<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:5074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-29T11:26:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/880527-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:5074">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:5074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-29T11:25:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:5074 Rechtbank Gelderland , 09-06-2022 / 05/880527-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:5074:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Gelderland veroordeelt een 46-jarige man uit Huissen voor het plegen van oplichting, valsheid in geschrift en witwassen van een geldbedrag van in totaal ruim 7 ton. Ook veroordeelt de rechtbank een 45-jarige vrouw uit Zevenaar, een 43-jarige vrouw uit Groessen en een 40-jarige vrouw uit Brummen voor het plegen van dezelfde soort feiten. De man krijgt een gevangenisstraf van 36 maanden opgelegd. Twee vrouwen krijgen voorwaardelijke gevangenisstraffen van 6 maanden opgelegd en een taakstraf voor de duur van 240 uur. Een derde vrouw krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een taakstraf van 140 uur opgelegd. Een 35-jarige man uit Brummen is vrijgesproken van witwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:5074:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/880527-18</para>
      <para>Datum uitspraak	: 9 juni 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat in Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De beschuldiging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wordt er ten eerste van beschuldigd dat zij met (een) ander(en) of alleen [benadeelde 1] heeft opgelicht, ten tweede dat zij met (een) ander(en) of alleen [benadeelde 2] . heeft opgelicht, ten derde dat zij met (een) ander(en) of alleen gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste werkgeversverklaringen en/of een valse of vervalste salarisspecificatie en ten slotte dat zij met (een) ander(en) of alleen een gewoonte heeft gemaakt van witwassen of zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen van één of meerdere (grote) geldbedragen, van in totaal 652.064,08 euro.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging van de feiten 1 tot en met 3 en ten dele van feit 4, omdat sprake is van verjaring. De verjaring is niet gestuit, de door de rechter-commissaris afgegeven machtiging is namelijk niet aangevraagd en afgegeven op naam van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het recht op strafvervolging niet is verjaard, omdat de verjaring is gestuit door de machtiging van de rechter-commissaris en aansluiting van een telefoontap op 13 november 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat de feiten, de afgegeven machtiging en vervolgens de telefoontap ten aanzien van een medeverdachte van vervolgde, niet ter discussie staan. Naar het oordeel van de rechtbank is de tapmachtiging door de rechter-commissaris een daad van vervolging  die stuitende werking heeft. Uit artikel 72 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht volgt dat elke daad van vervolging de verjaring stuit, ook ten aanzien van anderen dan de vervolgde. De rechtbank is van oordeel dat de machtiging de verjaring jegens verdachte heeft gestuit. Het Openbaar Ministerie is dan ook ontvankelijk in de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_c070b350-8eb7-46b2-939d-21aee5b4c00b" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.</para>
      <para>Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie aangevoerd dat sprake was van een fictief dienstverband van verdachte bij [naam 1] en dat in het aanvraagformulier opzettelijk foutieve informatie is opgenomen met betrekking tot het dienstverband van verdachte bij [naam 1] . De bank is vervolgens onder een onjuiste voorstelling van zaken overgegaan tot uitbetaling van het geldbedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. </para>
      <para>Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging gesteld dat de in de aanvraag vermelde gegevens juist zijn.</para>
      <para>Voor wat betreft feit 2 is aangevoerd dat verdachte geen wetenschap had van de overgelegde bankafschriften en salarisspecificatie. Ten tijde van feit 2 verrichtte zij werkzaamheden bij [naam 2] en ontving zij haar salaris via [naam 6] . Niet kan worden uitgesloten dat bij de aanvraag abusievelijk [naam 1] is vermeld en voorts is het aannemelijk dat de hypotheek ook zou zijn verstrekt als [naam 6] was vermeld in plaats van [naam 1] .</para>
      <para>Betreffende feit 3 heeft de verdediging gesteld dat geen sprake is geweest van opzet. Verdachte had geen wetenschap van de inhoud van de schriftelijke stukken die zijn gebruikt voor de financiële aanvraag. Daarnaast is van belang dat verdachte inkomsten genoot in de periode van de aanvraag. Zij werkte bij [naam 1] en vervolgens bij [naam 2] . </para>
