<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:4915</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T16:05:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/252314-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:4915">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:4915</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T13:49:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:4915 Rechtbank Gelderland , 19-08-2022 / 05/252314-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:4915:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Valsheid in geschrift, oplichting en verduistering. GS</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:4915:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/252314-19</para>
      <para>Datum uitspraak	: 19 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verstek</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>ingeschreven aan [adres] in Kranenburg (Bondsrepubliek Duitsland).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 5 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 januari 2018 tot en met 20 maart 2018 te Nijmegen, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (vier) huurovereenkomsten (voor het verhuren van onder andere een inblaasmachine), valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door (telkens) op voornoemde huurovereenkomsten valselijk en in strijd met de waarheid de handtekeningen van de directieleden van [bedrijf 1] , te weten [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , te zetten/te plaatsen, met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks 10 februari 2018 tot en met 20 maart 2018 te Nijmegen, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen</para>
      <para>door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige  kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het aangaan van een schuld, te weten een financiering van 33.000 euro, althans enig geldbedrag, immers, heeft verdachte - met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:</para>
    </parablock>
    <para>- een verzoek/aanvraag gedaan bij die [naam 4] om (meer) geld te lenen voor zijn, verdachte's, bedrijf, en/of</para>
    <para>- ( daarbij) het verhaal verteld dat hij, verdachte, via/van een (groot) bedrijf, genaamd [bedrijf 1] , werk heeft en dat verdachte voor het uitvoeren van zijn (extra) werkzaamheden (meer) personeel en/of vervoer en/of gereedschap nodig heeft, en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) ten behoeve van voornoemd(e) verzoek/aanvraag een of meerdere vervalste/  valselijk opgemaakte huurovereenkomsten verstrekt; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2018 tot en met 19 juli 2018 te Nijmegen, althans in Nederland een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een brief namens [bedrijf 2] valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, immers heeft verdachte in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven – voornoemde brief:</para>
    </parablock>
    <para>- valselijk voorzien van het logo van [bedrijf 2] te Nijmegen, en/of</para>
    <para>- valselijk voorzien van de verklaring dat verdachte binnenkort een geldbedrag (78.624,50 euro) zou ontvangen naar aanleiding van een vordering (op [bedrijf 1] ) uit een kort geding, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of</para>
    <para>- valselijk voorzien van de verklaring dat verdachte een vordering van 64.500 euro, althans enig geldbedrag, heeft op [bedrijf 3] en dat [bedrijf 4] </para>
    <para>Gerechtsdeurwaarders is ingeschakeld om voornoemde vordering te innen, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of</para>
    <para>- valselijk voorzien van de naam van een advocaat ( [naam 5] ) die werkzaam is/was bij voornoemd advocatenkantoor als ware hij, [naam 5] , die brief zou hebben geschreven, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 17 januari 2019 tot en met 20 februari 2019 te Nijmegen, althans in Nederland opzettelijk een auto (van het merk Volkswagen, type Golf met kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 5] h/o Auto Lease Company, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten door een </para>
      <para>leaseovereenkomst/huurkoopovereenkomst, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 22 februari 2017 tot en met 4 juni 2019 te Nijmegen, althans in Nederland opzettelijk een inblaasmachine MiniJet en/of een Haspel aanhangwagen HMS (variant V130 met kenteken [kenteken 2] ) en/of een Kaeser Compressor, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten door een leaseovereenkomst, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_38563125-6f43-446a-8463-cc8d41b08e24" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] p. 51-52, </para>
    <para>- vier huurovereenkomsten, p. 59-66;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 142;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] , p. 32-34, </para>
