuit zijn [adres] voor hem naar beneden gooit.<footnote-ref linkend="_92b468a1-584c-438b-97ae-a196e7abed3c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [getuige 1 / medeverdachte] heeft op 3 mei 2022 verklaard dat hij sinds anderhalf jaar via de telefoon cocaïne koopt bij [verdachte] . Het eerste contact met [verdachte] was face to face. Hij koopt alleen van [verdachte] cocaïne. [getuige 1 / medeverdachte] verwijdert regelmatig de gespreksgeschiedenis op zijn telefoon. [verdachte] verandert vaak van nummer [de rechtbank begrijpt: telefoonnummer] en stuurt hem dan zijn nieuwe nummer. De cocaïne van [verdachte] is verpakt in een wit gevouwen pakketje waarop de prijs is vermeld. [verdachte] komt zelf de drugs brengen.<footnote-ref linkend="_41eac682-c165-485e-b6c4-659828c96de2" /> Op 17 november 2022 heeft [getuige 1 / medeverdachte] bij de rechter-commissaris verklaard dat hij langere tijd wekelijks coke heeft gekocht van [verdachte] , dat dit gedurende anderhalf jaar kan zijn zoals hij eerder bij de politie heeft verklaard.<footnote-ref linkend="_82497962-ddc2-4e09-87ff-55455af1c0f7" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige 3] heeft op 1 juni 2022 verklaard dat hij via WhatsApp cocaïne kocht bij [verdachte] , woonachtig aan de [adres] . [verdachte] kwam in een grote zwarte station auto. [verdachte] heeft het telefoonnummer van getuige circa twee jaar geleden gekregen en getuige koopt sindsdien cocaïne bij hem. Getuige heeft WhatsApp [naam] .<footnote-ref linkend="_2deaf691-ea9b-4b26-994a-51e003a39af1" /> Op 17 november 2022 heeft [getuige 3] bij de rechter-commissaris verklaard dat hij zo’n anderhalf jaar cocaïne heeft gekocht bij [verdachte] .<footnote-ref linkend="_838125b2-2040-4769-a338-012794582df4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige 2] heeft op 28 mei 2022 verklaard dat zij sinds ongeveer 3 jaar drugs, waaronder harddrugs, koopt van [verdachte] . Zij gooide hiervoor wel eens geld door de brievenbus van [adres] . [verdachte] kwam in een zwarte Audi. [verdachte] kon niet altijd, dan kwamen er andere jongens. Na verloop van tijd had zij een nieuw telefoonnummer van [verdachte] . Getuige herkent de persoon op de foto van verdachte die de politie haar laat zien, als [verdachte] . Getuige heeft WhatsApp [naam] .<footnote-ref linkend="_f7e5be7d-b1c7-4f56-a4bb-f0d60d11f226" /> Bij de rechter-commissaris heeft getuige verklaard dat zij over een lange periode, twee tot drie jaar, dagelijks drugs, waaronder harddrugs, heeft gekocht bij [verdachte] .<footnote-ref linkend="_ed2c8864-9f92-466e-8348-e21fd6857686" /></para>
      <para>Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat hij een paar maanden cocaïne heeft gekocht via het telefoonnummer en WhatsApp van [medeverdachte] . De cocaïne werd geleverd door verschillende personen, jonge gasten tussen de 18 en 25 jaar. Getuige heeft WhatsApp [naam] .<footnote-ref linkend="_2474bce3-f7c6-4d0b-ba94-e9c6d310eb3e" /></para>
      <para>Ter zitting van 13 januari 2023 heeft verdachte, woonachtig aan de [adres] , erkend dat hij heeft gedeald.<footnote-ref linkend="_0841e5c8-c236-4b48-a3c4-b35bb145ae27" /> Ook heeft verdachte bij de politie verklaard dat de iPhone die de politie onder hem in beslag heeft genomen, van hem is, dat hij deze telefoon sinds een paar maanden heeft en dat hij de enige is die deze telefoon gebruikte. Verder heeft verdachte verklaard dat hij onder meer ‘ [verdachte] ’ wordt genoemd en gebruik maakt van een zwarte Audi.<footnote-ref linkend="_c072c0ee-8103-43bc-8a61-19b124387b53" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat verdachte met gebruikmaking van onder meer telefoonnummer [telefoonnummer] met WhatsApp-naam [medeverdachte] en een zwarte Audi in cocaïne heeft gedeald in Harderwijk en omgeving. De rechtbank acht de getuigenverklaringen van [getuige 1 / medeverdachte] , [getuige 3] en [getuige 2] ook ten aanzien van de afnameduur voldoende specifiek en consistent en ziet geen reden om aan de betrouwbaarheid hiervan te twijfelen. Dat er kleine nuanceverschillen zitten tussen hetgeen zij bij de politie en enkele maanden later bij de rechter-commissaris hebben verklaard over de afnameperiode, acht de rechtbank van ondergeschikt belang. Uit hun verklaringen komt </para>
