<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:6232</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-30T15:56:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/114648-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:6232">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:6232</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-30T15:54:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:6232 Rechtbank Gelderland , 23-11-2021 / 05/114648-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:6232:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een zeventienjarige verdachte wegens het plegen van ontuchtige handelingen en het vervaardigen en bezitten van kinderporno van een veertienjarig slachtoffer. Die dag hebben in totaal drie (minderjarige) verdachten om beurten ontuchtige handelingen gepleegd met het slachtoffer in een park. Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden, een werkstraf voor de duur van 150 uren en een leerstraf Tools4U verlengd plus voor 24 uren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:6232:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/114648-21</para>
      <para>Datum uitspraak	: 23 november 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. J. Zeegers, advocaat te Doetinchem. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 9 november 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para>hij op of omstreeks 26 april 2021 te Arnhem, althans in Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het brengen van zijn penis in haar mond en/of vagina en/of anus en/of<?linebreak?>het door [slachtoffer] laten betasten en/of aftrekken van zijn penis;</para>
    <para />
    <para>2<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 26 april 2021 tot en met 27 april 2021 te Arnhem,<?linebreak?>althans in Nederland, afbeeldingen – en/of een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen –<?linebreak?>van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit: </para>
    <para>het met de/een penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van<?linebreak?>een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten<?linebreak?>voornoemde [slachtoffer] en/of het met de/een penis betasten van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten voornoemde [slachtoffer] .</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_d6845d0e-1fc6-4b8b-b7f7-bb12cf471e55" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1 en feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 en feit 2. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging stelt dat feit 1 en feit 2 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 28 april 2021, </para>
    <para>	p. 23 t/m 34;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 28 april 2021, p. 301 t/m 307;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 november 2021.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Bewezen kan worden dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 26 april 2021 te Arnhem<emphasis role="strike-through">, althans in Nederland,</emphasis> met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden <emphasis role="strike-through">uit of mede bestonden</emphasis> uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het brengen van zijn penis in haar mond en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> vagina en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> anus en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>het door [slachtoffer] laten betasten en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> aftrekken van zijn penis;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2<?linebreak?>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 26 april 2021 tot en met 27 april 2021 te Arnhem,<?linebreak?><emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis> afbeeldingen<emphasis role="strike-through"> – </emphasis>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen –<?linebreak?>van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit: </para>
      <para>het met de<emphasis role="strike-through">/een</emphasis> penis oraal, vaginaal <emphasis role="strike-through">en/</emphasis>of anaal penetreren van het lichaam van<?linebreak?>een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten<?linebreak?>voornoemde [slachtoffer] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> het met de<emphasis role="strike-through">/een</emphasis> penis betasten van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten voornoemde [slachtoffer] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eventuele taal- of schrijffouten in de tenlastelegging verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn belang geschaad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal verdachte vrijspreken van die onderdelen van de tenlastelegging die niet zijn bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde feit levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1: </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2: </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">afbeeldingen en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De motivering van de straffen en maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 150 uren en een leerstraf ‘Tools4U verlengd plus’ voor de duur van 24 uren. Daarnaast eist de officier van justitie een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden. De officier van justitie eist daarbij een proeftijd van twee jaar met daarbij de volgende bijzondere voorwaarde:</para>
