<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2023:2003</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-23T15:13:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05-057369-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:2003">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:2003</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-11T10:36:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:2003 Rechtbank Gelderland , 07-04-2023 / 05-057369-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2023:2003:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een 39-jarige man uit Amsterdam tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur voor het helen van militaire goederen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2023:2003:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/057369-22</para>
      <para>Datum uitspraak	: 7 april 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [Geboortedatum] in [Geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [Adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. H.E. Berman, advocaat in Purmerend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2020 tot en met 7 april 2021 te Spijk en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, vijf, althans een aantal ballistische helmen (merk Ulbrichts), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door diefstal of verduistering, in elk geval door misdrijf verkregen goederen betrof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_a9333c2d-5f26-4289-85d1-e4228946a084" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Allereerst blijkt dat slechts drie van de vijf Ulbrichts helmen die in beslag zijn genomen, herleidbaar zijn naar de DSI. Van de andere twee kan niet bewezen worden dat deze van een misdrijf afkomstig zijn. Daarnaast heeft verdachte deze helmen bij een handelaar in, onder meer, gebruikte militaire goederen gekocht voor een reële prijs. Hij had daarom niet hoeven vermoeden dat de drie helmen van de DSI van een misdrijf afkomstig zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>
        [Aangever] heeft namens de DSI aangifte gedaan van diefstal dan wel verduistering van zeven ballistische helmen van het merk Ulbrichts die bij de DSI in gebruik zijn. Bij de inventarisatie is namelijk gebleken dat zeven van de vijfhonderddertig helmen niet meer aanwezig waren. De inkoopprijs van deze helmen is € 4.700 per stuk. Een vaste leverancier bracht aangever op de hoogte dat iemand onder de naam ‘ [Naam] verzamelma’ Ulbrichts helmen te koop aanbood: tweedehands helmen voor € 1.000 en nieuwe helmen voor € 1.500.<footnote-ref linkend="_1d727ae8-a998-4524-bd2d-6e947bc992a3" /><?linebreak?></para>
      <para>Getuige [Getuige] heeft verklaard dat hij contact heeft met [Naam] . Hij ontving van hem een screenshot van een helm van de DSI die hij op 16 november 2020 naar [Naam 2] had doorgestuurd. Op 7 april 2021 kwam [Naam] bij [Getuige] thuis met onder meer vijf helmen van de DSI. [Naam] vroeg aan hem of hij een foto wilde maken van een setje van de helm met een riem en een (replica) vest. [Getuige] wist toen al drie of vier maanden dat [Naam] deze helmen had. [Getuige] heeft ook verklaard dat [Naam] zei dat hij € 600 voor de helmen had betaald en deze voor het dubbele doorverkoopt. [Getuige] heeft deze vijf helmen aan de verbalisanten overhandigd.<footnote-ref linkend="_dd7799d3-a9b6-44f9-a72e-266b51180921" /> Op een later moment heeft [Getuige] ter aanvulling verklaard dat hij samen met [Naam 2] heeft gezien dat aan de binnenkant van de helmen stickers zaten. Deze stickers waren doorgesneden en weer aan elkaar geplakt. Hij had niet aan de stickers gezeten en wist ook niet wie de stickers doorgesneden had.<footnote-ref linkend="_c348fded-41b8-44ed-acf6-0b5038dc7cc5" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij onder de naam [Naam] regelmatig contact heeft met [Getuige] . Verdachte heeft ook verklaard dat hij op 7 april 2021 vijf helmen van de DSI naar [Getuige] had gebracht, zodat [Getuige] van een setje met die helmen en riemen en vesten een foto kon maken. Deze helmen had hij gekocht bij een winkel die gespecialiseerd is in de verkoop van onder meer (gebruikte) spullen van politie en defensie. De eerste helm zag verdachte in die winkel liggen en herkende hij meteen als een echte helm die gebruikt wordt door de DSI. Hij kocht deze helm voor € 700. Daarna kocht hij nog vier dezelfde helmen bij die winkel voor € 750 per stuk. Verdachte wilde de helmen doorverkopen voor € 1.500 per stuk, omdat zulke echte helmen wel € 3.000 zouden kosten. Omdat hij deze helmen bij een gespecialiseerde winkel had gekocht, had verdachte niet verwacht dat de helmen van een misdrijf afkomstig waren.<footnote-ref linkend="_e5257762-3cf4-46f1-98cb-816d796dd2eb" /> Op een later moment heeft verdachte ter aanvulling verklaard dat hij niet wist dat in de helmen een serienummer zat. Hij heeft niets aan de helmen aangepast. De stickers aan de binnenkant van de helmen had hij gezien.<footnote-ref linkend="_a444a3ce-a0a9-4d6b-8bc3-a9dd21f7a9ce" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vijf helmen die [Getuige] aan de verbalisanten heeft overgedragen zijn geregistreerd onder SIN AANV6734NL, SIN AANV6735NL, SIN AANV6736NL, SIN AANV6737NL en SIN AANV6738NL. De helmen zijn vergeleken met een digitale foto die medeverdachte [Medeverdachte 1] van een Ulbrichts helm die vermist wordt, heeft gemaakt. Aan de hand van 12 onregelmatigheden op de helm met SIN AANV6735NL wordt de conclusie getrokken dat het zeer waarschijnlijk is dat deze helm de helm van de foto betreft.