<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:3131</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-22T16:54:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/276668-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:3131">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:3131</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-22T16:51:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:3131 Rechtbank Gelderland , 22-06-2021 / 05/276668-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:3131:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechtbank Gelderland veroordeelt een man uit Zutphen voor ontucht</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:3131:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 05/276668-20 </para>
      <para>Datum uitspraak	: 22 juni 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. C.H.J. van Dooijeweert, advocaat in Barneveld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van </para>
      <para>8 juni 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks 1 juni 2017 tot en met 1 april 2018 te Zutphen, althans Nederland, met [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] , </para>
      <para>die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, </para>
      <para>een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , te weten het: </para>
    </parablock>
    <para>- ( meermalen) brengen van zijn penis in de vagina van die [benadeelde] en/of </para>
    <para>- ( meermalen) brengen van zijn vinger(s) en/of tong in de vagina en/of tussen de </para>
    <para>schaamlippen van die [benadeelde] en/of </para>
    <para>- ( meermalen) (tong)zoenen van die [benadeelde] .</para>
    <para>(art 245 Wetboek van Strafrecht)</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_c134dfd6-8cb0-4733-8d1e-1d9e197e60e4" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd. Wel heeft ze naar voren gebracht dat de ten laste gelegde periode te ruim is nu het feit in een periode van circa vier maanden heeft plaatsgevonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] , p. 14 t/m 22 en </para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 juni 2021. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de verklaringen van aangeefster en verdachte is de rechtbank van oordeel dat de ontuchtige handelingen in de periode van 1 juni 2017 tot 1 januari 2018 hebben plaatsgevonden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij <emphasis role="strike-through">op een of meer tijdstippen</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 juni 2017 tot 1 januari 2018 te Zutphen, <emphasis role="strike-through">althans Nederland</emphasis>, met [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] , </para>
      <para>die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, </para>
      <para>een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die <emphasis role="strike-through">bestonden uit of</emphasis> mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , te weten het: </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="strike-through">(</emphasis>meermalen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> brengen van zijn penis in de vagina van die [benadeelde] en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">(</emphasis>meermalen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> brengen van zijn vinger(s) <emphasis role="strike-through">en/of tong</emphasis> in de vagina en/of tussen de </para>
    <para>schaamlippen van die [benadeelde] en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">(</emphasis>meermalen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> (tong)zoenen van die [benadeelde] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die mede bestaan uit het binnendringen van het lichaam  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot één dag onvoorwaardelijke gevangenisstraf en zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast heeft hij een taakstraf van 220 uur geëist.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat verdachte spijt heeft van hetgeen hij heeft gedaan en dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt. Daarnaast heeft ze naar voren gebracht dat het de vraag is of het taakstrafverbod in deze zaak van toepassing is. Dit verbod geldt immers als er sprake is van een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De raadsvrouw heeft gesteld dat er uiteraard sprake is van een inbreuk, maar dat het de vraag is of deze inbreuk ernstig was gelet op alle omstandigheden waaronder het feit plaatsvond. Ten slotte heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat een voorwaardelijke gevangenisstraf niet noodzakelijk is nu het feit geruime tijd geleden is gepleegd en verdachte niet meer de fout is ingegaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ontucht gepleegd met aangeefster toen zij 13 jaar oud was en hij 18 en 19 jaar oud. Er was hierbij onder andere sprake van het seksueel binnendringen van het lichaam. Met zijn handelen heeft verdachte de lichamelijke en geestelijk integriteit van het slachtoffer aangetast. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke feiten schade kunnen toebrengen aan de ontwikkeling van minderjarige personen. In de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen is aangegeven dat de ontucht een grote impact heeft (gehad) op het slachtoffer en haar gezin.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij van meet af aan openheid van zaken heeft gegeven en dat hij oprecht berouw lijkt te hebben van het door hem gepleegde feit. Verdachte beseft en benoemt dat hij als meerderjarige de grenzen had moeten bewaken in zijn omgang met aangeefster. </para>
