<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:6954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-28T09:51:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB _ 22 - 2620</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:6954">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:6954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-28T09:26:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:6954 Rechtbank Gelderland , 14-12-2022 / AWB _ 22 - 2620</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:6954:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechtspersoon verricht feitelijke werkzaamheden in het kader van Participatiewet. Het college heeft bevoegdheden op grond van de Participatiewet aan zich gehouden. Rechtspersoon is dan ook geen bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid onder b van de Awb (‘b-orgaan’).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:6954:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ARN 22/2620 </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van  14 december 2022</title>
    <para />
  </section>
  <bridgehead>in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [Eiser A] te [plaats B] , eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek </title>
    <para>(het college)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">Stoer B.V.</emphasis> te Gendringen (Stoer B.V.)</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.P.H. de Bruijn).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 december 2021 heeft eiser aan het college en Stoer B.V. om de openbaarmaking (verstrekking) van informatie verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stoer B.V. heeft bij brief van 18 januari 2022 de openbaarmaking (verstrekking) geweigerd omdat Stoer B.V. geen bestuursorgaan is en daarom niet gehouden is tot openbaarmaking van informatie over een bestuurlijke aangelegenheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college heeft op 22 februari 2022 stukken aan eiser verstrekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 26 februari 2022 bezwaar gemaakt tegen de beslissing van Stoer B.V. </para>
      <para>Vervolgens heeft eiser Stoer B.V. op 13 april 2022 in gebreke gesteld. Op 23 mei 2022 heeft eiser een beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op zijn informatieverzoek door Stoer B.V. bij de rechtbank ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 30 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, Stoer B.V. en de gemachtigde van Stoer B.V. deelgenomen. Het college is niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank beoordeelt in deze procedure of Stoer B.V. mocht weigeren gehoor te geven aan het verzoek van eiser om verstrekking van informatie (stukken) op grond van (voorheen) de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en  (tegenwoordig) de Wet open overheid (Woo).<footnote-ref linkend="_e360566e-cb54-45c5-9d0c-4f16de1b0e28" /></para>
    <para />
    <para>2. Zowel de Wob als de Woo richten zich tot bestuursorganen.<footnote-ref linkend="_cdd10b70-44d4-49e1-b2af-e356382fd55b" /> Zij zijn – kort </para>
    <para>gezegd –  gehouden om op verzoek informatie die de publieke taak raakt te verstrekken.<footnote-ref linkend="_c252d95f-999c-4e79-aab1-b5e2e9d60eb5" /> Aan die verstrekking zijn voorwaarden verbonden. Die zijn in de wetgeving nader uitgewerkt.</para>
    <para />
    <para>3. Om te kunnen beoordelen of Stoer B.V. het informatieverzoek van eiser mocht weigeren, moet de rechtbank eerst de rechtsvraag beoordelen of Stoer B.V. een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (en daarmee dus ook in de zin van de Woo en de Wob) is.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Artikel 1:1, eerste lid, van de Awb bepaalt dat onder een bestuursorgaan wordt verstaan:</para>
      <para>a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld,, of</para>
      <para>b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Stoer B.V. is een rechtspersoon naar burgerlijk recht.<footnote-ref linkend="_eb7d0514-090f-4cd9-ae3b-187f319f3749" /> Stoer B.V. is niet krachtens het publiekrecht ingesteld. Stoer B.V. verricht geen bestuurlijke taken zoals bijvoorbeeld het college, de gemeenteraad of een waterschap. Stoer B.V. is dan ook geen bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder a van de Awb.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor het zijn van een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid onder b van de Awb (een zogenoemd ‘b-orgaan’) is van belang of de (rechts)persoon met enig openbaar gezag is bekleed. De rechtbank is van oordeel dat Stoer B.V. niet met enig openbaar gezag is bekleed en dus geen ‘b-orgaan’ is. De rechtbank betrekt bij dit oordeel het volgende.</para>
        <para>Het college heeft de bevoegdheden, die vanuit de Participatiewet (Pw) aan het college zijn toegekend, zoals het toekennen van bijstand en het opleggen van verplichtingen en maatregelen aan de bijstandbehoeftige, aan zich gehouden. Stoer neemt dus geen beslissingen die van invloed kunnen zijn op de rechtspositie van bijstandsgerechtigden. </para>
        <para>Daar komt bij dat, gelet op de omschrijving van de taken en verplichtingen van Stoer B.V. in de tussen Stoer B.V. en het college gesloten samenwerkingsovereenkomst, de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zoals neergelegd in bijlage 3 bij die overeenkomst en de beschrijving van de taken en werkzaamheden ter zitting, Stoer B.V. puur met de uitvoering (van een deel van de taken die voortvloeien uit de door het college genomen besluiten op grond van de Pw) is belast. Anders gezegd, Stoer B.V. is een (feitelijke) uitvoeringsorganisatie.</para>
        <para>Daarom kan niet worden aangenomen dat Stoer B.V. met enig openbaar gezag is bekleed. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daaraan doet niet af dat de gemeente Oude IJsselstreek dan wel haar bestuursorganen een doorslaggevende invloed hebben op het bestuur van Stoer B.V en ook de financiële middelen verstrekken waarmee Stoer B.V. zijn werk kan doen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Uit het voorgaande volgt dat, omdat Stoer B.V. geen ‘a-‘ of ‘b-bestuursorgaan is’, Stoer B.V. ook niet gehouden was om op grond van de Wob of de Woo de door eiser gewenste informatie te verstrekken. </para>
      <para />
      <para>5. Dat Stoer B.V. geen bestuursorgaan is, brengt verder met zich dat eiser Stoer B.V. niet in gebreke heeft kunnen stellen. Evenmin kan eiser beroep tegen het niet tijdig beslissen instellen. Dat kan immers alleen als een bestuursorgaan in gebreke zou zijn tijdig een besluit te nemen maar daarvan is geen sprake. Dit betekent dan ook dat het beroep niet-ontvankelijk is. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para>Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak (verder) niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Klein Egelink, rechter, in aanwezigheid van mr. K.V. van Weert, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e360566e-cb54-45c5-9d0c-4f16de1b0e28" label="1">
    <para> De Wob is per 1 mei 2022 vervangen door de Woo. De Woo kent onmiddellijke werking.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cdd10b70-44d4-49e1-b2af-e356382fd55b" label="2">
    <para> Artikel 1a van de Wob, artikel 2 van de Woo.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c252d95f-999c-4e79-aab1-b5e2e9d60eb5" label="3">
    <para> Artikelen 1 en 3 van de Wob, artikel 2.1 van de Woo.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eb7d0514-090f-4cd9-ae3b-187f319f3749" label="4">
    <para> Artikelen 175 en volgende van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>