<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:6458</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-30T16:08:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/127850-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:6458">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:6458</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-30T16:05:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:6458 Rechtbank Gelderland , 18-11-2022 / 05/127850-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:6458:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>veroordeling wegens overtreding van de artikelen 6 en 8 van de Wegenverkeerswet tot een taakstraf van 240 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:6458:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/127850-22</para>
      <para>Datum uitspraak	: 18 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. R.P. Adema, advocaat in Putten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 25 december 2021 te Ermelo, in de gemeente Ermelo, in elk </para>
      <para>geval in Nederland,</para>
      <para>als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede </para>
      <para>rijdende over de weg, (Zeeweg), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld </para>
      <para>te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, </para>
      <para>onvoorzichtig en/of onoplettend,</para>
      <para>rijdende over voornoemde Zeeweg en/of gekomen nabij de kruising van wegen: </para>
      <para>Zeeweg en/of de Horsterweg en/of de Fokko Kortlanglaan met een snelheid gelegen </para>
      <para>tussen 46 en 54 km p/u te rijden en/of (daarbij)</para>
      <para>zijn snelheid niet, althans onvoldoende, aan te passen aan een snelheid voor een </para>
      <para>veilig verkeer ter plaatse en/of </para>
      <para>(vervolgens)bord model B06 van het Reglement verkeer verkeerstekens 1990 en/of </para>
      <para>de op het wegdek van de Zeeweg aangebrachte haaientanden te negeren en/of </para>
      <para>(vervolgens) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en </para>
      <para>verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig </para>
      <para>zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig tot stilstand te brengen </para>
      <para>binnen de afstand waarover hij die weg(en) kon overzien en waarover deze vrij </para>
      <para>waren en/of </para>
      <para>(vervolgens) voornoemde kruising van wegen op te rijden, terwijl een (kruisende) </para>
      <para>medeweggebruiker zich al op voornoemd kruisingsvlak bevond en/of </para>
      <para>(vervolgens) op/tegen voornoemde medeweggebruiker te botsen en/of te rijden,</para>
      <para>waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten </para>
      <para>gebroken kuit- en scheenbeen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat </para>
      <para>daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale </para>
      <para>bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, </para>
      <para>eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, danwel na het feit niet heeft </para>
      <para>voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of </para>
      <para>negende lid van genoemde wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou </para>
      <para>kunnen leiden:</para>
      <para>hij op of omstreeks 25 december 2021 te Ermelo, in de gemeente Ermelo, als </para>
      <para>bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, </para>
      <para>Horsterweg, en/of gekomen nabij de kruising van wegen: Zeeweg en/of de Horsterweg en/of de Fokko Kortlanglaan met een snelheid gelegen tussen 46 en 54 km p/u heeft gereden en/of (daarbij) zijn snelheid niet, althans onvoldoende, heeft aangepast aan een snelheid veilig </para>
      <para>voor het verkeer ter plaatse en/of </para>
      <para>(vervolgens) bord model B06 van het Reglement verkeer verkeerstekens 1990 en/of </para>
      <para>de op het wegdek van de Zeeweg aangebrachte haaientanden heeft genegeerd en/of </para>
      <para>(vervolgens) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en </para>
      <para>verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig</para>
      <para>zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig tot stilstand te brengen </para>
      <para>binnen de afstand waarover hij die weg(en) kon overzien en waarover deze vrij </para>
      <para>waren en/of </para>
      <para>(vervolgens) voornoemde kruising van wegen is opgereden, terwijl een (kruisende) </para>
      <para>medeweggebruiker zich al op voornoemd kruisingsvlak bevond en/of </para>
      <para>(vervolgens) op/tegen voornoemde medeweggebruiker is gebotst en/of gereden,</para>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, </para>
      <para>althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, </para>
      <para>althans kon worden gehinderd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 25 december 2021 te Ermelo, in de gemeente Ermelo, als </para>
      <para>bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na </para>
      <para>zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed bij </para>
      <para>een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de </para>
      <para>Wegenverkeerswet 1994, 2,88 milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram, </para>
      <para>alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_fe925b82-3b98-4c17-a50f-f0f68cd70cd1" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde. Ten aanzien van het eerste feit is de officier van justitie van mening dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden, dat daardoor een verkeersongeval heeft plaatsgevonden en dat het letsel dat het slachtoffer daarbij heeft opgelopen als zwaar lichamelijk letsel is aan te merken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft partiële vrijspraak gevraagd van het deel van de tenlastelegging van feit 1 dat ziet op de gereden snelheid, nu daarvoor onvoldoende bewijs voorhanden is. Daartoe is aangevoerd dat de verkeersongevallenanalyse is uitgegaan van aannames en dat dat niet voldoende is. De raadsman is het voor wat betreft de schuldgradatie en het zwaar lichamelijk letsel eens met de officier van justitie.</para>
