<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2020:4615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-10T15:54:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/134175-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:4615">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:4615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-09T10:42:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:4615 Rechtbank Gelderland , 08-09-2020 / 05/134175-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2020:4615:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man, die zijn toenmalige vriendin seksueel heeft misbruikt, tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank de maximale werkstraf van 240 uur op.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2020:4615:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/134175-19</para>
      <para>Datum uitspraak	: 8 september 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , te [woonplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. S.F.W. van ’t Hullenaar, advocaat te Arnhem. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 augustus 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 22 oktober 2017 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , door die [slachtoffer] te bewegen zijn penis te betasten en/of door zijn, verdachtes, penis in haar vagina te brengen, en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte<?linebreak?>- de kleding van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of<?linebreak?>- de hand van die [slachtoffer] op zijn geslachtsdeel heeft gelegd en/of<?linebreak?>- die [slachtoffer] op haar zij heeft geduwd<?linebreak?>terwijl verdachte daarbij meermalen voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] . <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_36b8f85e-1adc-48bd-98be-2a60afc0b025" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van verdachte heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde en aan dit vonnis gehechte pleitnota, - kort gezegd - op het standpunt gesteld dat verdachte, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend (steun)bewijs, moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. Verder heeft de raadsman een (voorwaardelijk) verzoek gedaan tot het benoemen van een deskundige die zal moeten onderzoeken of het mogelijk is geweest om bij aangeefster binnen te dringen op de wijze door aangeefster beschreven, waarbij de fysiek van aangeefster en verdachte moet worden betrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het (voorwaardelijke) verzoek van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is ten aanzien van het (voorwaardelijke) verzoek van de raadsman inzake het benoemen van een deskundige van oordeel dat zij zich op dit punt voldoende voorgelicht acht en dat zij geen noodzaak ziet voor een nader onderzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte het tenlastegelegde feit op de bewezenverklaarde wijze heeft begaan en baseert zich hierbij op de redengevende feiten en omstandigheden die zijn ontleend aan de volgende bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangeefster, [slachtoffer] heeft verklaard dat zij van oktober 2016 tot en met november 2017 een relatie heeft gehad met verdachte. In oktober 2017 is zij met een vriendin op vakantie geweest en daarvan kwam ze midden in de nacht thuis. Verdachte sliep bij aangeefster. Aangeefster had aangegeven dat ze moe was en dat ze ging slapen.  Aangeefster werd midden in de nacht wakker en merkte dat ze allebei geen nachtkleding meer aan hadden. Ze voelde dat verdachte haar hand pakte en dat hij deze op zijn geslachtsdeel legde. Aangeefster trok haar hand weg. Vervolgens pakte verdachte haar bij haar schouder en duwde haar op haar rechterzijde. Verdachte stopte vervolgens zijn geslachtsdeel in haar geslachtsdeel en stootte 10 tot 20 keer in haar. Aangeefster gaf daarop een stoot met haar elleboog naar achteren, maar verdachte reageerde niet. Toen ze nogmaals aangaf dat ze niet wilde, heeft verdachte haar arm vastgepakt zodat ze niet weg kon. Uiteindelijk gaf ze verdachte een harde duw met haar elleboog waarop hij haar losliet.<footnote-ref linkend="_400d23ee-6794-4a1a-b103-60020e96f7a4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangeefster heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat ze zeker vijf keer stop zei tegen verdachte. Ook duwde ze zijn hand meerdere keren weg, omdat hij overal aan haar zat met zijn handen. Ze zei ook vaker ‘stop hou op’, maar verdachte reageerde daar niet op. Ze probeerde weg te komen, maar dat lukte niet omdat verdachte sterk is. Ze heeft duidelijk gezegd dat hij moest stoppen op het moment dat hij naar binnen ging; dat moet hij gehoord hebben. Als verdachte heeft verklaard dat aangeefster in deze positie (lepeltje lepeltje) wel moest meewerken omdat penetreren anders niet lukte, klopt dat niet; verdachte kon gewoon haar benen uit elkaar duwen. Uit ervaring weet aangeefster dat het niet waar is dat penetratie in deze positie alleen kan als ze haar been 90 graden omhoog zou houden.<footnote-ref linkend="_9f9fe18f-8a71-473f-b341-51080c2e33bb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij met aangeefster op vakantie was geweest en dat ze op 22 oktober 2017 om ongeveer 4.00 uur ’s nachts thuis kwamen. ’s Ochtends zag ze berichtjes van aangeefster en ze had meerdere oproepen van aangeefster gemist. Het eerste berichtje was om 5.21 uur en de eerste oproep was om 5.26 uur. Aangeefster vertelde haar dat verdachte bovenop haar zat toen ze wakker werd. Hij wilde seks met aangeefster hebben, terwijl aangeefster lag te slapen. Aangeefster heeft hem weggeduwd en naar huis gestuurd. Aangeefster vertelde dat ze direct overstuur naar haar moeder is gegaan. Aangeefster was boos en kon niet bevatten dat verdachte zoiets had gedaan.<footnote-ref linkend="_502f2606-52f8-4664-8889-4bd86d9353cf" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de WhatsApp gesprekken<footnote-ref linkend="_b2b9da2a-4ee6-4156-af85-9e2f671713bb" /> volgt het volgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“22-10-17 05:21 - [slachtoffer] : [getuige 1] </para>