      <para>consequent naar voren dat zij over een periode van anderhalf jaar tot ruim 2 jaar stelselmatig cocaïne van verdachte hebben afgenomen. Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte niet alleen van mei 2021 tot en met mei 2022 in cocaïne heeft gedeald zoals de raadsman heeft bepleit, maar over de gehele periode vanaf 3 november 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In bovenstaande drugsgerelateerde WhatAappgesprekken met [naam] geeft de gebruiker van [telefoonnummer] , zijnde verdachte, nadere instructies voor het dealen en de levering van cocaïne en heeft hij de regie. Dat verdachte anderen inschakelde voor zijn handel in cocaïne volgt ook uit de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 4] . De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking met anderen in cocaïne heeft gedeald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer <emphasis role="bold">05</emphasis>.<emphasis role="bold">096951.21</emphasis><footnote-ref linkend="_3133f570-8b00-4625-a4a3-9cb0b8cf2032" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangever [benadeelde partij] ontving op 22 juli 2019 WhatsAppberichten van een anoniem prepaid nummer ( [telefoonnummer] ) van iemand die, naar later blijkt, zich valselijk voordeed als zijn zoon [benadeelde partij] . In de berichten gaf ‘ [benadeelde partij] ’ aan dat hij een nieuw telefoonnummer heeft, dat zijn bank storing heeft en vraagt hij aangever om een rekening voor hem te betalen. Omstreeks 11:28 uur maakte aangever vanuit zijn zakelijke rekening op verzoek van ‘ [benadeelde partij] ’ € 2.874,59 over naar bankrekening [bankrekeningnummer] , die op naam staat van [verdachte] , zijnde verdachte, en stuurde hiervan een afbeelding  naar ‘ [benadeelde partij] ’. Enkele minuten later, tussen 11:35 en 11:37 uur werd aan de Hoofdstraat 50 in Apeldoorn 2 x € 1.000 en 1 x 800 gepind van voornoemde rekening van verdachte.<footnote-ref linkend="_036d6986-6cd2-407d-922e-1d36f178493d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak feit 1 en feit 2 primair</emphasis>
      </para>
      <para>Bewijs dat verdachte betrokken is geweest dan wel weet had van bovenstaande frauduleuze WhatsAppgesprekken met aangever ontbreekt. Evenmin is op basis van het dossier vast te stellen dat verdachte betrokken is geweest bij de hierop volgende geldopnames van zijn rekening dan wel op dat moment weet had van de overboeking door aangever en de toedracht  hiervan. Daarbij merkt de rechtbank op dat de WhatsAppberichten naar aangever zijn verstuurd vanaf een anoniem prepaid nummer en dat de betreffende camerabeelden van de bankautomaat aan de Hoofdstraat 50 in Apeldoorn volgens de politie van onvoldoende kwaliteit zijn en zodoende niet aan het dossier zijn gevoegd. Bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs zal de rechtbank verdachte vrijspreken van oplichting/WhatsApp-fraude en (mede)plegen van witwassen zoals ten laste gelegd onder feit 1 en feit 2 primair. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring feit 2 subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat een bekende van hem, ene [naam] die in Arnhem verblijft, aangaf dat hij zelf geen bankrekening had en dat mensen geld zouden storten voor hem. Hierop heeft verdachte zijn bankpas met bijbehorende gegevens [de rechtbank begrijpt: pincode] aan [naam] gegeven.<footnote-ref linkend="_b1fcac5a-d3fd-451d-904e-67b30e932b4d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Desgevraagd heeft verdachte geen enkele concrete, verifieerbare informatie over [naam] verstrekt. Uit de verklaringen van verdachte volgt dat hij geen achternaam, adres, telefoonnummer, foto van [naam] heeft. Voorts blijkt uit de verklaringen van verdachte dat hij geen onderzoek heeft verricht c.q. niet heeft doorgevraagd naar de bedoelingen van [naam] met zijn bankgegevens. Door niet alleen zijn bankpas maar ook zijn pincode onder de gegeven omstandigheden aan een ander te geven, heeft verdachte welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat die ander met behulp hiervan een strafbaar feit zou plegen zoals witwassen. Dit levert voorwaardelijk opzet op. De rechtbank acht op grond hiervan bewezen dat verdachte zich als medeplichtige schuldig heeft gemaakt aan witwassen van het door WhatsApp-fraude verkregen geldbedrag van € 2.874,59. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: <emphasis role="bold">05.111003.22</emphasis></para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">een of meerdere</emphasis> tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 3 november 2020 tot en met </para>
      <para>3 mei 2022 te Harderwijk en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Ermelo en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Nunspeet en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> elders in Nederland, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland, </emphasis></para>
      <para>tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen, </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">meermalen, althans eenmaal, (</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> opzettelijk heeft <emphasis role="strike-through">geteeld en/of bereid en/of</emphasis> bewerkt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> verwerkt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> verkocht en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> afgeleverd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> verstrekt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> vervoerd, <emphasis role="strike-through">in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,</emphasis> hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, <emphasis role="strike-through">dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; </emphasis><?linebreak?></para>
