<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:1975</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T12:55:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/290306-20 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:1975">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:1975</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-19T15:45:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:1975 Rechtbank Gelderland , 15-04-2022 / 05/290306-20 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:1975:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:1975:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/290306-20</para>
      <para>Datum uitspraak	: 15 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] ,</para>
      <para>op dit moment gedetineerd in de P.I. Zuid Oost, locatie Ter Peel, HvB te Evertsoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 270.596,-. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op de openbare terechtzittingen van 7 februari 2022, 25 februari 2022 en 4 april 2022 onderzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel op een lager bedrag moet worden vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 15 april 2022 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde ter zake van – kort gezegd – mensenhandel en zware mishandeling is veroordeeld tot:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de ongemaximeerde tbs-maatregel met dwangverpleging;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten en baseert zich op de volgende bewijsmiddelen.<footnote-ref linkend="_9eecffb4-f17c-4aa3-bf10-f7ee14814f1b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Contant geld</emphasis>
      </para>
      <para>
        [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft verklaard dat ze contant geld op moest nemen. Dit geld heeft ze aan veroordeelde gegeven.<footnote-ref linkend="_16fa7c32-b63e-4520-9318-870fc8d13f02" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In 2019 heeft [slachtoffer] een bedrag van in totaal € 12.200,- contant opgenomen van de rekening [nummer 1] . </para>
      <para>Verder heeft ze in de periode van 1 mei 2018 tot en met 5 oktober 2020 een bedrag van in totaal € 173.480,- contant opgenomen van haar rekening [nummer 1] . In diezelfde periode heeft ze een bedrag van € 34.850,- contant gestort.<footnote-ref linkend="_62937ac8-bd0c-4ca0-a3b7-24666b4a04c3" /> Dat betekent dat een bedrag van in totaal € 138.630,- aan contant geld afkomstig is van deze rekening (€ 173.480,- verminderd met € 34.850,-). </para>
      <para>Ten slotte heeft [slachtoffer] een bedrag van in totaal € 70,- opgenomen van haar rekening [nummer 2] .<footnote-ref linkend="_01576158-be4f-4d00-a804-423d59d3756e" /></para>
      <para>Dat betekent dat [slachtoffer] een bedrag van in totaal € 150.900,- aan contant geld heeft opgenomen (€ 12.200,- plus € 138.630,- plus € 70,-).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] op 15 oktober 2020 zijn contante geldbedragen van € 785,- en € 6.405,- aangetroffen.<footnote-ref linkend="_9059929e-5caa-4f3b-b486-1679c4be4b03" /> Dit bedrag van in totaal € 7.190,- wordt afgetrokken van het totaalbedrag aan contante geldopnames. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarmee heeft [slachtoffer] voor een bedrag van in totaal € 143.710,- aan contant geld opgenomen en aan veroordeelde gegeven.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De afbetaling van krediet en leningen </emphasis>
      </para>
      <para>Op 23 mei 2018 heeft [slachtoffer] een schuld van veroordeelde en medeveroordeelde van € 13.810,16 afbetaald bij [naam 1] .<footnote-ref linkend="_af6dd76e-2b30-462c-9165-e392f3dce05d" /> Op 8 februari 2019 maakte [naam 2] € 10.000,- naar haar over.<footnote-ref linkend="_b9afb57a-17fc-40a2-97fe-e916928b139c" /> Op 12 april 2019 maakte [naam 3] een bedrag van € 10.012,07 naar haar over.<footnote-ref linkend="_70a0a1fb-cb8d-4ab6-864b-d0aa2e574a40" /> Deze leningen heeft [slachtoffer] afgesloten, omdat ze geld nodig had om veroordeelde te betalen.<footnote-ref linkend="_b1edc1f7-4d50-4e04-b869-66f409c725a5" /> In het voordeel van veroordeelde wordt voor beide leningen € 10.000,- aangehouden, omdat niet bekend is wat het rentepercentage van de aflossingen is. Daarnaast heeft [slachtoffer] in totaal € 11.723,88 overgemaakt naar veroordeelde.<footnote-ref linkend="_17223f0f-09ff-4242-82e2-5070949910be" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] een bedrag van in totaal € 45.534,04 heeft besteed aan het afbetalingen van schulden en leningen van en bij veroordeelde en medeveroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten gerelateerd aan de woning aan de [adres] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>a.<emphasis role="underline"> Uitgaven ten behoeve van de tuin</emphasis></para>
    <para>
