<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:7569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-18T15:31:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9679344</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:7569">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:7569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-18T15:19:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:7569 Rechtbank Gelderland , 18-05-2022 / 9679344</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:7569:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:7569:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">GELDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens  9679344 \ CV EXPL  22-983 \ 520 \ 48073</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats]</para>
      <para>eisende partij</para>
      <para>gemachtigde mr. P. de Haan,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij</para>
      <para>gemachtigde mr. F.M. Schmitz.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 16 maart 2022 en de daarin genoemde processtukken;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 3 mei 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 1 oktober 2019 heeft [gedaagde] , in het kader van het tunen van de auto van [eiser] (een BMW F90 M5 competition met kenteken [kenteken auto] ), een uitlaatsysteem van het merk Akrapovic geïnstalleerd. Aangezien na de installatie een storingsmelding zichtbaar bleef op het dashboard van de auto heeft [gedaagde] de OPF-filtercontrole uit de hoofdcomputer (ECU) van de auto geschreven. [eiser] heeft de factuur ter hoogte van </para>
        <para>€ 7.299,00 aan [gedaagde] voldaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Hierna heeft Wheel Clinic B.V. (hierna ‘Wheel Clinic’) een Akrapovic diffusor aan het uitlaatsysteem toegevoegd voor een bedrag van € 1.100,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 20 april 2020 heeft [eiser] haar auto bij zijn BMW-dealer ( [naam dealer] te [vestigingsplaats] ) aangeboden in verband met klachten over het motorvermogen. Vervolgens heeft [eiser] de auto bij [naam dealer] ingeruild. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De onderdelen van het uitlaatsysteem zijn van de auto van [eiser] verwijderd en de auto is teruggebracht in oude staat. Wheel Clinic heeft de uitlaten voor een bedrag van </para>
        <para>€ 3.500,00 voor [eiser] verkocht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert, bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I	[gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van het overeengekomen bedrag van </para>
        <para>€ 3.799,00 voor de tuning, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2019, althans vanaf de datum van aansprakelijkstelling, althans de dag van de dagvaarding;</para>
        <para>II	[gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.100,00, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van aansprakelijkstelling, althans de dag van de dagvaarding;</para>
        <para>III	[gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 15.000,00 wegens waardevermindering van de auto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2019, althans vanaf de datum van aansprakelijkstelling, althans de dag van de dagvaarding;</para>
        <para>IV	[gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.178,53 aan (wettelijke) incassokosten;</para>
        <para>V	[gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] onbevoegd en zonder toestemming het motormanagement van de auto van [eiser] heeft gewijzigd. Hierdoor is de fabrieksgarantie op de auto vervallen. [gedaagde] erkent dat zij een fout gemaakt heeft, zodat zij aansprakelijk is voor de schade van [eiser] . De schade bestaat uit de waardevermindering van de auto; een bedrag van € 15.000,00. Daarnaast vordert [eiser] de prijs voor (de installatie van) het uitlaatsysteem ter hoogte van € 7.299,00, vermeerderd met het bedrag van € 1.100,00 voor de diffusor, verminderd met het bedrag van € 3.500,00 voor de verkoop van de onderdelen van het uitlaatsysteem. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] voert – voor zover van belang – het volgende aan. Volgens [gedaagde] is de fabrieksgarantie op de auto van [eiser] niet vervallen. Daarnaast heeft [eiser] de vermeende waardedaling niet aangetoond en/of onderbouwd. Als [eiser] onderdelen van het uitlaatsysteem tegen een lagere prijs heeft verkocht dan waarvoor [eiser] deze onderdelen van [gedaagde] heeft gekocht, komt dit voor rekening van [eiser] . Er is immers geen grondslag waaruit volgt dat [gedaagde] deze schade dient te vergoeden.  </para>
        <para>
