<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2022:1306</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-05T11:10:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20_6859</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2023:423" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2023:423, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:1306">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2022:1306</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-15T12:17:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2022:1306 Rechtbank Gelderland , 15-03-2022 / AWB - 20_6859</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2022:1306:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Door verweerder is een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van een zonnepark aan de Hegemansweg te Groenlo. Door verschillende omwonenden, allen agrarisch ondernemers, is hiertegen beroep ingesteld. </para>
        <para>Samengevat betogen eisers dat geen draagvlak onder omwonenden bestaat. Ook hebben zij onvoldoende (financieel) kunnen participeren. Verder is het zonnepark in strijd met de goede ruimtelijke ordening en is onvoldoende flora en fauna onderzoek verricht. Er bevinden zich namelijk beschermde vogelsoorten in het plangebied en er zit mogelijk een dassenburcht in de nabije omgeving. Hiermee is volgens eisers onvoldoende rekening gehouden.</para>
        <para>Aan de omgevingsvergunning ligt de ruimtelijke onderbouwing ‘Omgevingsvergunning zonnepark Hegemansweg Groenlo’ ten grondslag en er is een landschappelijke inpassing van het zonnepark tot stand gekomen na overleg met het Gelders Genootschap. </para>
        <para>Anders dan eisers, is de rechtbank van oordeel dan het bestreden besluit is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. In dit geval is de keuze gemaakt om een bijdrage te leveren aan duurzame energieproductie vanwege het algemeen belang om energieneutraal te zijn in 2030. Er worden allerlei maatregelen getroffen om het zonnepark landschappelijk in te passen zodat het open landschap gewaarborgd blijft, wat conform het advies van het Gelders Genootschap is. Ten aanzien van het onderzoeken van alternatieve locaties voor het opwekken van zonne-energie, is door verweerder voldoende toegelicht dat alleen het bedekken van daken onvoldoende is om te voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van zonne-energie. Verder zijn de belangen van eisers naar het oordeel van de rechtbank voldoende geïnventariseerd en meegewogen. Er heeft overleg plaatsgevonden met de omwonenden en er is voldaan aan de minimumeisen voor (financiële) participatie. Ook zijn de belangen van eisers betreffende het behoud van agrarische gronden voldoende meegenomen.</para>
        <para>Het betoog van eisers ten aanzien van de bescherming van de dassen en beschermde vogelsoorten ziet op soortenbescherming. Eisers beroepen zich daarmee op de bepalingen in de Wet natuurbescherming (Wnb) over de bescherming van plant- en diersoorten. Dit is een algemeen belang, waarvoor zij alleen in rechte kunnen opkomen als er sprake is van een bepaalde verwevenheid van dit algemene belang met het behoud van een goede kwaliteit van hun directe woon- en leefomgeving. Als de afstand van het zonnepark tot de gronden van eisers hemelsbreed meer dan 100 meter bedraagt, wordt in principe niet zo’n verwevenheid aangenomen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van deze verwevenheid. Als er al een dassenburcht zou zijn, dan ligt deze buiten het plangebied en op meer dan 100 meter afstand van het woon- en leefklimaat van eisers. Ten aanzien van de vogels is van belang dat de door eisers verrichte bedrijfsactiviteiten niet worden beïnvloed door de instandhouding van de beschermde vogelsoorten binnen het plangebied, zodat ook om die reden geen verwevenheid bestaat. Het beroep op de Wnb stuit daarom af op het relativiteitsvereiste.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2022:1306:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ARN 20/6859 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2022</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [Eiser A] , uit [plaats B] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R. de Kamper),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oost Gelre</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigden: B. ten Have en N. Rondeel).</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Als derde-partij neemt aan het geding deel: [C] , te [plaats B]</bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. J.J. Molenaar en mr. J.L.G. Niederer).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 20 november 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder aan derde-partij een omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 8 februari 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. Derde-partij is verschenen, bijgestaan door gemachtigde mr. J.L.G. Niederer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Crisis- en herstelwet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. De rechtbank stelt allereerst vast dat de Crisis- en herstelwet (Chw) op deze zaak van toepassing is. Het in het geding zijnde project ziet immers op de aanleg van een productie-installatie ten behoeve van hernieuwbare elektriciteit door zonne-energie, zoals bedoeld in de beschrijving van categorie 1.1 van bijlage 1 bij de Chw.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiser woont op [het adres D] te [plaats B] . Hij kan zich niet verenigen met de omgevingsvergunning die verweerder aan derde-partij heeft verleend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Besluitvorming</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. De omgevingsvergunning ziet op de realisatie van een zonnepark aan de Hegemansweg te Groenlo. De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteiten ‘bouwen van een bouwwerk’, ‘uitvoeren van een werk’ en ‘gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).</para>