      [slachtoffer] heeft in de periode van 25 september 2018 tot en met 10 augustus 2019 voor een bedrag van in totaal € 1.484,01 betalingen gedaan bij tuinwinkels.<footnote-ref linkend="_380b2ecf-7c92-4ed4-acb3-9ddc43221051" /> Vanaf 25 juni 2018 bespraken [slachtoffer] en veroordeelde via WhatsApp de verbouwing van de voor- en achtertuin van veroordeelde.<footnote-ref linkend="_bd78563b-9678-47b6-8525-300712a8eca2" /> De rechtbank gaat er daarom vanuit dat [slachtoffer] dit geld heeft uitgegeven aan aankopen voor de tuin van (mede)veroordeelde. </para>
    <para />
    <para>b. <emphasis role="underline">Verbouwing keuken en badkamer en verblijf [naam 11]</emphasis></para>
    <para>
      [slachtoffer] heeft verklaard dat zij de verbouwing van de keuken en de badkamer in de woning van veroordeelde moest betalen.<footnote-ref linkend="_644d0c1d-96b1-4639-b15b-26f0002fe52b" /> De kosten van deze verbouwingen bedroegen in totaal € 27.697,70.<footnote-ref linkend="_c60856a6-129e-4630-aa86-5f2e64c7a529" /> Tijdens de verbouwingen verbleven veroordeelde en medeveroordeelde op kosten van [slachtoffer] à € 2.922,50 in [naam 11] .<footnote-ref linkend="_c349c656-53e1-4202-9745-71e12019d3da" /></para>
    <para />
    <para>c. <emphasis role="underline">Inrichting en overige kosten</emphasis></para>
    <para>
      [slachtoffer] heeft op 23 mei 2018 € 30,- de reparatie van de vaatwasser betaald en op 15 juni 2018 € 519,- een nieuwe vaatwasser gekocht. Beide facturen vermeldden het adres aan de [adres] .<footnote-ref linkend="_70e7f37a-a9bc-480e-8156-1c4707897ed6" /> Verder heeft ze in de periode van 26 mei 2018 tot en met 1 februari 2020 in totaal € 1.013,73 uitgegeven bij de Ikea. Het is aannemelijk dat deze aankopen betrekking hebben op de inrichting van de woning aan de [adres] . Ook heeft ze op 30 augustus 2019 en 2 oktober 2019 voor een bedrag van in totaal € 3.153,15 aan aankopen gedaan bij [naam 4] .<footnote-ref linkend="_ef5a28bd-5fb3-429a-8df8-bcabaa14516f" /> In de periode van 27 juni 2018 tot en met 26 april 2020 heeft ze voor € 1.146,76 aan bestellingen gedaan bij [naam 5] .<footnote-ref linkend="_3dd2ea5a-24fc-4567-8a8e-3803e8107635" /> Op 18 december 2019 heeft [slachtoffer] voor € 7.563,01 een aankoop gedaan bij [naam 6] .<footnote-ref linkend="_ce20169c-6492-4f9f-b291-18ad4b10ee62" /> Verder heeft ze op 25 april 2019 een bestelling van € 478,- geplaatst bij [naam 7] .<footnote-ref linkend="_6fcb6ec6-48c6-40c4-b094-232ab350c522" /> Ten slotte heeft ze op 5 januari 2020 € 2.700,- overgemaakt naar veroordeelde voor de overname van meubels.<footnote-ref linkend="_e67632f1-fa36-4c87-8b47-bb40ed5790f6" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] een bedrag van in totaal € 48.707,86 heeft uitgegeven aan de verbouwing en de inrichting van de woning van (mede)veroordeelde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten voor de auto</emphasis>
      </para>
      <para>
        [slachtoffer] moest als sanctie een auto voor veroordeelde kopen.<footnote-ref linkend="_ed34082b-8737-4ee7-8ab0-919fbcf16dd0" /> Daarom heeft ze op 20 september 2019 een BMW geleased.<footnote-ref linkend="_24bc053b-3849-43e3-a428-4bbf7400542a" /> De leasekosten hiervan bedragen € 7.965,92. Verder heeft [slachtoffer] € 776,55 aan benzine betaald.<footnote-ref linkend="_a450a0fd-e92e-49fa-8a84-d6eefe6eee29" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] in totaal € 8.742,47 heeft besteed aan kosten voor de auto die ze voor veroordeelde moest kopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Salarisbetaling</emphasis>
      </para>
      <para>Verder heeft [slachtoffer] veroordeelde in dienst genomen als betaalde werkneemster bij haar bedrijf. Het loon van veroordeelde diende als afbetaling van de schulden van [slachtoffer] .<footnote-ref linkend="_e7dc0637-c767-4a07-805c-9af633042269" /> [slachtoffer] heeft van 27 januari 2020 tot en met 25 september 2020 € 23.237,24 overgemaakt naar veroordeelde als salarisbetaling.<footnote-ref linkend="_c9fcf12b-86a2-4152-ba1c-5b110dbfe4eb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] in totaal € 23.237,24 heeft betaald aan salaris voor veroordeelde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten inhuur huishoudelijke hulp</emphasis>
      </para>