<footnote-ref linkend="_1b323e95-43ba-491e-ad1a-23bfb86f43ab" /> Alle vijf de helmen zijn van het merk Ulbrichts. Op de binnenkant van de helmen met SIN AANV6736NL, SIN AANV6737NL en SIN AANV6738NL is een chip en een sticker aangetroffen. Op de binnenkant van de helmen met SIN AANV6734NL en SIN AANV6735NL is geen chip aangetroffen. Daarnaast is op deze laatste helm ook geen sticker aangetroffen. De vier aangetroffen stickers bestaan allen uit een boven- en onderkant waarbij de randen van beide delen onregelmatigheden vertonen die niet op elkaar aansluiten. Het is waarschijnlijk dat een tussenliggend deel van de sticker ontbreekt.<footnote-ref linkend="_ce0f48eb-a6e4-4d7f-a4f0-3f34dfd3ef30" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een verbalisant heeft navraag gedaan waarom de inbeslaggenomen helmen afkomstig zijn van de DSI. [Aangever] antwoordde hierop dat ten aanzien van de drie helmen waarin een chip is aangetroffen op grond van het serienummer herleid kan worden dat deze afkomstig zijn van de DSI. Bij de andere twee helmen kan dat niet. Wel kan van de helm met SIN AANV6735NL herleid worden dat deze afkomstig is van de DSI, omdat deze gekoppeld kan worden aan de digitale foto van de helm op de telefoon van [Medeverdachte 1] .<footnote-ref linkend="_d0932810-618d-4cbc-9c01-444bc6824e95" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat zeven ballistische helmen van het merk Ulbrichts bij de DSI zijn gestolen dan wel verduisterd. Vijf vergelijkbare helmen zijn door verdachte gekocht in november/december 2020 en op 8 april 2021, onder [Getuige] , nadat verdachte hem één dag eerder de helmen heeft gegeven, in beslag genomen. Van deze helmen zijn er drie op basis van het serienummer herleidbaar tot de DSI. Een vierde helm kan daarnaast door de onregelmatigheden op de helm herleid worden tot de DSI, omdat deze onregelmatigheden overeenkomen met de onregelmatigheden op een helm die [Medeverdachte 1] bij de DSI heeft verduisterd en daarna heeft gefotografeerd. Dit houdt in dat verdachte in de tenlastegelegde periode vier ballistische helmen voorhanden heeft gehad die afkomstig zijn van een misdrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat in de binnenkant van drie van de helmen van de DSI die verdachte voorhanden had een sticker zit. Deze stickers bestaan uit een boven- en onderkant die niet op elkaar aansluiten. Verdachte heeft verklaard dat hij deze stickers heeft gezien en dat hij niets aan de helmen heeft aangepast. Gelet op deze stickers, had bij verdachte het vermoeden moeten ontstaan dat hiermee mogelijk iets aan de hand was. Niet is gebleken dat verdachte nader onderzoek heeft gedaan naar de herkomst van de helmen. Daarnaast is de inkoopprijs voor de DSI van dit soort helmen € 4.700. Verdachte dacht dat de helmen wel € 3.000 waard zijn. Hij heeft ze van een gespecialiseerde winkel gekocht voor € 700-€ 750 per helm. Gelet hierop had verdachte bij het voorhanden krijgen van deze drie helmen redelijkerwijs moeten vermoeden dat de helmen afkomstig zijn van een misdrijf. De rechtbank acht daarom schuldheling van deze drie helmen bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van de heling van de helmen die geregistreerd zijn onder SIN AANV6734NL en SIN AANV6735NL. De eerste helm is namelijk niet herleidbaar naar de DSI en niet bewezen is dat deze helm afkomstig is van een misdrijf. De tweede helm had geen sticker aan de binnenkant van de helm zitten. Uit het dossier blijkt niet wanneer verdachte deze helm heeft gekocht. Gelet hierop acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte bij het voorhanden krijgen van deze helm redelijkerwijs had moeten weten dat deze helm van een misdrijf afkomstig is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij <emphasis role="strike-through">op één of meer tijdstippen</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 oktober 2020 tot en met 7 april 2021 te <emphasis role="strike-through">Spijk en/of</emphasis> Amsterdam, in elk geval in Nederland<emphasis role="strike-through">, vijf, althans</emphasis> een aantal ballistische helmen (merk Ulbrichts), heeft verworven en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen <emphasis role="strike-through">wist, althans</emphasis> redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door diefstal of verduistering<emphasis role="strike-through">, in elk geval door misdrijf</emphasis> verkregen goederen betrof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">schuldheling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft, gelet op de persoonlijk omstandigheden van verdachte, verzocht om toepassing van artikel 9a van het Wetboek van strafrecht (schuldigverklaring zonder strafoplegging).