      <para>De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 geen bewijsverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten 1 en 2</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal de feiten 1 en 2 tegelijk beoordelen gelet op de nauwe onderlinge samenhang. Daarbij wordt ieder bewijsmiddel gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud ziet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 41;</para>
    <para>- proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 44; </para>
    <para>- proces-verbaal Forensische Opsporing Verkeer, p. 82-96; </para>
    <para>- proces-verbaal rijden onder invloed, p. 6-8;</para>
    <para>- Maasstad Ziekenhuis, Rapport Alcohol in het verkeer, p. 49-50; </para>
    <para>- geneeskundige verklaring, p. 21;</para>
    <para>- proces-verbaal van verhoor slachtoffer, p. 62;</para>
    <para>- verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 november 2022;</para>
    <para>- proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 36.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de uiteenlopende standpunten ten aanzien van de gereden snelheid, overweegt de rechtbank op dit punt als volgt. Uit het proces-verbaal Forensische Opsporing Verkeer blijkt dat de ter plaatse geldende maximumsnelheid 50 kilometer per uur bedraagt. In dit proces-verbaal werd verder berekend dat de snelheid van de auto waarin verdachte reed bij aanvang van het remblokkeerspoor tussen de 46 en 54 kilometer per uur heeft gelegen. Dat gegeven, in combinatie met de verklaring van verdachte zelf bij de politie dat hij de kruising ‘iets te hard’ heeft benaderd en zijn verklaring ter zitting dat hij te hard de kruising op reed met ‘iets meer dan 50’, maakt dat voldoende bewijs aanwezig is voor dit deel van de tenlastelegging. Dat de uitkomst van de berekende snelheid indicatief is, maakt dat niet anders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Letsel in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994)</emphasis>
      </para>
      <para>Door het verkeersongeval heeft het slachtoffer [slachtoffer] onder meer een gebroken rechter onderbeen (scheenbeen en kuitbeen) opgelopen. Voor het herstel van deze beenbreuk was een operatie noodzakelijk. De arts heeft de duur van de genezing geschat op een periode van ongeveer 6 maanden. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat dit letsel naar gewoon spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van dit onderdeel van de tenlastelegging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994</emphasis>
      </para>
      <para>Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994, moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid dan wel onoplettendheid en/of onachtzaamheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994. Een enkel moment van onoplettendheid is over het algemeen niet voldoende voor het aannemen van aanmerkelijke schuld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de bewezen gedragingen van verdachte, zoals in de tenlastelegging weergegeven, het ongeval hebben veroorzaakt en de conclusie rechtvaardigen dat verdachte zeer onoplettend en onvoorzichtig rijgedrag heeft vertoond (samengevat: door te hard op een kruising af te rijden, zonder voorrang te verlenen een kruising op te rijden en onder invloed van alcohol) en daarmee schuld heeft aan het verkeersongeval. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair en de onder 2 ten laste gelegde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 25 december 2021 te Ermelo, in de gemeente Ermelo, <emphasis role="strike-through">in elk </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">geval in Nederland,</emphasis>
      </para>
      <para>als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede </para>
      <para>rijdende over de weg, <emphasis role="strike-through">(</emphasis>Zeeweg<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld </para>
      <para>te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer<emphasis role="strike-through">, althans aanmerkelijk, </emphasis></para>
      <para>onvoorzichtig en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> onoplettend,</para>
      <para>rijdende over voornoemde Zeeweg en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> gekomen nabij de kruising van wegen: </para>
      <para>Zeeweg en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de Horsterweg en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de Fokko Kortlanglaan met een snelheid gelegen </para>
      <para>tussen 46 en 54 km p/u te rijden en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>daarbij<emphasis role="strike-through">)</emphasis></para>
      <para>zijn snelheid niet, althans onvoldoende, aan te passen aan een snelheid voor een </para>
      <para>veilig verkeer ter plaatse en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>(vervolgens)bord model B06 van het Reglement verkeer verkeerstekens 1990 en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>de op het wegdek van de Zeeweg aangebrachte haaientanden te negeren en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>(vervolgens) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en </para>
      <para>verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig </para>
      <para>zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig tot stilstand te brengen </para>
      <para>binnen de afstand waarover hij die weg(en) kon overzien en waarover deze vrij </para>
      <para>waren en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>(vervolgens) voornoemde kruising van wegen op te rijden, terwijl een (kruisende) </para>
      <para>medeweggebruiker zich al op voornoemd kruisingsvlak bevond en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>(vervolgens) <emphasis role="strike-through">op/</emphasis>tegen voornoemde medeweggebruiker te botsen <emphasis role="strike-through">en/of te rijden</emphasis>,</para>
      <para>waardoor een ander <emphasis role="strike-through">(</emphasis>genaamd [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">)</emphasis> zwaar lichamelijk letsel, te weten een </para>
      <para>gebroken kuit- en scheenbeen, <emphasis role="strike-through">of zodanig lichamelijk letsel</emphasis> werd toegebracht, <emphasis role="strike-through">dat </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">bezigheden is ontstaan,</emphasis> terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, </para>