      <para>Ten aanzien van feit 4 is gesteld dat de ten laste gelegde contante stortingen en de € 50.000,-- voor de aankoop van [naam 2] niet afkomstig zijn uit een misdrijf. De contante inkomsten zijn afkomstig van de opbrengsten uit [naam 2] . Mocht er al sprake zijn geweest van een illegaal startkapitaal, dan is dat bedrag een geringe waarde ten opzichte van de legale miljoenen aan omzet. Verder is sprake van een incidenteel karakter van vermenging, namelijk één keer. Ook is aangevoerd dat, in het geval sprake zou zijn van het niet nakomen van fiscale verplichtingen, verdachte daarbij niet opzettelijk heeft gehandeld. Niet kan worden gesteld dat de gelden afkomstig zijn uit een fiscaal misdrijf. Ten aanzien van het bedrag van € 52.547,67 onder vermelding van ‘salaris’ is aangevoerd dat verdachte daadwerkelijk heeft gewerkt voor [naam 2] en dat de betaling van het salaris ging via [naam 6] . Ten slotte is aangevoerd dat verdachte een verklaring heeft afgelegd die min of meer verifieerbaar is en niet op voorhand onwaarschijnlijk. Niet kan met voldoende mate van zekerheid worden gezegd dat de contante stortingen een criminele herkomst hebben. Ten slotte staat niet vast dat verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bepaalde bedragen uit misdrijf afkomstig zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat het door verdachte ingevulde Aanvraagformulier [naam 3] is gedateerd op 21 februari 2006. Verder stelt de rechtbank vast dat verdachte salaris heeft ontvangen van [naam 1] , voor het laatst een bedrag van € 2.981,73 op 2 mei 2006 over de maand maart 2006. Ook vóór die datum, in januari en februari 2006, heeft verdachte eenzelfde bedrag aan salaris ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het voorgaande en de inhoud van het dossier, niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake was van een fictief dienstverband van verdachte bij [naam 1] . Op het moment van de aanvraag bij [benadeelde 1] ontving verdachte immers salaris van [naam 1] . Dat het ontvangen salaris hoger was dan het in het Aanvraagformulier opgegeven netto maandinkomen, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat sprake is van oplichting. Door een lager bedrag op te geven dan feitelijk werd ontvangen, is [benadeelde 1] immers niet bewogen tot de afgifte van het krediet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde onder feit 1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Feiten 2 en 3</emphasis>
      </para>
      <para>Op 16 juni 2006 is door [benadeelde 2] een aanvraag ‘nieuwe 1e hypotheek’ ontvangen van aanvrager [verdachte] (verdachte). Deze aanvraag ziet op het woonhuis aan de [adres 2] . Het gewenste hypotheekbedrag is € 385.000,-- en een bouwdepot € 30.000,--. In het Aanvraagformulier is vermeld dat verdachte accountmanager in loondienst is met vast dienstverband bij [naam 1] en dat haar toetsinkomen per jaar € 62.156,-- bedraagt. Als opmerking is het volgende opgenomen: “klient is reeds relatie wil de hypotheek ophogen ivm met verbouwing heeft hier reeds krediet voor opgenomen wil deze gaarne gelijk verwerken in de hyp, ik mag hem ook geheel oversluiten”.<footnote-ref linkend="_f81634ec-9267-4dbd-a853-f9b6c3e34395" /> Op 14 juli 2006 is goedkeuring verleend.<footnote-ref linkend="_8ec4aa51-f6ce-4c6d-88ac-24ee598dcd83" /> Het bouwdepot van € 21.900,-- is uitgekeerd op 5 oktober 2006.<footnote-ref linkend="_df490775-60f0-4d18-a3f7-73539d3632da" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het hypotheekdossier van [benadeelde 2] . bevindt zich onder meer een werkgeversverklaring van [naam 1] van 24 juli 2006 ondertekend door [naam 4] .<footnote-ref linkend="_9e794cc1-fea8-4509-bd07-57b97182fe02" /> In deze werkgeversverklaring staat dat verdachte sinds 1 september 2005 als accountmanager (“voor onbepaalde tijd of in vaste dienst”) werkzaam is, dat het bruto jaarsalaris van verdachte € 57.557,16 bedraagt en dat de vakantietoeslag € 4.604,57 is. De verklaring is getekend te [plaatsnaam 8] door [naam 4] .<footnote-ref linkend="_18ad4146-4efd-4f24-8b03-d2b2de954eb0" /> Verder bevindt zich in het dossier een werkgeversverklaring van [naam 1] , ondertekend op 12 juli 2006 te [plaatsnaam 2] door [naam 4] , waarin staat dat verdachte sinds 1 september 2005 als accountmanager (“voor onbepaalde tijd of in vaste dienst”) werkzaam is en een bruto jaarsalaris van € 57.557,16 met een vakantietoeslag van € 4.604,57 verdient.<footnote-ref linkend="_e56c4f60-cc16-4cc7-bc53-6f130bee5d92" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de banktransacties van bankrekeningnummer [nummer 1] blijkt dat verdachte van [naam 1] vier keer betalingen heeft ontvangen onder de omschrijving “salaris”. De laatste betaling vond plaats op 2 mei 2006 en had de omschrijving “salaris periode 3 maart 2006”.<footnote-ref linkend="_3f4d1d90-76e8-416e-9695-704a9e19fbdb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat er op een gegeven moment een coffeeshop werd aangekocht en dat die moest worden bekostigd. Medeverdachte [medeverdachte] zei dat de coffeeshop wit was en dat het geld waarmee de coffeeshop werd bekostigd dus ook wit moest zijn. Toen werd besloten om de hypotheek bij [benadeelde 2] te verhogen. Daar wist verdachte van.<footnote-ref linkend="_22743855-d674-4ab3-8986-4f007bf21d01" /> De verhoging van de hypotheek is gedaan om [naam 2] aan te kopen.<footnote-ref linkend="_1664b909-5d08-47d6-ad16-1cccee1e17cc" /> Verder heeft verdachte verklaard dat zij de werkgeversverklaring niet heeft gezien en dat [medeverdachte] <emphasis role="italic">(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte] )</emphasis> de werkgeversverklaringen heeft geregeld.<footnote-ref linkend="_fc2e49a7-93d9-4da4-98e6-3e138b2e06de" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [medeverdachte] (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: [medeverdachte]</emphasis>) en [verdachte] (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: verdachte</emphasis>) de coffeeshop bezochten en aangaven interesse te hebben die coffeeshop over te nemen. [getuige 1] heeft met beiden onderhandeld.<footnote-ref linkend="_96922bde-9b0b-49e6-94cb-7dd258ef6547" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [medeverdachte] iets te maken had met de coffeeshop en dat [medeverdachte] daar volgens getuige zijn geld verdiende. Volgens getuige stond de zaak op naam van [verdachte] (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: verdachte</emphasis>), maar [medeverdachte] was de eigenaar.