<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2023:1332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-21T15:53:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9744400</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBGEL:2022:4816" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2022:4816</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:1332">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:1332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-21T15:53:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:1332 Rechtbank Gelderland , 08-03-2023 / 9744400</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2023:1332:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Na opvraag van informatie in het kader van ambtshalve toetsing blijkt van een kwartaallimiet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2023:1332:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	9744400 \ CV EXPL  22-1836 \ 676 \ 40141</para>
      <para>uitspraak van 8 maart 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap ING Bank N.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eisende partij  </emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde Flanderijn Gerechtsdeurwaarders </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Arnhem</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gedaagde partij  </emphasis>
      </para>
      <para>niet verschenen </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 10 augustus 2022 en het daarin genoemde processtuk</para>
      <para>- de akte van de eisende partij en het betekende exploot.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis is de eisende partij bevolen om de stellingen in de dagvaarding nader toe te lichten, zodat de kantonrechter in staat is om te beoordelen of de vordering onrechtmatig of ongegrond is en daarbij te beslissen of er aanleiding is om het Europees consumentenrecht ambtshalve toe te passen. De eisende partij heeft vervolgens bij akte op het tussenvonnis gereageerd. Daarnaast heeft de eisende partij de gedaagde partij bij exploot van 27 september 2022 opgeroepen op woensdag 5 oktober 2022 te verschijnen en onder meer het tussenvonnis van 10 augustus 2022 en de akte aan de gedaagde partij betekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Daarna is vonnis bepaald. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Omdat de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, wordt tegen de gedaagde partij verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Aan de hand van het gestelde in de dagvaarding en de akte van de eisende partij is de vordering getoetst aan de dwingende bepalingen van het Europees consumentenrecht. Daaromtrent wordt het volgende overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De gedaagde partij heeft op 15 januari 2018 een betaalrekening bij ING geopend. Het was niet geoorloofd op die bankrekening rood te staan. Op 4 juli 2019 heeft de gedaagde partij een kwartaallimiet verkregen. Zij mocht daarmee tot maximaal € 2.000,00 rood staan tegen 9,9% rente per jaar en zij moest er voor zorgen dat ze gedurende minimaal 24 uur per drie maanden een positief saldo op haar betaalrekening had (geoorloofde roodstand). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De eisende partij stelt dat de ongeoorloofde roodstand op de betaalrekening, anders dan zij in de dagvaarding stelde, niet enkel ontstaan is door een roodstand op de bankrekening, maar ook voortvloeide uit de aan de bankrekening gekoppelde kwartaallimiet. Na beëindiging van die kwartaallimiet op 7 april 2021 stond de gedaagde partij niet enkel een bedrag van € 17,56 ongeoorloofd rood (het bedrag dat de kwartaallimiet overschreed), maar het gehele bedrag van € 2.017,56. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kwartaallimiet valt onder art. 7:57 lid 1 aanhef en onder d BW. Het betreft een geoorloofde debetstand op een rekening. De eisende partij gaf de gedaagde partij daarmee de mogelijkheid bedragen op te nemen die het beschikbare tegoed op de rekening van de gedaagde partij te boven gingen. Anders dan de eisende partij is de kantonrechter van oordeel dat de uitzondering van art. 7:58 lid 2, aanhef en onder e BW niet van toepassing is. Er is namelijk geen sprake van een kredietovereenkomst zonder rente en andere kosten of van een kredietovereenkomst met slechts onbetekenende kosten. De rente die de gedaagde partij verschuldigd was (rente ING Rood Staan en rente buiten limiet) bedroeg namelijk 9,9%. Artikel 7:58 lid 3 BW geldt wel, zodat sprake is van een verlicht regime. Een kredietwaardigheidstoets moest wel plaatsvinden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Ambtshalve toetsing van de kwartaallimiet kan ertoe leiden dat de overeenkomst met betrekking tot deze limiet moet worden vernietigd (bijvoorbeeld als geoordeeld wordt dat sprake is van schending van de kredietwaardigheidstoets). In geval van een vernietiging zal de gedaagde partij wel de bestedingen aan de eisende partij moeten terugbetalen, maar is zij geen rente of kosten voor het krediet aan de eisende partij verschuldigd. Eventueel al door haar betaalde rente en kosten moeten dan in mindering worden gebracht op het terug te betalen krediet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De eisende partij had haar vordering in de dagvaarding als volgt onderbouwd:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 2.040,87 	hoofdsom</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="underline">€      24,38</emphasis> 	rente tot dagvaarding</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>€ 2.065,25	totaal</para>
        <para>Deze vordering had ze beperkt tot € 500,00. Bij akte heeft de eisende partij haar vordering vermeerderd naar een bedrag van € 1.798,21 aan hoofdsom. Dit is het bedrag dat in ieder geval verschuldigd is, aldus de eisende partij, ook als tot vernietiging van de kwartaallimiet wordt overgegaan. De totaal in rekening gebrachte rente bedraagt namelijk € 242,66 en als deze uit de vordering wordt gehaald, resteert een bedrag van (€ 2.040,87 - € 242,66 =) € 1.798,21. Nu de eisende partij geen rente vordert, maar enkel hoofdsom, is de vordering toewijsbaar en kan in het midden blijven of de kwartaallimiet vernietigd moet worden. De vordering, gebaseerd op enkel hoofdsom, komt namelijk niet onrechtmatig of ongegrond voor. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 1.798,21, vermeerderd met de wettelijke rente over de (openstaande) hoofdsom gerekend vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van ING vastgesteld op € 129,74 aan dagvaardingskosten, € 365,00 aan griffierecht en € 199,00 aan salaris voor de gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2023</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>