      <para>- dat de verdachte zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waarvan (maximaal) drie maanden zullen bestaan uit de maatregel ITB Criem, laat begeleiden en zich gedurende een door de gecertificeerde instelling te bepalen periode en op door de gecertificeerde instelling te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang die instelling dat gedurende de proeftijd noodzakelijk acht, en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, moet van de werkstraf worden afgetrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is onder verdachte een goed in beslag genomen, te weten een mobiele telefoon. De officier van justitie heeft geëist dat de mobiele telefoon wordt onttrokken aan het verkeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft de rechtbank verzocht om aan verdachte de leerstraf ‘Tools4U verlengd plus’ en een voorwaardelijke werkstraf op te leggen, conform het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De verdediging vraagt de rechtbank om bij het bepalen van de straf rekening te houden met feit dat geen sprake is geweest van dwang bij de seksuele handelingen. Verdachte heeft zich laten meeslepen door zijn seksuele opwinding en heeft niet tijdig beseft dat hij het niet had moeten doen. Verder vraagt de verdediging de rechtbank rekening te houden met het volgende. Verdachte doet het goed op school. Hij is een first offender en er zijn nauwelijks zorgen over hem. De focus moet liggen op hulpverlening en niet zozeer op afstraffing. Met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals de Raad voor de Kinderbescherming adviseert, is verdachte goed ingekaderd in de hulpverlening. Verdachte werkt mee aan de hulpverlening en heeft zich de afgelopen periode aan de schorsingsvoorwaarden gehouden. Voorwaardelijke jeugddetentie als stok achter de deur gaat daarom te ver. Ook een onvoorwaardelijke werkstraf is niet passend. Verdachte heeft het druk met school en zal het intensieve CRIEM-traject gaan volgen. Een voorwaardelijke werkstraf van 80 uren is daarom passender als stok achter de deur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging verzoekt om de teruggave van de telefoon van verdachte. Er staat weliswaar kinderporno op de telefoon, maar dit kan verwijderd worden. De telefoon is voor verdachte erg belangrijk en was bovendien net nieuw. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafmaatoverweging</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:  </para>
      <para>- Het uittreksel Justitiële Documentatie van 28 september 2021;</para>
      <para>- Het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 2 november 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het hebben van seks met een minderjarige en het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno. In de week voor 26 april 2021 ontstaat er via social media contact tussen verdachte en [slachtoffer] . Na enkele dagen uitwisselen van (seksueel getinte) berichten, gaat [slachtoffer] op 26 april 2021 naar Arnhem voor een afspraak met verdachte. [slachtoffer] was op 26 april 2021 slechts enkele dagen veertien jaar oud. Nadat [slachtoffer] in [woonplaats] is aangekomen, vinden er seksuele handelingen met [slachtoffer] plaats in een bosje in het park naast een school. [slachtoffer] heeft eerst orale, vaginale en anale gemeenschap met verdachte. Vervolgens heeft [slachtoffer] orale gemeenschap met medeverdachte [medeverdachte 1] . Tot slot vindt er nog orale, vaginale en anale gemeenschap plaats tussen medeverdachte [medeverdachte 2] en [slachtoffer] . [slachtoffer] is daarna zeer overstuur door haar begeleiders opgehaald in [woonplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij degene is geweest die de afspraak met [slachtoffer] heeft gemaakt. Tijdens de contacten tussen hem en [slachtoffer] via social media benoemt verdachte dat er meerdere jongens met haar gemeenschap willen hebben. Verdachte heeft hierdoor naar het oordeel van de rechtbank een grote rol gehad bij de gebeurtenissen op 26 april 2021. Verder vindt de rechtbank het uiterst kwalijk dat [slachtoffer] die bewuste dag door de verdachten één voor één als voorwerp is gebruikt. Verdachte heeft zich op geen enkel moment gerealiseerd hoe ingrijpend en belastend de situatie voor [slachtoffer] is geweest. Hij heeft zich laten leiden door zijn seksuele gevoelens en slechts zijn eigen belang vooropgesteld. Hij heeft gebruik gemaakt van de kwetsbaarheid van [slachtoffer] op dat moment. Bovendien heeft hij nadat zijn seksuele gevoelens bevredigd waren, [slachtoffer] in de bosjes achtergelaten voor de andere jongens. Ook dit rekent de