<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:4448</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-13T12:00:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/128200-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:4448">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:4448</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-13T11:59:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:4448 Rechtbank Gelderland , 05-08-2021 / 05/128200-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:4448:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Gelderland heeft twee medeverdachten ontslagen van alle rechtsvervolging wegens een geslaagd beroep op noodweerexces bij een gevecht op de kermis in Veessen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:4448:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="50455d09-68e0-4765-8fab-577ce9711aa8" depth="4" width="550" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/128200-18 Datum uitspraak: 5 augustus 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres 1] . Raadsvrouw: mr. M. Boers, advocaat in Den Haag.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 3 juni 2018 te Veessen, gemeente Heerde, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven die [slachtoffer] tegen het been heeft geschopt en/of geduwd (waarna die [slachtoffer] ten val kwam) en/of (vervolgens) een of meermalen met kracht in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of in de buik en/of tegen de romp, althans het bovenlichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 3 juni 2018 te Veessen, gemeente Heerde, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] tegen het been heeft geschopt en/of geduwd (waarna die [slachtoffer] ten val</para>
      <para>
        <emphasis role="bold"></emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">G305054229180</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>kwam) en/of (vervolgens) een of meermalen met kracht in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of in de buik en/of tegen de romp, althans het bovenlichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 3 juni 2018 te Veessen, gemeente Heerde, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten aan de [adres 2] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] door die [slachtoffer] tegen het been te schoppen en/of te duwen (waarna die [slachtoffer] ten val kwam) en/of (vervolgens) een of meermalen met kracht in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of in de buik en/of tegen de romp, althans het bovenlichaam te schoppen en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs1</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en het subsidiair tenlastegelegde feit nu het handelen van verdachte naar algemene ervaringsregels geen aanmerkelijke kans op de dood of op zwaar lichamelijk letsel kon veroorzaken. Er kan wel wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de meer subsidiair tenlastegelegde openlijke geweldpleging. Dat verdachte aangever [slachtoffer] niet herkent als degene die hij heeft geslagen, doet hier niet aan af, nu uit andere verklaringen blijkt dat het geweld wel degelijk gericht was tegen aangever.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Voor het meer subsidiaire feit heeft de raadsvrouw ook vrijspraak gevraagd, nu verdachte heeft bekend dat hij iemand heeft geslagen, maar ook heeft aangegeven dat dit volgens hem niet [slachtoffer] is geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat er op 3 juni 2018 op de kermis in Veessen (aan de [adres 2] te Veessen, gemeente Heerde) een worsteling heeft plaatsgevonden tussen de groep van aangever [slachtoffer] enerzijds en verdachte en medeverdachte [medeverdachte] anderzijds.2</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde, aangezien niet wettig en overtuigend is bewezen dat het handelen van verdachte naar algemene ervaringsregels de aanmerkelijke kans op de dood of op zwaar lichamelijk letsel kon veroorzaken. De rechtbank komt wel tot een bewezenverklaring van het meer subsidiair tenlastegelegde en overweegt</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="10d1d6d8-1641-4d6e-831e-1d4d103c77aa" depth="1" width="192" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost- Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600- 2018241897, gesloten op 7 juni 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen- verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
    <para>2 Proces-verbaal van aangifte, p. 8-9; proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 40-41; proces-verbaal van bevindingen, p. 23.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>daartoe het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij samen met medeverdachte [medeverdachte] op de groep jongens is afgerend. Verdachte heeft verklaard dat er vervolgens over en weer is geslagen.3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat twee mannen op hem af kwamen rennen. Aangever heeft verklaard dat hij op de grond terecht is gekomen en dat er vervolgens tegen hem werd geschopt. Hij kon niet zien wie dit precies deed.4</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige 1] , een vrijwilliger op het feest, heeft verklaard dat zij twee mannen van de kermis naar de suikerspinwagen toe zag rennen. Eén van hen, een getinte man met een grijze joggingsbroek (de rechtbank begrijpt: verdachte), zag ze hard op een jongen in slaan en schoppen.5</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verklaring van getuige [getuige 1] wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 2] , beveiliger. Hij heeft verklaard dat hij twee mannen richting de roze kraam zag rennen. Volgens [getuige 2] hebben beide mannen (de rechtbank begrijpt: verdachte en medeverdachte [medeverdachte] ) de jongen die op de grond lag geslagen. Eén van hen heeft die jongen ook geschopt.6</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffer] . Dit geweld heeft plaatsgevonden op een openbaar terrein en was zichtbaar voor andere personen, zoals ook blijkt uit de verklaringen. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van openlijk geweld tegen [slachtoffer] door hem te stompen en schoppen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 3 juni 2018 te Veessen, gemeente Heerde<emphasis role="strike-through">, in elk geval in Nederland</emphasis>, openlijk, te weten aan de [adres 2] , <emphasis role="strike-through">in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, </emphasis>in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] door die [slachtoffer] tegen het been te schoppen <emphasis role="strike-through">en/of te duwen (</emphasis>waarna die [slachtoffer] ten val kwam<emphasis role="strike-through">) en/of (</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">) een of</emphasis> meermalen met kracht <emphasis role="strike-through">in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of in de buik en/of</emphasis> tegen<emphasis role="strike-through"> de romp, althans</emphasis> het bovenlichaam te schoppen en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>te stompen en<emphasis role="strike-through">/of te schoppen en/of te trappen </emphasis>(terwijl die [slachtoffer] op de grond lag).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="dca3b40d-5e7c-4f5b-9673-1f479c243e5c" depth="1" width="192" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>3 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 22 juli 2021.</para>
    <para>4 Proces-verbaal van aangifte, p. 8-9.</para>
    <para>5 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 26-27.</para>
    <para>6 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 80-81.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte geen geslaagd beroep kan doen op noodweerexces nu er geen bewijs is dat verdachte eerst is geslagen, alvorens hij zelf geweld heeft gepleegd. Daar komt bij dat de aanval op de suikerspinwagen reeds was afgelopen toen verdachte en zijn medeverdachte bij de groep aankwamen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte een geslaagd beroep op noodweerexces toekomt nu verdachte als gevolg van de eerdere gebeurtenissen op die dag en de aanval op de wagen naast die van hem, waardoor zijn broodwinning in gevaar kwam, boos en bang is geworden. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat op het moment dat verdachte bij de suikerspinwagen aankwam en de aanval op de wagen was afgelopen, verdachte zelf een klap kreeg, waardoor er wederom sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen verdachte zich mocht verdedigen. Door deze klap is bij verdachte een hevige gemoedsbeweging ontstaan, waardoor hij door zijn handelen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit heeft overschreden. Aan verdachte komt daarom een geslaagd beroep op noodweerexces toe en hij dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat verdachte zich op 3 juni 2018 heeft schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Verdachte heeft verklaard dat toen hij zag dat de suikerspinwagen van medeverdachte [medeverdachte] werd belaagd en de beveiliging weigerde op te treden, hij vond dat hij [medeverdachte] moest helpen. Zowel door aangever als door eerdergenoemde getuigen is verklaard dat voorafgaand aan de geweldpleging door een groep jongeren waartoe aangever behoorde op de suikerspinwagen van de medeverdachte werd geklommen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij vond dat hij de medeverdachte moest helpen om diens kermisattractie te beschermen dan ook aannemelijk. Uit deze omstandigheden leidt de rechtbank af dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding gericht tegen een goed van een ander, zodanig dat verdachte gerechtigd was zich hiertegen te verdedigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht de verdediging door verdachte wel disproportioneel. Verdachte heeft aangever in ieder geval meermalen met kracht tegen het bovenlichaam gestompt, ook toen deze al op de grond lag. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de grenzen van de noodzakelijke verdediging daarom overschreden. De rechtbank is echter van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn overschreden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>als onmiddellijk gevolg van een hevige gemoedsbeweging bij verdachte. Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij eerder die dag dezelfde groep jongens heeft gezien op het privéterrein naast de kermis, waarbij schade aan privégoederen zou zijn veroorzaakt.</para>
      <para>Medeverdachte heeft dit als een ernstige inbreuk op zijn privacy en die van de andere kermisexploitanten, waaronder verdachte, ervaren. Verdachte is medeverdachte [medeverdachte] gaan helpen toen de suikerspinwagen werd belaagd. De aanval op het eigendom van de medeverdachte heeft bij verdachte, mede gelet op de gebeurtenissen eerder die dag, een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt. Op grond van bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte weliswaar de grenzen van de noodzakelijke verdediging heeft overschreden maar dat deze overschrijding een onmiddellijk gevolg is geweest van een bij verdachte ontstane hevige gemoedsbeweging. Het beroep op noodweerexces slaagt daarom, zodat verdachte niet strafbaar is en hij zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde feit;</para>
    <para />
    <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    <para />
    <para> verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker (voorzitter), mr. Y.M.J.I. Baauw en mr.</para>
      <para>M.G.E. ter Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Roelfsema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 augustus 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>