<footnote-ref linkend="_81266cc6-5d35-4bec-a699-bd08c2445634" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen het plan hadden om coffeeshop [naam 2] te kopen. Om dit te kunnen bekostigen, werd de hypotheek bij [benadeelde 2] verhoogd. Daartoe zijn aan [benadeelde 2] . werkgeversverklaringen overgelegd die naar het oordeel van de rechtbank vals zijn. Die verklaringen stellen namelijk dat verdachte op 12 en 24 juli 2006 werkzaam was als accountmanager bij [naam 1] en daarvoor een salaris ontving, terwijl verdachte sinds 2 mei 2006 geen salaris meer had ontvangen van [naam 1] . De rechtbank komt tot de conclusie dat verdachte na maart 2006 niet langer werkzaam was voor [naam 1] . Desondanks heeft verdachte in het aanvraagformulier – dat door [benadeelde 2] op 16 juni 2006 is ontvangen – aangegeven dat zij als accountmanager in loondienst met vast dienstverband werkzaam is bij [naam 1] , wat toen niet het geval was. Door deze onjuiste informatie te verstrekken, is [benadeelde 2] . bewogen tot het verstrekken van een bouwdepot en het ter beschikking stellen van € 385.000,--. De rechtbank is aldus van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] nauw en bewust hebben samengewerkt bij de oplichting van [benadeelde 2] . (feit 2) en het daarbij gebruik maken van valse werkgeversverklaringen (feit 3). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wist dat de hypotheek bij [benadeelde 2] zou worden verhoogd ten behoeve van de aankoop van de coffeeshop. Verdachte stelt niet te hebben geweten van de valse werkgeversverklaringen. Medeverdachte [medeverdachte] zou die hebben geregeld. Het is een feit van algemene bekendheid dat voor het verkrijgen van een hypotheek een voldoende hoog en vast inkomen noodzakelijk is en dat ten bewijze daarvan een werkgeversverklaring moet worden overgelegd. Verdachte moet zich ervan bewust zijn geweest dat de gegevens in die verklaring gelijk dienden te zijn aan die in het aanvraagformulier. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank minst genomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de werkgeversverklaringen onjuiste informatie zouden bevatten over haar salaris en dienstverband waardoor zij voorwaardelijk opzet heeft gehad op het gebruik daarvan en de oplichting daarmee ter verkrijging van de verhoogde hypotheek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kan uit het dossier niet afleiden en op basis van pagina 11944 de aanwezigheid van een salarisspecificatie van [naam 1] van 31 mei 2006 te [plaatsnaam 1] op naam [verdachte] met betrekking tot mei 2006 waarop zou staan dat er (netto) € 2981,73 aan salaris is of wordt uitbetaald op rekeningnummer [nummer 2] en dat [verdachte] per 1 september 2005 in dienst is getreden kunnen vaststellen. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel in de tenlastelegging onder de feiten 2 en 3 dan ook vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Feit 4</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aankoop [naam 2]</emphasis>
      </para>
      <para>Uit de hierboven bij de feiten 2 en 3 aangehaalde bewijsmiddelen, die hier als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd, blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat [naam 2] door verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is aangekocht met geld dat is verkregen door het plegen van valsheid in geschrift en oplichting waarmee de hypotheek van de [adres 2] is opgehoogd. Naar aanleiding daarvan is een bouwdepot van € 21.900,-- uitgekeerd. Dit, onmiddellijk door eigen misdrijf verkregen geldbedrag, is tezamen en in vereniging met [medeverdachte] aangewend ten behoeve van de aankoop en uit het oordeel van de rechtbank onder de feiten 2 en 3 volgt dat verdachte dit wist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Contante stortingen</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft tussen 2005 en 2018 in totaal € 598.714,41 aan contant geld op haar bankrekeningen gestort gekregen. In totaal is er € 516.814,41 meer contant geld gestort dan er is opgenomen. Een deel van de stortingen tussen 2013 en 2016 – in totaal € 38.508,-- – kan worden verklaard uit een legale inkomstenbron. Verdachte hield in die periode namelijk een paardenpension en de inkomsten die zij daarmee genereerde, heeft zij opgegeven aan de Belastingdienst als inkomen uit overige werkzaamheden.<footnote-ref linkend="_13931122-e529-4683-9534-be0494060429" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat zij elke maand geld kreeg van [medeverdachte] (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte]</emphasis>) dat cash bij haar werd gebracht. De stortingen op haar [benadeelde 1] -rekening ( [nummer 1] ) moeten, volgens verdachte, afkomstig zijn van [naam 2] en zijn opbrengsten uit die zaak. [medeverdachte] kon het op verdachtes bankrekening storten, omdat hij beschikte over een bankpas van deze [benadeelde 1] -rekening. Deze rekening betreft een betaalrekening. De geldbedragen die op de rekening [benadeelde 2] bankrekening ( [nummer 3] ) zijn gestort, zijn afkomstig van haar werkzaamheden met de paardenstallen en van het cash geld dat [medeverdachte] haar gaf. Deze rekening was gekoppeld aan de hypothecaire lening bij [benadeelde 2] . Er kwam geld binnen vanuit de coffeeshop en dat was eerlijk verdiend.