<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2020:6532</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-30T11:07:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 19 _ 2643</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:6532">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:6532</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-30T11:02:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:6532 Rechtbank Gelderland , 08-10-2020 / AWB - 19 _ 2643</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2020:6532:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Omgevingsvergunning voor het kappen van een eik met een herplantplicht. Ten onrechte een herplantplicht opgelegd omdat voor het kappen van de eik geen kapverbod gold. Een omgevingsvergunning is alleen vereist indien voor de boom een kapverbod geldt. Voor welke bomen een kapverbod geldt, is geregeld in artikel 4 van de Bomenverordening. Daarin is opgenomen dat een kapverbod niet van toepassing is in het geval van vellen in geval van vastgestelde noodkap. Voldoende aannemelijk dat sprake was van noodkap. Er was daarom geen omgevingsvergunning nodig en daarom kon ook geen herplantplicht worden opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2020:6532:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 19/2643</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], te [woonplaats], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.H. Smit),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet</emphasis>, het college.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 8 november 2018 heeft het college aan eiser een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van een eik op het perceel [locatie] in [woonplaats] en aan eiser een herplantplicht opgelegd. In het besluit van 2 mei 2019 heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser is het hier niet mee eens en heeft daarom beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is op 29 juli 2020 op zitting behandeld. Hierbij waren aanwezig eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde en zijn echtgenote en namens het college B.C. Bertelink en ing. M.A. Hagens. Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek heropend, omdat behandeling op een vervolgzitting nodig werd geacht. De vervolgzitting was met behulp van een beeldverbinding op 28 september 2020. Hierbij waren aanwezig eiser en zijn gemachtigde en namens het college ing. M.A. Hagens en mr. E. Bouma.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Waarover gaat deze zaak?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eiser woont in [woonplaats] aan de [locatie]. In de achtertuin van zijn woning staat een 25 meter hoge inlandse eik die ernstig is aangetast door honingzwam. Na het raadplegen van deskundige F. de Graaf en overleg met ambtenaren van de gemeente op 1 november 2018 heeft eiser dezelfde dag een omgevingsvergunning aangevraagd voor de kap van de boom. Die omgevingsvergunning is verleend en daarbij is aan eiser een herplantplicht opgelegd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoe is het college tot zijn besluit gekomen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Het college stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van noodkap, omdat de boom tijdens de aanvraag niet direct gevaar opleverde als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de Bomenverordening Nunspeet 2016 (Bomenverordening). Eiser moest daarom een omgevingsvergunning aanvragen. Het college verleent op de door eiser ingediende aanvraag een omgevingsvergunning voor het kappen van de eik op eisers perceel. Het college legt een herplantplicht op omdat de te kappen boom een inlandse eik betreft die door de soort een zeer hoge natuurwaarde heeft, beeldbepalend is en grote waarde heeft voor de leefbaarheid. Door de herplantplicht worden deze waarden op langere termijn hersteld. De herplantplicht omvat het terug planten van één boom met een stamomtrek van minimaal 16-18 centimeter van een inheemse soort: bijvoorbeeld eik, beuk, linde of acacia. Herplant moet plaatsvinden op eisers perceel, minimaal twee meter vanaf de erfgrens vóór 1 december 2019.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Waarover moet de rechtbank beslissen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. De rechtbank beoordeelt het opleggen van de herplantplicht aan eiser in verband met het kappen van de eik op zijn perceel. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de zogenoemde ‘beroepsgronden’. Daarbij vult zij de rechtsgronden aan<footnote-ref linkend="_23fe80a5-1586-43b7-9e0a-36d2c4a52924" /> en beoordeelt zij ook de verlening van de omgevingsvergunning.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wat is de beoordeling door de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college ten onrechte aan eiser een herplantplicht opgelegd omdat voor het kappen van de eik geen kapverbod gold. Er was daarom geen omgevingsvergunning nodig. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot deze conclusie komt en welke gevolgen dat heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Mocht het college een herplantplicht opleggen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Eiser betoogt dat het college onvoldoende rekening houdt met zijn belangen en dat sprake is van een motiveringsgebrek. Op 1 november 2018 heeft F. de Graaf, boomdeskundige, de eik geïnspecteerd en vastgesteld dat die in een vergevorderd stadium was aangetast door honingzwam. Volgens De Graaf vormde de eik door zijn grootte een gevaar voor de omgeving en om die reden heeft hij dringende noodkap geadviseerd. Na overleg met ambtenaren van de gemeente heeft eiser daarom nog diezelfde dag een noodkapvergunning aangevraagd. Bij direct gevaar is geen omgevingsvergunning nodig.<footnote-ref linkend="_90cc2dd3-4430-4063-aece-d3d0926ba443" /> Op de zitting van 29 juli 2020 heeft eiser nog een verklaring van De Graaf overgelegd. Het college houdt geen rekening met feit dat het om een noodkap gaat (zieke boom met gevaarzetting voor directe omgeving). Eiser moet onredelijke veel kosten maken, onder andere vanwege het uitgraven, om aan de herplantplicht te voldoen op de dezelfde plek als de gekapte boom. Van eiser kan ook niet worden gevergd dat hij de inrichting van zijn tuin wijzigt door elders op zijn perceel te herplanten. Het bedrag dat hij als alternatief voor het herplanten kan storten in het herplantfonds vindt hij te hoog.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Hoewel eiser niet uitdrukkelijk betoogt dat ten onrechte een vergunning voor de kap is verleend, stelt hij wel dat sprake is van een noodkap. Maar een herplantplicht kan alleen worden opgelegd als een omgevingsvergunning wordt verleend of in strijd met een kapverbod (een verbod om zonder omgevingsvergunning de boom te kappen) tot kappen is overgegaan.<footnote-ref linkend="_ab438cc8-a571-413b-810a-c408c2e51039" /> Een omgevingsvergunning is alleen vereist indien voor de boom een kapverbod geldt. Voor welke bomen een kapverbod geldt, is geregeld in artikel 4 van de Bomenverordening. Daarin is opgenomen dat een kapverbod niet van toepassing is in het geval van vellen in geval van vastgestelde noodkap.<footnote-ref linkend="_eafa3338-a53c-4f98-9fb4-2ed8719fd8a5" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Onder een noodkap wordt verstaan: het direct of binnen 48 uur vellen van een boom, indien door een boomdeskundige, door de brandweer of gemeentelijke dienst is vastgesteld dat de boom direct gevaar oplevert voor mens en omgeving. Een boomdeskundige is een persoon of bedrijf met aantoonbare kennis van houtopstanden.<footnote-ref linkend="_58d2f47c-15dd-4eb2-aed8-2b9770bd7d3c" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Eiser heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat door een boomdeskundige is vastgesteld dat de eik direct gevaar oplevert voor mens en omgeving. Hij heeft onweersproken gesteld dat De Graaf op 1 november 2018 de boom heeft geïnspecteerd en heeft vastgesteld dat noodkap noodzakelijk is, gelet op de ernst van de aantasting door de honingzwam en de gevaarzetting voor de directe omgeving. In de schriftelijke verklaring van 27 juli 2020, die op de zitting door eiser is overgelegd, heeft De Graaf dat bevestigd. Omdat het college heeft erkend dat De Graaf een goede boomdeskundige is, is daarmee sprake van een vastgestelde noodkap. De Bomenverordening vereist niet dat het college of boomdeskundigen in zijn dienst het met de vaststelling door de boomdeskundige eens is. De enkele vaststelling door een boomdeskundige is voldoende. Dat De Graaf niet stelt dat de boom <emphasis role="underline">direct</emphasis> gevaar oplevert, maakt dit – anders dan het college meent – niet anders. De boomdeskundige stelt immers vast dat de boom gevaar oplevert voor de omgeving en adviseert om die reden dringend noodkap. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Dit betekent dat voor het vellen van de boom geen kapverbod gold en dat geen omgevingsvergunning vereist was. Het college had daarom niet van eiser mogen verlangen dat hij voordat hij tot kap zou overgaan een omgevingsvergunning moest aanvragen. De beroepsgrond slaagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wat betekent dit voor deze zaak?</emphasis>