    <para>- een huurovereenkomst, p. 40-43;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 139.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 3</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] , p. 4-5;</para>
    <para>- een schriftelijk bescheid, zijnde een brief, p. 9-10;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 137.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 4</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [aangever 1] heeft namens [bedrijf 5] verklaard dat op of omstreeks 4 oktober 2017 er een huurkoopovereenkomst is gesloten tussen Auto Lease Company te Hoofddorp en [verdachte] , met betrekking tot het leasen  van een auto van het merk Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] . Vanwege het niet nakomen van de financiële verplichtingen, met als gevolg betalingsachterstanden, heeft Auto Lease Company VD&amp;P de opdracht gegeven om het object te traceren en in te nemen en/of de vordering te incasseren. Daar betalingen uitbleven heeft VD&amp;P namens Auto Lease Company de leaseovereenkomst op 17 januari 2019 ontbonden.<footnote-ref linkend="_56429c68-f1d2-4f3d-8716-8c4231c4f7d0" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 4 oktober 2017 de auto heeft geleased bij het bedrijf Auto lease Compagnie. In 2018 ging het niet goed waardoor hij achterstanden op liep. Hij had niet genoegd geld om het leasebedrag te voldoen. Hij kreeg diverse mails van incassobureau VD&amp;P dat hij de auto moest inleveren of de schuld moest voldoen. Dit lukte hem niet. Hij ontving een mail dat de leaseovereenkomst was ontbonden op 17 januari 2019 en dat hij de auto moest inleveren. Hij heeft toen gemaild dat hij de auto eerst wilde laten maken en daarna wilde inleveren. Hij heeft in die tijd een huurauto gehad van Europcar. Omdat dit teveel kostte is hij weer met de auto gaan rijden.<footnote-ref linkend="_fcc5c1ae-e71a-410d-80e4-69d87b11b806" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen het feit wettig en overtuigend bewezen. De verklaring van verdachte dat hij de bedoeling had om de auto terug te brengen acht de rechtbank, mede gelet op dat hij weer met de auto is gaan rijden, ongeloofwaardig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit 5</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [aangever 2] heeft namens [bedrijf 6] verklaard dat op of omstreeks 23 februari 2017 een leaseovereenkomst is gesloten tussen [bedrijf 6] en [bedrijf 7] met betrekking tot het leasen van een inblaasmachine MiniJet, een haspel aanhangwagen HMS Variant V130 met kenteken 13WPSP en een Kaeser Compressor. Vanwege het niet nakomen van de financiële verplichtingen, met als gevolg betalingsachterstanden, heeft [bedrijf 6] de leaseovereenkomst ontbonden en Fidron BV de opdracht gegeven om de objecten te traceren en in te nemen.<footnote-ref linkend="_bc345d97-4c73-4014-b29a-013df3837c04" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 22 februari 2017 een haspelwagen, een mobiele compressor en een blaasmachine mini jet heeft geleased van [bedrijf 6] . Hij heeft die goederen ongeveer drie à vier maanden gebruikt en daarna verkocht. Hij heeft toen niet meer betaald. Op 2 oktober 2018 heeft hij aan het incassobureau via e-mail laten weten dat hij de machines had verhuurd. Dit was niet waar. Het kan zijn dat er een brief / of een mail is gekomen dat ze voornemens waren om aangifte van verduistering te gaan doen. Hij heeft daar niet op gereageerd.<footnote-ref linkend="_00dccc32-7314-4f40-a371-307a8d509d8c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen het feit wettig en overtuigend bewezen. De verklaring van verdachte dat hij niet wist dat hij de geleasede goederen niet mocht verkopen acht de rechtbank, mede gelet op de correspondentie met het incassobureau, ongeloofwaardig.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij <emphasis role="strike-through">op één of meer tijdstip(pen)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 3 januari 2018 tot en met 20 maart 2018 te Nijmegen, althans in Nederland <emphasis role="strike-through">meermalen, althans eenmaal,</emphasis> geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (vier) huurovereenkomsten (voor het verhuren van onder andere een inblaasmachine), valselijk heeft opgemaakt <emphasis role="strike-through">en/of heeft vervalst</emphasis>, door (telkens) op voornoemde huurovereenkomsten valselijk en in strijd met de waarheid de handtekeningen van de directieleden van [bedrijf 1] , te weten [naam 1] [naam 2] en [naam 3] , te zetten<emphasis role="strike-through">/te plaatsen</emphasis>, met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij <emphasis role="strike-through">in of</emphasis> omstreeks 10 februari 2018 tot en met 20 maart 2018 te Nijmegen, althans in Nederland met het oogmerk om zich <emphasis role="strike-through">en/of een ander</emphasis> wederrechtelijk te bevoordelen</para>