<footnote-ref linkend="_b0f7a952-7c4d-4b82-bb64-c46956c3bb3d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het oordeel van de rechtbank dat coffeeshop [naam 2] is aangekocht door verdachte en medeverdachte [medeverdachte] met uit eigen misdrijf verkregen vermogen, is de rechtbank van oordeel dat het cash geld – dat volgens verdachte met die coffeeshop werd verdiend en waarmee de contante stortingen op haar bankrekeningen kunnen worden verklaard – middellijk afkomstig is uit eigen misdrijf. Verdachte heeft samen met medeverdachte [medeverdachte] de misdrijven gepleegd waaruit het geld voor de aankoop van de coffeeshop is verkregen, verdachte wist dat het geld dat vervolgens is verdiend met die coffeeshop ook uit misdrijf afkomstig was. Door dat geld vervolgens (door [medeverdachte] ) op haar bankrekening te (laten) storten, heeft zij zich tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] schuldig gemaakt aan het witwassen van deze contante stortingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft gesteld dat de besmetting van de opbrengsten van [naam 2] , door het startkapitaal uit misdrijf afkomstig is, niet ongelimiteerd is. De omvang van het startkapitaal (€ 50.000,--) zou te gering zijn ten opzichte van de grote opbrengsten (vele miljoenen Euro). De raadsman heeft daarbij gewezen op het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BN0578). De rechtbank volgt de raadsman niet in diens verweer. De raadsman miskent dat het arrest gaat over vermenging van legaal vermogen met illegaal vermogen en de gevolgen voor het legale bestanddeel van dat vermogen. In deze zaak is geen sprake van een dergelijke vermenging. De aankoopsom is immers niet vermengd met de opbrengsten van de coffeeshop, maar geheel voldaan aan de verkoper. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Salaris</emphasis>
      </para>
      <para>Onder vermelding van ‘salaris’ werd tussen 14 juni 2006 en 30 januari 2008 middels 16 transacties € 52.547,67 overgemaakt van de bankrekening ten name van [naam 6] naar het bankrekeningnummer [nummer 4] ten name van verdachte.<footnote-ref linkend="_2e33fdf0-f389-413f-a190-8783a8dec4a4" /> Verdachte heeft verklaard dat zij geen werk heeft verricht voor deze B.V. en dat zij niet weet wat haar inkomsten waren uit dat bedrijf.<footnote-ref linkend="_4820f675-0485-4a3b-bb6f-80070728653e" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de salarisbetalingen aan verdachte vanaf de bankrekening van [naam 6] sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Van verdachte mag daarom worden verlangd dat zij een verklaring geeft voor de herkomst van dat geld. Die verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft niet uitgelegd waarom zij ondanks dat zij geen werkzaamheden verrichtte voor [naam 6] , toch van deze rechtspersoon gelden heeft ontvangen onder de noemer van “salaris”. Daardoor heeft verdachte het vermoeden van witwassen niet ontkracht en is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat zij wist, in de vorm van voorwaardelijk opzet, dat deze betalingen geen legale herkomst hadden en dus afkomstig zijn uit enig misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van dit feit sprake is van medeplegen. De gelden zijn door en in opdracht van een derde, mogelijk medeverdachte [medeverdachte] , onder vermelding van “salaris” overgemaakt op de rekening van verdachte. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een zodanige samenwerking dat sprake is van medeplegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gewoonte</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft zich tussen 2005 en 2018 schuldig gemaakt aan witwassen van een geldbedrag van € 642.754,08. Gelet op deze langdurige periode en de omvang van het witgewassen geldbedrag is de rechtbank van oordeel dat verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>zij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 juni 2006 tot en met 31 augustus 2006 te Arnhem en/of Rheden en/of Nistelrode en/of Velp en/of Eindhoven, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> ander<emphasis role="strike-through">en</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans alleen</emphasis> met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van <emphasis role="strike-through">een valse naam en/of</emphasis> een valse hoedanigheid en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> door listige kunstgrepen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> door een samenweefsel van verdichtsels, </para>
      <para>
        [benadeelde 2] . heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, <emphasis role="strike-through">het verlenen van een dienst, het ter </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,</emphasis> te weten </para>
      <para>-het verstrekken van / het oversluiten van een hypothecaire lening (tbv de woning aan de [adres 2] ) en het verstrekken van een bouwdepot <emphasis role="strike-through">en het verstrekken van een (consumptief) krediet</emphasis> en/of </para>
      <para>-het ter beschikking stellen van een bedrag van 385.000 euro<emphasis role="strike-through">, althans een geldbedrag, </emphasis></para>
      <para>door </para>
      <para>-aan te geven / in te vullen (in het aanvraagformulier [benadeelde 2] ) dat zij als accountmanager in loondienst met vast dienstverband werkzaam is bij [naam 1] (B-016, pag 11929-11936) en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>-aan te geven / in te vullen dat zij bij [naam 1] een bruto jaarsalaris verdient van 62.156 euro (pag 11929) en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>-een werkgeversverklaring van [naam 1] (ondertekend op 24 juli 2006 te Arnhem door [naam 4] ) waarin staat [verdachte] sinds 1 september 2005 als accountmanager (voor onbepaalde tijd of in vaste dienst) werkzaam is en een bruto jaarsalaris van 57.557,16 euro en vakantietoeslag van 4604,57 euro verdient (B-18, pag 11943)) te overleggen en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>-een werkgeversverklaring van [naam 1] (ondertekend op 12 juli 2006 te [plaatsnaam 3] door [naam 4] ) waarin staat [verdachte] sinds 1 september 2005 als accountmanager (voor onbepaalde tijd of in vaste dienst) werkzaam