      <para>parketnummer <emphasis role="bold">05.096951.21</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. subsidiair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een onbekend gebleven dader op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 22 juli 2019 te Apeldoorn, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland</emphasis>, <emphasis role="strike-through">telkens </emphasis>een voorwerp, te weten een geldbedrag (ongeveer € 2874), heeft verworven en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> voorhanden heeft gehad, terwijl die onbekend gebleven dader wist, <emphasis role="strike-through">althans redelijkerwijs moest vermoeden</emphasis> dat dat voorwerp geheel <emphasis role="strike-through">of gedeeltelijk</emphasis> - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot en<emphasis role="strike-through">/of bij</emphasis> het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk<emphasis role="strike-through"> behulpzaam is geweest en/of</emphasis> gelegenheid en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> middelen en<emphasis role="strike-through">/of i</emphasis>nlichtingen heeft verschaft door<?linebreak?>in, op of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 22 juli 2019 te Apeldoorn </para>
      <para>zijn, verdachtes bankpas en bijbehorende pincode, <emphasis role="strike-through">althans zijn bankrekeningnummer ( [bankrekeningnummer] ) </emphasis>ter beschikking te stellen aan die onbekend gebleven dader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer <emphasis role="bold">05.111003.22</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer <emphasis role="bold">05.096951.21 </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2 subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Medeplichtigheid aan witwassen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat aan het voorwaardelijk strafdeel alle door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden, met uitzondering van de mogelijkheid tot klinische opname. Daarbij heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het geadviseerde deelnameverbod aan kansspelen in de praktijk misschien lastig is te handhaven, maar dat dit niet onmogelijk is en dat het verbod nader kan worden ingevuld door de reclassering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte een jonge dochter heeft. Ook heeft hij aangevoerd dat het gebruik van cocaïne inmiddels in alle lagen van de bevolking is geaccepteerd en voor een afzetmarkt zorgt. De verdediging verzet zich tegen de oplegging van een mogelijke, kortdurende klinische opname nu de noodzaak hiertoe volgens haar ontbreekt. Ook heeft de raadsman bezwaar tegen het door de reclassering geadviseerde gokverbod, mede omdat dit verbod in de praktijk moeilijk te controleren is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft gedurende een periode van 18 maanden stelselmatig in cocaïne gedeald. Het is algemeen bekend dat het gebruik van deze harddrug schadelijk is voor de volksgezondheid en om deze reden door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijsten I is geplaatst. Daarnaast leidt de handel in harddrugs vaak tot ernstige nevencriminaliteit. Verder werkt het criminele geld dat ermee wordt verdiend ondermijnend in de samenleving. Door zijn handelen heeft verdachte een actieve bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit. Strafverzwarend acht de rechtbank dat verdachte bij zijn cocaïnehandel jong volwassenen als loopjongens heeft betrokken, die vanwege hun leeftijd makkelijker beïnvloedbaar zijn. Door het sturen van loopjongens heeft verdachte voorts zijn eigen risico’s om aangehouden te worden beperkt. Verdachte heeft alleen oog gehad voor eigen financieel gewin. Zijn handelen lijkt berekenend. Daarnaast heeft verdachte in een oudere zaak zijn bankpas en pincode onder risicovolle omstandigheden beschikbaar gesteld aan een ander, die deze vervolgens heeft gebruikt bij het plegen van WhatsApp-fraude. Verdachte is hiermee medeplichtig aan het witwassen van ruim € 2.800 dat door WhatsApp-fraude is verkregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee dat uit zijn strafblad volgt dat hij vaker is veroordeeld voor een misdrijf, waaronder Opiumdelicten. Kennelijk heeft de in 2016 aan verdachte opgelegde deels voorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur hem niet weerhouden van het plegen van nieuwe misdrijven. Verdachte is laatstelijk op 8 januari 2021 veroordeeld tot straf zodat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is in parketnummer 05.096951.21.