<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:3675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-18T18:04:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/397762 / ZJ RK 21-1376</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:3675">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:3675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-18T18:03:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:3675 Rechtbank Gelderland , 15-07-2022 / C/05/397762 / ZJ RK 21-1376</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:3675:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kinderrechter zal de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing niet beperken voor het uitvoeren van een screening van het netwerk van de moeder. De kinderrechter begrijpt namelijk waarom de GI nu niet overgaat tot screening. Dit heeft te maken met de signalen vanuit de politie en het veiligheidshuis over de familie van de moeder, het gebrek aan samenwerking vanuit het netwerk met de GI en de zorg dat een netwerkplaatsing nadelig is voor de positie van de vader die betrokken is bij zijn dochter. Mocht in de komende periode duidelijk worden dat er geen veiligheidsrisico’s zijn en er samenwerking ontstaat, dan kan de GI alsnog overgaan tot screening van de familieleden met het oog op het te nemen perspectiefbesluit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:3675:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/05/397762 / ZJ RK 21-1376</para>
      <para>Datum uitspraak: 15 juli 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Raad voor de Kinderbescherming, locatie Arnhem, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen: de Raad,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">[naam moeder]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat mr. T. Grootenhuis, te ’s-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">[naam vader]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para>- de gecertificeerde instelling <emphasis role="bold">William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering</emphasis> (de GI).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige] bij beschikking van 18 januari 2022 onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling loopt tot 18 januari 2023. De kinderrechter heeft in deze beschikking ook een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg. Deze machtiging loopt tot 18 juli 2022. De beslissing op het resterende deel van het verzoek over de uithuisplaatsing is aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens heeft de kinderrechter ontvangen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het aanvullende rapport van de Raad van 9 juni 2022,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van de GI van 20 juni 2022.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 juli 2022 heeft de kinderrechter de behandeling van de zaak voortgezet. Verschenen zijn:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de moeder, telefonisch gehoord aan het begin van de mondelinge behandeling,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de advocaat van de moeder,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een vertegenwoordigster van de Raad;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een vertegenwoordigster van de GI. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De vader heeft ook een uitnodiging gekregen, maar hij is niet bij de behandeling verschenen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige] verblijft in een pleeggezin.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek van de Raad</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het resterende deel van het verzoek over de uithuisplaatsing gehandhaafd. </para>
      <para>De Raad ziet nu en in de nabije toekomst geen mogelijkheden bij de ouders om zelf voor [minderjarige] te zorgen. De vader wil kijken naar zijn rol als ouder op afstand en maakt deel uit van het leven van zijn dochter. De Raad heeft op dit moment vooral zorgen over de moeder. Zij is vertrokken van de behandelgroep, terwijl zij pas aan de start van haar traject stond. Ze lijkt hulp uit de weg te gaan. Ze geeft geen openheid over hoe het met haar gaat, waar ze verblijft en over wat zij nodig heeft om haar eigen trauma’s te verwerken. De moeder wenst een netwerkplaatsing, maar er zijn te veel zorgen over het netwerk. Daardoor is een netwerkscreening niet zinvol. Vanwege de vele zorgen is voor de Raad al duidelijk dat een plaatsing in het netwerk niet haalbaar is. Bovendien staat de vader niet achter een netwerkplaatsing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de moeder en de GI</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder erkent dat zij niet in staat is om voor [minderjarige] te zorgen. Zij wil dat [minderjarige] bij oma of een oom en tante van haar geplaatst wordt in [plaats] . [minderjarige] is nu geplaatst in het arrondissement van de rechtbank Gelderland. De moeder heeft geen geld om haar dochter daar regelmatig te bezoeken. De moeder verzoekt om de machtiging te verlenen voor de duur van maximaal drie maanden, zodat in de tussentijd een screening kan plaatsvinden naar een netwerkplaatsing bij oom en tante. Mocht daaruit blijken dat een netwerkplaatsing niet haalbaar is, dan