is en een bruto jaarsalaris van 57.557,16 euro en vakantietoeslag van 4604,57 euro verdient (B-20, pag 11950/11951)) te overleggen <emphasis role="strike-through">en/of </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">-een salarisspecificatie van [naam 1] (dd 31 mei 2006) te Arnhem gericht aan [verdachte] met betrekking tot mei 2006 waarop staat dat er (netto) 2981,73 euro aan salaris is/wordt uitbetaald op rekeningnummer [nummer 2] en dat [verdachte] per 1 september 2005 in dienst is getreden) te overleggen (B-18, pag 11944)</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>zij <emphasis role="strike-through">in of omstreeks</emphasis> de periode van 1 juni 2006 tot en met 31 augustus 2006 te Arnhem en/of Rheden en/of Nistelrode en/of Velp en/of Eindhoven, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> ander<emphasis role="strike-through">en</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans alleen</emphasis> opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse <emphasis role="strike-through">en/of vervalste</emphasis> geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als waren deze echt en onvervalst, door </para>
      <para>-een werkgeversverklaring van [naam 1] (ondertekend op 24 juli 2006 te Arnhem door [naam 4] ) waarin staat [verdachte] sinds 1 september 2005 als accountmanager (voor onbepaalde tijd of in vaste dienst) werkzaam is en een bruto jaarsalaris van 57.557,16 euro en vakantietoeslag van 4604,57 euro verdient (B-18, pag 11943) en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- een werkgeversverklaring van [naam 1] (ondertekend op 12 juli 2006 te Arnhem door [naam 4] ) waarin staat [verdachte] sinds 1 september 2005 als accountmanager (voor onbepaalde tijd of in vaste dienst) werkzaam is en een bruto jaarsalaris van 57.557,16 euro en vakantietoeslag van 4604,57 euro verdient (B-20, pag 11950/11951) <emphasis role="strike-through">en/of </emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">-een salarisspecificatie van [naam 1] (dd 31 mei 2006) te Arnhem gericht aan [verdachte] met betrekking tot mei 2006 waarop staat dat er (netto) 2981,73 euro aan salaris is/wordt uitbetaald op rekeningnummer [nummer 2] en dat [verdachte] per 1 september 2005 in dienst is getreden (B-18, pag 11944)</emphasis> te verstrekken aan / toe te zenden / toe te doen komen aan [benadeelde 2] Bank NV ten behoeve van een hypotheekaanvraag / het verkrijgen van een hypothecaire lening mbt een woning aan de [adres 2] ; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>zij op diverse tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode 1 januari 2005 tot en met 31 december 2017, te Arnhem en/of Rheden, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen<emphasis role="strike-through">, althans alleen,</emphasis> van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, <emphasis role="strike-through">althans zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen</emphasis>, immers heeft zij, verdachte, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (één of meer van) haar mededaders, een of meerdere (grote) geldbedragen, <emphasis role="strike-through">van in totaal 652.064,08 euro</emphasis> verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemde geldbedragen gebruik gemaakt, terwijl zij, verdachte en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> één of meer van haar mededaders, wisten<emphasis role="strike-through">, althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,</emphasis> dat voornoemde geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig/eigen misdrijf. </para>
      <para>Immers heeft verdachte </para>
    </parablock>
    <para>- een geldbedrag <emphasis role="strike-through">- van in totaal 549.516,41 euro</emphasis> (contante stortingen op diverse bankrekeningen) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt terwijl zij, verdachte en<emphasis role="strike-through">/of één of meer van</emphasis> haar mededader<emphasis role="strike-through">s</emphasis>, wisten<emphasis role="strike-through">, althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,</emphasis> dat voornoemde geldbedragen – <emphasis role="strike-through">onmiddellijk of</emphasis> middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf ( zaaksdossier B. en berekening ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel); </para>
    <para>- een geldbedrag <emphasis role="strike-through">- van in totaal 50.000,-- euro</emphasis> verworven en/of voorhanden gehad </para>
    <para>en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt door dit bedrag/deze gelden <emphasis role="strike-through">(mede)</emphasis> aan te wenden ten behoeve van de aankoop/betaling van [naam 2] terwijl zij, verdachte en<emphasis role="strike-through">/of één of meer van</emphasis> haar mededader<emphasis role="strike-through">s</emphasis>, wisten<emphasis role="strike-through">, althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,</emphasis> dat voornoemde geldbedragen – onmiddellijk <emphasis role="strike-through">of middellijk</emphasis> – afkomstig waren uit <emphasis role="strike-through">enig/</emphasis>eigen misdrijf (zaaksdossier H. ondernemingen en zaaksdossier B.); </para>
