<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2021:2366</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-12T13:30:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/720194-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:2366">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:2366</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-12T10:27:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2021:2366 Rechtbank Gelderland , 12-05-2021 / 05/720194-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2021:2366:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>“Poging zware mishandeling door met kracht met geschoeide voet tegen het hoofd van het slachtoffer te trappen. Vrijspraak poging tot doodslag nu uit het dossier niet volgt dat een aanmerkelijke kans bestond op het overlijden van het slachtoffer. Gelet op tijdsverloop gevangenisstraf 13 dagen met aftrek en taakstraf 160 uur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2021:2366:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/720194-18</para>
      <para>Datum uitspraak	: 12 mei 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. A. Sahin, advocaat in Lent.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van    1 september 2020, 10 maart 2021 en 29 april 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 19 mei 2018 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met kracht (met geschoeide voet (merk [merk 1] met spikes)) op/tegen het hoofd/het gezicht van die [slachtoffer] heeft getrapt/geschopt, op het moment dat die [slachtoffer] op de grond lag, terwijl </para>
      <para>de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 19 mei 2018 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met kracht (met geschoeide voet (merk [merk 1] met spikes)) op/tegen het hoofd/het gezicht van die [slachtoffer] heeft getrapt/geschopt, op het moment dat die [slachtoffer] op </para>
      <para>de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair:</para>
      <para>hij op of omstreeks 19 mei 2018 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door met kracht (met geschoeide voet (merk [merk 1] met spikes)) op/tegen het hoofd/het gezicht van die [slachtoffer] te trappen/schoppen, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_cdaa8a56-1b78-46f1-819d-b4705657f68d" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 mei 2018 bevond verdachte zich op een parkeerplaats aan de Waalhaven in Nijmegen. Nadat een witte [merk 2] met kenteken [kenteken 1] en een blauwe [merk 3] met kenteken [kenteken 2] op de Waalhaven tot stilstand waren gekomen, ontstond daar een conflict tussen een groep mannen.<footnote-ref linkend="_a6ac4d73-4100-4d4c-ac32-227c3a1924de" /> Verdachte raakte bij dit conflict betrokken en heeft met zijn geschoeide voet een trap gegeven richting het hoofd van aangever [slachtoffer] .<footnote-ref linkend="_ba1dc30d-1da7-4324-8782-19acbd08d037" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot doodslag, nu verdachte - door met geschoeide voet tegen het hoofd van aangever te schoppen - bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer daardoor zou komen te overlijden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken, nu niet vast is komen te staan dat het letsel van het slachtoffer door toedoen van verdachte is ontstaan. Bovendien blijkt uit het dossier niet met welke kracht verdachte heeft getrapt, waar de trap terecht is gekomen en of de trap raak was, zodat geen aanmerkelijke kans op de dood of zwaar lichamelijk letsel kan worden vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Ter terechtzitting heeft de rechtbank de beelden bekeken waarop de door verdachte gegeven trap te zien is. Op deze beelden heeft de rechtbank waargenomen dat aangever op de grond ligt. Op het moment dat hij overeind wil komen en langzaam aanstalten maakt dit te doen, trapt verdachte hem met de zool van zijn geschoeide voet tegen zijn hoofd door zijn voet met kracht omhoog en naar beneden te bewegen. Het slachtoffer belandt hierdoor wederom op de grond en blijft daar vervolgens liggen.<footnote-ref linkend="_3b36708e-5b45-44d9-90a6-a3ec323d5e18" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De eerste vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. </para>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat uit geen van de verklaringen blijkt dat verdachte het slachtoffer heeft getrapt met als doel hem van het leven te beroven. Niettemin kan (voorwaardelijk) opzet op de dood bewezen worden geacht als uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer door het geven van de trap zou komen te overlijden.</para>
      <para>Het is een feit van algemene bekendheid dat het met kracht tegen een hoofd trappen kan leiden tot de dood van het slachtoffer. De vraag of de kans hierop als aanmerkelijk kan worden aangemerkt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Hierbij zijn onder meer de kracht van de trap, de plaats waar de trap terecht komt en het soort schoeisel redengevend.</para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte aangever eenmaal met kracht tegen het hoofd heeft getrapt door zijn voet van boven naar beneden te bewegen. Door op deze wijze te trappen kan minder kracht aan de trap worden meegegeven dan bij een zwaaiende trap. Verdachte trapte aangever met de zool van zijn schoen. Uit de bewijsmiddelen in het dossier volgt verder niet op welke plaats van het hoofd verdachte aangever heeft geraakt (dit is ook niet (goed) te zien op eerder genoemde beelden). </para>
      <para>Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld dat in dit specifieke geval een aanmerkelijke kans op het overlijden van aangever bestond. Voorwaardelijk opzet kan daarom niet worden vastgesteld. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende vraag die aan de rechtbank voorligt, is of verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer.</para>
      <para>Het hoofd is een lichaamsdeel met veel vitale organen. Wanneer hier met kracht met geschoeide voet een trap tegenaan wordt gegeven, bestaat naar algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans op het intreden van zwaar lichamelijk letsel. Het handelen van verdachte is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het ontstaan van dit letsel, dat het niet anders kan dan dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op het intreden van dit gevolg heeft aanvaard. </para>
      <para>De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangever. De subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 19 mei 2018 te Nijmegen<emphasis role="strike-through">, in elk geval in Nederland</emphasis>, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met kracht (met geschoeide voet <emphasis role="strike-through">(merk [merk 1] met spikes)</emphasis>) <emphasis role="strike-through">op/</emphasis>tegen het hoofd<emphasis role="strike-through">/het gezicht</emphasis> van die [slachtoffer] heeft getrapt<emphasis role="strike-through">/geschopt</emphasis>, op het moment dat die [slachtoffer] op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Poging tot zware mishandeling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren en een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 77 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht en een proeftijd van één jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat kan worden volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf. De raadsvrouw heeft verzocht geen taakstraf aan verdachte op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 18 maart 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de voorlichtingsrapportages van Reclassering Nederland, gedateerd 10 maart 2020 en 24 juni 2020. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft een weerloos slachtoffer met kracht met zijn voet tegen het hoofd getrapt. </para>