zal de uitkomst van de screening in ieder geval bijdragen aan de acceptatie van het nog te nemen perspectiefbesluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI staat achter het verzoek van de Raad en de plaatsing van [minderjarige] in het huidige pleeggezin. Er is een bespreking geweest in [plaats] met oma, tante en oom, in bijzijn van de pleegzorgwerker. Daarbij is aangegeven dat niet zomaar iedereen gescreend gaat worden. De familie heeft vervolgens in dat gesprek oma als beste keuze naar voren geschoven. Uiteindelijk heeft er geen screening plaatsgevonden, omdat er te veel ernstige zorgen naar voren zijn gekomen over het gezinssysteem van de oma. De politie en het Veiligheidshuis hebben zorgen over de veiligheid geuit. De GI staat ook niet open voor een screening van de oom en tante, omdat er onvoldoende openheid wordt gegeven en onvoldoende samenwerking wordt ervaren. Er is vanuit de familie veel strijd, boosheid en wantrouwen naar de jeugdzorgketen, maar ook naar de vader. De GI vreest dat een netwerkplaatsing ten koste gaat van de positie van de vader vanwege de reisafstand en de slechte verhouding tussen de vader en de familie van moeder en de vraag of de vader zich veilig in de omgeving van [plaats] kan bewegen. Dit terwijl hij nu wekelijks contact heeft met [minderjarige] en alle afspraken nakomt.  </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter zal de machtiging verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, dus tot 18 januari 2023. Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, in verbinding met artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter zal uitleggen waarom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beide ouders erkennen dat zij niet in staat zijn om zelf voor [minderjarige] te zorgen. Zij hebben allebei een licht verstandelijke beperking, hebben begeleiding nodig, en moeten zelf nog groeien naar zelfstandigheid. Bovendien verblijven zij op een plek waar zij niet met [minderjarige] kunnen wonen. Iedereen is het erover eens dat [minderjarige] in de komende maanden niet bij één van de ouders geplaatst kan worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling is gesproken over het perspectief van [minderjarige] . Het perspectief gaat over de vraag waar [minderjarige] zal opgroeien. Namens de moeder is verzocht om de duur van de machtiging te beperken, zodat de GI onderzoek kan doen naar de mogelijkheden van een netwerkplaatsing. De kinderrechter zal de duur van de machtiging niet beperken, omdat een plaatsing binnen het netwerk van de moeder op dit moment geen haalbare optie lijkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter stelt voorop dat de uitvoering van de ondertoezichtstelling is voorbehouden aan de GI en de kinderrechter hierin geen directe sturing aan de GI kan geven. Daarbij merkt de kinderrechter wel op dat uiteindelijk voor het perspectiefbesluit (de beslissing waar [minderjarige] zal opgroeien) van belang kan zijn dat de GI alle mogelijkheden heeft onderzocht. In het geval van [minderjarige] vindt de kinderrechter een aanhouding van de beslissing zodat de GI zo’n onderzoek kan doen echter niet wenselijk. De kinderrechter begrijpt namelijk waarom de GI niet overgaat tot screening van de oom en tante.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter deelt de zorgen over de haalbaarheid van een netwerkplaatsing. Er zijn veel zorgen geuit door de politie en het veiligheidshuis over het familiesysteem rondom moeder en haar moeder (oma). Dat is ook de reden dat oma uiteindelijk niet gescreend is als pleegouder. Er zijn zorgen over de dochter van oma en over haar zoon die uitspraken heeft gedaan die gelinkt worden aan eergerelateerd geweld richting de moeder en mogelijk ook richting [minderjarige] . De familie is niet open over wat er speelt. Zo willen zij geen details en geen namen delen en worden er geen aangiftes gedaan. Hierdoor is het moeilijk om grip te krijgen op wat er precies aan de hand is en ingewikkeld om een goede inschatting te maken van de veiligheid. Daarnaast reageert de familie wantrouwend en boos richting de GI, wat een goede samenwerking nog moeilijker maakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat wel duidelijk is, is dat de vader niet welkom is in de omgeving van [plaats] waar de familie van de moeder woont. Door de reisafstand en de onveiligheid, zal een plaatsing van [minderjarige] in het netwerk van de moeder in [plaats] nadelig zijn voor de positie van de vader. Dit acht de kinderrechter niet in het belang van de [minderjarige] . Haar vader maakt nu deel uit van haar leven en er is wekelijks omgang die goed verloopt omdat hij begeleiding hierbij accepteert. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mocht in de komende maanden blijken dat er geen veiligheidsrisico’s zijn en de familie toch de samenwerking met de GI zoekt, dan kan de GI altijd nog overgaan tot screening binnen het netwerk, al dan niet met het oog op het nemen van een perspectiefbesluit. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 18 januari 2023;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2022 door </para>
              <para>mr. G. Hilberink, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Cox-Weber, als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>