          [gedaagde] concludeert dan ook tot afwijzing van de vordering van [eiser] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Allereerst dient de vraag beantwoord te worden of de fabrieksgarantie op de auto van [eiser] vervallen is. Om de vordering van [eiser] toe te kunnen wijzen, zal immers vast moeten staan dat de fabrieksgarantie is vervallen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eiser] onderbouwt haar stelling dat de fabrieksgarantie vervallen is met de brief van [naam 1] , zittend in de vestigingsdirectie van [naam dealer] . Van Gompel verklaart het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na het uitlezen van uw auto hebben wij geconstateerd dat er door [gedaagde] Turbo systems BV, software in de motorcomputer is geprogrammeerd. Te weten een Akrapovic uitlaat met een OPF-filter. Gezien de auto na juni 2019 is geproduceerd is dit niet mogelijk via de officiële weg. Dit is volgens de BMW-garantievoorwaarden ten strengste verboden. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Via dit schrijven wil ik u op de hoogte stellen dat dit consequenties heeft voor de garantie op de auto. BMW ziet dit als tuning, daardoor is de garantie op de motorcomputer, motor en aandrijflijn komen te vervallen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezien dit de meest essentiële garantie onderdelen zijn, heeft dit ook nadelige gevolgen voor de restwaarde van de auto. De auto staat nu aangemerkt als einde garantie. Over de hele wereld kunt u geen aanspraak meer maken op garantie. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vanwege de inbreuk in het motormanagement door de firma [gedaagde] Turbo Systems BV is aldus de garantie volledig komen te vervallen en daardoor is deze auto helaas voor u ook sterk in waarde gedaald. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Daarnaast beroept [eiser] zich op de e-mail van 10 maart 2020 van Gompel, waarin hij het volgende verklaart:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De garantie is verlopen door het voorval. Dit kan elke bmw dealer in de wereld uitlezen zodra de auto wordt uitgelezen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] beroept zich op haar beurt op de e-mail van 24 februari 2022 van </para>
        <para>
          [naam 2] , Senior Consultant Customer Relations bij BMW Group Nederland. </para>
        <para>
          [naam 2] verklaart het volgende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Een Akrapovic uitlaatsysteem betreft een buiten de BMW organisatie vervaardigd onderdeel, welke bij montage daarvan een origineel BMW onderdeel zou vervangen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De BMW organisatie kan vanzelfsprekend geen garantie afgeven op niet-originele BMW onderdelen. Indien er een schade ontstaat aan overige onderdelen die een causaal verband heeft met het niet-originele uitlaatsysteem, dan zullen de reparatiekosten hiervan niet onder de fabrieksgarantie worden gedekt. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Verder beroept [gedaagde] zich op een uitdraai van de BMW Group waaruit volgens haar volgt dat op de auto nog de fabrieksgarantie rust. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Gelet op deze gemotiveerde betwisting door [gedaagde] is niet komen vast te staan dat de fabrieksgarantie is vervallen. Op grond van artikel 150 Rv rust op [eiser] de bewijslast dat de fabrieksgarantie op zijn auto vervallen is. Hij zal in de gelegenheid worden gesteld dit te bewijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>stelt [eiser] in de gelegenheid te bewijzen dat de fabrieksgarantie op de </para>
        <para>BMW F90 M5 competition met kenteken [kenteken auto] is vervallen;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat [eiser] zich op de rolzitting van 15 juni 2022 schriftelijk kan uitlaten over de vraag hoe zij het bewijs wil leveren;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat, als [eiser] bewijs wil leveren door middel van schriftelijke stukken, zij deze stukken op de hiervoor vermelde rolzitting over moet leggen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>bepaalt dat [eiser] , als zij bewijs door getuigen wil leveren, de naam en woonplaats van de te horen getuigen op de hiervoor vermelde rolzitting moet opgeven met de verhinderdata van hemzelf, haar gemachtigde en de getuigen en zo mogelijk van de tegenpartij, waarna een dag voor het getuigenverhoor zal worden vastgesteld;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>bepaalt dat, als een getuigenverhoor wordt gehouden, beide partijen daarbij aanwezig moeten zijn om eventueel aansluitend aan het verhoor de zaak te bespreken en om te bekijken of een schikking mogelijk is;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en uitgesproken op 18 mei 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>