rechtbank hem zwaar aan. Dat geen sprake was van dwang, doet hier volgens de rechtbank niet aan af. De wetgever heeft seksuele handelingen met minderjarigen onder de zestien jaar strafbaar gesteld, omdat deze (jonge) minderjarigen ook beschermd moeten worden tegen hun eigen handelen. Verdachte had moeten inzien dat het afwerken van een meisje door drie jongens in een bosje onacceptabel is en dat van werkelijke vrijwilligheid geen sprake kon zijn. Daarbij komt nog dat verdachte zich volledig respectloos heeft opgesteld door [slachtoffer] tijdens de seksuele handelingen ook te filmen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gebeurtenissen zijn voor [slachtoffer] erg belastend geweest en hebben een diepe indruk op haar gemaakt. De feiten kunnen niet onbestraft blijven. Verdachte verdient een straf voor wat hij heeft gedaan. De rechtbank weegt bij de strafoplegging het volgende mee. Verdachte heeft vanaf zijn eerste verhoor en ook op de zitting eerlijk verklaard over de gebeurtenissen. Hij is niet eerder in aanraking gekomen met politie en justitie. Verder houdt de rechtbank rekening met de persoon van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad voor de Kinderbescherming heeft op 2 november 2021 gerapporteerd over verdachte. Verdachte is zes jaar geleden met zijn ouders en zijn zusjes vanuit [land] naar Nederland gevlucht. Zowel thuis als op school worden er geen gedragsmatige problemen bij verdachte gezien. Wel vindt verdachte het soms moeilijk om te gaan met de hoge verwachtingen die zijn ouders van hem hebben. De indruk bestaat dat hij zichzelf regelmatig overschat als gevolg hiervan. Gelet op de huidige verdenking heeft de Raad zorgen over de seksuele ontwikkeling van verdachte. Ook is het van belang dat goed gekeken wordt naar de contacten die verdachte via social media legt. Verdachte lijkt via social media snel contact te kunnen leggen met anderen, maar vindt het daarbij lastig om de grenzen te bepalen. Ook lijkt verdachte de risico’s van social media niet in te zien. Gelet op deze zorgen adviseert de Raad de leerstraf ‘Tools4U verlengd plus’. Bij deze leerstraf zal de aandacht liggen op de seksuele ontwikkeling van verdachte en de contacten via social media. Ook zal verdachte baat hebben bij de maatregel ITB CRIEM. Daar zal de focus liggen op het omgaan met de hoge verwachtingen van zijn ouders. De Raad adviseert daarom deze maatregel op te leggen. Om de hulpverlening te waarborgen is volgens de Raad een voorwaardelijke straf met een proeftijd noodzakelijk. De Raad ziet dat gelet op de aard van de delicten een voorwaardelijke jeugddetentie mogelijk is, maar vindt dit vanuit pedagogisch oogpunt niet noodzakelijk voor verdachte. Hij zal ook in een milder kader meewerken aan de hulpverlening. De Raad vindt een voorwaardelijke werkstraf daarom voldoende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokken jeugdreclasseerder heeft ter zitting aangegeven dat verdachte zich aan de strenge schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. Enkele voorwaarden zijn langzaamaan versoepeld en ook dit ging goed. Zo heeft verdachte geen huisarrest meer en mag hij ook weer op social media. Wel blijft het voor de ouders lastig om te begrijpen dat verdachte via social media seksueel getinte berichten kreeg en vervolgens verwerpelijk heeft gehandeld. Op school ging het niet goed met verdachte. Hij had veel achterstand en behaalde slechte cijfers. Hij moest van school af en is nu op het MBO niveau twee gestart. Dit was een teleurstelling voor zijn ouders. Gelet op de zorgen die er over verdachte zijn, is een intensief traject op zijn plaats. Verdachte moet nog leren omgaan met bepaalde sociale situaties. Hij vraagt veel duidelijkheid in gesprekken met begeleiding. Ook op het gebied van social media en seksuele omgang met anderen heeft verdachte nog stappen te zetten. In overleg met de Raad wordt daarom de leerstraf ‘Tools4U verlengd plus’ geadviseerd in samenhang met ITB CRIEM. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend komt de rechtbank tot het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt dat het opleggen van een geheel voorwaardelijke werkstraf, zoals verzocht door de verdediging en geadviseerd door de Raad, absoluut geen recht doet aan de ernst van de feiten en de aard van de seksuele handelingen die zijn verricht. Het is van belang dat verdachte ervaart dat zijn strafbaar handelen consequenties heeft. De rechtbank zal daarom een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 150 uren opleggen, zoals geëist door de officier van justitie. Dit is een hogere werkstraf dan één van de medeverdachten krijgt opgelegd. Dat komt omdat de rechtbank laat meewegen dat verdachte het initiatief heeft genomen tot de afspraak en hij verregaande seksuele handelingen heeft verricht met aangeefster. Daarnaast zal de rechtbank een onvoorwaardelijk leerstraf ‘Tools4U verlengd plus’ opleggen. Met de Raad en de reclassering is de rechtbank het eens dat verdachte moet leren hoe hij op een juiste manier met social media kan omgaan en grenzen leert te stellen en te