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het reclasseringsrapport van 5 augustus 2022 komt naar voren dat sprake is van een groot  recidiverisico. Verdachte heeft geen of een laag inkomen. Daarbij gokt hij problematisch en gebruikt hij verdovende middelen (met name cannabis). Ook is sprake van ernstige schuldenproblematiek. Verdachte heeft geen dagbesteding en heeft te kennen gegeven dat hij niet bereid is om met legaal werk zijn schulden te verminderen omdat dan beslag wordt gelegd op zijn loon. Hierdoor verkeert hij in een vicieuze cirkel, waar hij niet meer uit lijkt te komen. Ook lijkt sprake te zijn van een negatief sociaal netwerk. Niet is gebleken van beschermende factoren. Verdachte lijkt zelfstandig geen hulp te kunnen/willen organiseren, daar de situatie na het afsluiten van het reclasseringstoezicht in 2016 onveranderd is. Hierdoor zijn interventies geïndiceerd. Om stabiliteit op de belangrijke leefgebieden te creëren, acht de reclassering de volgende voorwaarden noodzakelijk. Meldplicht bij de reclassering met daarbij medewerking aan huisbezoeken, intelligentieonderzoek en urinecontroles, het volgen van gedragsinterventie cognitieve vaardigheden (CoVa), ambulante behandeling bij Tactus of een soortgelijke instelling met de mogelijkheid tot kortdurende klinische opname indien geïndiceerd, meewerken aan schuldhulpverlening, verbod deel te nemen aan kansspelen en meewerken aan het vinden of uitvoeren van gepaste dagbesteding indien nodig geacht. Verdachte heeft bij de reclassering aangegeven zich te conformeren aan regels en afspraken in een eventueel toezicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overwegend, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar passend en geboden. Het voorwaardelijk strafdeel dient mede als extra prikkel voor verdachte om geen strafbare feiten te plegen. Om het recidiverisico verder te verminderen, zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden opleggen die de reclassering heeft geadviseerd, met uitzondering van de mogelijkheid tot kortdurende klinische opname en het verbod deel te nemen aan kansspelen. Daartoe overweegt de rechtbank dat het dossier onvoldoende indicaties biedt voor de noodzaak tot een eventuele klinische opname. Ten aanzien van het geadviseerde verbod op deelname aan kansspelen overweegt de rechtbank dat niet duidelijk is welke instantie toezicht zal houden op de naleving hiervan en op welke wijze. Daarnaast is het niet aan de reclassering maar aan de rechtbank om de invulling van dit verbod te bepalen mede omdat dit de privacy van de verdachte raakt. </para>
      <para>Ter zitting heeft verdachte zich bereid verklaard mee te werken aan de op te leggen voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft in verband met het tenlastegelegde in parketnummer 05.096951.21 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.874,59 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Uit recente, aanvullende stukken van de bank van benadeelde volgt dat en waarom zijn schade uit de WhatsApp-fraude niet is vergoed door de bank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van benadeelde partij [benadeelde partij] hoofdelijk kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. Ook vordert zij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering onder verwijzing naar de bepleite integrale vrijspraak. In geval van bewezenverklaring van feit 2 subsidiair, heeft de raadsman aangevoerd dat er geen causaal verband bestaat tussen het handelen van verdachte, medeplichtigheid aan witwassen, en de geleden schade van benadeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht voldoende komen vast te staan dat de bank de geleden schade van benadeelde niet heeft vergoed. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals hierboven uiteen is gezet, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van betrokkenheid bij de WhatsApp-fraude en veroordelen voor medeplichtigheid aan witwassen van € 2.874,59, verkregen door die WhatsApp-fraude. Vaststaat dat verdachte zijn bankgegevens heeft verstrekt aan een derde. Hiermee heeft hij voltooiing van de WhatsApp-fraude mogelijk gemaakt. Dit leidt de rechtbank tot het oordeel dat tussen het bewezenverklaarde handelen van verdachte en de schade van benadeelde - veroorzaakt door WhatsApp-fraude - voldoende verband bestaat om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is dus naar civielrechtelijke maatstaven samen met de medeverdachte, de tot dusver onbekend gebleven pleger van de WhatsApp-fraude, hoofdelijk aansprakelijk voor de schade. De rechtbank zal de vordering dan ook hoofdelijk toewijzen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal verdachte tevens veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen, eveneens hoofdelijk, met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2019. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. Bij het bepalen van het aantal dagen gijzeling bij niet-voldoening aan de betalingsverplichting aan de staat door verdachte, houdt de rechtbank rekening met de hoofdelijkheid. Zij zal het aantal dagen gijzeling daarom halveren en vaststellen op 19 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>De beoordeling van het beslag(parketnummer 05.11103.22)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich voor wat betreft de in beslag genomen telefoon gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Vaststaat dat verdachte de in beslag genomen iPhone heeft gebruikt voor het dealen in cocaïne. De rechtbank zal de telefoon daarom verbeurd verklaren, zoals ook gevorderd door de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de in beslag genomen Audi verbeurd wordt verklaard daar verdachte deze eveneens heeft gebruikt bij het dealen. De raadsman heeft verzocht de Audi terug te geven aan de rechthebbende. Volgens de verdediging is dat de moeder van verdachte omdat de auto op haar naam staat en zij de aanschaf van de Audi grotendeels heeft bekostigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van het dossier onvoldoende worden vastgesteld dat verdachte zodanig gebruik maakte van deze auto, dat hij aangemerkt kan worden als eigenaar van de auto. Bij dit oordeel betrekt de rechtbank dat de auto op naam staat van de moeder van verdachte en dat de moeder de aanschaf van de auto deels heeft bekostigd. Verder kan niet worden vastgesteld dat de moeder van verdachte redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat haar zoon de auto gebruikte voor het dealen van cocaïne. Aan de wettelijke eis van artikel 33a, lid 2 aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht is niet voldaan, zodat de auto niet vatbaar is voor verbeurdverklaring. Nu geen strafvorderlijk belang zich hiertegen verzet, zal de rechtbank de teruggave van de auto aan de rechthebbende gelasten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: </para>
    </parablock>
    <para>-	14 a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 47, 48, 57, 63, 420bis van het Wetboek van Strafrecht;</para>
    <para>-	2 en 10 van de Opiumwet.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> spreekt verdachte vrij van feit 1 en feit 2 primair van parketnummer 05.096921.21;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">24 (vierentwintig) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>•	stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>•	stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- zich binnen drie werkdagen na de start van het voorwaardelijk strafdeel in persoon meldt bij Reclassering Tactus op telefoonnummer 088 382 28 87. Hierna moet hij zich blijven melden, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte moet zich houden aan de afspraken en aanwijzingen van Reclassering Tactus, ook als dat inhoudt dat hij zijn medewerking moet verlenen aan de uitvoering van huisbezoeken, de SCIL (Screener voor intelligentie en licht verstandelijke beperking), de methodiek 'Stap voor Stap' en/of urinecontroles;</para>
    <para />
    <para>- actief deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;</para>
    <para />
    <para>- zich, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, laat behandelen vanwege middelen- /gokproblematiek bij de ambulante verslavingszorg van Tactus of soortgelijke instelling gedurende de hele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;</para>
    <para />
    <para>- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalings-regelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;</para>
    <para />
    <para>- meewerkt aan het vinden en/of uitvoeren van een gepaste dagbesteding, indien de reclassering dat nodig en haalbaar acht. </para>
    <para />
    <para>• stelt als overige voorwaarden dat verdachte:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>• geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in verband met feit 2 subsidiair van parketnummer 05.096921.21 tot betaling van schadevergoeding aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [benadeelde partij]</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 2.874,59</emphasis> aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij] , een bedrag te betalen van € 2.874,59 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2019 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 19 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> bepaalt dat als de medeverdachte, de pleger van de WhatsApp-fraude, (een deel van) het schadebedrag betaalt, dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verbeurd de in beslag genomen beige iPhone in parketnummer 05.111003.22;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> gelast in parketnummer 05.111003.22 de teruggave van de zwarte personenauto Audi [kenteken] (chassisnr: [chassisnummer] ) aan de rechthebbende.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe, voorzitter, mr. M.C. van der Mei en </para>
