<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2023:124</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T01:32:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/406442 / HZ ZA 22-220</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBGEL:2022:5409" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2022:5409</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2023/52</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:124">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2023:124</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-17T13:04:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2023:124 Rechtbank Gelderland , 18-01-2023 / C/05/406442 / HZ ZA 22-220</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2023:124:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussentijds hoger beroep toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2023:124:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="128c9e4d-7362-447b-a44c-066e298061b7" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ac09c5d7-5900-48de-802f-9ff36e5a4382" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/05/406442 / HZ ZA 22-220</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 januari 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.	<emphasis role="bold">[eiser in conv./verw. in reconv./verw. in het inc. sub 1]</emphasis>, in zijn hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar in de nalatenschap van [naam 1] ,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,	</para>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[eiser in conv./verw. in reconv./verw. in het inc. sub 2]</emphasis>, in zijn hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar in de nalatenschap van [naam 1] ,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,	</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[eiser in conv./verw. in reconv./verw. in het inc. sub 3]</emphasis>, in zijn hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar in de nalatenschap van [naam 1] ,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisers in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. R.M.J.K.M. Teeuwen te Roermond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.	<emphasis role="bold">[ged. in conv./eis in reconv./verw. in het inc. sub 1]</emphasis>, in haar hoedanigheid van erfgenaam van [naam 2] ,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[ged. in conv./eis in reconv./verw. in het inc. sub 2] ,</emphasis></para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[ged. in conv./eis in reconv./verw. in het inc. sub 3]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>4.	<emphasis role="bold">[ged. in conv./eis in reconv./verw. in het inc. sub 4]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagden in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in reconventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. S.R. Baetens te Eindhoven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [interveniënt]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>interveniënt,</para>
      <para>advocaat mr. L.J.J. van Wijk te Elsloo, gemeente Stein.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eisers in conv./verw. in reconv./verw. in het inc.] en [ged. in conv./eisers in reconv./verw. in het inc.] en [interveniënt] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 23 november 2022</para>
      <para>- het van de zijde van [ged. in conv./eisers in reconv./verw. in het inc.] op 14 december 2022 ingekomen verzoek om hoger beroep in te mogen instellen tegen het incidenteel vonnis van 21 september 2021</para>
      <para>- het B11-formulier van de zijde van [interveniënt] van 9 januari 2023</para>
      <para>- het B11-formulier van de zijde van [eisers in conv./verw. in reconv./verw. in het inc.] van 11 januari 2023. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek van [ged. in conv./eisers in reconv./verw. in het inc.] strekt er toe om een uitzondering te maken op de in artikel 337 lid 2 Rv neergelegde hoofdregel dat hoger beroep van een tussenvonnis slechts is toegestaan tegelijk met hoger beroep tegen het eindvonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Uit de door [ged. in conv./eisers in reconv./verw. in het inc.] op haar verzoek gegeven toelichting volgt dat zij zich niet kan verenigen met het oordeel van de rechtbank dat er op neerkomt dat [interveniënt] tijdig en op de juiste wijze de contantenverklaring van artikel 4:63 lid 3 BW heeft afgelegd. Dit oordeel brengt mee dat [interveniënt] legitimaris is en om die reden is hij toegelaten als tussenkomende partij in het geschil tussen [eisers in conv./verw. in reconv./verw. in het inc.] en [ged. in conv./eisers in reconv./verw. in het inc.] Bij een andersluidend oordeel was [interveniënt] niet toegelaten als tussenkomende partij. Het door [ged. in conv./eisers in reconv./verw. in het inc.] bestreden oordeel is daarmee van grote invloed op de verdere behandeling van deze zaak, aangezien het oordeel heeft geleid tot een aanzienlijke uitbreiding van de procedure. Een andersluidend oordeel in hoger beroep zal partijen investeringen in tijd en kosten besparen. De vorderingen van [interveniënt] hoeven dan in deze procedure immers niet meer behandeld te worden. Daarbij komt dat er weinig jurisprudentie is over de uitleg van artikel 4:63 lid 3 BW en het oordeel van de rechtbank is principieel van aard. De vertraging die deze procedure oploopt door het openstellen van tussentijds hoger beroep acht de rechtbank gelet op het voorgaande niet onredelijk. De rechtbank zal het verzoek toewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In afwachting van de uitkomsten van het hoger beroep zal de onderhavige procedure naar de parkeerrol worden verwezen. De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.     </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek tot het openstellen van hoger beroep tegen het incidenteel vonnis van 21 september 2022 toe,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de parkeerrol van <emphasis role="bold">4 oktober 2023</emphasis>,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>ES/DB</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>