handhaven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de gehanteerde uitgangspunten voor soortgelijke strafbare feiten, de zorgen die er zijn over de seksuele ontwikkeling van verdachte en zijn gedrag op social media, vindt de rechtbank het noodzakelijk dat er een flinke stok achter de deur komt in de vorm van een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden.. Aan deze voorwaardelijke straf wordt de maatregel Toezicht en Begeleiding gekoppeld waarvan verdachte (maximaal) drie maanden de maatregel ITB CRIEM moeten volgen. De rechtbank vindt het in het belang van verdachte dat het jeugdreclasseringstoezicht wordt voortgezet voor zover en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het – inmiddels geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte opheffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het beslag</emphasis>
      </para>
      <para>Er ligt beslag op het goed: </para>
      <para>- Telefoontoestel (omschrijving: [nummer] , [kleur] , merk: [merk mobiel] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met deze mobiele telefoon is het bewezenverklaarde feit 2 begaan. Het ongecontroleerde bezit van dit soort goederen (een mobiele telefoon met kinderporno erop) is in strijd met het algemeen belang en de wet. Daarom zal de rechtbank deze mobiele telefoon onttrekken aan het verkeer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">8. 	De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] (wettelijk vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2] ) heeft zich in het strafproces gevoegd en vordert schadevergoeding ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde. </para>
      <para>Gevorderd wordt een bedrag van € 29.022,82, te weten € 19.022,82 materiële schade (voor reiskosten en studievertraging) en € 10.000,- immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling van de vordering moet de rechter de feiten of rechten die door de benadeelde partij zijn gesteld en door de wederpartij – te weten de verdachte – niet of niet voldoende zijn betwist als vaststaand beschouwen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 872,82 aan materiële kosten en € 10.000 aan immateriële kosten toe te wijzen, een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen tot dit bedrag en bij gebreke van betaling en verhaal geen gijzeling op te leggen. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, nu een onderbouwing voor de studiekosten mist.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging stelt zich op het standpunt dat het causaal verband tussen de reiskosten van de ouders van en naar de instelling waar [slachtoffer] verbleef, ontbreekt. Uit het dossier blijkt niet direct de link tussen de gebeurtenissen op 26 april 2021 en de gesloten plaatsing van [slachtoffer] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij dient ten aanzien van dat onderdeel van de gevorderde materiële kosten daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard. De gevorderde studiekosten zijn niet onderbouwd. Ook kan het causaal verband tussen de feiten en de studievertraging niet worden vastgesteld. Een eventueel nader onderzoek naar het causaal verband zal een onevenredige belasting van het strafproces opleveren. Daarom dient de benadeelde partij ook in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft daarnaast verzocht om de gevorderde immateriële schade fors te matigen tot een bedrag van € 1.000,- . Dit gelet op bedragen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. De bij de vordering gevoegde jurisprudentie sluit niet aan bij de gebeurtenissen van 26 april 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat uit het dossier onvoldoende blijkt van een causaal verband tussen de reiskosten van de ouders naar de gesloten instelling en de bewezenverklaarde feiten. Het is duidelijk dat [slachtoffer] een zeer ingrijpende situatie heeft doorgemaakt waarvoor behandeling en hulpverlening noodzakelijk zijn. Het is onduidelijk of de gedragingen van verdachte op 26 april 2021 de directe oorzaak zijn van de uithuisplaatsing van [slachtoffer] . Het had op de weg van de benadeelde partij gelegen om stukken in te dienen waaruit het causaal verband kan blijken. Verder onderzoek naar het causaal verband zal een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De rechtbank zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de gevorderde studievertragingskosten overweegt de rechtbank het volgende. De gevorderde schade voor de studievertraging van [slachtoffer] is niet onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Ook dit deel van de vordering kan de benadeelde partij slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tot slot overweegt de rechtbank het volgende over de gevorderde immateriële schade. De immateriële schadevergoeding is weliswaar niet onderbouwd, maar is naar het oordeel van de rechtbank voldoende toegelicht ter terechtzitting.  