      <para>22-10-17 05:21 - [slachtoffer] : ??? </para>
      <para>22-10-17 05:26 - [slachtoffer] : Gemiste spraakoproep </para>
      <para>22-10-17 06:24 - [slachtoffer] : Ik moetje morgen spreken </para>
      <para>22-10-17 06:25 - [slachtoffer] : Er is iets ergs gebeurd (voor mij iets erge) </para>
      <para>22-10-17 06:25- [slachtoffer] : Ergs </para>
      <para>22-10-17 06:28 - [slachtoffer] : [verdachte] sliep hier dus en ik kwam in bed liggen, gaf hem een kus en ging tegen hem aanliggen en slapen. Op een gegeven moment word ik wakker en heeft hij zijn en mijn kleren uitgetrokken en probeert ie z'n lui erin te doen. Maar ik sliep nog dus reageerde laat, maar drna duwde ik hem gelijk weg en riep tien keer dat ie moest stoppen maar hij stopte niet en toen heeft ie tegen mijn zin in mij geneukt en heb ik hem gelijk weggeduwd en ben huilend naar beneden gegaan </para>
      <para>22-10-17 06:28 - [slachtoffer] : Ik ben helemaal over de zeik en in shock ofzo ik kon bijna niet meer ademen want ik was zo boos </para>
      <para>22-10-17 06:29 - [slachtoffer] : En toen heb ik hem weggestuurd en hij begreep niet dat ik hem daarom weg stuurdw </para>
      <para>22-10-17 06:29 - [slachtoffer] : Hij zei alleen maar als verklaring 'je hebt mij helemaal niet gemist want je gaf maar 1 kus en ging gelijk slapen' </para>
      <para>22-10-17 06:30 - [slachtoffer] : Toen ben ik bij mama in bed gaan liggen en het haar verteld, die was ook echt geschrokken </para>
      <para>22-10-17 06:30 - [slachtoffer] : Ik ben gewoon verkracht door m'n eigen vriend </para>
      <para>22-10-17 06:30 - [slachtoffer] : En ik weet gewoon niet meer wat ik moet doen </para>
      <para>22-10-17 06:30 - [slachtoffer] : Ben zo in paniek.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige 2] , moeder van aangeefster, heeft verklaard dat aangeefster om 5.30 uur huilend op haar slaapkamer kwam en zei dat verdachte allemaal dingen deed die zij niet wilde; dat ze wel 10 of 20 keer heeft gezegd dat ze niet wilde en dat ze verdachte direct naar huis heeft gestuurd.<footnote-ref linkend="_1c9ec776-a349-4cac-9f16-ddeaaa273b92" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Unus testis, nullus testis</emphasis>
      </para>
      <para>Het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, kan niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van de aangeefster. Er kan niet tot een bewezenverklaring worden gekomen indien de door de aangeefster verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Niet is vereist dat elk onderdeel van de tenlastelegging in ander bewijsmateriaal steun vindt. Dat betekent dat de rechtbank moet beoordelen of enerzijds de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en anderzijds of haar verklaringen voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal. Het feit dat de verklaringen van de aangeefster betrouwbaar worden geacht, kan niet op zichzelf als voldoende steunbewijs dienen. Het steunbewijs dient verder te zien op feiten en omstandigheden die niet in een te ver verwijderd verband staan tot de aan verdachte verweten gedragingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster</emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende basis om te concluderen tot een betrouwbare aangifte door aangeefster. Haar verklaring tijdens het informatief gesprek zeden op 28 december 2017 stemt op essentiële onderdelen overeen met de inhoud van haar aangifte op 17 januari 2018. Aangeefster heeft tijdens haar aangifte een uitgebreide en gedetailleerde verklaring afgelegd. Zij is daarnaast door de rechter-commissaris gehoord en heeft toen ook uitgebreid en gedetailleerd haar verhaal verteld. Zij is daarbij op belangrijke punten consistent blijven verklaren over wat er is gebeurd. De rechtbank is van oordeel dat de aangifte en de latere verklaring van aangeefster bij de rechter-commissaris betrouwbaar en consistent zijn en kunnen worden gebruikt voor het bewijs. Uit niets blijkt dat aangeefster haar verklaring heeft verzonnen of heeft willen aandikken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, anders dan de verdediging, geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Steunbewijs</emphasis>
      </para>