      <para>Tot slot heeft [slachtoffer] de kosten betaald van een huishoudelijke hulp. In de periode van 16 augustus 2019 tot en met 23 december 2019 heeft [slachtoffer] € 239,37 (giraal) betaald.<footnote-ref linkend="_2d8e50d9-24c9-4aff-81d0-43279fccd3e6" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] in totaal € 239,37 heeft betaald aan de inhuur van huishoudelijke hulp ten behoeve van (mede)veroordeelde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 270.170,98 en zal haar veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoofdelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat bij de bepaling van het ontnemingsvoordeel volgens vaste jurisprudentie wordt uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene gezegd kan worden in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk te hebben genoten. Het opleggen van een hoofdelijke betalingsverplichting voor het volledige bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel, zonder dat vastgesteld kan worden dat de betrokkene dat voordeel heeft verkregen, zal over het algemeen met dit uitgangspunt in strijd zijn. Alleen als het wederrechtelijk verkregen voordeel als ‘gemeenschappelijk voordeel’ kan worden aangemerkt -waarover ieder van de mededaders kan beschikken of gedurende zekere tijd heeft kunnen beschikken- is oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting mogelijk. De rechtbank overweegt verder dat indien door twee of meer personen een strafbaar feit is gepleegd dat wederrechtelijk voordeel heeft opgeleverd, daaraan niet zonder meer de conclusie kan worden verbonden dat het verkregen voordeel als ‘gemeenschappelijk voordeel’ moet worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In onderhavig geval woonden veroordeelde en medeveroordeelde samen. Zij konden gezamenlijk profiteren van het geld dat [slachtoffer] in de woning moest investeren. Het contante geld dat [slachtoffer] aan veroordeelde moest afstaan, werd gebruikt voor het gezamenlijke huishouden dat veroordeelde en medeveroordeelde voerden. De rechtbank is op basis hiervan van oordeel dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden aangemerkt als ‘gemeenschappelijk voordeel’. Voorts bestaan geen of onvoldoende aanknopingspunten voor de toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de daders afzonderlijk. De rechtbank ziet daarom aanleiding om te bepalen dat veroordeelde hoofdelijk aansprakelijk is voor het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering benadeelde partij</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat uit artikel 36e, lid 9, Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) volgt dat bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen, alsmede verplichtingen tot betaling aan de Staat in geval van een schadevergoedingsmaatregel, in mindering worden gebracht, voor zover die zijn voldaan. Het door de rechtbank gewezen vonnis is nog niet onherroepelijk geworden. Dat betekent dat er nog niet onherroepelijk op de vordering van de benadeelde partij is beslist. De rechtbank zal daarom de toegewezen vordering niet in mindering brengen op het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel. Voor zover veroordeelde de in de hoofdzaak toegewezen vordering aan de benadeelde partij dan wel de Staat zal betalen, kan zij op grond van artikel 577b Wetboek van Strafvordering verzoeken om vermindering van het vastgestelde bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 270.170,98; </emphasis><?linebreak?></para>
    <para>- legt de veroordeelde de hoofdelijke verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;</para>
    <para />
    <para>- verstaat dat de verplichting tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel komt te vervallen indien en voor zover de medeveroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat;<?linebreak?></para>
    <para>- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 1.080 dagen. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. Y. van Wezel (voorzitter), mr. C.A.H. Pouwels en mr. C.E.W. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Pouwels en mr. Van de Sande zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9eecffb4-f17c-4aa3-bf10-f7ee14814f1b" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [naam 8] van de politie Oost-Nederland, districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek [naam 9] , BVH-zaaksregistratienummer [nummer 3] , gesloten op 4 juni 2021 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_16fa7c32-b63e-4520-9318-870fc8d13f02" label="2">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] , p. 1160.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_62937ac8-bd0c-4ca0-a3b7-24666b4a04c3" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. ZD 22-23 van het ontnemingsdossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_01576158-be4f-4d00-a804-423d59d3756e" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. ZD 26 van het ontnemingsdossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9059929e-5caa-4f3b-b486-1679c4be4b03" label="5">
    <para> Schriftelijk bescheid, te weten een beslaglijst, p. 971-972.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_af6dd76e-2b30-462c-9165-e392f3dce05d" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] , p. 1151 en 1195 en schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift ten name van [slachtoffer] , p. 1470-1471.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b9afb57a-17fc-40a2-97fe-e916928b139c" label="7">
