<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:5488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-05T00:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/402066 / HA ZA 22-148</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_intellectueeleigendomsrecht">Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:5488">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:5488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-30T11:09:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:5488 Rechtbank Gelderland , 28-09-2022 / C/05/402066 / HA ZA 22-148</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:5488:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2022:3082. Toewijzing 843a-Rv vordering. Afwijzing vordering tot doen van opgave.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:5488:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b5b85336-9fc4-49c6-8193-7a75946e4208" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ddd0755d-bb88-4733-8a00-ac1be050f5e4" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/05/402066 / HA ZA 22-148</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incidenten van 28 september 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het 843a-incident,</para>
      <para>verweerster in het vrijwaringsincident,</para>
      <para>advocaten mrs. D.N. van Beem en L.J.M. Bruggeman te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 3]
        </emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para>4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 4]
        </emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweersters in het 843a-incident,</para>
      <para>eiseressen in het vrijwaringsincident,</para>
      <para>advocaat mr. A. Klaassen te Barneveld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres in de hoofdzaak zal hierna [eiseres] worden genoemd en de gedaagden in de hoofdzaak gezamenlijk [gedaagden]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 22 juni 2022 en de daarin genoemde processtukken</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verkort proces-verbaal van mondelinge behandeling van 13 september 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling in de incidenten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 22 juni 2022. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Incident ex artikel 843a Rv</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank zal de inzagevordering van [eiseres] toewijzen. Naar het oordeel van de rechtbank is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 843a Rv. [eiseres] heeft een rechtmatig belang bij inzage, de vordering van [eiseres] heeft betrekking op bepaalde bescheiden en bovendien is sprake van een rechtsbetrekking tussen [eiseres] en [gedaagden] De rechtbank zal dit hierna toelichten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rechtmatig belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt dat haar rechtmatige belang bij inzage bestaat uit het kunnen vaststellen welke personen betrokken zijn geweest bij de veronderstelde inbreuken op haar auteursrechten. Bovendien kan [eiseres] door inzage te krijgen in de 35 documenten de omvang van de veronderstelde inbreuk vaststellen. [gedaagden] betwist dat [eiseres] een rechtmatig belang heeft bij inzage. [gedaagden] betoogt dat de vordering van [eiseres] ongespecificeerd is en dat sprake is van een ‘fishing expedition’. Bovendien, zo betoogt [gedaagden] , kan [eiseres] haar bewijspositie op andere wijze rondkrijgen en komt haar een beroep toe op de uitzondering van artikel 843a lid 4 Rv.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Dat sprake is van een fishing expedition is de rechtbank niet gebleken. De inzagevordering heeft betrekking op 35 documenten waarin in ieder geval de termen ‘ [eiseres] ’ en ‘ [eiseres] -server’ voorkomen. In zoverre is de inzagevordering voldoende specifiek. De uitzonderingsgrond genoemd in artikel 843a lid 4 Rv is bovendien in deze zaak niet van toepassing, zo bepaalt artikel 1019a lid 3 Rv. Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] een rechtmatig belang heeft bij haar inzagevordering. Dit belang wordt gegeven doordat [eiseres] inzicht wenst te krijgen in de omvang van de veronderstelde inbreuk door [gedaagden] Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] onweersproken gesteld welke technische informatie zij kan afleiden uit - met name - de 29 Pdf-bestanden die onderdeel uitmaken van de in beslag genomen bescheiden. Uit de meta-data van die bestanden kan worden afgeleid of die documenten zijn aangemaakt na afloop van de [eiseres] -licentie van [gedaagden]</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bepaalde bescheiden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De inzagevordering heeft betrekking op 35 documenten. Het gaat om zes e-mails en 29 Pdf-bestanden. Deze documenten zijn het resultaat van een nadere filtering op basis van de zoektermen ‘ [eiseres] ’ en ‘ [eiseres] -server’. Deze documenten zijn naar het oordeel van de rechtbank zowel naar herkomst, aard en aantal voldoende afgebakend. Ook staan deze documenten in voldoende verband met het geschil in de hoofdzaak.