    <para>- een geldbedrag – van in totaal 52.547,67 euro onder vermelding van ‘salaris’ – verworven en/of voorhanden gehad en/of daarvan gebruik gemaakt terwijl zij, verdachte en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> één of meer van haar mededaders, wisten, <emphasis role="strike-through">althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,</emphasis> dat voornoemde geldbedragen – <emphasis role="strike-through">onmiddellijk of</emphasis> middellijk – afkomstig waren uit enig/eigen misdrijf (zaaksdossier H., salaris [naam 6] ).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van de feiten 2 en 3:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de eendaadse samenloop van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">medeplegen van oplichting;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">en:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 4:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">medeplegen van gewoontewitwassen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het plegen van de feiten 1 tot en met 4 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit om bij een (partiële) bewezenverklaring een werkstraf op te leggen in combinatie met een langdurige voorwaardelijke gevangenisstraf. Rekening moet worden gehouden met de rol van verdachte, dat zij medewerking aan het onderzoek heeft verleend, het tijdsverloop en met het feit dat zij met een berg aan schulden is achtergebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft samen met iemand anders gebruik gemaakt van valse werkgeversverklaringen, waarmee zij [benadeelde 2] . hebben opgelicht. Hiermee is het vertrouwen dat hypotheekverstrekkers in de juistheid van dergelijke documenten moeten kunnen hebben, geschaad. Daarnaast is het vertrouwen dat in het economisch verkeer aan dergelijke documenten moet kunnen worden ontleend ondermijnd. Verder heeft verdachte zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Het witwassen van crimineel geld vormt een bedreiging voor de legale economie en bevordert het plegen van strafbare feiten. Door het wegsluizen van crimineel geld wordt namelijk de opsporing van de onderliggende misdrijven bemoeilijkt. In totaal heeft verdachte een geldbedrag van € 642.754,08 witgewassen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de straftoemeting neemt de rechtbank als uitgangspunt de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Wat betreft witwassen bestaat er geen LOVS-oriëntatiepunt, in de praktijk wordt aangesloten bij het oriëntatiepunt voor fraude. Hieruit volgt dat bij een benadelingsbedrag tussen de € 500.000,-- en € 1.000.000,-- het oriëntatiepunt is dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien tot vierentwintig maanden wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich – zoals hierboven beschreven – schuldig gemaakt aan ernstige feiten. Een aantal van deze feiten is echter al lange tijd geleden gepleegd, namelijk in 2006. Hiermee zal de rechtbank rekening houden bij de straftoemeting. Verder houdt de rechtbank rekening met de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Het uitgangspunt is dat een rechtbank binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn een vonnis uitspreekt. De redelijke termijn is in onderhavige zaak aangevangen op de dag waarop verdachte werd aangehouden, 12 november 2018. Verdachte kon op basis van deze omstandigheid in redelijkheid verwachten dat tegen haar een strafvervolging zou worden ingesteld. De rechtbank doet op 9 juni 2022 uitspraak. De redelijke termijn is daarmee met een periode van ruim anderhalf jaar overschreden, hetgeen niet volledig voor rekening van verdachte moet komen. De overschrijding zal leiden tot matiging van de op te leggen straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 6 april 2022. Uit dit rapport volgt dat verdachte sinds de strafbare feiten hebben plaatsgevonden, een lange periode van financiële problematiek heeft gekend waardoor zij uiteindelijk in de schuldsanering is beland. Inmiddels heeft verdachte dit traject in positieve zin afgerond en heeft zij haar leven op orde. Verdachte heeft een inkomen uit een vaste baan en zij neemt verantwoordelijkheid voor wat er gebeurd is. Het recidiverisico is ingeschat als laag en de reclassering adviseert de oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden. Deze omstandigheden maken dat naar het oordeel van de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in de gegeven situatie niet (langer) passend is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar en een taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis in het geval van het niet of niet goed uitvoeren van die taakstraf, aan verdachte opleggen. De dagen die verdachte in verzekering gesteld heeft doorgebracht, zullen worden afgetrokken van de taakstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 55, 57, 225, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> spreekt verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">6 maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> bepaalt dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">niet ten uitvoer</emphasis> zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van één jaar schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit; </para>
    <para />
    <para> legt op een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">240 uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.E. ter Hart (voorzitter), mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. J.M.J.M. Doon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juni 2022.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 1 februari 2006 tot en met 28 februari 2006 </para>
      <para>te Arnhem en/of Rheden en/of Amsterdam, althans in Nederland </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen </para>
      <para>met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het </para>
      <para>aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige </para>
      <para>kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, </para>
      <para>
        [benadeelde 1] </para>
      <para>heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter </para>
      <para>beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen </para>
