<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:5739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-03T12:00:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">388134</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:5739">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:5739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-29T09:03:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:5739 Rechtbank Gelderland , 27-10-2021 / 388134</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:5739:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijwaringsincident. Verweerder in incident voert verweer: geen dekking onder de polisvoorwaarden van de waarborg; vrijwaringsprocedure leidt tot vertraging en vertroebeling van de procedure in hoofdzaak. De incidentele vordering wordt toch toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:5739:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f5b427fb-83ce-4126-867c-02ea78a1a563" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="daace878-3120-41c7-bee2-9df375c5cf2f" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/05/388134 / HA ZA 21-247 / 167 / 1700</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 27 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eis.hfdz./verw.inc.]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. C.M.D. de Waele te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde hfdz. 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>advocaat mr. A.K. Sjouw te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde hfdz. 2]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>advocaat mr. E.J.C. de Jong te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para>3. de stichting</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [ged.hfdz. 3/eis. inc.]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. L. Hilhorst te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna enerzijds [eis.hfdz./verw.inc.] en anderzijds [gedaagde hfdz. 1] , [gedaagde hfdz. 2] en [ged.hfdz. 3/eis. inc.] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 1 mei 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte houdende inbreng producties zijdens [eis.hfdz./verw.inc.] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord met producties zijdens [gedaagde hfdz. 1] met producties 1 en 2;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord zijdens Gieling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring zijdens [ged.hfdz. 3/eis. inc.] met productie 1;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident zijdens [eis.hfdz./verw.inc.] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het vrijwaringsincident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de hoofdzaak vordert [eis.hfdz./verw.inc.] schadevergoeding van (onder meer) [ged.hfdz. 3/eis. inc.] . [eis.hfdz./verw.inc.] legt aan haar vordering ten grondslag dat [ged.hfdz. 3/eis. inc.] onzorgvuldig en/of in strijd met de wet heeft gehandeld, en aldus onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eis.hfdz./verw.inc.] en haar minderjarige dochter. [ged.hfdz. 3/eis. inc.] heeft volgens [eis.hfdz./verw.inc.] -kort samengevat- haar plicht tot waarheidsvinding verzaakt, feiten terzijde geschoven en een tunnelvisie gehanteerd in haar rapporten en verklaringen. Dat heeft ertoe geleid dat de hoofdverblijfplaats van haar dochter is gewijzigd naar de vader en het ouderlijk gezag van [eis.hfdz./verw.inc.] is beëindigd. Als gevolg daarvan stelt [eis.hfdz./verw.inc.] materiële en immateriële schade te hebben geleden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [ged.hfdz. 3/eis. inc.] vordert klaarblijkelijk toestemming om haar aansprakelijkheidsverzekeraar Achmea Schadeverzekeringen N.V., handelend onder de naam Avéro Achmea (verder: “Avéro Achmea”), gevestigd te Apeldoorn, op te roepen in vrijwaring.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [ged.hfdz. 3/eis. inc.] stelt ter onderbouwing van haar incidentele vordering dat Avéro Achmea haar op grond van haar polisvoorwaarden dekking dient te verlenen voor de door [eis.hfdz./verw.inc.] gevorderde schadevergoeding, indien [ged.hfdz. 3/eis. inc.] daartoe in de hoofdzaak zou worden veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eis.hfdz./verw.inc.] voert tegen de incidentele vordering gemotiveerd verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Een vordering tot oproeping van een derde in vrijwaring is in beginsel toewijsbaar indien de eiser in het incident stelt krachtens zijn rechtsverhouding tot die derde het recht te hebben de nadelige gevolgen van een voor hem ongunstige afloop van de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk op die derde te verhalen. [ged.hfdz. 3/eis. inc.] stelt dat zij een Aansprakelijkheidsverzekering voor Bedrijven heeft afgesloten bij Avéro Achmea en laatstgenoemde op grond van de polisvoorwaarden dekking dient te verlenen voor de door [eis.hfdz./verw.inc.] gevorderde schade. Gelet op deze stellingen van [ged.hfdz. 3/eis. inc.] bestaat onmiskenbaar de mogelijkheid dat [ged.hfdz. 3/eis. inc.] , indien de beslissing in de hoofdzaak voor haar nadelig zal uitvallen, verhaal heeft op Avéro Achmea. Dit betekent dat [ged.hfdz. 3/eis. inc.] belang heeft bij de gevorderde vrijwaring. Het enkele feit dat [eis.hfdz./verw.inc.] betwist dat Avéro Achmea gehouden is dekking te verlenen onder de polis, maakt dit niet anders. In een incident als het onderhavige is in beginsel niet aan de orde of de aangevoerde gronden juist zijn, maar enkel of zij de vordering tot oproeping in vrijwaring kunnen dragen. De vraag of de gevorderde schade verzekerd is, ligt immers ter beoordeling voor in de vrijwaringsprocedure en speelt alleen tussen de bij die rechtsverhouding betrokken partijen. Van evidente onjuistheid van de grondslag voor vrijwaring is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eis.hfdz./verw.inc.] heeft verder aangevoerd dat een vrijwaringsprocedure de procedure in de hoofdzaak aanmerkelijk en bezwaarlijk vertraagt. Zoals gezegd heeft [ged.hfdz. 3/eis. inc.] een evident belang bij het benutten van de mogelijkheid die de wet biedt om Avéro Achmea in vrijwaring op te roepen. Verder wordt opgemerkt dat thans geen aanwijzingen bestaan dat een vrijwaringsprocedure de hoofdzaak daadwerkelijk in onredelijke mate zal ophouden. Indien in een later stadium mocht blijken dat sprake is van een (onredelijke) vertraging, kan de afdoening van de hoofdzaak alsnog op de voet van artikel 215, tweede volzin, Rv worden afgesplitst van de vrijwaringszaak. Verder is thans ook niet voorzienbaar dat een vrijwaringsprocedure ertoe zal leiden dat de discussie in de hoofdzaak bezwaarlijk wordt gecompliceerd en vertroebeld, zoals [eis.hfdz./verw.inc.] heeft aangevoerd. Een dekkingsdiscussie is een discussie tussen [ged.hfdz. 3/eis. inc.] en Avéro Achmea en zal zich dus beperken tot de vrijwaringsprocedure. De incidentele vordering zal dan ook worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>staat toe dat Achmea Schadeverzekeringen N.V., handelend onder de naam Avéro Achmea, gevestigd te Apeldoorn, door [ged.hfdz. 3/eis. inc.] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van <emphasis role="bold">woensdag 8 december 2021</emphasis>;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 8 december 2021</emphasis> voor conclusie van antwoord door [ged.hfdz. 3/eis. inc.] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2021.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>