<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:3598</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-15T09:44:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05-158413-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:3598">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:3598</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-15T09:41:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:3598 Rechtbank Gelderland , 04-07-2022 / 05-158413-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:3598:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Militair veroordeeld tot een geldboete vanwege harddrugsbezit, onder andere op de kazerne</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:3598:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/158413-20</para>
      <para>Datum uitspraak	: 4 juli 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige militaire kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. F.F. Aarts, advocaat in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 30 mei 2022 en 20 juni 20222.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2018 tot en met 14 oktober 2019 te Bovensmilde en/of Darp en/of Leeuwarden en/of Groningen, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne (0,1 gram) en/of MDMA (zogenoemde XTC-tablet(ten) en/of amfetamine, zijnde cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_588ec9f1-b96a-4237-9404-b7b4c612317f" />
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanleiding van het onderzoek</emphasis>
      </para>
      <para>Op 19 juli 2019 zijn twee verdachten door de politie in Meppel aangehouden op grond van de verdenking van het voorhanden hebben van cocaïne. Aangezien zij beiden militair bleken te zijn, nam de Koninklijke Marechaussee (hierna KMar) het onderzoek over. Hierop is er een onderzoek ingesteld naar de gegevens op de inbeslaggenomen mobiele telefoons van beide medeverdachten. Naar aanleiding van de resultaten hiervan is een breder onderzoek opgestart, waarbij meerdere militairen, waaronder verdachte, in beeld kwamen voor het voorhanden hebben dan wel verstrekken van harddrugs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het aanwezig hebben van amfetamine en cocaïne in de tenlastegelegde periode. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft primair bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de aangetroffen cocaïne in de legeringskamer van cliënt is. Hiertoe is aangevoerd dat verdachte ontkent dat dit van hem was, dat de deur van deze kamer altijd open staat en dat de cocaïne in een open kast lag. Ook zijn er geen didactische sporen van verdachte aangetroffen op de inbeslaggenomen wikkel. Daarnaast heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld dat er sprake was van voorhanden hebben van verdovende middelen, vanwege het ontbreken van een (indicatieve) test en een verklaring van verdachte over de uitwerking van de middelen in het dossier. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat onvoldoende bewijs aanwezig is dat verdachte amfetamine voorhanden heeft gehad. Er is enkel een Whatsappgesprek in het dossier dat over pep gaat, maar daarover heeft verdachte verklaard dat hij dit niet voorhanden heeft gehad. Nu overig bewijs hiervoor ontbreekt, dient verdachte ook van dit onderdeel te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>In het dossier bevinden zich de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Zij hebben beiden (belastende) verklaringen afgelegd over zichzelf en meerdere medeverdachten. De militaire kamer is van oordeel dat deze verklaringen betrouwbaar zijn en als uitgangspunt kunnen gelden in het onderzoek. De verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] worden namelijk in hoge mate en op essentiële punten ondersteund door de WhatsAppgesprekken en andere verklaringen die zich in het dossier bevinden. Ook is niet gebleken van andere omstandigheden die deze verklaringen onbetrouwbaar zouden maken. Gelet hierop zal de militaire kamer in de bewijsoverweging uitgaan van de juistheid van deze verklaringen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is het verweer gevoerd dat, nu er geen (indicatieve) test heeft plaatsgevonden, er onvoldoende bewijs bestaat dat verdachte middelen voorhanden heeft gehad die zijn verboden bij lijst I van de Opiumwet. Dit verweer kan naar het oordeel van de militaire kamer niet slagen, aangezien een dergelijke (indicatieve) test geen vereiste is om tot een bewezenverklaring te komen. Uit het onderzoek als geheel blijkt dat er bij meerdere medeverdachten harddrugs zijn aangetroffen tijdens fouilleringen, dan wel in de kast op de legeringskamer. Van de gevonden drugs is door het NFI of het Douane Laboratorium vastgesteld dat het ook daadwerkelijk om bij de Opiumwet verboden middelen ging. Daarnaast