<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:2669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-04T16:17:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/239884-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:2669">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:2669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-01T11:10:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:2669 Rechtbank Gelderland , 01-06-2021 / 05/239884-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:2669:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>deels voorwaardelijke taakstraf voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid – deels toewijzing vordering benadeelde partij</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:2669:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/239884-20</para>
      <para>Datum uitspraak	: 1 juni 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] (Saudi-Arabië), </para>
      <para>wonende aan de [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. S.D.  Smid, advocaat in Enschede. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 mei 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 21 juli 2020 te Groenlo, gemeente Oost Gelre,</para>
      <para>door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, </para>
      <para>te weten door onbevoegd de woning van nader te noemen [slachtoffer] te betreden en/of</para>
      <para>die [slachtoffer] te complimenteren over haar lichaam (figuur) en/of (vervolgens)</para>
      <para>een arm om het middel, althans het lichaam, van die [slachtoffer] te slaan en/of (daarbij) die [slachtoffer] </para>
      <para>naar zich toe en/of tegen zich aan te trekken en/of (daarbij) te proberen zijn, verdachtes, hand </para>
      <para>onder de badjas van die [slachtoffer] te brengen en/of (vervolgens)</para>
      <para>die [slachtoffer] onverhoeds te zoenen in haar nek</para>
      <para>
        [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige </para>
      <para>handelingen, te weten:</para>
      <para>het onverhoeds zoenen in/tegen haar nek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_209ce8aa-7dbd-4738-93f7-c76e462bf472" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs, nu de verklaring van aangeefster geen steun vindt in andere bewijsmiddelen. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte aangeefster alleen een kus op de wang heeft gegeven en dat is geen ontuchtige handeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij op 21 juli 2020 in haar woning in Groenlo was en dat op enig moment de vaste pakketbezorger met een pakket voor haar deur stond. Nadat [slachtoffer] het pakket had aangenomen, vroeg de pakketbezorger om een glas water. [slachtoffer] is toen naar de keuken gelopen om een glas water te pakken. Toen zij zich omdraaide, stond de pakketbezorger ineens in het midden van de kamer en had hij de voordeur dichtgedaan. Hij zei dat aangeefster mooi was en een goed figuur en mooie ogen had. Aangeefster vond het niet prettig dat de pakketbezorger in de kamer stond en zei dat hij moest gaan. De pakketbezorger stond op dat moment tegenover aangeefster, sloeg een arm om haar middel, drukte haar naar zich toe en begon haar te zoenen in haar nek. Aangeefster duwde de pakketbezorger toen weg waarna hij de woning verliet. Aangeefster heeft direct haar zoon gebeld.<footnote-ref linkend="_f18627bb-805f-4eb0-a3e9-15bc91ec49ba" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige] , de zoon van aangeefster, heeft verklaard dat hij op 21 juli 2020 door aangeefster werd gebeld. Aangeefster was overstuur en in paniek en zei snikkend dat zij door de pakketbezorger was aangerand.<footnote-ref linkend="_8b64a5b4-9266-4483-81bf-d6b8cea6fd16" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij een pakket bij aangeefster heeft bezorgd en om een glas water heeft gevraagd. Verdachte is toen ongevraagd naar binnen gelopen en heeft water gedronken. Daarna heeft hij aangeefster gekust.<footnote-ref linkend="_abe80a89-0551-4ede-8478-59033e07f003" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster te twijfelen, temeer nu zij direct nadat verdachte de woning had verlaten haar zoon in emotionele toestand heeft gebeld en tegen hem heeft gezegd dat zij is aangerand.</para>
      <para>Daaruit volgt ook dat en waarom de rechtbank de verklaring van verdachte voor zover die inhoudt dat de door hem gegeven kus een kus op de wang was, niet volgt.</para>
      <para>Gelet op de aard van de handeling en de omstandigheden waaronder de handeling heeft plaatsgevonden, kan deze naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden uitgelegd dan als een ontuchtige handeling. Verdachte is ongevraagd de woning binnengelopen van een vrouw die hij niet kent, heeft haar vastgepakt, naar zich toegetrokken en in de nek gezoend. Dit is een handeling van seksuele aard die in strijd is met de sociaal-ethische norm. De rechtbank acht aldus het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">3.	De bewezenverklaring</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 21 juli 2020 te Groenlo, gemeente Oost Gelre,</para>
      <para>door geweld of een andere feitelijkheid<emphasis role="strike-through"> en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid</emphasis>, </para>
      <para>te weten door onbevoegd de woning van nader te noemen [slachtoffer] te betreden en/of</para>
      <para>die [slachtoffer] te complimenteren over haar lichaam (figuur) en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (vervolgens)</para>
