<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:6259</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-29T08:57:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05.143235.22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:6259">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:6259</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-29T08:57:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:6259 Rechtbank Gelderland , 01-11-2022 / 05.143235.22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:6259:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verkeerszaak. Ongeval. Vrijspraak artikelen 6 WVW en 5 WVW. Op basis van summier dossier kan niet worden vastgesteld dat sprake was van schuld in de zin van artikel 6 WVW, dan wel gedragingen van verdachte in de zin van artikel 5 WVW. Veroordeling voor artikel 8 WVW, rijden onder invloed van cannabis en alcohol.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:6259:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05.143235.22</para>
      <para>Datum uitspraak: 1 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. J.L. Vermeer, advocaat in Rhenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 10 september 2021 te Ewijk, in de gemeente Beuningen,</para>
      <para>in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een </para>
      <para>motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelwagen), daarmede rijdende over de weg, de </para>
      <para>(autosnelweg) A50 Links,</para>
      <para>zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft </para>
      <para>gereden, hierin bestaande dat verdachte,</para>
    </parablock>
    <para>- terwijl hij beginnend bestuurder was en/of</para>
    <para>- terwijl hij ter plaatse bekend is,</para>
    <para>- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor </para>
    <parablock>
      <para>hem, verdachte, gelegen weggedeelte(n) van die weg (de A50) en/of het zich daarop </para>
      <para>bevindende verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of</para>
    </parablock>
    <para>- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en </para>
    <parablock>
      <para>verkeersteken 1990 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig </para>
      <para>heeft geregeld dat hij in staat was het voertuig tot stilstand te brengen binnen de </para>
      <para>afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of</para>
    </parablock>
    <para>- met een hoge snelheid, althans met een hogere snelheid dan die voor veilig </para>
    <parablock>
      <para>verkeer ter plaatse geboden was, een voor hem (uit) rijdend ander voertuig is </para>
      <para>genaderd en/of</para>
    </parablock>
    <para>- zonder te remmen, althans zonder (sterk) snelheid te verminderen, en/of uit te </para>
    <parablock>
      <para>wijken is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een voor hem (uit) </para>
      <para>rijdend ander voertuig,</para>
      <para>en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten </para>
      <para>verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan een ander (te weten [slachtoffer] </para>
      <para> ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat </para>
      <para>daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale </para>
      <para>bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, </para>
      <para>eerste, tweede lid en/of vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 10 september 2021 te Ewijk, in de gemeente Beuningen,</para>
      <para>in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto, </para>
      <para>bestelwagen), daarmee rijdende op de weg, de (autosnelweg) A50 Links,</para>
    </parablock>
    <para>- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en </para>
    <parablock>
      <para>verkeersteken 1990 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig </para>
      <para>heeft geregeld dat hij in staat was het voertuig tot stilstand te brengen binnen de </para>
      <para>afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of</para>
    </parablock>
    <para>- met een hoge snelheid, althans met een hogere snelheid dan die voor veilig </para>
    <parablock>
      <para>verkeer ter plaatse geboden was, een voor hem (uit) rijdend ander voertuig is </para>
      <para>genaderd en/of</para>
    </parablock>
    <para>- zonder te remmen, althans zonder (sterk) snelheid te verminderen, en/of uit te </para>
    <parablock>
      <para>wijken is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een voor hem (uit) </para>
      <para>rijdend ander voertuig,</para>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, </para>
      <para>althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, </para>
      <para>althans kon worden gehinderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 10 september 2021 te Ewijk, gemeente Beuningen een voertuig, te weten bedrijfsauto (bestelwagen) heeft bestuurd of als bestuurder  heeft doen besturen, na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs  en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof en/of alcohol als bedoeld in  artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten alcohol, in combinatie  met een of meer andere van deze aangewezen stoffen, te weten cannabis terwijl  ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de WVW94 het gehalte in zijn  bloed bij iedere aangewezen stof en/of alcohol 0.86 milligram ethanol per milliliter  bloed en 2.9 microgram THC per liter bloed bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde  hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die aangewezen