<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:4419</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T12:56:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/880377-19 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:4419">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:4419</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-12T11:03:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:4419 Rechtbank Gelderland , 29-07-2021 / 05/880377-19 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:4419:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 1.422,57 ter zake van schuldwitwassen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:4419:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/880377-19 (ontneming)</para>
      <para>Datum uitspraak	: 29 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] </emphasis>(hierna: veroordeelde),</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 22.527,07.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op 15 juli 2021 op een openbare terechtzitting onderzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting zijn vordering bijgesteld tot een bedrag van € 14.852,07. Hij stelt dat dit het wederrechtelijk verkregen voordeel is dat veroordeelde heeft verkregen en dat de betalingsverplichting op hetzelfde bedrag moet worden vastgesteld. Volgens de officier van justitie is er een bedrag van € 22.527,07 op de rekening van veroordeelde gestort en heeft dat bedrag zich daarmee in het vermogen van veroordeelde bevonden. Zij had het bedrag in haar macht en had de mogelijkheid het bedrag terug te storten. Om te komen tot het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting trekt de officier van justitie het bedrag dat de ABN AMRO-bank heeft teruggestort ad € 2.000,- en het bedrag dat veroordeelde volgens de officier van justitie moet betalen aan de benadeelde partijen ad € 5.675,- vervolgens af van het totaalbedrag dat op de rekening van veroordeelde is binnengekomen.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde stelt dat zij 10% van het bedrag dat op haar rekening werd gestort mocht houden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het heden tegen veroordeelde gewezen vonnis (hierna: het vonnis) waarbij veroordeelde is veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren ter zake schuldwitwassen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit de baten van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank baseert zich bij het bepalen van het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde op de volgende bewijsmiddelen.<footnote-ref linkend="_6a3e7092-ccfe-4cd9-beab-366cb476784e" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het vonnis van heden vastgesteld dat naar de bankrekeningen op naam van veroordeelde bij de BUNQ-bank, ABN AMRO-bank en Money You in totaal een bedrag van € 22.527,07 is overgemaakt, welke bedragen geheel of gedeeltelijk afkomstig zijn uit enig misdrijf. Voor de bewijsmiddelen verwijst de rechtbank naar de bewijsmiddelen genoemd in het vonnis, dat bij deze uitspraak zal worden gevoegd. </para>
      <para>De ABN AMRO-bank heeft een bedrag van in totaal € 2.000,- teruggeboekt.<footnote-ref linkend="_129e21a7-d4b2-4ed4-928a-12512d952f98" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde heeft verklaard dat zij 10% van het bedrag dat op haar rekening is gestort mocht houden als verdienste voor de omzetting van het geldbedrag in bitcoins.<footnote-ref linkend="_0b54877a-f854-4a2d-bbec-432551a505f9" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de periode 6 augustus 2018 tot en met 30 oktober 2018 zijn er voor een bedrag van in totaal € 19.104,50 aankopen gedaan van bitcoins vanaf de bankrekeningen op naam van veroordeelde bij de BUNQ-bank, ABN AMRO-bank, Rabobank en Money You.<footnote-ref linkend="_e279d36e-dadf-4743-b071-bb2924a432dd" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat het voorgaande betekent dat een bedrag van € 1.422,57 (€ 22.527,07 -/- € 2.000,- -/- € 19.104,50) vrijelijk ter beschikking is gekomen aan veroordeelde en daarom het voordeel is dat zij daadwerkelijk heeft behaald als vergoeding voor haar witwashandelingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt in reactie op het standpunt van de officier van justitie dat het bedrag dat naar de rekeningen van veroordeelde is overgemaakt en waarmee zij vervolgens bitcoins heeft aangeschaft, weliswaar een korte periode onder haar beschikkingsmacht heeft gestaan, maar dat dit nog niet tot daadwerkelijk voordeel voor veroordeelde leidt. Daarvoor is vereist dat veroordeelde het bedrag ook voor zichzelf of een ander kon aanwenden. Daarvan is niet gebleken. Uit het dossier blijkt bovendien niet dat veroordeelde na het aankopen van de bitcoins ook daadwerkelijke toegang had tot die bitcoins. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het vonnis bepaald dat veroordeelde een bedrag van € 5.675,- moet betalen aan de benadeelde partijen ter voldoening van de aan hen in rechte toegekende vorderingen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat dit bedrag afgetrokken moet worden van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank overweegt dat in artikel 36e, lid 9, van het Wetboek van strafrecht staat dat bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, de aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen, voor zover voldaan, in mindering worden gebracht. Veroordeelde heeft de toegekende vorderingen nog niet voldaan en de rechtbank zal deze daarom niet in mindering brengen op het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde gelet op het voorgaande vaststellen op een bedrag van € 1.422,57. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De betalingsverplichting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal veroordeelde de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 1.422,57.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal verder bepalen dat veroordeelde kan worden gegijzeld gedurende een periode van maximaal 24 dagen indien zij haar betalingsverplichting niet nakomt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 1.422,57.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 1.422,57.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 24 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Aldus gegeven door mr. M.J. Wasmann (voorzitter), mr. R. Raat en mr. A.J.H. Steenweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Roelfsema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 juli 2021.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6a3e7092-ccfe-4cd9-beab-366cb476784e" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-201924906, gesloten op 1 oktober 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_129e21a7-d4b2-4ed4-928a-12512d952f98" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 62.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0b54877a-f854-4a2d-bbec-432551a505f9" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor veroordeelde, p. 398.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e279d36e-dadf-4743-b071-bb2924a432dd" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 117. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>