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit tot een schuldigverklaring zonder strafoplegging. Geen enkele strafafdoening is immers passend. Verdachte heeft geen inkomen, hij is verlamd aan zijn benen en deels in zijn gezicht en rechterarm/hand en gaat psychisch achteruit. De fysieke klachten zullen niet herstellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuldheling. Met heling wordt bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen. Dit kan anderen ook weer aanzetten tot het plegen van diefstal en andere misdrijven. Bovendien zijn de geheelde goederen ballistische goederen. Ballistische goederen zijn strategische goederen die bedoeld zijn voor militaire doeleinden. Het is voor de veiligheid van de maatschappij onwenselijke dat dergelijke goederen vrij op de markt komen. Dat verdachte hieraan heeft bijgedragen, rekent de rechtbank hem dan ook zwaar aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de justitiële documentatie van 1 maart 2023 blijkt dat verdachte vaker is veroordeeld voor vermogensfeiten en op 21 juli 2021 voor schuldheling. De rechtbank zal hier in strafverzwarende zin rekening mee houden. Ook zal de rechtbank bij de strafoplegging rekening houden dat verdachte na het plegen van dit feit voor andere misdrijven is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft verschillende stukken overgelegd ter onderbouwing van de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit deze stukken blijkt dat verdachte sinds 28 januari 2022 een gevoelsstoornis en krachtverlies in zijn benen heeft en geheugen- en concentratieproblemen bij een functionele neurologische stoornis en dat hij op 1 maart 2023 is opgenomen op een psychiatrische afdeling. Hieruit blijkt echter niet dat de klachten zo ernstig zijn dat verdachte niet in de toekomst een taakstraf kan verrichten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorengaande acht de rechtbank een voorwaardelijke taakstraf van veertig uur met een proeftijd van twee jaar passend. Deze straf is hoger dan door de officier is geëist, omdat de rechtbank van oordeel is dat geen strafoplegging, gelet op de ernst van de feiten, in het geheel niet aan de orde is en daarnaast niet voldoende is onderbouwd dat verdachte in de toekomst geen taakstraf kan verrichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het beslag</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vijf ballistische helmen retour kunnen naar de rechthebbende, zijnde DSI. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft primair verzocht dat de helmen worden teruggegeven aan verdachte. Subsidiair heeft zij verzocht om teruggave aan verdachte van de twee helmen die niet aan de DSI kunnen worden gelinkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal ten aanzien van twee helmen beslissen dat deze retour kunnen aan de rechthebbende, zijnde verdachte, met dien verstande dat niet is gebleken dat de helm met SIN AANV6734NL afkomstig is van de DSI en dat verdachte redelijkerwijs niet had moeten vermoeden dat de helm met SIN AANV6735NL afkomstig is van een misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    <para />
    <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot het verrichten van een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">40 (veertig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>gelast de teruggave van de ballistische helmen van het merk Ulbrichts met SIN AANV6736NL, SIN AANV6737NL en SIN AANV6738NL aan de rechthebbende, zijnde de DSI;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gelast de teruggave van de ballistische helmen van het merk Ulbrichts met SIN AANV6734NL en SIN AANV6735NL aan de rechthebbende, zijnde verdachte.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.L. Heldens (voorzitter), mr. Y. van Wezel en mr. F.E. Venema, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Brouwer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 april 2023.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a9333c2d-5f26-4289-85d1-e4228946a084" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [Verbalisant] en [Verbalisant] van de Landelijke Eenheid van de politie, afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20210304.0750.5621, gesloten op 14 juni 2021 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d727ae8-a998-4524-bd2d-6e947bc992a3" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van 10 februari 2021, p. 15-16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd7799d3-a9b6-44f9-a72e-266b51180921" label="3">
    <para> Proces-verbaal verhoor getuige [Getuige] van 8 april 2021, p. 36-38.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c348fded-41b8-44ed-acf6-0b5038dc7cc5" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van 4 mei 2021, p. 124.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5257762-3cf4-46f1-98cb-816d796dd2eb" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte van 13 april 2021, p. 100-105.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a444a3ce-a0a9-4d6b-8bc3-a9dd21f7a9ce" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 april 2021, p. 110-111.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1b323e95-43ba-491e-ad1a-23bfb86f43ab" label="7">
    <para> Proces-verbaal vooronderzoek lab, p. 219a-220.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ce0f48eb-a6e4-4d7f-a4f0-3f34dfd3ef30" label="8">
    <para> Proces-verbaal DNA vooronderzoek aan helmen, p. 223-235, met bijlagen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0932810-618d-4cbc-9c01-444bc6824e95" label="9">
    <para> Aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 22 maart 2023.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>