<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:4170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-06T12:01:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9057346</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:4170">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:4170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-06T09:38:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:4170 Rechtbank Gelderland , 07-07-2021 / 9057346</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:4170:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstekzaak, ambtshalve toetsing. Vernietiging kredietovereenkomst. Er zijn geen stukken overgelegd omtrent de kredietwaardigheidstoets. Toewijzing vordering op grond van onverschuldigde betaling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:4170:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	9057346 \ CV EXPL  21-1693 \ 676 \ 40141</para>
      <para>uitspraak van	4 augustus 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap KEDIN Consumenten Financieringen B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eisende partij  </emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde mr. R.A. Plug, Legalsteps </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gedaagde partij  </emphasis>
      </para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De zaak is aanhangig gemaakt bij de aan dit vonnis gehechte en daarvan deel uitmakende (kopie) dagvaarding met het hiervoor genoemde zaaknummer. De eisende partij heeft veroordeling gevorderd conform het gestelde in de dagvaarding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De gedaagde partij is niet in de procedure verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis is de eisende partij bevolen om de stellingen in de dagvaarding nader toe te lichten, zodat de kantonrechter in staat is om te beoordelen of de vordering onrechtmatig of ongegrond is en daarbij te beslissen of er aanleiding is om het Europees consumentenrecht ambtshalve toe te passen. De eisende partij heeft vervolgens bij akte op het tussenvonnis gereageerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Daarna is vonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Omdat de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, wordt tegen de gedaagde partij verstek verleend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De eisende partij heeft gevorderd om de gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterst subsidiair een bedrag van € 54,45, de primaire vordering vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding en in alle gevallen met veroordeling van de gedaagde partij in de kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op grond van art. 139 Rv wijst de rechter de vordering in een verstekzaak als de  onderhavige toe, tenzij de vordering hem onrechtmatig dan wel ongegrond voorkomt. Deze bepaling verplicht de rechter ambtshalve te onderzoeken of de vordering en de grondslag waarop deze berust aan de wettelijke maatstaven voldoen. In dat kader wordt het volgende overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Partijen hebben een kredietovereenkomst gesloten op grond waarvan de eisende partij aan de gedaagde partij een krediet heeft verstrekt. Bij het sluiten van de overeenkomst handelde de eisende partij in de uitoefening van haar bedrijf en was de gedaagde partij een consument. De overeenkomst is buiten de verkoopruimte gesloten en heeft een looptijd van 24 maanden. Gelet op het vorenstaande is art. 4:34 Wft van toepassing. Dat artikel bepaalt – kort gezegd – dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst in het belang van de consument informatie moet inwinnen over de financiële positie van de gedaagde partij om, ter voorkoming van overkreditering van de consument, te controleren of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is. Deze bepaling is gebaseerd op art. 8 Richtlijn 2008/48 EG en de rechter moet volgens (Europese) jurisprudentie ambtshalve toetsen of deze bepaling is nageleefd. De informatie over de financiële situatie van de kredietnemer moet worden onderbouwd met stukken over inkomsten en uitgaven (bijvoorbeeld loonstroken).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De eisende partij heeft gesteld dat zij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst de kredietwaardigheidstoets van art. 4:34 Wft heeft uitgevoerd. Daarnaast heeft zij gesteld dat de gedaagde partij financiële gegevens heeft verstrekt en dat die bij de dagvaarding zijn gevoegd. Echter, in weerwil van deze laatste stelling is dergelijke informatie niet overgelegd. Uit de wel overgelegde producties volgt de bedoelde informatie evenmin. Nu de eisende partij aldus geen stukken heeft overgelegd aan de hand waarvan de kredietwaardigheidstoets is uitgevoerd en waaruit volgt dat en hoe de kredietwaardigheid van de gedaagde partij is getoetst, kan de kantonrechter niet vaststellen of en wanneer de eisende partij de kredietwaardigheidstoets heeft uitgevoerd. Op grond van deze ontoereikende onderbouwing gaat de kantonrechter er daarom van uit dat de eisende partij de verplichting van art. 4:34 lid 1 Wft in dit geval niet heeft nageleefd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Nationale consument-beschermende bepalingen die voortvloeien uit (een omzetting van) Europese richtlijnen moeten gelijkgesteld worden aan regels die naar nationaal recht van openbare orde zijn. Dat betekent dat nu art. 4:34 Wft niet is nageleefd, niet is voldaan aan een regel van openbare orde. De kantonrechter vernietigt daarom ambtshalve de kredietovereenkomst op grond van art. 3:40 lid 2 BW. Gelet op hetgeen hierna nog wordt overwogen en het bedrag dat wordt toegewezen, ziet de kantonrechter geen aanleiding om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de vernietiging van de overeenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Het vorenstaande heeft tot gevolg dat geen vordering kan worden gegrond op de kredietovereenkomst en dat noch de primaire, noch de subsidiaire en meer subsidiaire vordering toewijsbaar is. De uiterst subsidiaire vordering is voorts evenmin toewijsbaar, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Door de terugwerkende kracht van de vernietiging (art. 3:53 BW) is sprake van een situatie waarin het geldbedrag dat de eisende partij aan de gedaagde partij beschikbaar heeft gesteld (de kredietsom) zonder rechtsgrond is verstrekt. Daarom moet de gedaagde partij de kredietsom terugbetalen op grond van art. 6:203 BW (onverschuldigde betaling), uiteraard slechts voor zover dat bedrag niet al terugbetaald is. Verder geldt dat de gedaagde partij geen rente en kosten op grond van de (nietige) overeenkomst verschuldigd is (geworden). Voor zover al bedragen aan rente en kosten betaald zijn, strekken zij in mindering op de terug te betalen kredietsom. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande en het gestelde in de dagvaarding resteert een bedrag van € 54,45 dat door de gedaagde partij moet worden terugbetaald. De gedaagde partij zal worden veroordeeld tot deze betaling. Toewijzing van wettelijke rente is onder deze omstandigheden niet aan de orde, omdat daarvoor geen grondslag is gesteld of gebleken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Gelet op de uitkomst van deze procedure wordt de gedaagde partij veroordeeld in de proceskosten, een en ander als hierna vermeld. Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard en het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 54,45;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij vastgesteld op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>105,09</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>aan explootkosten</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>126,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>aan griffierecht en</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>37,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>aan salaris gemachtigde;</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>4 augustus 2021.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>