<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:3090</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-01T13:51:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/402582 KG RK 22-259 en C/05/402584 KG RK 22-260</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:3090">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:3090</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-20T14:51:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:3090 Rechtbank Gelderland , 23-05-2022 / C/05/402582 KG RK 22-259 en C/05/402584 KG RK 22-260</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:3090:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking. Verzoek om wraking van de rolrechter en de zittingsrechter afgewezen. Verzoeker heeft aangegeven te laat te zijn geweest om zich uit te laten over handtekeningdeskundige, niet valt in te zien dat de rolrechter daarna nog actie had moeten nemen. Dat de advocaat van de wederpartij in de hoofdzaak mogelijk eveneens advocaat is de nieuwe rechtsbijstandsverzekeraar van de wederpartij, maakt niet dat de zittingsrechter vooringenomen is. De beslissingen van de zittingsrechter om stukken ter zitting te weigeren en om het gehele dossier aan de handtekeningendeskundige te verzenden zijn procedurele beslissingen, uit de motivering van die beslissingen blijkt geen (schijn van) vooringenomenheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:3090:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers:	C/05/402582 / KG RK 22-259 en C/05/402584 / KG RK 22-260</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 23 mei 2022	</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] ,</para>
      <para>wonende te Arnhem.</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. G.J. Meijer en mr. S.J. Peerdeman,</emphasis>
      </para>
      <para>rechters in deze rechtbank</para>
      <para>hierna te noemen: de rechters. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het schriftelijke wrakingsverzoek van 29 maart 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mail van verzoeker van 15 april 2022; waaruit blijkt dat de wraking zowel is gericht tegen de zittingsrechter als tegen de rolrechter(s);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schriftelijke reactie van rolrechter Meijer van 20 april 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schriftelijke reactie van zittingsrechter Peerdeman van 21 april 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen verzoeker en zittingsrechter Peerdeman. Rolrechter Meijer heeft laten weten niet te zullen verschijnen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt tot wraking van de zittingsrechter (Peerdeman) en de rolrechter (Meijer) in de zaak met nummer C/05/383592 HA ZA 21/82 tussen verzoeker en [belanghebbende 1] . </para>
        <para>In deze bodemzaak heeft verzoeker een geldbedrag van [belanghebbende 1] gevorderd voor werkzaamheden die hij als advocaat verricht zou hebben voor [belanghebbende 1] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek, zoals toegelicht op de mondelinge behandeling, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. De stukken die verzoeker tijdens de mondelinge behandeling van de bodemzaak op 16 november 2021 wilde indienen zijn door de zittingsrechter geweigerd. Er is door deze rechter tijdens de mondelinge behandeling ook nagelaten om de vraag te beantwoorden of er sprake is van belangenverstrengeling tussen verzekeraar Achmea en (de advocaat van) [belanghebbende 1] . </para>
        <para>Bovendien laat de zittingsrechter de situatie met de deskundige op zijn beloop, terwijl de deskundige zich tegenover de rechtbank en verzoeker verschillend heeft uitgelaten over de mogelijkheid om een handtekeningonderzoek te doen op basis van een kopie. </para>
        <para>Ten slotte kan de deskundige beïnvloed worden nu het gehele procesdossier aan de deskundige moet worden verstrekt, zoals is bepaald in het laatste tussenvonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De rechters hebben laten weten niet in de wraking te berusten en hebben op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rolrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Aan het verzoek tot wraking van de rolrechter zijn in het verzoekschrift in het geheel geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd. Tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft verzoeker aangegeven dat de rolrechter actie had moeten ondernemen tegen de volgens verzoeker tegenstrijdige verklaringen van de deskundige met betrekking tot het opgedragen handschriftonderzoek. De wet schrijft voor dat het wrakingsverzoek wordt gedaan zodra de feiten en omstandigheden die aanleiding gaven tot het verzoek bekend zijn geworden en dat deze tegelijk moeten worden voorgedragen. Het wrakingsverzoek voldoet niet aan deze voorschriften en moet dus al om die reden worden afgewezen. </para>
