<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:7324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-27T12:23:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9332208</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenbeschikking">Tussenbeschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2022-0101</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:7324">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:7324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-14T09:51:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:7324 Rechtbank Gelderland , 13-08-2021 / 9332208</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:7324:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoekschriftprocedure erfrecht. Tussenbeschikking n.a.v. verzoek tot vaststellen loon van de vereffenaar ogv 4:206 lid 3 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:7324:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team bewind en erfrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	9332208 \ EZ VERZ  21-322 \ mk</para>
      <para>uitspraak van	13 augustus 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">tussenbeschikking</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uw Vereffenaar B.V. </emphasis>in haar hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [erflater] , vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger vereffenaar]</para>
      <para>kantoorhoudende te Nieuw-Lekkerland</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verzoekende partij </emphasis>
      </para>
      <para>procederend in persoon </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:<?linebreak?>- het verzoekschrift van 6 juli 2021 met bijlagen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2.	De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op [datum] 2019 is te [plaats] overleden [erflater] , geboren te [plaats] op [datum] 1947 (hierna: erflater). De laatste woonplaats van erflaterwas [plaats] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van 16 april 2020 heeft de rechtbank Gelderland de besloten vennootschap Uw Vereffenaar B.V. benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>
      <?linebreak?>3.	Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vereffenaar verzoekt de kantonrechter op grond van artikel 4:206 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) haar loon vast te stellen op een bedrag van € 16.758,97 inclusief btw overeenkomstig de door haar overgelegde gespecificeerde tijdsregistratie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan het verzoek heeft verzoekster het volgende ten grondslag gelegd. De nalatenschap bevatte een woning aan de [adres] . Deze woning is verkocht en geleverd. De aangiftes erfbelasting zijn verzorgd en voldaan. De nalatenschap is voldoende om alle vorderingen te voldoen. De vereffening zal eindigen met een overschot. Alle werkzaamheden in de vereffening zijn afgerond.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 4:206 lid 3 BW heeft een door de rechter benoemde vereffenaar recht op het loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld. Voor de berekening van het loon wordt aangesloten bij de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling 2019 (hierna: de Recofa-richtlijnen).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Uit de door de vereffenaar overgelegde gespecificeerde tijdsregistratie valt af te leiden op welke datum de werkzaamheden zijn verricht, welk soort werkzaamheden zijn verricht en de kwalificatie van de personen die deze werkzaamheden hebben verricht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De toepassing van de ervaringsfactoren voor de werkzaamheden die zijn verricht door [vertegenwoordiger vereffenaar] en mr. [zaakbehandelaar bij de vereffenaar] is daarentegen niet begrijpelijk. De vereffenaar geeft aan dat [vertegenwoordiger vereffenaar] sinds 2013 werkzaam is als WSNP Bewindvoerder en faillissementsmedewerker en sinds 2015 eveneens wordt benoemd tot curator in faillissementen van natuurlijke personen. De kantonrechter overweegt derhalve dat op grond van artikel 6.4 lid d van de Recofa-richtlijnen ervaringsfactor 0,5 van toepassing is. De vereffenaar heeft voor de werkzaamheden die door [vertegenwoordiger vereffenaar] zijn verricht ervaringsfactor 1,1 toegepast, maar niet toegelicht op basis waarvan de ervaring van <?linebreak?> gelijk kan worden gesteld aan de ervaring van een advocaat met drie tot vijf jaar ervaring. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De vereffenaar geeft ten aanzien van mr. [zaakbehandelaar bij de vereffenaar] aan dat zij sinds eind 2020 werkzaam is als zaakbehandelaar bij Uw Vereffenaar. De vereffenaar heeft voor de werkzaamheden verricht door mr. [zaakbehandelaar bij de vereffenaar] ervaringsfactor 0,8 toegepast vanwege haar opleiding en ervaring. De vereffenaar onderbouwt echter niet waaruit deze opleiding en ervaring bestaat, zodat de kantonrechter niet kan beoordelen of de juiste ervaringsfactor wordt toegepast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Zonder nadere toelichting is voor de kantonrechter niet inzichtelijk waarom voornoemde medewerkers voor deze tarieven in aanmerking komen. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter de vereffenaar in de gelegenheid stellen schriftelijk toe te lichten waarom de ervaringsfactoren die horen bij advocaten en notarissen in rekening zijn gebracht, dan wel de gehanteerde ervaringsfactoren aan te passen in overeenstemming met de Recofa-richtlijnen.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>stelt verzoekster in de gelegenheid uiterlijk 3 september 2021 schriftelijk te reageren op hetgeen is overwogen in r.o. 4.3-4.5 van deze beschikking;</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>5.2.	houdt iedere beslissing aan.</para>
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. M.J.H. Schuurman en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2021.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>