      <para>door <emphasis role="strike-through">het aannemen van een valse naam en/of </emphasis>een valse hoedanigheid en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>door listige  kunstgrepen <emphasis role="strike-through">en/of door een samenweefsel van verdichtsels</emphasis>, [naam 4] heeft bewogen tot <emphasis role="strike-through">de afgifte van enig goed en/of</emphasis> het aangaan van een schuld, te weten een financiering van 33.000 euro, <emphasis role="strike-through">althans enig geldbedrag,</emphasis> immers, heeft verdachte - met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - <emphasis role="strike-through">valselijk en/of bedrieglijk en/of</emphasis> in strijd met de waarheid:</para>
    </parablock>
    <para>- een verzoek<emphasis role="strike-through">/aanvraag</emphasis> gedaan bij die [naam 4] om (meer) geld te lenen voor zijn, verdachte's, bedrijf, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- ( daarbij) het verhaal verteld dat hij, verdachte, <emphasis role="strike-through">via/</emphasis>van een (groot) bedrijf, genaamd [bedrijf 1] , werk heeft en dat verdachte voor het uitvoeren van zijn (extra) werkzaamheden (meer) personeel en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> vervoer en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> gereedschap nodig heeft, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- ( vervolgens) ten behoeve van voornoemd<emphasis role="strike-through">(e)</emphasis> verzoek<emphasis role="strike-through">/aanvraag een of</emphasis> meerdere <emphasis role="strike-through">vervalste/</emphasis>  valselijk opgemaakte huurovereenkomsten verstrekt; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 10 juli 2018 tot en met 19 juli 2018 te Nijmegen, althans in Nederland een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een brief namens [bedrijf 2] valselijk heeft opgemaakt <emphasis role="strike-through">en/of heeft vervalst</emphasis>, immers heeft verdachte in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven – voornoemde brief:</para>
    </parablock>
    <para>- valselijk voorzien van het logo van [bedrijf 2] te Nijmegen, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- valselijk voorzien van de verklaring dat verdachte binnenkort een geldbedrag (78.624,50 euro) zou ontvangen naar aanleiding van een vordering (op [bedrijf 1] ) uit een kort geding, althans woorden van gelijke aard of strekking, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- valselijk voorzien van de verklaring dat verdachte een vordering van 64.500 euro, <emphasis role="strike-through">althans enig geldbedrag,</emphasis> heeft op [bedrijf 3] en dat [bedrijf 4] </para>
    <para>Gerechtsdeurwaarders is ingeschakeld om voornoemde vordering te innen, althans woorden van gelijke aard of strekking, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- valselijk voorzien van de naam van een advocaat ( [naam 5] ) die werkzaam was bij voornoemd advocatenkantoor als ware hij, [naam 5] , die brief zou hebben geschreven, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 17 januari 2019 tot en met 20 februari 2019 te Nijmegen, althans in Nederland opzettelijk een auto (van het merk Volkswagen, type Golf met kenteken [kenteken 1] <emphasis role="strike-through">), in elk geval enig goed, geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [bedrijf 5] h/o Auto Lease Company, <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,</emphasis> en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten door een </para>
      <para>leaseovereenkomst/huurkoopovereenkomst, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 22 februari 2017 tot en met 4 juni 2019 te Nijmegen, althans in Nederland opzettelijk een inblaasmachine MiniJet en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>een Haspel aanhangwagen HMS (variant V130 met kenteken [kenteken 2] ) en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een Kaeser Compressor, <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed, geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [bedrijf 6] <emphasis role="strike-through">, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte</emphasis>, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten door een leaseovereenkomst, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">valsheid in geschrift, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">oplichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">valsheid in geschrift</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 4:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">verduistering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 5:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">verduistering, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met de aard en de ernst van de feiten en met het tijdsverloop tussen de bewezenverklaarde feiten en de terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie van 30 juni 2022 waaruit blijkt dat verdachte in 2011 eerder is veroordeeld voor oplichtingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere feiten: oplichting, twee keer valsheid in geschrift en twee verduisteringen. Hij heeft vier huurovereenkomsten en een brief van een advocatenkantoor valselijk opgemaakt en een auto en diverse machines