    <para>Niet in geschil is dat het zonnepark in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oost Gelre 2011’ en de nadien opgestelde reparatieplannen. Het zonnepark verdraagt zich niet met de daar geldende bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Om de realisatie van het zonnepark toch mogelijk te maken, heeft verweerder toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wabo. Aan de omgevingsvergunning heeft verweerder de ruimtelijke onderbouwing ‘Omgevingsvergunning zonnepark Hegemansweg Groenlo’ ten grondslag gelegd. De raad van de gemeente Oost Gelre heeft een verklaring van geen bedenkingen verleend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is voldaan aan het gemeentelijk beleid?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Eiser betoogt dat verweerder niet heeft voldaan aan de procedure zoals vastgelegd in het gemeentelijk beleid.<footnote-ref linkend="_b933a6b2-2064-4dec-8e03-341bd64f7729" /> In dit beleid staat dat de gekozen initiatieven gezamenlijk de omvang van 15 hectare mogen overschrijden, mits het de twee hoogst gewaardeerde initiatieven zijn. De rangorde van de aangevraagde plannen zal worden bepaald op grond van een waarderingssysteem met een puntentelling. Omdat verweerder geen inzicht in dit waarderingssysteem en de puntentelling verschaft én het maximum van 15 hectare wordt overschreden door de twee gekozen initiatieven, is het besluit volgens eiser onvoldoende gemotiveerd. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder stelt zich op het standpunt dat het waarderingssysteem bedoeld is om plannen onderling te kunnen vergelijken in een situatie dat er een plan moet afvallen. Verweerder heeft toegelicht dat er drie initiatieven zijn ingediend in 2019, waarvan twee "losse" zonneparken (locatie Vredenseweg Groenlo en locatie Hegemansweg). Het derde initiatief (locatie Zieuwent) was onderdeel van een grotere gebiedsontwikkeling met</para>
        <para>woningbouw  en is om die reden nog niet in procedure gebracht. Zodoende bleven er twee plannen over, die gezamenlijk de omvang van 15 hectare overschrijden. Omdat in dit geval geen plan af hoefde te vallen, is de puntentelling in dit geval volgens verweerder niet relevant. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank kan dit standpunt van verweerder volgen. Omdat de twee ingediende aanvragen, waaronder het zonnepark aan de Hegemansweg, volgens verweerder allebei voldoen aan de ruimtelijke minimumeisen voor zonneparken en de twee hoogst gewaardeerde initiatieven volgens het beleid mogen worden gerealiseerd, bestond er geen reden voor verweerder om aan het genoemde waarderingssysteem te toetsen. Er hoefde immers geen initiatief af te vallen. Het betoog van eiser slaagt dus niet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.	Eiser betoogt dat belangrijke voorwaarden voor de realisatie van een zonnepark draagvlak en (financiële) participatie zijn. Onder verwijzing naar het Uitvoeringsprogramma grootschalige hernieuwbare energie van 27 juli 2018 en de gedragscode NWEA betoogt eiser dat niet slechts onderzoek naar draagvlak moet worden gedaan, maar dat er ook daadwerkelijk draagvlak moet zijn. Draagvlak en (financiële) participatie ontbreken in dit geval, aldus eiser. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat op grond van het van toepassing zijnde gemeentelijk beleid van een initiatiefnemer wordt verlangd dat hij minimaal weergeeft in een participatieverslag hoe rekening is gehouden met het draagvlak en dat het een pluspunt is als aantoonbaar sprake is van overwegende mate van draagvlak. Ten aanzien van financiële participatie moet minimaal worden gestreefd naar de omstandigheid dat lokale bedrijven en inwoners participeren voor minimaal 50% en is het een pluspunt als daadwerkelijk in overwegende mate wordt geparticipeerd.<footnote-ref linkend="_3aad1766-df0a-4dfe-b846-0224a0416ebd" /> Het niet nakomen van deze voorwaarde kan voor verweerder reden zijn de gewenste medewerking niet te verlenen. </para>
        <para>In dit geval heeft participatie plaatsgevonden voordat een verzoek om omgevingsvergunning voor de ontwikkeling van het zonnepark bij verweerder is ingediend. Er heeft een informatieavond plaatsgevonden en er hebben individuele gesprekken met omwonenden en overige belanghebbenden plaatsgevonden. Van deze gesprekken zijn verslagen opgesteld.<footnote-ref linkend="_7adc3e9c-6c94-48db-9d3c-3b9977f792b7" /> Er zijn dus informatie- en inspraakmogelijkheden georganiseerd waardoor aan de minimumeis met betrekking tot draagvlak uit het gemeentelijk beleid is voldaan. </para>
        <para>Ten aanzien van financiële participatie worden uitgangspunten aan de initiatiefnemer meegegeven. Er is niet exact voorgeschreven hoe deze financiële participatie zou moeten plaatsvinden. Op de zitting is door de derde-partij toegelicht dat deze financiële participatie pas vorm kan krijgen als het zonnepark daadwerkelijk wordt gerealiseerd en dat inwoners van de gemeente Oost-Gelre op dat moment met voorrang financieel kunnen participeren. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank ook voldaan aan de minimumeis uit het gemeentelijk beleid ten aanzien van financiële participatie.</para>
        <para>Het betoog van eiser slaagt daarom niet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wat is de conclusie?</emphasis>
        </para>
        <para>6.	Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Bruinse-Pot, rechter, in aanwezigheid van mr. W.M.P. Hermsen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <parablock>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
      <para>Op het hoger beroep tegen deze uitspraak is de Chw van toepassing. Op grond van artikel 1.6a van de Chw kunnen na genoemde zes weken geen gronden meer worden aangevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b933a6b2-2064-4dec-8e03-341bd64f7729" label="1">
    <para> Beleidsregel planologische medewerking zonnepanelen groter dan 2 ha in het buitengebied van Oost Gelre, pagina 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3aad1766-df0a-4dfe-b846-0224a0416ebd" label="2">
    <para> Zie p. 23 van het Beleid installaties opwekking hernieuwbare energie Oost Gelre.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7adc3e9c-6c94-48db-9d3c-3b9977f792b7" label="3">
    <para> Zie bijlage 11 en 12 bij de ruimtelijke onderbouwing.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>