      <para>van een inschuld, te weten </para>
      <para>-het aangaan van een kredietovereenkomst / het verstekken van een flexibel krediet, </para>
      <para>en/of </para>
      <para>-het ter beschikking stellen van een bedrag van 25.000 euro, althans een geldbedrag, </para>
      <para>door </para>
      <para>-aan te geven / in te vullen (in het Aanvraagformulier [naam 3] ) </para>
      <para>dat zij als accountmanager met vast dienstverband voor 40 uur per week werkzaam </para>
      <para>is bij [naam 1] en/of </para>
      <para>-aan te geven / in te vullen dat zij bij [naam 1] maandelijks een netto inkomen heeft </para>
      <para>van 2140 euro en dat haar maandelijkse woonlasten 700 euro bedragen en/of </para>
      <para>-aan te geven / in te vullen dat de gegevens naar waarheid zijn ingevuld; </para>
      <para>(B-21, pag 11954-11959) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 31 augustus 2006 </para>
      <para>te Arnhem en/of Rheden en/of Nistelrode en/of Velp en/of Eindhoven, althans in </para>
      <para>Nederland </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen </para>
      <para>met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het </para>
      <para>aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige </para>
      <para>kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, </para>
      <para>
        [benadeelde 2] . </para>
      <para>heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter </para>
      <para>beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen </para>
      <para>van een inschuld, te weten </para>
      <para>-het verstrekken van / het oversluiten van een hypothecaire lening (tbv de woning </para>
      <para>aan de [adres 2] ) en het verstrekken van een bouwdepot en het </para>
      <para>verstrekken van een (consumptief) krediet en/of </para>
      <para>-het ter beschikking stellen van een bedrag van 385.000 euro, althans een </para>
      <para>geldbedrag, </para>
      <para>door </para>
      <para>-aan te geven / in te vullen (in het aanvraagformulier [benadeelde 2] ) dat zij </para>
      <para>als accountmanager in loondienst met vast dienstverband werkzaam is bij [naam 1] </para>
      <para> (B-016, pag 11929-11936) en/of </para>
      <para>-aan te geven / in te vullen dat zij bij [naam 1] een bruto jaarsalaris </para>
      <para>verdient van 62.156 euro (pag 11929) en/of </para>
      <para>-een werkgeversverklaring van [naam 1] (ondertekend op </para>
      <para>24 juli 2006 te Arnhem door [naam 4] ) waarin staat [verdachte] sinds 1 </para>
      <para>september 2005 als accountmanager (voor onbepaalde tijd of in vaste dienst) </para>
      <para>werkzaam is en een bruto jaarsalaris van 57.557,16 euro en vakantietoeslag van </para>
      <para>4604,57 euro verdient (B-18, pag 11943)) te overleggen en/of </para>
      <para>-een werkgeversverklaring van [naam 1] (ondertekend op </para>
      <para>12 juli 2006 te [plaatsnaam 4] door [naam 4] ) waarin staat [verdachte] sinds 1 </para>
      <para>september 2005 als accountmanager (voor onbepaalde tijd of in vaste dienst) </para>
      <para>werkzaam is en een bruto jaarsalaris van 57.557,16 euro en vakantietoeslag van </para>
      <para>4604,57 euro verdient (B-20, pag 11950/11951)) te overleggen en/of </para>
      <para>-een salarisspecificatie van [naam 1] (dd 31 mei 2006) te [plaatsnaam 5] gericht </para>
      <para>aan [verdachte] met betrekking tot mei 2006 waarop staat dat er (netto) 2981,73 </para>
      <para>euro aan salaris is/wordt uitbetaald op rekeningnummer [nummer 2] en dat [verdachte] </para>
      <para> per 1 september 2005 in dienst is getreden) te overleggen (B-18, pag 11944); </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 31 augustus 2006 </para>
      <para>te Arnhem en/of Rheden en/of Nistelrode en/of Velp en/of Eindhoven, althans in </para>
      <para>Nederland </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen </para>
      <para>opzettelijk </para>
      <para>gebruik heeft gemaakt van valse en/of vervalste geschriften die bestemd waren om </para>
      <para>tot bewijs van enig feit te dienen, als waren deze echt en onvervalst, </para>
      <para>door </para>
      <para>-een werkgeversverklaring van [naam 1] (ondertekend op </para>
      <para>24 juli 2006 te [plaatsnaam 5] door [naam 4] ) waarin staat [verdachte] sinds 1 </para>
      <para>september 2005 als accountmanager (voor onbepaalde tijd of in vaste dienst) </para>
      <para>werkzaam is en een bruto jaarsalaris van 57.557,16 euro en vakantietoeslag van </para>
      <para>4604,57 euro verdient (B-18, pag 11943) en/of </para>
    </parablock>
    <para>- een werkgeversverklaring van [naam 1] (ondertekend op </para>
    <parablock>
      <para>12 juli 2006 te [plaatsnaam 6] door [naam 4] ) waarin staat [verdachte] sinds 1 </para>
      <para>september 2005 als accountmanager (voor onbepaalde tijd of in vaste dienst) </para>
      <para>werkzaam is en een bruto jaarsalaris van 57.557,16 euro en vakantietoeslag van </para>
      <para>4604,57 euro verdient (B-20, pag 11950/11951) en/of </para>
      <para>-een salarisspecificatie van [naam 1] (dd 31 mei 2006) te [plaatsnaam 7] gericht </para>
      <para>aan [verdachte] met betrekking tot mei 2006 waarop staat dat er (netto) 2981,73 </para>
      <para>euro aan salaris is/wordt uitbetaald op rekeningnummer [nummer 2] en dat [verdachte] </para>
      <para> per 1 september 2005 in dienst is getreden (B-18, pag 11944) </para>
      <para>te verstrekken aan / toe te zenden / toe te doen komen aan [benadeelde 2] Bank NV ten </para>
      <para>behoeve van een hypotheekaanvraag / het verkrijgen van een hypothecaire lening </para>
