<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2020:5271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-06T15:11:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/373320 / ZJ RK 20-743</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:5271">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:5271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-06T15:08:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:5271 Rechtbank Gelderland , 04-09-2020 / C/05/373320 / ZJ RK 20-743</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2020:5271:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2020:5271:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens: C/05/373320 / ZJ RK 20-743</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 4 september 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking verlenging ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Jeugdbescherming Gelderland</emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen de GI,</para>
      <para>locatie Zutphen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [minderjarige 1]
          </emphasis>, geboren op [geboortedag 1] 2004 te [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] ,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [minderjarige 2]
          </emphasis>, geboren op [geboortedag 2] 2007 te [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">[moeder]</emphasis>, hierna te noemen de moeder,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>- <emphasis role="bold">[vader]</emphasis>, hierna te noemen de vader,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] .<?linebreak?></para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>
      <?linebreak?>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
    <para>- de verzoeken met bijlagen van de GI van 8 juli 2020, ingekomen bij de griffie op <?linebreak?>10 juli 2020.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 27 augustus 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. <?linebreak?></para>
      <para>Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , die apart zijn gehoord,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de moeder,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vader,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een vertegenwoordigster van de GI.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten<?linebreak?></title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de vader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van deze rechtbank van 20 februari 2020 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 6 september 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>
      <?linebreak?>De GI heeft verzocht:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen met zes maanden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter onderbouwing van de verzoeken heeft de GI onder meer het volgende naar voren gebracht. De voortgang van de ondertoezichtstelling verloopt zeer moeizaam. Er zijn veel wisselingen van gezinsvoogd geweest, waarvan de laatste wisseling in juni 2020 heeft plaatsgevonden. Mede door uitval van de vorige gezinsvoogd en de coronamaatregelen die van toepassing waren (en nog steeds zijn), is er onvoldoende tegemoetgekomen aan de doelen die in het kader van de ondertoezichtstelling zijn opgesteld. De GI heeft zich daar onvoldoende voor ingezet. De kinderen hebben nog steeds geen contact met de moeder. Daarnaast blijven de problemen tussen de ouders bestaan. Zij wantrouwen elkaar en zij communiceren nauwelijks met elkaar. De impasse is niet doorbroken, waardoor de ontwikkeling van de kinderen wordt geschaad. Eind juni 2020 is het hulpverleningstraject bij [instelling] opgestart. Bij [instelling] wordt onderzocht welke vorm van hulpverlening het meest passend is voor de ouders. De kans is groot dat de ouders de hulpverlening vanuit [instelling] niet zullen toelaten als de ondertoezichtstelling niet wordt verlengd. De vader wil rust in de thuissituatie en de moeder ziet er geen heil in. Verlenging van de ondertoezichtstelling is daarom gewenst.  <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de kinderen en de belanghebbenden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [minderjarige 1] en [minderjarige 2]</emphasis>
      </para>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben tijdens mondelinge behandeling aangegeven dat zij verlenging van de ondertoezichtstelling niet nodig vinden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De moeder</emphasis>
      </para>
      <para>De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat zij niet weet of verlenging van de ondertoezichtstelling van toegevoegde waarde zal zijn. Het voelt voor haar heel dubbel. Zij wil haar kinderen graag zien, maar zij is moe van de strijd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vader</emphasis>
      </para>
      <para>De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat verlenging van de ondertoezichtstelling geen zin heeft. De vader is moe van de strijd en de inzet van hulpverlening. Hij wil rust. Hij begrijpt dat de moeder graag contact met de kinderen wil. Hij hoopt dat de kinderen contact met de moeder zullen zoeken als zij rust ervaren. De vader heeft aangegeven dat de moeder hem altijd om informatie over de kinderen mag vragen. De moeder heeft dat echter al lang niet meer gedaan. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter is op grond van de stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat het verzoek van de GI moet worden afgewezen, nu niet langer is voldaan aan de grond bedoeld in artikel 1:255, lid 1, van het BW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter overweegt als volgt. Zowel de ouders als de GI zijn het erover eens dat de ondertoezichtstelling van meet af aan niet goed uit de verf is gekomen. Aan de ene kant is het de ouders onvoldoende gelukt om nader tot elkaar te komen als ouders van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en op een constructieve manier met elkaar te communiceren. Aan de andere kant heeft de uitvoering van de ondertoezichtstelling te wensen overgelaten, waarvoor de huidige gezinsvoogd haar excuses heeft aangeboden. De kinderrechter betreurt deze constatering. Desondanks is gebleken dat de kinderen zich naar behoren ontwikkelen. De kinderen hebben echter nog steeds geen contact met de moeder. De moeder accepteert die situatie, maar zij zou dit graag anders zou zien. Hoewel dit zorgelijk is, ziet de kinderrechter dat het afdwingen van contact tussen de kinderen en de moeder, mede gelet op de hulpverlenings-voorgeschiedenis, geen goed zal doen. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat op termijn dit contact wel mogelijk is. Gelet op de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat er thans geen dusdanige zorgen over de kinderen zijn die maken dat verlenging van de ondertoezichtstelling gerechtvaardigd is. De kinderrechter zal het verzoek van de GI dan ook afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt tot slot op dat de ouders, die beiden met het gezag over de kinderen zijn belast, over en weer wettelijke verplichtingen hebben. Zo is de vader verplicht om de moeder te informeren over het wel en wee van de kinderen en is de moeder op haar beurt verplicht om te informeren naar de kinderen. De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij de moeder in ieder geval één keer per twee maanden een mail wil sturen over hoe het met de kinderen gaat en wat zij zoal ondernemen. De kinderrechter gaat ervan uit dat beide ouders aan hun verplichtingen zullen voldoen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, kinderrechter, in tegenwoordigheid van R.A. Ramkhewan als griffier en in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>4 september 2020.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Arnhem-Leeuwarden. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>