<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:4572</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-24T08:02:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/392288 / KG RK 21-625</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:4572">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:4572</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-24T08:01:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:4572 Rechtbank Gelderland , 23-08-2021 / C/05/392288 / KG RK 21-625</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:4572:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek opheffen quarantaineplicht COVID-19. Toegewezen voor noodzakelijk bezoek aan eerstegraads en tweedegraads familieleden. Artikel 58nb en 58nc Wet Publieke Gezondheid (WPG). Artikel 6.19 lid 6 Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:4572:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7690252d-fcc5-4523-b9d1-6cbde1f690ee" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="888a5fe5-afd7-4fcf-86c6-768c158750d8" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/05/392288 / KG RK 21-625</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de voorzieningenrechter van 18 augustus 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>verblijfplaats [plaats] ,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>verschenen in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift van 17 augustus 2021</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondelinge behandeling via Skype op 18 augustus 2021 waarbij aanwezig waren verzoekster en haar echtgenoot de heer [betrokkene1] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en de gronden daarvoor</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft verzocht om opheffing van de ten aanzien van haar op grond van artikel 58nb Wet Publieke Gezondheid (WPG) geldende verplichting om in thuisquarantaine te gaan. Verzoekster stelt dat deze verplichting niet op haar van toepassing is omdat, kort gezegd, sprake is van de uitzondering van artikel 58nc lid 3 WPG jo artikel 6.19 lid 6 sub a van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 58nb WPG dient degene die vanuit een bij ministeriële regeling aangewezen hoogrisicogebied Nederland inreist, onverwijld na die inreis in thuisquarantaine te gaan. Verzoekster is op zondag 15 augustus 2021 vanuit Colombia naar Nederland gevlogen. Colombia is aangewezen als zeer hoogrisicogebied waarvoor, op grond van artikel 6.19 lid 1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19, het aantal quarantainedagen 10 bedraagt. Op verzoekster rust derhalve een quarantaineplicht van 10 dagen ingaande op 15 augustus 2021. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op grond van 58nc lid 1 en 3 WPG jo artikel 6.19 lid 6 Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 zijn diverse categorieën personen uitgezonderd van de quarantaineplicht. Een van die categorieën aangewezen personen zijn personen die inreizen in verband met een noodzakelijk bezoek aan eerstegraads en tweedegraads familieleden (artikel 6.19 lid 6 sub a Tijdelijke regeling maatregelen covid-19).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekster voldoende heeft aangetoond dat de situatie als bedoeld in artikel 58nc lid 3 WPG jo artikel 6.19 lid 6 sub a van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 zich voordoet. Daarvoor is het volgende van belang. Verzoekster is naar Nederland gereisd om, samen met haar echtgenoot, haar schoonvader en overige (schoon)familieleden te bezoeken. Verzoekster en haar echtgenoot wonen in Londen. Verzoekster verbleef de afgelopen drie weken (zonder haar echtgenoot) in Colombia in verband met het overlijden van haar moeder. Verzoekster heeft haar in Nederland wonende schoonvader en de rest van haar schoonfamilie niet meer gezien sinds de uitvaart van haar schoonmoeder in april 2020. Haar schoonvader is zaterdag 21 augustus 2021 jarig en gelet op de slechter wordende gezondheid van haar schoonvader vindt zij het belangrijk om haar schoonvader te bezoeken en bij zijn verjaardag aanwezig te zijn. Haar schoonvader woont zelfstandig te Wageningen. Verzoekster is gevaccineerd met Pfizer in februari en april 2021. Nu verzoekster naar Nederland is gereisd in verband met een noodzakelijk bezoek aan haar schoonvader (en haar overige schoonfamilieleden), zal de voorzieningenrechter de verplichting om in thuisquarantaine te blijven met ingang van heden opheffen voor zover dat nodig is om haar schoonvader en overige eerste en tweedegraads (schoon)familieleden te bezoeken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft de verplichting tot thuisquarantaine ten aanzien van [verzoekster] op met ingang van heden voor zover dat nodig is om haar schoonvader en overige eerste en tweedegraads (schoon)familieleden te bezoeken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>