      <para>Het slachtoffer lag op de grond en probeerde overeind te komen, waarna verdachte hem </para>
      <para>weer tegen de grond trapte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het toepassen van </para>
      <para>grof geweld in de richting van het slachtoffer. Hij heeft hiermee een forse inbreuk </para>
      <para>gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De rechtbank neemt verdachte dit </para>
      <para>zeer kwalijk. </para>
      <para>De rechtbank houdt er - in beperkte mate - rekening mee dat het slachtoffer ook een aandeel </para>
      <para>heeft gehad in het ontstaan van de vechtpartij, eerder in het centrum van Nijmegen. Op de </para>
      <para>beelden die ter zitting zijn afgespeeld is te zien dat het slachtoffer zich in een eerdere fase niet geheel onbetuigd heeft gelaten en zelf ook de confrontatie heeft opgezocht. Anderzijds hoefde het slachtoffer er niet op bedacht te zijn dat verdachte hem tegen zijn hoofd zou trappen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank weegt mee dat verdachte geen relevante recidive heeft op het gebied van </para>
      <para>geweldsdelicten. Verdachte heeft gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis </para>
      <para>bijna drie jaar lang onder toezicht gestaan van de reclassering, welk toezicht positief is </para>
      <para>afgerond. De reclassering heeft geadviseerd aan verdachte geen onvoorwaardelijke</para>
      <para>gevangenisstraf op te leggen. Wel is verdachte in staat een taakstraf te verrichten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank houdt bij de oplegging van de straf rekening met de straffen die rechters in </para>
      <para>soortgelijke gevallen opleggen. De rechtbank heeft verder acht geslagen op de </para>
      <para>oriëntatiepunten voor straftoemeting die rechters hanteren. De rechtbank acht een </para>
      <para>gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest in combinatie met een forse taakstraf in dit </para>
      <para>geval passend. Voor een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank, gelet op het tijdsverloop, </para>
      <para>geen aanleiding. Verdachte heeft bovendien al langere tijd, met succes, onder toezicht </para>
      <para>gestaan van de reclassering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tot slot houdt de rechtbank rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Deze </para>
      <para>termijn is op 20 mei 2018, de dag dat verdachte in verzekering is gesteld, aangevangen. De </para>
      <para>rechtbank doet uitspraak op 12 mei 2021. Daarmee is sprake van een overschrijding van de </para>
      <para>redelijke termijn waarbinnen een strafzaak moet zijn afgerond. Nu er geen bijzondere </para>
      <para>omstandigheden zijn die deze overschrijding rechtvaardigen, past de rechtbank een </para>
      <para>vermindering van de op te leggen taakstraf toe van 40 uren, ervan uitgaande dat in dit geval </para>
      <para>zonder termijnoverschrijding een taakstraf voor de duur van 200 uren passend en geboden </para>
      <para>zou zijn geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overziend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 13 dagen, met aftrek van de tijd </para>
      <para>die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in combinatie </para>
      <para>met een taakstraf voor de duur van 160 uren passend en geboden. De rechtbank komt tot een </para>
      <para>lagere straf dan door de officier van justitie is geëist omdat zij de poging tot doodslag niet </para>
      <para>bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 750,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering, omdat uit het dossier niet duidelijk wordt welk letsel door het handelen van verdachte is ontstaan en de vordering verder niet is onderbouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk geworden dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit schade heeft geleden. Verdachte is daarvoor naar burgerlijk recht aansprakelijk. Hoewel niet volledig duidelijk is welk letsel door de trap van verdachte is ontstaan, acht de rechtbank </para>
      <para>- gelet op de aard van de gedraging - aannemelijk dat de trap van verdachte enig letsel en fysiek ongemak bij de benadeelde partij tot gevolg heeft gehad. De rechtbank zal, alles overziend, een bedrag van € 250,00 aan immateriële schadevergoeding toewijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte is vanaf 19 mei 2018 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>De beoordeling van het beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gelast de teruggave van de in beslag genomen schoenen van het merk [merk 1] aan verdachte, omdat geen strafvorderlijk belang zich daar langer tegen verzet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 45, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 13 (dertien) dagen</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <para> legt op een <emphasis role="bold">taakstraf van 160 (honderdzestig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">80 (tachtig) dagen;</emphasis></para>
    <para />
    <para> heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;</para>
    <para />
    <para> gelast de teruggave van de schoenen van het merk [merk 1] aan verdachte.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in verband met het bewezen verklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 250,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2018 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 250,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2018 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 5 (vijf) dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Sonneveldt (voorzitter), mr. J.M. Graat en mr. E.J. Swiers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Draaijers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 mei 2021.</para>
              <para />
              <para>
                <emphasis role="italic">mr. J.M. Graat en mr. E.J. Swiers  zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen</emphasis>
              </para>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_cdaa8a56-1b78-46f1-819d-b4705657f68d" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018221562, gesloten op 22 mei 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a6ac4d73-4100-4d4c-ac32-227c3a1924de" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 38 en p. 39 en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 25 en p. 26.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba1dc30d-1da7-4324-8782-19acbd08d037" label="3">
    <para> De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 29 april 2021.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3b36708e-5b45-44d9-90a6-a3ec323d5e18" label="4">
    <para> De eigen waarneming van de rechtbank gedaan ter terechtzitting van 29 april 2021.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>