        </para>
        <para>6.	Dit betekent dat het college ten onrechte voor de kap van de boom een omgevingsvergunning heeft verleend. Omdat voor het kappen van de boom geen omgevingsvergunning vereist was, mag het college aan hem geen herplantplicht opleggen. Alleen al omdat deze beroepsgrond slaagt, kan de herplantplicht niet in stand blijven. De rechtbank bespreekt daarom de overige beroepsgronden niet. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank vernietigt het besluit. Omdat in deze zaak maar een besluit kan worden genomen, neemt de rechtbank nu zelf een beslissing.<footnote-ref linkend="_6039d8ff-3851-4b31-916f-4c10f04846e6" /> Het besluit van 8 november 2018 wordt herroepen en de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen van een eik op het perceel [locatie] in [woonplaats] wordt afgewezen omdat voor de kap geen verbod geldt voor het kappen zonder omgevingsvergunning. Voor de kap van de boom wordt aan eiser geen herplantplicht opgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Omdat het beroep gegrond is en de rechtbank het besluit van 8 november 2018 herroept, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die hij in bezwaar en beroep heeft gemaakt. Het college moet die betalen. Die kosten worden als volgt berekend.<footnote-ref linkend="_44ab283b-e6a6-4236-b4a3-209a1d87591b" /> Voor de bijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond, een beroepschrift ingediend en is naar de zitting en de vervolgzitting op de rechtbank gekomen. Het gaat om vijf handelingen. Deze proceshandelingen leveren vierenhalve punten op met een waarde van ieder € 525,-. Eiser heeft ook reiskosten gemaakt. De rechtbank stelt deze vast op € 37,60 voor de heen- en terugreis met het openbaar vervoer vanaf het woonadres van eiser naar de rechtbank. Voor vergoeding van de reiskosten van eisers echtgenote bestaat geen aanleiding, omdat zij geen partij is in dit geding. Toegekend wordt € 2.400,10. Het college moet ook het door eiser betaalde griffierecht vergoeden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het besluit van 2 mei 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>herroept het besluit van 8 november 2018, bepaalt dat de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt afgewezen, stelt vast dat voor de kap van de boom geen herplantplicht geldt en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt het college tot betaling van in € 2.400,10 aan proceskosten aan eiser;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat het college het griffierecht van € 174,- dat eiser heeft betaald moet vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H.M. Steigenga-Gerritsen, griffier. </para>
              <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: </para>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>
                <emphasis role="italic">De rechter is in verband met de maatregelen rond het coronavirus verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen.</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</para>
              <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_23fe80a5-1586-43b7-9e0a-36d2c4a52924" label="1">
    <para> De rechtbank doet dit met toepassing van artikel 8:69, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_90cc2dd3-4430-4063-aece-d3d0926ba443" label="2">
    <para> Dit staat in artikel 4, vierde lid, aanhef en onder e, van de Bomenverordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ab438cc8-a571-413b-810a-c408c2e51039" label="3">
    <para> Dit volgt uit artikel 9 en 10 van de Bomenverordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eafa3338-a53c-4f98-9fb4-2ed8719fd8a5" label="4">
    <para> Dit staat in artikel 4, vierde lid, aanhef en onder e, van de Bomenverordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_58d2f47c-15dd-4eb2-aed8-2b9770bd7d3c" label="5">
    <para> De begrippen noodkap en boomdeskundige zijn omschreven in artikel 1, aanhef en onder r en m, van de Bomenverordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6039d8ff-3851-4b31-916f-4c10f04846e6" label="6">
    <para> De rechtbank bepaalt dit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_44ab283b-e6a6-4236-b4a3-209a1d87591b" label="7">
    <para> De berekening is gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>