<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2020:4629</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T17:18:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/224526-19 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:4629">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:4629</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-15T11:40:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:4629 Rechtbank Gelderland , 09-09-2020 / 05/224526-19 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2020:4629:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontneming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2020:4629:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/224526-19 (ontneming)</para>
      <para>Datum zitting	: 26 augustus 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 09 september 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1962 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende aan de [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. S. Arts, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is gesteld op € 119.632,24.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 26 augustus 2020 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op 26 augustus 2020 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. S. Arts, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. G.L.M. Verstegen, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering groot € 119.632,24. Hierbij gaat de officier van justitie uit van 14 eerdere oogsten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft primair gesteld dat € 2.400,- als wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden vastgesteld. Veroordeelde heeft namelijk zelf verklaard dat hij dat bedrag heeft ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat uitgegaan moet worden van drie eerdere oogsten met een wederrechtelijk verkregen voordeel van (circa) € 24.000,- (te weten de bruto opbrengst van circa € 9.000 per oogst x 3 oogsten – de kosten). Op basis van het dossier kan volgens de verdediging niet worden vastgesteld dat er meer dan drie oogsten hebben plaatsgevonden. De fraudespecialisten concluderen na onderzoek namelijk dat er drie oogsten zijn geweest. Daarnaast duiden de indicaties in het dossier op het telen van hennep gedurende negen maanden en niet gedurende een periode van 3 jaren zoals de officier van justitie stelt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 9 september 2020 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde is veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uur – onder meer – ter zake van het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Deze beslissing is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.<footnote-ref linkend="_fa8495c4-cc03-423b-bf49-55cfb15493ce" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde heeft verklaard dat hij ongeveer 9 maanden voor het aantreffen van de kwekerij is gestart met kweken.<footnote-ref linkend="_3ddd5dae-813b-485f-80eb-6431044cb5c9" /></para>
      <para>In de kweekruimte is een zodanige vervuiling, te weten stof op voorwerpen en kalkafzetting, aangetroffen,<footnote-ref linkend="_010287ed-a6ef-4b8c-9db6-b6b69f58c6b7" /> dat de rechtbank concludeert dat sprake is van meerdere oogsten.</para>
      <para>In de hoofdzaak heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte in de periode tussen 3 november 2018 tot en met 24 juli 2019 heeft gekweekt, hetgeen overeenkomt met een periode van 9 maanden. De rechtbank overweegt dat tussen 3 november 2018 tot en met 24 juli 2019 37 weken en 5 dagen zitten. De aangetroffen hennepplanten op 24 juli 2019 waren ongeveer 7 weken oud. Na aftrek van deze 7 weken resteren ongeveer 30 weken voor eerdere kweken. Een kweekcyclus duurt gemiddeld 10 weken. De rechtbank acht derhalve aannemelijk dat verdachte drie keer eerder heeft geoogst. Dit komt overeen met de conclusies die [benadeelde bedrijf] op basis van door haar uitgevoerd onderzoek heeft getrokken, namelijk dat er ten minste drie keer eerder is geoogst.<footnote-ref linkend="_06fbf7e2-d009-40a3-b00c-0103047ffc46" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de officier van justitie is de rechtbank dus van oordeel dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat verdachte meer dan 3 keer heeft geoogst. Het uitgangspunt van artikel 36e van het Wetboek van strafrecht is dat alleen het voordeel dat daadwerkelijk in het vermogen van verdachte is gevloeid, kan worden ontnomen. Indien de officier van justitie wederrechtelijk verkregen voordeel wil ontnemen over een periode van 3 jaar was het aangewezen geweest om een berekeningsmethode te gebruiken die meer zekerheid biedt over de hoogte van het wederrechtelijk verkregen vermogen, bijvoorbeeld een kasopstelling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank volgt de berekening van de opbrengst en de kosten per oogst van de officier van justitie (zoals weergegeven in het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel).<footnote-ref linkend="_5503a829-0b71-4c82-a261-9b01a638f753" /></para>
      <para>De kweekruimte was 7 m2 groot en er stonden 76 planten. Dit komt neer op ongeveer 11 planten per vierkante meter en een opbrengst van tenminste 30 gram hennep per plant per oogst. De opbrengst van de hennep is minimaal € 4.070 per kilo.   </para>
      <para>De bruto opbrengst per oogst bedraagt: </para>
      <para>76 x 30 = 2,28 kilo x € 4.070 = € 9.279,60.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrijvingskosten per oogst: 		€ 150,00  </para>
      <para>Hennepstekken:  76 x 3,81 = 		€ 289,56</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Variabele kosten: 76 x € 3,88 =		€ 294,88 </emphasis>
      </para>
      <para>De totale kosten per oogst bedraagt: 	€ 734,44.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op:</para>
      <para>Bruto opbrengst 3 oogsten x € 9.279,60 = 	€ 27.838,80</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Af: Totale kosten 3 oogsten x € 734,44 = 	€   2.203,32      –</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 25.635,48</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht aannemelijk dat veroordeelde dit bedrag als wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 25.635,48 (zegge: vijfentwintigduizend zeshonderd en vijfendertig euro en achtenveertig eurocent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op <emphasis role="bold">180 dagen</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Keijzer (voorzitter), mr. J.J.H. van Laethem en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 september 2020.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. S.H. Keijzer en mr. S. Jansen zijn buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_fa8495c4-cc03-423b-bf49-55cfb15493ce" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019413523, gesloten op 18 maart 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ddd5dae-813b-485f-80eb-6431044cb5c9" label="2">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 123.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_010287ed-a6ef-4b8c-9db6-b6b69f58c6b7" label="3">
    <para> Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 60-61; Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 153-154.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_06fbf7e2-d009-40a3-b00c-0103047ffc46" label="4">
    <para> Proces-verbaal van aangifte namens [benadeelde bedrijf] met bijlage, p. 84.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5503a829-0b71-4c82-a261-9b01a638f753" label="5">
    <para> Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 153 en 155.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>