      <para>mbt een woning aan de [adres 2] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>zij op diverse tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2005 tot en met 31 </para>
      <para>december 2017, te Arnhem en/of Rheden, althans (elders) in Nederland, tezamen en </para>
      <para>in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van </para>
      <para>witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen, immers heeft zij, verdachte, en/of (één of meer van) haar </para>
      <para>mededaders, </para>
      <para>een of meerdere (grote) geldbedragen, van in totaal 652.064,08 euro </para>
      <para>verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van </para>
      <para>voornoemde geldbedragen gebruik gemaakt, </para>
      <para>terwijl zij, verdachte en/of één of meer van haar mededaders, wisten, althans </para>
      <para>redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat voornoemde geldbedragen – onmiddellijk </para>
      <para>of middellijk – afkomstig waren uit enig/eigen misdrijf. </para>
      <para>Immers heeft verdachte </para>
    </parablock>
    <para>- een geldbedrag - van in totaal 549.516,41 euro (contante stortingen op diverse bankrekeningen) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of </para>
    <parablock>
      <para>omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt terwijl zij, verdachte en/of één of meer van </para>
      <para>haar mededaders, wisten, althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat </para>
      <para>voornoemde geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig </para>
      <para>misdrijf ( zaaksdossier B. en berekening ontneming wederrechtelijk verkregen </para>
      <para>voordeel); </para>
    </parablock>
    <para>- een geldbedrag - van in totaal 50.000,-- euro verworven en/of voorhanden gehad </para>
    <parablock>
      <para>en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt door dit </para>
      <para>bedrag/deze gelden (mede) aan te wenden ten behoeve van de aankoop/betaling </para>
      <para>van [naam 2] terwijl zij, verdachte en/of één of meer van haar </para>
      <para>mededaders, wisten, althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat voornoemde geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig/eigen </para>
      <para>misdrijf (zaaksdossier H. ondernemingen en zaaksdossier B.); </para>
    </parablock>
    <para>- een geldbedrag – van in totaal 52.547,67 euro onder vermelding van ‘salaris’ – </para>
    <parablock>
      <para>verworven en/of voorhanden gehad en/of daarvan gebruik gemaakt terwijl zij, </para>
      <para>verdachte en/of één of meer van haar mededaders, wisten, althans redelijkerwijs </para>
      <para>moest(en) vermoeden, dat voornoemde geldbedragen – onmiddellijk of middellijk </para>
      <para>– afkomstig waren uit enig/eigen misdrijf (zaaksdossier H., salaris [naam 6] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c070b350-8eb7-46b2-939d-21aee5b4c00b" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer 5] [naam 5] , gesloten op 29 maart 2021 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f81634ec-9267-4dbd-a853-f9b6c3e34395" label="2">
    <para> Bijlage B-016, p. 11929-11932 en 11935.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8ec4aa51-f6ce-4c6d-88ac-24ee598dcd83" label="3">
    <para> Bijlage B-017, p. 11939.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_df490775-60f0-4d18-a3f7-73539d3632da" label="4">
    <para> Bijlage B-014, p. 11914.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e794cc1-fea8-4509-bd07-57b97182fe02" label="5">
    <para> Het proces-verbaal analyse hypotheekdossier [verdachte] , p. 2778, 2780 en 2782.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_18ad4146-4efd-4f24-8b03-d2b2de954eb0" label="6">
    <para> Bijlage B-018, p. 11943.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e56c4f60-cc16-4cc7-bc53-6f130bee5d92" label="7">
    <para> Bijlage B-020, p. 11950.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3f4d1d90-76e8-416e-9695-704a9e19fbdb" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van 29 maart 2021, p. 1171.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_22743855-d674-4ab3-8986-4f007bf21d01" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 215.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1664b909-5d08-47d6-ad16-1cccee1e17cc" label="10">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 274-275.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc2e49a7-93d9-4da4-98e6-3e138b2e06de" label="11">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 255.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96922bde-9b0b-49e6-94cb-7dd258ef6547" label="12">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 9562.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_81266cc6-5d35-4bec-a699-bd08c2445634" label="13">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 9854.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_13931122-e529-4683-9534-be0494060429" label="14">
    <para> Het proces-verbaal van 29 maart 2021, p. 1174-1175.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b0f7a952-7c4d-4b82-bb64-c46956c3bb3d" label="15">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 3611.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2e33fdf0-f389-413f-a190-8783a8dec4a4" label="16">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen analyse bankrekening [naam 6] , p. 2653 + Bijlage 1, p. 2660.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4820f675-0485-4a3b-bb6f-80070728653e" label="17">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 3610.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>