<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:606</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T12:01:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBGEL:2022:592</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">u22_696</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:606">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:606</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-09T16:29:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:606 Rechtbank Gelderland , 08-02-2022 / u22_696</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:606:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De burgemeester heeft een last onder bestuursdwang opgelegd. De burgemeester gelast de exploitatie van het bedrijf te staken en gestaakt te houden. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om bij wijze van ordemaatregel, in afwachting van de behandeling van het verzoek op de zitting, het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en het besluit van de burgemeester te schorsen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:606:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ARN 22/696</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 februari 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster], te [woonplaats], verzoekster</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Arnhem, verweerder. </bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 1 februari 2022 heeft de burgemeester een last onder bestuursdwang opgelegd. De last onder bestuursdwang houdt in dat de burgemeester verzoekster gelast de exploitatie van een massagesalon te staken en gestaakt te houden binnen één week na dagtekening van het besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. </para>
    <para />
    <para>2. De burgemeester heeft op grond van artikel 125, derde lid, van de Gemeentewet een last onder bestuursdwang opgelegd vanwege een overtreding van artikel 3.2.1., eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem. De burgemeester acht het aannemelijk dat verzoekster in de massagesalon een seksinrichting exploiteert zonder in het bezit te zijn van een vergunning. Deze onrechtmatige situatie komt niet voor legalisatie in aanmerking. De last onder bestuursdwang houdt in dat de burgemeester verzoekster gelast de exploitatie van de massagesalon te staken en gestaakt te houden. Dit doet verzoekster door de massagetafels uit de salon te verwijderen en verwijderd te houden, binnen een termijn van één week na dagtekening van het besluit. Verzoekster kan in plaats daarvan het pand volledig sluiten en gesloten houden. De gemeentelijke toezichthouders zijn op woensdag 9 februari 2022 om 15.00 uur aanwezig bij het pand om, bij voorkeur in verzoeksters aanwezigheid, een controle uit te voeren. De burgemeester zal erop toezien dat verzoekster gehoor zal geven aan de last. Doet zij dat niet, dan sluit de burgmeester het pand. De last onder bestuursdwang geldt voor onbepaalde tijd.</para>
    <para />
    <para>3. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening inhoudende de last onder bestuursdwang op te schorten.</para>
    <para />
    <para>4. De burgemeester heeft desgevraagd aangegeven niet bereid te zijn in afwachting van de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening het besluit op te schorten.</para>
    <para />
    <para>5. Vanwege het voorgaande is een snelle beoordeling nodig. De voorzieningenrechter acht een onderzoek ter zitting noodzakelijk. Daarom ziet de voorzieningenrechter aanleiding om bij wijze van ordemaatregel, in afwachting van de behandeling van het verzoek op de zitting het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en het besluit van 1 februari 2022 te schorsen. De last onder bestuursdwang is opgelegd naar aanleiding van controlebezoeken in november 2021. Niet is gebleken van een dringende reden waarom verzoekster de exploitatie van de massagesalon op deze korte termijn dient te staken en gestaakt dient te houden. Hierbij weegt mee dat de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening op korte termijn, namelijk vrijdag 11 februari 2022, inhoudelijk op zitting zal behandelen.  </para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para>- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;</para>
    <para>- schorst het besluit van 1 februari 2022. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Visscher, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op <?linebreak?>8 februari 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>