stoffen en/of  alcohol afzonderlijk vermelde grenswaarde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_5ab2ce6f-2185-4ee2-b60f-34b61b5fa68b" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Feit 1 (verkeersongeval)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw heeft integrale vrijspraak bepleit, nu niet kan worden vastgesteld dat het ongeval aan verdachte is te wijten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Niet ter discussie staat dat op 10 september 2021 omstreeks 20:30 uur een verkeersongeval heeft plaatsgevonden op de A50 in Ewijk. Bij dit ongeval waren naar alle waarschijnlijkheid het voertuig van verdachte en het voertuig van [slachtoffer] betrokken. Beiden hebben letsel (in het geval van [slachtoffer] mogelijk zelfs blijvend letsel) en schade aan hun auto opgelopen. Verder staat vast dat verdachte beginnend bestuurder was en dat hij reed onder invloed van alcohol en drugs. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Primair: schuld aan het ongeval in de zin van artikel 6 WVW?</emphasis>
      </para>
      <para>De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het aan verdachtes schuld - in de zin van artikel 6 WVW - is te wijten dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Dat betekent in de eerste plaats dat er een causaal verband moet bestaan tussen (de) gedragingen van verdachte en het ongeval. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat de vraag naar de schuld van verdachte niet kan worden beantwoord omdat het dossier te summier is en te veel onduidelijkheden bevat over de feitelijke toedracht van het ongeval. Daarbij stelt de rechtbank voorop dat de gang van zaken bij het onderzoek naar het incident bijzonder ongebruikelijk is. Zo is het ongeval in eerste instantie door de politie afgedaan met een zogenaamde kenmerkmelding plus, waarbij als toedracht een klapband van de auto van [slachtoffer] werd vermeld. Pas toen de politie had vernomen dat de verzekering van [slachtoffer] haar aansprakelijk achtte voor de aanrijding en haar schade niet vergoedde, heeft de politie nader onderzoek ingesteld. Het nader onderzoek naar de toedracht bevat een rapport van de Verkeers Ongevallen Analyse (VOA) en twee getuigenverklaringen. Het onderzoek ten behoeve van de VOA heeft maanden na het ongeval plaatsgevonden. In het rapport leidt  de VOA enkel tot een hypothese naar aanleiding van de vraag of  het aannemelijk is dat beide voertuigen met elkaar in contact zijn gekomen, door de schadefoto’s van deze voertuigen te vergelijken met schadefoto’s van andere voertuigen die betrokken waren bij een kop-staart aanrijding op een rijksweg. De hypothese uit het VOA – te weten dat de auto van [verdachte] met de linker voorzijde tegen de rechter achterzijde van de auto van [slachtoffer] is gebotst – wordt door geen enkel ander bewijsmiddel ondersteund, terwijl het VOA het eerdere scenario van een klapband zonder verder onderzoek terzijde schuift. Daar komt bij dat geen van de getuigen heeft verklaard te hebben waargenomen dat verdachte tegen [slachtoffer] is aangereden. Integendeel,  één van de getuigen (nota bene een politieagente) verklaart nadrukkelijk dat zij heeft gezien dat het voertuig van verdachte en dat van [slachtoffer] <emphasis role="underline">niet</emphasis> met elkaar in aanraking zijn gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Maar zelfs als ervan uit wordt gegaan dat inderdaad sprake is geweest van een botsing tussen de voorzijde van de auto van [verdachte] en de achterzijde van de auto van [slachtoffer] (wat de rechtbank op basis van onder meer het VOA-rapport wel waarschijnlijk acht), dan nog kan uit dat enkele feit niet de conclusie worden getrokken dat sprake was van schuld aan de zijde van verdachte [verdachte] . Dat in het VOA-rapport is aangegeven dat vermoedelijk sprake is geweest van een groot snelheidsverschil tussen de beide voertuigen, rechtvaardigt niet de conclusie dat [verdachte] (dus) te hard heeft gereden. Verdachte heeft van meet af aan verklaard dat hij zich aan de toegestane snelheid hield en dat er ineens een klap was. Geen enkel stuk in het dossier verschaft informatie over de snelheid waarmee verdachte, dan wel [verdachte] reed. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder is opvallend dat uit het dossier en de verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting volgt dat hij op de eerste baan gezien vanaf de linker middenberm reed en [slachtoffer] (dan dus rechts voor hem) op de tweede baan vanaf de linker middenberm. De hypothese van de VOA dat de auto van [verdachte] met de <emphasis role="italic">linker </emphasis>voorzijde tegen de <emphasis role="italic">rechter </emphasis>achterzijde van de auto van [slachtoffer] is gebotst, vraagt dan om een nadere toelichting. Het lijkt immers op het eerste gezicht niet logisch dat een auto met de linker voorzijde tegen de rechter achterzijde van een zich rechts voor hem bevindende andere auto aan botst. Die toelichting ontbreekt in dit (summiere) dossier. Niet duidelijk is of [verdachte] , [slachtoffer] of wellicht beiden hun rijbaan hebben verlaten. Ook volgt niet uit het dossier dat verdachte niet op het verkeer voor hem heeft gelet, niet tijdig heeft geremd en/of zijn snelheid niet voldoende zou hebben geregeld. Het enkele feit dat (vermoedelijk) een aanrijding tussen de twee voertuigen heeft plaatsgevonden, waarvan de oorzaak niet kan worden vastgesteld, brengt niet zonder meer mee dat van verdachte kan worden gezegd dat hij onvoldoende afstand heeft gehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op basis van het voorgaande niet in staat om vast te stellen of er sprake is van schuld van verdachte aan de aanrijding en zo ja, in welke mate. De enkele omstandigheid dat verdachte onder invloed was van alcohol en drugs maakt deze conclusie niet anders. Immers, in beginsel is uitsluitend de vaststelling van middelengebruik onvoldoende voor het oordeel dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Verdachte zal daarom van het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair: artikel 5 WVW</emphasis>