              <para>mr. A.M.P.T. Blokhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 januari 2023.</para>
              <para />
              <para>Mr. Van der Mei is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c843d095-8aa2-474e-993d-0275ebf069ec" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer P L0600-2021522526 /ON36021012,</para>
    <para>gesloten op 8 mei 2022 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_31c9f8c1-4aed-4bda-bab0-f3964fc8968d" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen p. 444-446 en bijbehorende WhatsApp-gesprekken p. 447-641, p. 701-717.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fb5843d0-5541-41be-8745-904f924e175f" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen p. 960, Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie p. 1365, gesprekken tussen [naam] en [naam] </para>
    <para>
      [medeverdachte] p. 961-1361.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0e9798e-2249-49d6-9dc1-a3c57b72eca4" label="4">
    <para> Proces-verbaal van aanhouding verdachte [getuige 1 / medeverdachte] p. 648 en kennisgeving van inbeslagneming p. 1 PL0600-2022193070-3 (niet doorgenummerd).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7dc7af27-f07f-499b-b46c-3e4c05014e17" label="5">
    <para> Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen p. 687-688, gelezen in onderlinge samenhang met rapport NFiIDENT p. 690.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_92b468a1-584c-438b-97ae-a196e7abed3c" label="6">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen p. 660-661 en WhatsAppgesprekken p. 663-686.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_41eac682-c165-485e-b6c4-659828c96de2" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1 / medeverdachte] p. 654-657.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_82497962-ddc2-4e09-87ff-55455af1c0f7" label="8">
    <para> Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris van [getuige 1 / medeverdachte] p. 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2deaf691-ea9b-4b26-994a-51e003a39af1" label="9">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] p. 778 + WhatsAppgesprekken van getuige met [naam] [medeverdachte] van 5 maart 2022 tot en met 27 april 2022 p. 780-787.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_838125b2-2040-4769-a338-012794582df4" label="10">
    <para> Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris van [getuige 3] p. 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f7e5be7d-b1c7-4f56-a4bb-f0d60d11f226" label="11">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] p. 720-722 + WhatsAppgesprekken van getuige met [naam] [medeverdachte] van 5 maart 2022 tot en met 27 april 2022, p. 726-777. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed2c8864-9f92-466e-8348-e21fd6857686" label="12">
    <para> Proces-verbaal van getuigenverhoor bij de rechter-commissaris van [getuige 2] van 17 november 2022 p. 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2474bce3-f7c6-4d0b-ba94-e9c6d310eb3e" label="13">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] p. 788-789</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0841e5c8-c236-4b48-a3c4-b35bb145ae27" label="14">
    <para> Verklaring van verdachte afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 13 januari 2023.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c072c0ee-8103-43bc-8a61-19b124387b53" label="15">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 1367, 1373-1374. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3133f570-8b00-4625-a4a3-9cb0b8cf2032" label="16">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer P L0600-2021522526 /ON36021012,</para>
    <para>gesloten op 8 mei 2022 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_036d6986-6cd2-407d-922e-1d36f178493d" label="17">
    <para> Proces-verbaal van aangifte p. 5-7, bevestiging overschrijving p. 8, informatie van Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie p. 12, identificerende gegevens ING p. 14, proces-verbaal van bevindingen  p. 15, </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b1fcac5a-d3fd-451d-904e-67b30e932b4d" label="18">
    <para> Verklaring van verdachte afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 13 januari 2023, gelezen in onderlinge samenhang met proces-verbaal van verhoor verdachte p. 34-35.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>