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rechtsbetrekking</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Artikel 1019a lid 1 Rv bepaalt dat een verbintenis uit onrechtmatige daad wegens inbreuk op een recht van intellectuele eigendom geldt als een rechtsbetrekking als bedoeld in art. 843a lid 1 Rv. Aangezien [gedaagden] betwist dat sprake is van inbreuk moet [eiseres] zodanige feiten en omstandigheden stellen en met eventueel reeds voorhanden bewijsmateriaal onderbouwen, dat voldoende aannemelijk is dat er sprake is van een auteursrechtinbreuk. Hierin is [eiseres] naar het oordeel van de rechtbank geslaagd. Uit het procesdossier, en dan met name uit de verklaring van 11 februari 2022 van [naam] , leidt de rechtbank af dat [naam] heeft erkend dat hij betrokken is geweest bij omzeilingshandelingen van de software van [eiseres] . Ook heeft [naam] erkend dat hij omzeilingshandelingen heeft uitgevoerd bij [gedaagden] , dan wel dat hij [gedaagden] daarover heeft geadviseerd. Tegenover deze onderbouwing staat enkel de niet met stukken onderbouwde toelichting van [gedaagden] dat zij na 2013 geen gebruik meer heeft gemaakt van de software van [eiseres] . Ondanks dat de rechtbank in haar tussenvonnis van 22 juni 2022 uitdrukkelijk heeft verzocht om een onderbouwde toelichting daarop te geven, heeft [gedaagden] dit nagelaten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagden] enkel verklaard dat zij sinds 1 januari 2014 gebruikmaakt van een softwarepakket dat concurrerend is aan het softwarepakket van [eiseres] . Zonder nadere onderbouwing is deze stelling voor de rechtbank niet te verifiëren. Daar komt bij dat in het kader van dit incident geen plaats is voor nadere bewijslevering.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opgaveverplichting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Naast inzage in bepaalde bescheiden, vordert [eiseres] – kort gezegd – dat [gedaagden] aan haar opgave doet van het gebruik van computerprogramma’s waarvan [eiseres] auteursrechthebbende is. Deze vordering zal de rechtbank afwijzen, omdat deze niet gegrond kan worden op de artikelen 843a jo. 1019a Rv. Voor zover [eiseres] haar opgaveverplichting baseert op artikel 28 lid 9 Auteurswet, geldt dat zij haar vordering prematuur heeft ingesteld. Binnen dit incident is namelijk niet komen vast te staan dat [gedaagden] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiseres] . Die vraag zal pas aan de orde komen in de hoofdzaak. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De rechtbank zal de inzagevordering (incidentele vordering I) toewijzen. Ook zal de rechtbank [eiseres] machtigen om bij de gerechtelijk bewaarder de betreffende documenten op te vragen indien [gedaagden] deze niet vrijwillig verstrekt. De rechtbank zal de incidentele vordering II (opgaveverplichting) afwijzen. Aan de veroordeling tot het verstrekken van inzage zal de rechtbank geen dwangsom verbinden. Ter zitting heeft [eiseres] immers incidentele vordering III (betaling van een dwangsom) ingetrokken onder de voorwaarde dat aan [eiseres] een vervangende machtiging wordt verstrekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Iedere beslissing over de proceskosten van dit 843a-incident zal de rechtbank aanhouden totdat in de hoofdzaak is beslist.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Vrijwaringsincident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Overeenkomstig hetgeen is overwogen in het tussenvonnis van 22 juni 2022 zal de rechtbank de incidentele vordering van [gedaagden] toewijzen. Iedere beslissing over de proceskosten van dit vrijwaringsincident zal de rechtbank aanhouden totdat in de hoofdzaak is beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">in het 843a-incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>beveelt [gedaagden] om binnen één week na de betekening van dit vonnis aan [eiseres] inzage in en afschrift van de in beslag genomen bescheiden te verschaffen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>machtigt [eiseres] om vanaf de achtste dag na betekening van dit vonnis en voor zover [gedaagden] niet aan de hoofdveroordeling onder 3.1 heeft voldaan zelf namens [gedaagden] inzage en afschrift van de in beslag genomen bescheiden bij de gerechtelijk bewaarder op te vragen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt de beslissing omtrent de proceskosten van het incident aan,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in het vrijwaringsincident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>staat [gedaagden] toe om de heer [naam] in vrijwaring te doen dagvaarden tegen de rolzitting van <emphasis role="underline">9 november 2022</emphasis>,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>staat [gedaagden] toe om [naam BV] in vrijwaring te doen dagvaarden tegen de rolzitting van <emphasis role="underline">9 november 2022</emphasis>,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>houdt de beslissing omtrent de proceskosten van het incident aan,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="underline">9 november 2022</emphasis> voor conclusie van antwoord,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>