        <para>Inhoudelijk geldt dat verzoeker op de rolzitting van 19 januari 2022 in de gelegenheid is gesteld zich uit te laten over het voornemen tot onderzoek door een handschriftdeskundige. Hij heeft deze mogelijkheid voorbij laten gaan. Desgevraagd heeft verzoeker verklaard dat hij te laat was met zijn reactie. Niet valt in te zien waarom de rolrechter daarna (buiten de rolzittingen om) nog actie had moeten ondernemen op dit punt. </para>
        <para>De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek tegen de rolrechter afwijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zittingsrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>Volgens verzoeker is sprake van belangenverstrengeling tussen verzekeraar Achmea en de huidige advocaat van [belanghebbende 1] , omdat die advocaat ook de huisadvocaat van Achmea zou zijn. Voor zover verzoeker aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd dat de zittingsrechter tijdens de mondelinge behandeling op 16 november 2021 heeft nagelaten om de vraag naar een dergelijke belangenverstrengeling te stellen of te (laten) beantwoorden, geldt dat het wrakingsverzoek niet is gedaan zodra dit feit en/of deze omstandigheid aan verzoeker bekend is geworden.</para>
        <para>Tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft de zittingsrechter toegelicht dat zij begrepen had dat Achmea tijdens de zitting aanwezig was omdat Achmea als aansprakelijk verzekeraar (volgens de Conclusie van Antwoord) mogelijk nog steeds bereid is kosten van verzoeker te vergoeden als (buitengerechtelijke) kosten in de letselschadezaak. Voor zover verzoeker heeft aangegeven dat hem pas tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek duidelijk is geworden waarom de zittingsrechter Achmea toe liet aanwezig te zijn tijdens de mondelinge behandeling van de bodemzaak, geldt dat de wrakingskamer niet inziet op welke wijze deze toelichting of beslissing, óók als sprake zou zijn van een eventuele belangenverstrengeling tussen (de advocaat van) de wederpartij van verzoeker en een verzekeraar zou maken dat de zittingsrechter vooringenomen is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>De beslissing om stukken te weigeren die pas tijdens de mondelinge behandeling worden ingediend, is een procedurele beslissing. De beslissingen omtrent de benoeming van de deskundige en de opdracht om het gehele dossier te verstrekken aan de deskundige zijn eveneens procedurele beslissingen. Procedurele beslissingen kunnen als zodanig in beginsel geen grond vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van een procedurele beslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Ook de motivering van een procedurele beslissing kan in beginsel geen grond vormen voor wraking, ook niet indien het zou gaan om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de procedurele beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven (HR 25 september 2018, nr. 18/02675, ECLI:NL:HR:2018:1413).</para>
        <para>Van dit laatste is naar het oordeel van de wrakingskamer geen sprake. Daar waar verzoeker stelt dat de zittingsrechter de situatie rondom de deskundige op zijn beloop laat, heeft hij immers moeten erkennen dat hij wel degelijk in de gelegenheid is gesteld om zich uit te laten over de te benoemen deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen, maar dat hij te laat is geweest dat te doen. Ook is de stelling van de zittingsrechter dat de opdracht tot verstrekking van het gehele dossier voortvloeit uit de Leidraad deskundigen in civiele zaken vervolgens door verzoeker onweersproken gebleven. De wrakingskamer is van oordeel dat de motivering van de zittingsrechter van haar beslissingen geen blijk geeft van (de schijn van) vooringenomenheid.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Het voorgaande leidt ertoe dat de wrakingsverzoeken worden afgewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer van de rechtbank:</para>
      <para>- wijst de verzoeken tot wraking van de rechters af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Graat, voorzitter, mr. E.J. Davids en mr. J.A. van Schagen, leden in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 23 mei 2022.</para>
              <para />
              <para />
              <para>de griffier						de voorzitter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>