      <para>De verklaringen van aangeefster worden in belangrijke mate ondersteund door de verklaring van haar moeder [getuige 2] en haar vriendin [getuige 1] . Aangeefster is direct na het incident om ongeveer 5.30 uur naar haar moeder gegaan en heeft verteld dat verdachte allemaal dingen deed die zij niet wilde en dat ze dat wel 10 of 20 keer heeft gezegd. Ook vinden de verklaringen van aangeefster steun in de WhatsApp berichten die zij net na het incident, om 6.24 uur, aan haar vriendin heeft gestuurd: “Op een gegeven moment word ik wakker en heeft hij zijn en mijn kleren uitgetrokken en probeert ie z'n lui erin te doen. Maar ik sliep nog dus reageerde laat, maar drna duwde ik hem gelijk weg en riep tien keer dat ie moest stoppen maar hij stopte niet en toen heeft ie tegen mijn zin in mij geneukt”. [getuige 2] en [getuige 1] hebben overigens op basis van hetgeen zij van aangeefster hebben gehoord, gelijkluidend verklaard en ze beschrijven daarnaast zelfstandig de emotionele toestand van aangeefster. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer dat niet wordt voldaan aan het wettelijk bewijsminimum faalt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijwillig of onder dwang</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft ten stelligste ontkend zijn ex-vriendin te hebben verkracht. Hij heeft hierover verklaard dat hij niet met zijn penis in de vagina van aangeefster is geweest en dat de seksuele aanrakingen met instemming van aangeefster plaatsvonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft aangeefster betrouwbare en geloofwaardige verklaringen afgelegd. Haar verklaringen en de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 1] en met name de WhatsApp berichten die zij direct na het incident aan haar vriendin heeft gestuurd, te weten dat verdachte haar tegen haar wil had geneukt, leveren naar het oordeel van de rechtbank niet alleen wettig, maar ook overtuigend bewijs op. Uit de aangifte leidt de rechtbank af dat verdachte met zijn penis in de vagina van aangeefster is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank kan er in de context waarin de seks heeft plaatsgevonden, geen sprake zijn geweest van vrijwilligheid, nu aangeefster meermalen verbaal en non-verbaal te kennen heeft gegeven dat zij dit niet wilde en verdachte, ondanks dat, steeds is doorgegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is gelet op vorenstaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting van zijn ex-vriendin [slachtoffer] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 22 oktober 2017 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, door <emphasis role="strike-through">geweld of</emphasis> een andere feitelijkheid <emphasis role="strike-through">en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid</emphasis>, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , <emphasis role="strike-through">door die [slachtoffer] te bewegen zijn penis te betasten en/of</emphasis> door zijn, verdachtes, penis in haar vagina te brengen, en bestaande <emphasis role="strike-through">dat geweld of</emphasis> die één of meer andere feitelijkheden <emphasis role="strike-through">en/of die bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden</emphasis> hierin dat verdachte<?linebreak?>- de kleding van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- de hand van die [slachtoffer] op zijn geslachtsdeel heeft gelegd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- die [slachtoffer] op haar zij heeft geduwd<?linebreak?>terwijl verdachte daarbij meermalen voorbij is gegaan aan de verbale en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] . <?linebreak?></para>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Verkrachting. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het rapport van Iriszorg.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Door de verdediging is geen strafmaatverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Zij heeft hierbij mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 14 juli 2020</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van Iriszorg, gedateerd 30 oktober 2019. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zijn toenmalige vriendin, met wie hij al enige tijd een relatie had, gedwongen </para>
      <para>tot het hebben van seks met hem. Dit is grensoverschrijdend en strafbaar seksueel gedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft door zo te handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke delicten langdurig de nadelige gevolgen kunnen ondervinden, hetgeen ook is gebleken uit de ter terechtzitting voorgehouden schriftelijke slachtofferverklaring. De eis van de officier van justitie is in dit licht te begrijpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een verkrachting rechtvaardigt in beginsel oplegging van een langdurige gevangenisstraf. De rechtbank is echter van oordeel dat de officier van justitie bij het bepalen van zijn eis onvoldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheden waaronder de verkrachting is gepleegd en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Om de hierna te noemen redenen zal de rechtbank in substantiële zin ten gunste van verdachte afwijken van de eis van de officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde feit heeft al meer dan tweeëneenhalf jaar geleden plaatsgevonden. Verdachte is niet eerder met justitie in aanraking geweest. De forse overschrijding van de grenzen van aangeefster staat in hun toenmalige relatie op zichzelf. Aangeefster heeft aangifte gedaan omdat ze wilde voorkomen dat verdachte iets dergelijks weer zou doen bij een volgende vriendin, mede omdat hij jegens een vorige vriendin ook grensoverschrijdend zou zijn geweest in seksueel opzicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens het rapport van Iriszorg zijn verdachtes nieuwe partner en haar ouders van deze strafzaak op de hoogte. Gezien de