      <para>een arm om het middel, <emphasis role="strike-through">althans het lichaam,</emphasis> van die [slachtoffer] te slaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (daarbij) die [slachtoffer] </para>
      <para>naar zich toe<emphasis role="strike-through"> en/of tegen zich aan</emphasis> te trekken <emphasis role="strike-through">en/of (daarbij) te proberen zijn, verdachtes, hand </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">onder de badjas van die [slachtoffer] te brengen </emphasis>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (vervolgens)</para>
      <para>die [slachtoffer] onverhoeds te zoenen in haar nek</para>
      <para>
        [slachtoffer] heeft gedwongen tot het <emphasis role="strike-through">plegen en/of </emphasis>dulden van een of meer ontuchtige </para>
      <para>handelingen, te weten:</para>
      <para>het onverhoeds zoenen in/tegen haar nek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘feitelijke aanranding van de eerbaarheid’</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van de straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en daarnaast tot het verrichten van 100 uren taakstraf subsidiair 50 dagen hechtenis met aftrek van de tijd in verzekerding doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en een taakstraf op te leggen. Verdachte is een first offender en uit het reclasseringsrapport volgt dat de kans op herhaling klein is.  </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Verdachte was werkzaam als pakketbezorger en moest bij het slachtoffer een pakket bezorgen. Hij is ongevraagd de woning van het slachtoffer binnengelopen en heeft haar vervolgens in de woning aangerand. Dat dit is gebeurd in de veilige omgeving van het slachtoffer, namelijk haar eigen woning en dat verdachte daar was in zijn functie als pakketbezorger waar een zeker vertrouwen vanuit zou mogen gaan, rekent de rechtbank verdachte aan. Verdachte heeft de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden en haar gevoelens van angst en onveiligheid bezorgd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 8 april 2021. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Daarnaast heeft de rechtbank gelet op een reclasseringsadvies van 20 januari 2021, waarin de reclassering aangeeft dat geen aanwijzingen worden gezien voor seksueel afwijkend gedrag of psychologische problematiek. De reclassering heeft het risico op recidive als laag ingeschat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor aanranding van de feitelijke eerbaarheid zijn geen landelijke oriëntatiepunten opgesteld. Daarom heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf met name gelet op de straffen die doorgaans worden opgelegd in vergelijkbare zaken en komt zij tot een andere straf dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank is van oordeel dat een taakstraf van 80 uren waarvan 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden is. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.000,-- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. Daarnaast heeft de officier van justitie de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft verzocht het gevorderde bedrag te matigen, nu de jurisprudentie waarmee de vordering is onderbouwd van een andere aard is.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij schade heeft geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. Ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij zich na het bewezenverklaarde onveilig heeft gevoeld en thans in behandeling is bij een psycholoog. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard en de ernst van de onderhavige normschending (waardoor inbreuk is gemaakt op een fundamenteel recht van de benadeelde partij, te weten het zelfbeschikkingsrecht en de lichamelijke integriteit) en de gevolgen die dit voor de benadeelde partij heeft gehad, sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. De vordering leent zich – naar maatstaven van billijkheid – voor toewijzing tot een bedrag van € 250,--, te vermeerderen met wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. </para>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 246 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een taakstraf van 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> bepaalt dat deze een gedeelte van deze taakstraf, te weten 30 uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit; </para>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 250,-- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 250,-- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 5 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M Olthof, voorzitter, mr. C.J.M. van Apeldoorn en </para>
              <para>mr. T. Bertens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Waizy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juni 2021.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. T. Bertens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_209ce8aa-7dbd-4738-93f7-c76e462bf472" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de politie Oost-Nederland, team zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2020340012, gesloten op 24 augustus 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f18627bb-805f-4eb0-a3e9-15bc91ec49ba" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 11-13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b64a5b4-9266-4483-81bf-d6b8cea6fd16" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuigen, p. 21.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abe80a89-0551-4ede-8478-59033e07f003" label="4">
    <para> De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 18 mei 2021.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>