<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:3384</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-30T12:23:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/385704 / HZ RK 21-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2021-0599</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:3384">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:3384</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-16T14:15:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:3384 Rechtbank Gelderland , 01-07-2021 / C/05/385704 / HZ RK 21-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:3384:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-Voorlopig deskundigenbericht gelijktijdig met deelgeschil. Afwijzing omdat het verzoek niet ter zake dienend is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:3384:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b5796c8b-e87c-4160-ae14-0a128f78ba1e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2def76d9-71c9-4144-91e8-e40d20f6d233" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/05/385704 / HZ RK 21-13</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 1 juli 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. J.H. Lefers te Eibergen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ASR SCHADEVERZEKERING N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>advocaat mr. P.J. Klein Gunnewiek te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling, waarvan aantekeningen zijn gemaakt door de griffier.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is beschikking bepaald. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen, in die zin dat een rekenkundige wordt benoemd die het verlies aan verdienvermogen van [eiseres] kan berekenen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>ASR verzet zich tegen inwilliging van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. Het verzoek van [eiseres] is niet ter zake dienend, onvoldoende concreet en mist de uitgangspunten waarmee de deskundige aan de slag kan gaan.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 202 Rv moet de rechtbank een verzoek van een belanghebbende tot het gelasten van een deskundigenonderzoek honoreren, mits het verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is, én feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is het verzoek tot benoeming van een rekenkundige in dit geval niet ter zake dienend. Voordat een rekenkundige onderzoek naar het verlies aan verdienvermogen kan verrichten, moeten de uitgangspunten op grond waarvan de rekenkundige zijn werkzaamheden moet verrichten, vast staan. Dat is in de zaak tussen [eiseres] en ASR niet het geval. In een tussen partijen aanhangig deelgeschil (zaaknummer 385703 / HZ RK 21-12) is bij beschikking van heden overwogen dat een arbeidsdeskundige expertise de volgende stap in het schaderegelingsproces zou moeten zijn en dat [eiseres] heeft toegezegd haar medewerking te zullen verlenen aan een dergelijke expertise. De uitgangspunten staan daarmee voor een rekenkundige nog niet vast. Om die reden is benoeming van een rekenkundige thans dan ook niet ter zake dienend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van ASR. Gelet op het feit dat namens ASR tijdens de mondelinge behandeling enkel is verwezen naar het verweerschrift, worden deze kosten vastgesteld op een bedrag van </para>
        <para>€ 563,00 (1 punt tarief II) aan salaris advocaat. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van ASR vastgesteld op een bedrag van € 563,00. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Klaasen en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2021.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>mt/mk</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>