De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor [slachtoffer] zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Voor het bepalen van de hoogte van de immateriële schade, zoekt de rechtbank aansluiting bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven waar een schadevergoeding van € 5.000,- wordt uitgekeerd bij soortgelijke zedenmisdrijven. De rechtbank ziet in dit geval geen redenen om van dit bedrag af te wijken. Gelet op de gebeurtenissen van 26 april 2021 en het feit dat de drie verdachten ieder afzonderlijk (in ernst verschillende) seksuele handelingen bij [slachtoffer] hebben gepleegd, zal de rechtbank bepalen dat de verdachten niet hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de immateriële schade. Daarbij weegt de rechtbank mee dat onvoldoende is komen vast te staan dat sprake was van samenwerking tussen de jongens. De immateriële schadevergoeding van € 5.000,- euro zal worden verdeeld naar de mate van ernst van de seksuele handelingen. Verdachte heeft meerdere vergaande seksuele handelingen bij en met [slachtoffer] verricht, waaronder orale, vaginale en anale penetratie. De rechtbank zal daarom de immateriële schadevergoeding toewijzen tot een bedrag van € 2.000,- en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op het toegewezen bedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met de leeftijd van de verdachte wordt geen gijzeling opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 240b en 245 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een<emphasis role="bold"> jeugddetentie voor de duur van 6 (zes) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">bepaalt</emphasis> dat die <emphasis role="bold">jeugddetentie</emphasis> niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">stelt</emphasis> daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de <emphasis role="underline">algemene voorwaarde</emphasis> dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">stelt </emphasis>als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding laat begeleiden, waarvan (maximaal) 3 (drie) maanden zullen bestaan uit de maatregel ITB CRIEM; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich daarna gedurende een door de gecertificeerde instelling te bepalen periode en op door de gecertificeerde instelling te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang die instelling dat gedurende de proeftijd noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>alles voor zover en zo vaak als de jeugdreclassering dat nodig acht; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>waarbij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, afdeling jeugdreclassering, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">onder de voorwaarden dat veroordeelde</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    <para>- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in art. 77aa, eerste tot en met vierde lid, Wetboek van Strafrecht, uit te voeren door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, afdeling jeugdreclassering, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, te weten <emphasis role="bold">een werkstraf van 150 (honderdvijftig) </emphasis>uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van die straf in mindering wordt gebracht; <?linebreak?></para>
      <para>een<emphasis role="bold"> leerstraf</emphasis>, te weten<emphasis role="bold"> Tools4U verlengd van 24 (vierentwintig) uren</emphasis> plus met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 12 (twaalf) dagen;<?linebreak?></para>
      <para>heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de <emphasis role="bold">onttrekking aan het verkeer</emphasis> van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een telefoontoestel (omschrijving: [nummer] , [kleur] , merk: [merk mobiel] );</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wijst de vordering deels toe</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 en feit 2 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer] </emphasis>(wettelijk vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2] ) van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 2.000,-</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer] </emphasis>voor het overige<emphasis role="bold"> niet-ontvankelijk</emphasis> in haar vordering;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Maatregel tot schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 2.000,-</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. E.H.T. Rademaker, rechter, als 	voorzitter,</para>
      <para>mr. M.G.J. Post,	kinderrechter,</para>
      <para>mr. M.W. Stoet,  	rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van, mr. E. van Grol	griffier.</para>
      <para />
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 november 2021.</para>
      <para />
      <para>Mr. M.W. Stoet is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d6845d0e-1fc6-4b8b-b7f7-bb12cf471e55" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, dienst Regionale Recherche, afdeling thematische opsporing, Team Zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2021187284 (onderzoek [naam 3] ), gesloten op 7 juli 2021 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>