ontkennende houding van verdachte kan de reclassering geen verbanden leggen tussen het tenlastegelegde en het psychosociaal functioneren. Als verdachte schuldig wordt bevonden ligt hier mogelijk wel een verband wat tijdens een eventueel toekomstig toezicht onderzocht moet worden. Afgaande op het verhaal van verdacht is er geen sprake van een (ernstige) instabiliteit op de verschillende leefgebieden. De reclassering heeft, behoudens de verdenking, ook geen aanwijzingen gesignaleerd die anders doen vermoeden. Als verdachte schuldig wordt bevonden is er mogelijk toch sprake van problematiek ten aanzien van zijn psychosociaal functioneren en houding en nader (psychologisch) onderzoek is dan noodzakelijk zodat de reclassering een passend en noodzakelijk behandelplan kan inzetten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat op dit laatste de nadruk dient te liggen en dat een (langdurige) onvoorwaardelijke gevangenisstraf te verstrekkende gevolgen zal hebben voor verdachte. Wel is het goed hem een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen om als stok achter de deur te dienen zodat hij aan een door Iriszorg voorgesteld psychologisch onderzoek en daaropvolgende ambulante behandeling serieus zal deelnemen.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte voor het bewezenverklaarde feit de maximale taakstraf van 240 uur moet worden opgelegd. Daarnaast zal de rechtbank,  rekening houdend met straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd en met het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht, aan verdachte een gevangenisstraf voor de </para>
      <para>duur van 180 dagen opleggen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk als stok achter de deur om te </para>
      <para>voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw in de fout gaat. De proeftijd zal worden </para>
      <para>gesteld op twee jaar. De rechtbank zal hieraan de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door </para>
      <para>Iriszorg geadviseerd, te weten een meldplicht en deelname aan een psychologisch onderzoek en </para>
      <para>een daaropvolgende ambulante behandeling bij Kairos of een soortgelijke polikliniek. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 22c, 22d en 242 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor </para>
      <para>       de duur van <emphasis role="bold">180 (honderd en tachtig) dagen</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>  bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot <emphasis role="bold">179 (honderdnegen en zeventig) </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht </para>
      <para> gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de </para>
      <para> proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;</para>
    </parablock>
    <para> legt als algemene voorwaarde op dat de veroordeelde:</para>
    <para>- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para> legt als bijzondere voorwaarden op dat de veroordeelde:</para>
    <para>- zich binnen drie dagen na de zitting (in persoon) zal melden bij Reclassering </para>
    <parablock>
      <para>  Nederland, Stieltjesstraat 1 te Nijmegen. Hierna moet hij zich blijven melden, zo </para>
      <para>  frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Hij dient zich te houden aan de </para>
      <para>  afspraken en aanwijzingen van Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt dat hij zijn </para>
      <para>  medewerking moet verlenen aan de uitvoering van huisbezoeken;</para>
    </parablock>
    <para>- indien de reclassering het nodig acht, deel neemt aan een psychologisch onderzoek en </para>
    <parablock>
      <para>  de daaropvolgende behandeling/begeleiding bij forensische polikliniek Kairos of een </para>
      <para>  soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de </para>
      <para>  reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van </para>
      <para>  die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> een <emphasis role="bold">taakstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">240 (tweehonderd en veertig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderd en twintig) dagen. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wiersma, voorzitter, mr. C.J.M. van Apeldoorn en mr. C.H.M. Pastoors, rechters, in tegenwoordigheid van E.T. Vriezekolk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 september 2020. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Wiersma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_36b8f85e-1adc-48bd-98be-2a60afc0b025" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL2017578727, gesloten op 28 mei 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_400d23ee-6794-4a1a-b103-60020e96f7a4" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , pag. 12-17. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f9fe18f-8a71-473f-b341-51080c2e33bb" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_502f2606-52f8-4664-8889-4bd86d9353cf" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , pag. 19-20.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b2b9da2a-4ee6-4156-af85-9e2f671713bb" label="5">
    <para> WhatsApp gesprekken, pag. 26-27. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1c9ec776-a349-4cac-9f16-ddeaaa273b92" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , pag. 35-36. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>