      </para>
      <para>Vervolgens is de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5 WVW. Om tot een veroordeling van dit feit te kunnen komen, moet sprake zijn van zodanige gedragingen van verdachte dat gevaar en/of hinder op weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat ook die vraag niet kan worden beantwoord. Er is immers onvoldoende informatie in het dossier aanwezig om eventuele verkeersfouten van verdachte aan te wijzen. Het subsidiair ten laste gelegde feit kan daardoor evenmin wettig en overtuigend worden bewezen, waardoor verdachte ook hiervan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Feit 2 (rijden onder invloed)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het rijden onder invloed van alcohol en drugs is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> het proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 4;</para>
      <para> het rapport ‘Alcohol en drugs in het verkeer’ van [naam] Ziekenhuis, p. 24-25 en</para>
      <para> de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 oktober 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder <emphasis role="bold underline">feit 2 ten laste gelegde</emphasis> heeft begaan, te weten dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 10 september 2021 te Ewijk, gemeente Beuningen</para>
      <para>een voertuig, te weten bedrijfsauto (bestelwagen) heeft bestuurd <emphasis role="strike-through">of als bestuurder </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">heeft doen besturen</emphasis>, na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs </para>
      <para>en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> alcohol als bedoeld in </para>
      <para>artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten alcohol, in combinatie </para>
      <para>met een of meer andere van deze aangewezen stoffen, te weten cannabis terwijl </para>
      <para>ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van de <emphasis role="italic">Wegenverkeerswet 1994 </emphasis>het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stof en/of alcohol 0.86 milligram ethanol per milliliter </para>
      <para>bloed en 2.9 microgram THC per liter bloed bedroeg<emphasis role="strike-through">, in elk geval (telkens) zijnde </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die aangewezen stoffen en/of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">alcohol afzonderlijk vermelde grenswaarde</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur en daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaar. Deze eis is mede gebaseerd op het standpunt dat sprake is van een schending van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft verzocht te volstaan met de oplegging van een rijontzegging die gelijk is aan de periode dat verdachte zijn rijbewijs kwijt is geweest. Zij heeft in dat verband gewezen op het tijdsverloop, de omstandigheid dat verdachte intussen niet meer in aanraking is gekomen met politie of justitie en het feit dat zijn werk  heeft geleden onder de rijontzegging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft gereden onder invloed van alcohol en drugs. Zowel verdachte als andere weggebruikers liepen door toedoen van verdachte een verhoogd risico op verkeersongevallen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het strafblad van verdachte van 7 september 2022 volgt dat verdachte in december 2018 een strafbeschikking heeft ontvangen voor het rijden zonder geldig rijbewijs. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de straftoemeting heeft de rechtbank de  jurisprudentiële uitgangspunten voor gecombineerd gebruik als uitgangspunt genomen. Dat betekent dat de rechtbank een taakstraf van 40 uur oplegt en daarnaast een rijontzegging van 12 maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs reeds ingevorderd en ingehouden is geweest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: </para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> 9, 14 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en</para>
      <para> 9, 14 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde onder feit 1 primair en subsidiair;</para>
    <para />
    <para> verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    <para />
    <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    <para />
    <para> legt op een taakstraf van 40 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;</para>
    <para />
    <para> ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat een gedeelte van deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, te weten 8 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Leemreize (voorzitter), mr. J.M. Graat en mr. R.D. Leen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.H.M. van Keulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 november 2022.</para>
              <para />
              <para>
                <emphasis role="italic">De voorzitter en griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen</emphasis>.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5ab2ce6f-2185-4ee2-b60f-34b61b5fa68b" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer] , gesloten op 9 juni 2022 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>