    <para> Schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift ten name van [slachtoffer] , p. 1541.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_70a0a1fb-cb8d-4ab6-864b-d0aa2e574a40" label="8">
    <para> Schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift ten name van [slachtoffer] , p. 1558.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b1edc1f7-4d50-4e04-b869-66f409c725a5" label="9">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] , p. 1196.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_17223f0f-09ff-4242-82e2-5070949910be" label="10">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] , p. 1196 en proces-verbaal van bevindingen, p. ZD 61 van het ontnemingsdossier. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_380b2ecf-7c92-4ed4-acb3-9ddc43221051" label="11">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. ZD 65 van het ontnemingsdossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd78563b-9678-47b6-8525-300712a8eca2" label="12">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 1694-1707.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_644d0c1d-96b1-4639-b15b-26f0002fe52b" label="13">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] , p. 1129.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c60856a6-129e-4630-aa86-5f2e64c7a529" label="14">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. ZD 65-66 van het ontnemingsdossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c349c656-53e1-4202-9745-71e12019d3da" label="15">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] , p. 1164 en proces-verbaal van bevindingen, p. ZD 67 van het ontnemingsdossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_70e7f37a-a9bc-480e-8156-1c4707897ed6" label="16">
    <para> Schriftelijke bescheiden, te weten facturen van [naam 10] , p. ZD 117-118 van het ontnemingsdossier en schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift ten name van [slachtoffer] , p. 1471 en 1478.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ef5a28bd-5fb3-429a-8df8-bcabaa14516f" label="17">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. ZD 68 van het ontnemingsdossier; schriftelijk bescheid, te weten een factuur van [naam 4] , p. ZD 148 van het ontnemingsdossier en schriftelijk bescheid, te weten een WhatsApp-gesprek, p. ZD 150-152 van het ontnemingsdossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3dd2ea5a-24fc-4567-8a8e-3803e8107635" label="18">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] , p. 1129; proces-verbaal van bevindingen, p. ZD 69 van het ontnemingsdossier en schriftelijk bescheid, te weten een WhatsApp-gesprek, p. ZD 152-154 van het ontnemingsdossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ce20169c-6492-4f9f-b291-18ad4b10ee62" label="19">
    <para> Schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift ten name van [slachtoffer] , p. 1611; proces-verbaal van bevindingen, p. 1920.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6fcb6ec6-48c6-40c4-b094-232ab350c522" label="20">
    <para> Schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift ten name van [slachtoffer] , p. 1561.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e67632f1-fa36-4c87-8b47-bb40ed5790f6" label="21">
    <para> Schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift ten name van [slachtoffer] , p. 1615.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed34082b-8737-4ee7-8ab0-919fbcf16dd0" label="22">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] , p. 1129; proces-verbaal van bevindingen, p. 1922 en schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift ten name van [slachtoffer] , p. 1583 en 1596.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_24bc053b-3849-43e3-a428-4bbf7400542a" label="23">
    <para> Schriftelijk bescheid, te weten een private finance overeenkomst, p. ZD 164-173 van het ontnemingsdossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a450a0fd-e92e-49fa-8a84-d6eefe6eee29" label="24">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. ZD 160-161 van het ontnemingsdossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e7dc0637-c767-4a07-805c-9af633042269" label="25">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] , p. 1129, 1130 en 1164.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9fcf12b-86a2-4152-ba1c-5b110dbfe4eb" label="26">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. ZD 179 van het ontnemingsdossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2d8e50d9-24c9-4aff-81d0-43279fccd3e6" label="27">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer] , p. 1129 en schriftelijk bescheid, te weten een rekeningafschrift ten name van [slachtoffer] , p. 1659, 1660, 1662 en 1663.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>