      <para>Uit het rapport van de reclassering van 21 mei 2021 komt naar voren dat verdachte toen hij het feit pleegde, niet sterk in zijn schoenen stond. Hoewel er anno 2021 geen indicaties zijn voor het toepassen van jeugdstrafrecht, zou het kunnen dat het verdachte ten tijde van het plegen van het feit ontbrak aan adequate handelingsvaardigheden, aldus de reclassering. Ook neemt de rechtbank bij de bepaling van de strafmaat en strafmodaliteit mee dat verdachte de zorg van zijn oudere broer - die autisme heeft en bij verdachte in huis woont - op zich heeft genomen. Ten slotte weegt de rechtbank mee het gedrag van aangeefster in de jaren na de ontucht: verdachte is ongeveer twee jaar lang door het slachtoffer en haar toenmalige vriend benaderd en gechanteerd onder de bedreiging van het doen van aangifte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie van 30 april 2021 blijkt dat verdachte niet eerder vanwege een strafbaar feit is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overwegende zal de rechtbank aan verdachte opleggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één dag nu, anders dan de raadsvrouw naar voren heeft gebracht, het taakstrafverbod van toepassing is vanwege de ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Een voorwaardelijke gevangenisstraf is naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde nu het strafbare feit al langere tijd geleden is gepleegd en verdachte hierna niet meer met justitie in aanraking is geweest. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf van opleggen van 120 uur.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde] , bijgestaan door [naam 1] , heeft in verband met het bewezenverklaarde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 3.750,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard nu de onderbouwing van de vordering summier is. Mocht de rechtbank de vordering wel toewijzen dan dient matiging van het bedrag plaats te vinden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen ontstaat, gelet op artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in zijn eer of goede naam of op andere wijze. De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat met de door verdachte gepleegde ontucht een ernstige inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij, waardoor zij in haar persoon is aangetast. Zij heeft immers op jonge leeftijd seks gehad met verdachte. Voor de toewijsbaarheid van een vordering gebaseerd op de aantasting van de persoon is volgens de Hoge Raad het uitgangspunt dat de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen en dat dit letsel moet bestaan uit een aan de hand van objectieve maatstaven vast te stellen psychische beschadiging, daaronder begrepen een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Uit een bij de vordering gevoegde brief van de behandelaar van de benadeelde partij komt naar voren dat de benadeelde partij in mei 2019 in therapie is gegaan vanwege diverse klachten. Tijdens de behandeling kwam de ontucht met verdachte naar voren waarop de benadeelde partij onder meer door middel van EMDR is behandeld. </para>
      <para>Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij door het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de aard en de ernst van de normschending en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare zaken toewijzen, zal de rechtbank de hoogte van dat bedrag op € 500,- vaststellen. De rechtbank ziet geen aanleiding om op grond van de gevolgen van het misbruik een hogere schadevergoeding toe te kennen nu de vordering summier is onderbouwd. Uit de stukken blijkt bijvoorbeeld niet hoe ernstig het door de benadeelde partij opgelopen psychische letsel als gevolg van het bewezenverklaarde is en ontbreekt er nadere informatie over een eventuele diagnose en de behandeling.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde] zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 245 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 1 (één) dag</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> legt op een taakstraf van <emphasis role="bold">120 uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt veroordeelde ten aanzien van het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij <emphasis role="bold">[benadeelde] </emphasis>van een bedrag van </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">€ 500,-</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en tot betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] , een bedrag te betalen van <emphasis role="bold">€ 500,-</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom <emphasis role="bold">1 dag gijzeling</emphasis> zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.F. Gielissen, voorzitter, mr. C.J.M. van Apeldoorn en mr. C.H.M. Pastoors, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Bruinsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 juni 2021. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. Van Apeldoorn is buiten staat</para>
              <para>dit vonnis mede te ondertekenen</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c134dfd6-8cb0-4733-8d1e-1d9e197e60e4" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [naam 2] van de politie Oost-Nederland, dienst regionale recherche, team zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2020149990/2020243446 (onderzoek Jubbega), gesloten op 8 oktober 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>