<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:6220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T10:23:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9392164</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2021-0938</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:6220">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:6220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-25T12:36:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:6220 Rechtbank Gelderland , 19-11-2021 / 9392164</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:6220:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek voorlopig getuigenverhoor toegestaan. Refertes.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:6220:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	9392164 \ AZ VERZ  21-36 \ 498 \ 40141</para>
      <para>uitspraak van    19 november 2021	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verzoekende partij </emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde mr. B. Leemhuis</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de besloten vennootschap Future Jobs Uitzendbureau B.V.</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Harderwijk </para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">2.  de vennootschap onder firma BMC Schoonmaak &amp; Dienstverlening V.O.F.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Harderwijk</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">3.  de besloten vennootschap Kurtas B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Soest</para>
      <para>vertegenwoordigd door K. Kurt</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">4. de besloten vennootschap Kleentec B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Rijssen</para>
      <para>vertegenwoordigd door M. Yeser</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">5. de besloten vennootschap Storteboom Nijkerk B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Nijkerk</para>
      <para>vertegenwoordigd door M.C.J. Onderdijk </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verwerende partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [verzoeker] , Future Jobs, BMC, Kurtas, Kleentec en Storteboom genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het verzoekschrift van 12 augustus 2021 met producties;</para>
    <para>- de mondelinge behandeling van 2 november 2021. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] is op [datum] 2019 in dienst getreden bij zowel Future Jobs als</para>
        <para>BMC. Beide bedrijven zijn actief in de schoonmaakbranche.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft op 9 juni 2020 BMC aansprakelijk gesteld en op 5 augustus 2020 Storteboom. In de aansprakelijkstellingen heeft [verzoeker] beschreven dat hem op of omstreeks 28 augustus 2019 een arbeidsongeval is overkomen. Hij is uitgegleden en heeft daarbij letsel opgelopen. Voor zijn schade acht [verzoeker] de (formele en/of materiële) werkgevers aansprakelijk. Beide partijen hebben (nog) geen aansprakelijkheid erkend.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt de kantonrechter om te bevelen dat een voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden, met bepaling van de datum en het tijdstip hiervan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan zijn verzoek legt [verzoeker] ten grondslag dat hij aanvullend bewijs wil vergaren voor zijn standpunten Dit wil hij doen door getuigen op te roepen en te horen. De standpunten die hij inneemt zijn de volgende:</para>
      <para>a. 	[verzoeker] was op 28 augustus 2019 als uitzendkracht van Future Jobs dan wel als oproepkracht van BMC werkzaamheden in het pand van Storteboom aan de [adres] aan het verrichten;</para>
      <para>b. 	Tijdens de werkzaamheden bij Storteboom op 28 augustus 2019 heeft [verzoeker] een bedrijfsongeval gehad;</para>
      <para>c.	Door het ongeval van 28 augustus 2019 liep [verzoeker] letsel op;</para>
      <para>d. 	[naam 1] heeft het ongeval zien gebeuren;</para>
      <para>e. 	Na het ongeval is [naam 2] naar het gebouw van Storteboom in Nijkerk gekomen;</para>
      <para>f. 	[verzoeker] is vervolgens door [naam 2] per auto naar het ziekenhuis gebracht;</para>
      <para>g.	[verzoeker] heeft voor zijn werkzaamheden bij Storteboom niet de juiste, dan wel gebrekkige, kleding en schoenen ontvangen;</para>
      <para>h. 	Storteboom, Kleentec, Kurtas, BMC en Future Jobs hebben geen van allen een incidentmelding opgesteld ten aanzien van het ongeval, althans, zij hebben deze niet overhandigd aan [verzoeker] ;</para>
      <para>i. 	De formele en materiële werkgevers zijn aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW, tenzij door hen wordt aangetoond dat zij aan hun zorgplicht hebben voldaan, hetgeen door [verzoeker] wordt betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De uitzendconstructie zat, zo stelt [verzoeker] , als volgt in elkaar. Kleentec had een schoonmaakopdracht verworven van Storteboom. Voor deze opdracht heeft Kleentec uitzendbureau Kurtas verzocht om schoonmakers. Kurtas heeft op haar beurt Future Jobs om uitzendkrachten verzocht en gekregen. Een van hen was [verzoeker] , die op deze wijze bij Storteboom terecht kwam. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] wil inzicht hebben in zijn bewijspositie. Hij is voornemens om de aansprakelijkheidsvraag (art. 7:658 BW) in een procedure voor te leggen aan de kantonrechter. Daarvoor is het nodig de toedracht nader in kaart te brengen. Daartoe dienen de verzochte getuigenverhoren. De getuigen die [verzoeker] wil horen zijn:</para>
        <para>-	de heer [naam 1] , die kan verklaren over de toedracht van het ongeval;</para>
        <para>-	de heer [naam 3] , die kan verklaren over de toedracht van het ongeval en de uitleenconstructie van [verzoeker] ;</para>
        <para>-	[verzoeker] zelf.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Future Jobs en BMC zijn niet ter zitting verschenen. Kurtas, Kleentec en Storteboom hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een voorlopig getuigenverhoor en zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ingevolge art. 186 Rv is een voorlopig getuigenverhoor uitsluitend toelaatbaar in gevallen die kunnen leiden tot - of in het geval van art. 186 lid 2 Rv - reeds hebben geleid tot, een geding voor de burgerlijke rechter. Ingevolge art. 166 Rv heeft de kantonrechter na te gaan of de in het verzoek gestelde feiten of rechten die verzoeker wil bewijzen, gegeven de aard en het beloop van de rechtsvordering, relevant zijn. Deze toets leidt er in het onderhavige geval toe dat het verzoek in beginsel kan worden toegewezen. [verzoeker] wil informatie verzamelen om t.z.t. de aansprakelijkheidsvraag aan de kantonrechter voor te leggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Volgens vaste rechtspraak kan een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, hoewel aan de eisen voor toewijzing is voldaan, toch worden afgewezen op een van de volgende gronden:</para>
      <para>- van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel wordt misbruik gemaakt (art. 3:13 BW);</para>
      <para>- het verzoek is strijdig met een goede procesorde;</para>
      <para>- het verzoek stuit af op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar; </para>
      <para>- verzoeker heeft bij toewijzing van het verzoek onvoldoende belang (art. 3:303 BW).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat van een van deze gronden sprake is, is gesteld noch gebleken. Het verzoek van [verzoeker] tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, zal daarom worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>beveelt een voorlopig getuigenverhoor teneinde de hiervoor in r.o. 3.4 genoemde getuigen te horen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>benoemt een nog aan te wijzen kantonrechter van deze rechtbank tot rechter-commissaris voor wie het getuigenverhoor zal worden gehouden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat het voorlopig getuigenverhoor zal plaatsvinden op een nader vast te stellen datum en tijdstip in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2 - 4, 6811 CD Arnhem;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen binnen twee weken na de datum van deze beschikking schriftelijk aan de kantonrechter - ter attentie van de rekestenadministratie van team kanton en handelsrecht - hun verhinderdata, die van hun eventuele gemachtigden en de getuigen dienen op te geven voor de komende vier maanden, waarbij u tenminste 20 dagdelen beschikbaar bent, verdeeld over deze vier maanden en dat na genoemde datum een dag en tijdstip en uur voor het voorlopig getuigenverhoor zal worden vastgesteld (ook als geen data zijn ontvangen);</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>bepaalt dat [verzoeker] uiterlijk twee weken na de datum van deze beschikking een afschrift van deze beschikking bij aangetekende brief of bij exploot aan verwerende partijen moet doen toekomen.</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2021.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>