<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:3133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-08T07:56:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">360730</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:3133">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:3133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-08T07:53:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:3133 Rechtbank Gelderland , 28-04-2021 / 360730</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:3133:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2020:5922 Zorgverzekering; Geen opschortingsrecht, ondanks ontbreken gewaarmerkte aktes van cessie; Bewijs dat zorg is verleend als omschreven in artikel 2.4. Bzv geleverd, op een onderdeel na; rolverwijzing voor herberekening gefactureerde zorg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:3133:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="add68fe7-ec90-498a-882e-991113df1d19" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="96acfbf9-3c55-4ebd-bb3c-a18179bc3dc4" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/05/360730 / HA ZA 19-97 / 103 / 538</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 28 april 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. A.J. Horenblas te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">N.V. UNIVÉ ZORG</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Arnhem,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. M.H.P. Claassen te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en Univé genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 3 maart 2021</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [eiseres] van 17 maart 2021 met de producties 19 t/m 21</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van Univé van 31 maart 2021.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 3 maart 2021. In dat vonnis is geoordeeld dat voldoende bewezen is dat de gefactureerde zorg voor [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , op de dertig minuten per dag voor ‘in en uit bed gaan’ voor [naam 1] en [naam 2] na, onder de dekking valt van de verzekering, dat Univé gehouden is de facturen in zoverre te voldoen en dat de vordering van [eiseres] in zoverre toewijsbaar is. Ook is overwogen dat de vordering die ziet op [naam 4] niet toewijsbaar is. </para>
        <para>
          [eiseres] is vervolgens in de gelegenheid gesteld om bij akte een berekening over te leggen van de gefactureerde zorg voor [naam 1] en [naam 2] verminderd met de voornoemde zorg voor het in en uit bed gaan, alsmede van de gevolgen daarvan voor de totaal gevorderde hoofdsom, waarna Univé in de gelegenheid is gesteld om daarop te reageren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft bij akte de aangepaste facturen van [naam 1] en [naam 2] overgelegd, alsook de (niet aangepaste) facturen van [naam 3] . Ten opzichte van de bij dagvaarding overgelegde facturen zijn per dag zes eenheden van vijf minuten (dus 30 minuten) in mindering gebracht bij [naam 1] en [naam 2] , hetgeen heeft geresulteerd in de volgende bedragen:</para>
        <para>Ten aanzien van [naam 2] (januari t/m mei 2018): 	€ 40.969,32 in plaats van € 45.117,96.</para>
        <para>Ten aanzien van [naam 1] (januari t/m mei 2018):	€ 49.195,80 in plaats van € 53.351,52.</para>
        <para>Ten aanzien van [naam 3] (januari t/m mei 2018):		€ 45.082,56 (niet aangepast).</para>
        <para>Univé heeft bij akte aangegeven dat zij akkoord is met deze berekeningen, zodat de rechtbank het totaal van deze bedragen (€ 135.247,68) zal toewijzen. Univé voert evenmin verweer tegen de gevorderde wettelijke rente, zodat deze ook toewijsbaar is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De gevorderde verklaring voor recht (inhoudende dat de zorg en verpleging zoals omschreven in de zorgleefplannen van [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] zorg betreft die ingevolge artikel 10 sub e en f Zvw voor vergoeding in aanmerking komt) zal worden afgewezen. [eiseres] heeft de rechtbank immers verzocht enkel uitspraak op dit punt te doen als Univé een beroep zou toekomen op artikel 3:94 lid 4 BW. In het vonnis van 3 maart 2021 is reeds geoordeeld dat de rechtbank voorbij gaat aan voornoemd verweer van Univé, zodat [eiseres] geen belang heeft bij deze vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiseres] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt evenwel niet voor toewijzing in aanmerking, omdat [eiseres] niet heeft voldaan aan haar stelplicht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Univé zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van [eiseres] op basis van het toegewezen bedrag op: </para>
      <para>- dagvaarding	€ 	81,83</para>
      <para>- griffierecht		4.030,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	6.195,00</emphasis> (3,5 punten × tarief € 1.770,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	10.306,83</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt Univé om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 135.247,68, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dat bedrag met ingang van 8 juni 2018 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Univé in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 10.306,83;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2021.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>