verduisterd. Ook heeft hij benadeelde [naam 4] opgelicht door van hem een grote hoeveelheid geld te lenen, onder meer op grond van leugens en de valse huurovereenkomsten. Verdachte heeft hiermee stelselmatig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat men moet kunnen hebben in het economisch verkeer. Dat verdachte daarbij enkel zijn eigen wensen en belangen voor ogen heeft gehad en zich niet druk heeft gemaakt over de gevolgen en overlast voor de benadeelden vindt de rechtbank stuitend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank houdt rekening met het tijdsverloop tussen de bewezenverklaarde feiten en de terechtzitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Al het voorgaande in aanmerking nemend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 maanden, zoals geëist door de officier van justitie, passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vorderingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De vordering van benadeelde partij [naam 4]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [naam 4] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 136.501,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. De benadeelde partij vordert verder € 5.784,00 aan proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen, gezien het vonnis van de civiele rechter van de rechtbank Gelderland van 18 januari 2019<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade en proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat bij de stukken een vonnis is gevoegd van de civiele rechter van de Rechtbank Gelderland van 18 januari 2019, waarbij  verdachte  is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 136.501,17,  beslagkosten, (€ 2.407,66), proceskosten, (€ 3.177,02) en na het vonnis ontstane kosten, (€ 131,00), vermeerderd met de wettelijke rente, aan de benadeelde partij. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien dit veroordelend en uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis over de aansprakelijkheid en schadeplichtigheid, voortvloeiend uit dezelfde onrechtmatige handelingen van verdachte, heeft de benadeelde partij geen belang bij een beoordeling van de onderhavige vordering door de strafrechter. De rechtbank zal om die reden de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering (vgl. HR 19 februari 2010, NJ 2010/131; HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3490.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De vordering van benadeelde partij [bedrijf 5]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [bedrijf 5] , heeft in verband met feit 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 3.899,15 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. De vordering is onduidelijk en onvoldoende onderbouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat uit de vordering niet duidelijk is hoe het gevorderde bedrag van € 3.899,15 aan materiele schade tot stand is gekomen. Het ontbreekt aan stukken ter onderbouwing. De behandeling van de vordering levert om die reden een onevenredige belasting van het strafproces op. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. De benadeelde partij kan de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 57, 225, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de <emphasis role="bold">duur van 11 maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [naam 4] </emphasis>niet-ontvankelijk in de vordering;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten en begroot deze aan de zijde van de verdachte tot op heden op nihil;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [bedrijf 5] </emphasis>niet-ontvankelijk in de vordering;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten en begroot deze aan de zijde van de verdachte tot op heden op nihil.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.L. Pas (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. T. Bertens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P. Veenker, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 augustus 2022.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Mr. Bertens en mr. Pas zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_38563125-6f43-446a-8463-cc8d41b08e24" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019355516, gesloten op 10 augustus 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_56429c68-f1d2-4f3d-8716-8c4231c4f7d0" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] , d.d. 20 februari 2019, p. 69-70.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fcc5c1ae-e71a-410d-80e4-69d87b11b806" label="3">
    <para> Verklaring van verdachte, d.d. 4 augustus 2019, p. 144.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc345d97-4c73-4014-b29a-013df3837c04" label="4">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , d.d. 4 juni 2019, p. 88-89.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_00dccc32-7314-4f40-a371-307a8d509d8c" label="5">
    <para> Verklaring van verdachte, d.d. 4 augustus 2019, p. 146.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>