      <para>eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, <emphasis role="strike-through">danwel na het feit niet heeft </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">negende lid van genoemde wet</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 25 december 2021 te Ermelo, in de gemeente Ermelo, als </para>
      <para>bestuurder van een motorrijtuig, <emphasis role="strike-through">(</emphasis>personenauto<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, dit voertuig heeft bestuurd, na </para>
      <para>zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed bij </para>
      <para>een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de </para>
      <para>Wegenverkeerswet 1994, 2,88 milligram, <emphasis role="strike-through">in elk geval hoger dan 0,5 milligram, </emphasis></para>
      <para>alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feiten 1 en 2:</emphasis>
      </para>
      <para>eendaadse samenloop van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994 (2,88 milligram). </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur waarvan 90 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast heeft zij gevorderd aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaar op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft verzocht aan verdachte geen gevangenisstraf op te leggen. Hij zegt zich niet te verzetten tegen de geëiste taakstraf. Hij heeft bepleit een op te leggen ontzegging van de rijbevoegdheid in duur te beperken, te weten maximaal 2 jaar. Daartoe is aangevoerd dat verdachte het afgelopen jaar (sinds het ongeval) heeft laten zien zich te kunnen gedragen in het verkeer en hij thans afhankelijk is van vervoer door het Leger des Heils.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft, na het nuttigen van veel te veel alcoholhoudende drank, als bestuurder van een personenauto door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag een verkeersongeval veroorzaakt. Daarbij is hij gebotst tegen een fietser, het slachtoffer, als gevolg waarvan zij onder meer een breuk aan haar scheen- en kuitbeen van haar rechterbeen heeft opgelopen. Ter zitting is duidelijk geworden dat het slachtoffer nog steeds kampt met de gevolgen daarvan. Lang wandelen en staan is nog niet mogelijk. Ze heeft sinds het ongeluk lange tijd haar werk niet kunnen uitvoeren en is nog altijd aan het revalideren. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij met zoveel alcohol op toch in de auto is gestapt en deel heeft genomen aan het verkeer met het gevolg zoals hiervoor geschetst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 augustus 2022, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 26 oktober 2022. Daaruit volgt dat verdachte in het verleden is gediagnosticeerd met (trekken van) PDD-NOS en ADHD. Hij erkent problemen te ervaren met het uiten van zijn emoties. Verder is het alcoholgebruik van verdachte een factor die meespeelt in het risico op recidive. Verdachte werkt aan zijn problematiek en verblijft momenteel vrijwillig in een GGZ-instelling, waarna hij in de laatste fase een vervolgbehandeling bij Jellinek zal doorlopen. Hij is vóór zijn opname meer gaan drinken om naar eigen zeggen ‘zijn emoties te dempen’. Die emoties zien voornamelijk op het niet hebben van contact met zijn kinderen na een echtscheiding. Doordat verdachte geen betaalde baan meer heeft, heeft hij schulden opgebouwd. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld.</para>
      <para>Verdachte pleegde de feiten twee maanden na het afsluiten van een tweejarig reclasseringstoezicht. Dat toezicht en de langdurige en intensieve forensische behandeling in combinatie met middelencontrole hebben er niet toe geleid dat bij verdachte sprake was van een blijvende gedragsverandering. Daarnaast heeft verdachte op dit moment ambulante begeleiding voor meerdere uren per week, woont hij in een maatschappelijke opvang en staat er een behandeling bij Jellinek in de startblokken. De zorg lijkt hiermee geborgd. Gelet hierop is de reclassering van mening dat een nieuw reclasseringstoezicht op dit moment geen toegevoegde waarde zal hebben in het terugdringen van recidive en wordt geadviseerd om aan verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht alles afwegende een taakstraf van 240 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk passend en geboden. De rechtbank zal de proeftijd bepalen op twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast zal de rechtbank, mede ter bescherming van de verkeersveiligheid, aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen. Een ontzegging van de rijbevoegdheid is daarnaast vanuit het oogpunt van generale preventie, en gelet op het feit dat deze doorgaans ook wordt opgelegd in zaken die qua ernst vergelijkbaar zijn met deze zaak, passend en geboden. Voor de duur daarvan heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten en soortgelijke zaken. De rechtbank zal aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid van 3 jaar opleggen. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen reden om de ontzegging van de rijbevoegdheid in duur te beperken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: </para>
    </parablock>
    <para>-	9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d en 55 van het Wetboek van Strafrecht;</para>
    <para>-	6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> legt op een <emphasis role="bold">taakstraf van 240 uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, te weten 60 uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit; </para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">ontzegt</emphasis> verdachte ten aanzien van het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde <emphasis role="bold">de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaar.</emphasis></para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W. Bruins (voorzitter), mr. J.A.P. Bakker en mr. J.M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 november 2022.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_fe925b82-3b98-4c17-a50f-f0f68cd70cd1" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2021600305, gesloten op 14 februari 2022 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>