hebben meerdere verdachten verklaard over hun medeverdachten en hebben zij daarbij bekend dat het om verboden middelen ging. Tot slot stelt de militaire kamer vast dat de door de verdediging aangehaalde eerdere uitspraak van de militaire kamer geenszins een vergelijkbaar geval betreft, juist omdat in die zaak enig - zoals hierboven aangehaald - ondersteunend bewijs ontbrak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het dossier bevinden zich voorts meerdere Whatsappgesprekken tussen verdachte en verschillende anderen waarin verdachte het onder meer heeft over “pepjes regelen” “2 halvjes regelen” en “1 regelen”. <footnote-ref linkend="_b439d649-6180-41c9-afa5-9d7090a5e03a" /> Daarnaast stuurt verdachte “Heb jij nog wat voor vanavond geregeld?”, de andere persoon stuurt vervolgens “Heb nog pep”, waarop verdachte stuurt: “Ahh, heb nog een klein beetje.”<footnote-ref linkend="_fb701316-f8df-4b16-9f46-ce61330675c5" /> Ook zijn op de telefoon van verdachte meerdere foto’s gevonden waarop gripzakjes, envelopjes en pillen te zien zijn.<footnote-ref linkend="_672d40c1-7245-4756-98fe-2816461d712e" /> Deze gesprekken werden gevoerd in de periode van 15 augustus 2019 tot 12 oktober 2019.</para>
      <para>Verdachte heeft bij de KMar verklaard dat hij wel eens pillen en cocaïne gebruikte en dat het “pepjes regelen” ging om het regelen van speed.<footnote-ref linkend="_9949401c-13eb-41b1-bf28-e5f051b762af" /> Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij drugs gebruikt heeft en dat de Whatsappgesprekken waarschijnlijk over cocaïne gaan. Ook heeft verdachte verklaard dat hij – afgezien van cocaïne – XTC en speed voorhanden heeft gehad. Dit was in zijn woning in Bovensmilde en op de kazerne in Darp.<footnote-ref linkend="_f0d362a1-7c70-449d-b43e-c6918f13bf36" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij cocaïne van verdachte heeft gekocht en dat hij hiervoor een tikkie van 100 euro heeft gekregen. Ook heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij samen met verdachte drugs heeft gebruikt toen zij samen op stap waren in Groningen.<footnote-ref linkend="_9046c241-bdb9-47bf-903b-06981fbd061d" /></para>
      <para>
        [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij samen met verdachte cocaïne heeft gebruikt, op een compagniesfeest op de toiletten van de Johan Post kazerne.<footnote-ref linkend="_71ad74fe-9359-4a51-bb79-cd569eed7ffc" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de doorzoeking van de legeringskamer van verdachte op 14 oktober 2019 is daarnaast in de door verdachte gebruikte zijde van de kamer in het linkerwandkastje een wikkel met een kleine hoeveelheid wit poeder aangetroffen.<footnote-ref linkend="_3c678309-9b14-46b7-a3d5-c1b1bc0e0346" /> Onderzoek heeft uitgewezen dat dit om cocaïne bleek te gaan.<footnote-ref linkend="_f2dcbb66-9e65-4810-96a2-767a97ac7747" /> Verdachte heeft ontkend dat deze drugs van hem waren en de verdediging heeft een beroep gedaan op het feit dat zowel de kamer als de kast niet van een slot voorzien waren. De militaire kamer is echter van oordeel dat het dossier geen aanwijzingen bevat dan iemand anders de drugs in de kast van verdachte zou hebben neergelegd. Op geen enkele wijze is aannemelijk geworden dat de drugs van een derde persoon afkomstig zijn en het feit dat er geen didactische sporen van verdachte zijn aangetroffen op de wikkel, doet hier niet aan af. Gelet hierop gaat de militaire kamer ervan uit dat de aangetroffen cocaïne van verdachte was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bovenstaande acht de militaire kamer wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 mei 2018tot 14 oktober 2019 meerdere hoeveelheden cocaïne, XTC en speed, te weten amfetamine, voorhanden heeft gehad op de kazerne in Darp, in Groningen tijdens het uitgaan en in zijn woning in Bovensmilde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 01 mei 2018 tot en met 14 oktober 2019 te Bovensmilde en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Darp <emphasis role="strike-through">en/of Leeuwarden</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Groningen, <emphasis role="strike-through">in elk geval in Nederland, (</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> opzettelijk aanwezig heeft gehad <emphasis role="strike-through">een of</emphasis> meerdere hoeveelhe<emphasis role="strike-through">(i)</emphasis>d<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van een materiaal bevattende cocaïne (0,1 gram) en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> MDMA (zogenoemde XTC-tablet(ten) en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> amfetamine, zijnde cocaïne en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> MDMA en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> amfetamine <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 500 euro, te vervangen door 10 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft in de strafeis rekening gehouden met het feit dat verdachte is ontslagen bij Defensie en dat er sprake is geweest van een groot tijdsverloop tussen de inverzekeringstelling en het onderzoek ter terechtzitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft de rechtbank gevraagd bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met het feit dat niet is komen vast te staan hoeveel en wanneer verdachte verdovende middelen voorhanden heeft gehad, dat verdachte een blanco strafblad heeft, openheid van zaken heeft gegeven en is ontslagen naar aanleiding van deze feiten en het feit dat er sprake is van een schending van de redelijke termijn. Gelet op het voorgaande heeft de raadsvrouw gevraagd om toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de militaire kamer</emphasis>
      </para>
      <para>De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft – in de periode dat hij werkzaam was voor Defensie – meerdere soorten harddrugs in zijn bezit gehad en gebruikt. Er is zelfs een wikkel met cocaïne op zijn legeringskamer op de kazerne gevonden. De militaire kamer acht dit erg kwalijk, nu het handelen van verdachte lijnrecht tegenover het beleid van Defensie op het gebied van harddrugs staat. Verdachte heeft zich hiermee absoluut niet gedragen zoals dat van een militair verwacht mag worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anderzijds heeft militaire kamer oog voor het feit dat verdachte als gevolg van zijn handelen is ontslagen en in preventieve hechtenis heeft gezeten, wat in beide gevallen voor verdachte voelde als een straf. Daarnaast heeft verdachte met psychische problematiek te kampen gehad en schaamt hij zich voor zijn gedrag. Dat verdachte deze ervaring nu gebruikt in zijn werk bij Jeugdzorg tijdens het begeleiden van jonge delinquenten, acht de militaire kamer een positieve ontwikkeling. Er is veel tijd verstreken tussen deze inverzekeringstelling en het onderzoek ter terechtzitting, waardoor de redelijke termijn in het geding is. Nu hier door de officier van justitie in de strafeis al rekening mee is gehouden, acht de militaire kamer de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. De periode dat verdachte in verzekering heeft doorgebracht, zal van deze geldboete worden afgetrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: </para>
    </parablock>
    <para>-	23, 24 c en 57 van het Wetboek van Strafrecht;</para>
    <para>-	3 en 11 van de Opiumwet.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een geldboete van € 500,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en voorlopige hechtenis) doorgebracht, bij de uitvoering op de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht volgens de maatstaf van € 50,- per dag.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter) en mr. Y. van Wezel, rechters en Kolonel mr. C.E.W. van de Sande, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Taekema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 juli 2022.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_588ec9f1-b96a-4237-9404-b7b4c612317f" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Drenthe IJsselstreek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 0012913100762, gesloten op 29 januari 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b439d649-6180-41c9-afa5-9d7090a5e03a" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 565-566. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fb701316-f8df-4b16-9f46-ce61330675c5" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 569.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_672d40c1-7245-4756-98fe-2816461d712e" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 573, 577-581. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9949401c-13eb-41b1-bf28-e5f051b762af" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 632.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f0d362a1-7c70-449d-b43e-c6918f13bf36" label="6">
    <para> Verklaring verdachte ter terechtzitting van 30 mei 2022.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9046c241-bdb9-47bf-903b-06981fbd061d" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 238.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_71ad74fe-9359-4a51-bb79-cd569eed7ffc" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] , p. 776.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3c678309-9b14-46b7-a3d5-c1b1bc0e0346" label="9">
    <para> Proces-verbaal, p. 547.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f2dcbb66-9e65-4810-96a2-767a97ac7747" label="10">
    <para> Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 549; Rapport Douane Laboratorium, p. 552.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>