<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2020:4556</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-18T14:35:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/375333 / FZ RK 20-2258</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0040632&amp;artikel=24&amp;g=2020-01-01">Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten 24</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:4556">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:4556</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-18T14:32:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:4556 Rechtbank Gelderland , 31-08-2020 / C/05/375333 / FZ RK 20-2258</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2020:4556:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opvolgende rechterlijke machtiging Wzd. Ondanks dat de aanvraag te laat is ingediend (artikel 25 lid 3 Wzd), is de rechtbank van oordeel dat het verweer van de advocaat verworpen dient te worden. De wetgever heeft geen consequenties verbonden aan het te laat indienen van een aanvraag en het is naar de oordeel van de rechtbank niet in het belang van cliënt als er een nieuwe aanvraag opgestart moet worden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2020:4556:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens: C/05/375333 / FZ RK 20-2258</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum mondelinge uitspraak: 31 augustus 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking opvolgende rechterlijke machtiging Wzd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van een jaar als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd), ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>verblijfadres: ’s Heeren Loo, locatie Groot Emaus te Ermelo, </para>
      <para>op grond van een rechterlijke machtiging geldend tot 24 augustus 2020, </para>
      <para>hierna te noemen: cliënt,</para>
      <para>advocaat: mr. W.L.M. Fleuren te Apeldoorn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op <?linebreak?>21 augustus 2020. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 telefonisch plaatsgevonden op 31 augustus 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling zijn telefonisch gehoord:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mw. J. Douma, als gedragskundige verbonden aan ’s Heeren Loo; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dhr. F. Alwon, als Wzd-arts en geneesheer-directeur verbonden aan ’s Heeren Loo; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dhr. A. El Hamdaoui, als persoonlijk begeleider verbonden aan ’s Heeren Loo; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>mw. [naam], curator van betrokkene. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ten aanzien van de wijze waarop de procedure mondeling is behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het landelijk beleid van de Rechtspraak dat het niet is toegestaan de accommodatie waar cliënt verblijft te bezoeken. Dit levert voor cliënt en de medebewoners en verzorgers een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Datzelfde geldt voor de medewerkers van de rechtbank, alsook voor bewoners en verzorgers van overige accommodaties indien van dit beleid zou worden afgeweken. Om die reden is besloten cliënt telefonisch te horen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 25 februari 2020 heeft de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf verleend tot en met 24 augustus 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een verstandelijke handicap. Cliënt heeft een verstandelijke beperking, een autismespectrumstoornis en een andere, gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersing of andere gedragsstoornis. Cliënt heeft de neiging om seksueel contact aan te  gaan met minderjarigen vanuit onvoldoende controle over zijn impulsen. Er ontstaat hierdoor een aanzienlijk risico op het overtreden van de wet waarvoor cliënt mogelijk strafrechtelijk  vervolgd zou kunnen  worden. Cliënt moet hierin tegen zichzelf worden beschermd. In het afgelopen jaar hebben zich daarnaast ten minste vijftien incidenten plaatsgevonden met dreiging en/of fysieke agressie door betrokkene. Recentelijk is cliënt nog twee weken weggelopen waarbij hij bij familie en vrienden verbleef. Cliënt loopt hierbij niet impulsief weg, maar met een doordacht plan. Cliënt lijkt de gevaren hiervan te bagatelliseren en hij heeft onvoldoende inzicht in wat nodig is om gevaar af te wenden. Cliënt kan de gevolgen van zijn gedrag onvoldoende overzien. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap leidt tot ernstig nadeel, gelegen in : </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>ernstige psychische schade;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ernstige verwaarlozing;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>maatschappelijke teloorgang;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ernstig verstoorde ontwikkeling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De voortzetting van het verblijf is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Voortzetting van het verblijf biedt de kaders waarin voldoende toezicht gehouden kan worden op de contacten die cliënt aangaat en het biedt de mogelijkheden om weglopen te voorkomen of te beperken. Tot op heden is het nog niet gelukt om met cliënt tot gezamenlijke afspraken te komen. Voor minder ingrijpende maatregelen is samenwerking en motivatie van cliënt nodig. Dat ontbreekt echter tot op heden. Door de gedragskundige en de Wzd-arts is tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat met cliënt gekeken gaat worden naar een passende vervolgplek waar hij een gerichtere behandeling kan ondergaan. Een rechterlijke machtiging van een jaar is nodig om de mogelijkheden te gebruiken in een open setting en te variëren met dwang en begeleidingsintensiviteit die passend zijn bij het niveau van functioneren van cliënt. Door de Wzd-arts is daarbij wel aangegeven dat mocht de rechterlijke machtiging eerder opgeheven kunnen worden, dat zeker ook zal gebeuren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Hetgeen namens en door cliënt als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af<emphasis role="italic">. </emphasis>De advocaat van cliënt heeft aangevoerd dat het verzoek door de accommodatie te laat is ingediend. De voorliggende rechterlijke machtiging liep tot en met 24 augustus 2020. <?linebreak?>Op grond van artikel 25 lid 3 Wzd dient de aanvraag voor een opvolgende machtiging uiterlijk in de achtste of negende week voor het einde van de geldigheidsduur ingediend te worden. In dit geval is de aanvraag op 11 augustus 2020 ingediend terwijl de aanvraag uiterlijk 29 juni 2020 ingediend had moeten worden. Het CIZ heeft de aanvraag snel opgepakt en binnen de gestelde termijn ingediend bij de rechtbank. Ondanks dat de aanvraag te laat is ingediend, is de rechtbank van oordeel dat het verweer van de advocaat verworpen dient te worden. De wetgever heeft geen consequenties verbonden aan het te laat indienen van een aanvraag en het is naar de oordeel van de rechtbank niet in het belang van cliënt als er een nieuwe aanvraag opgestart moet worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een opvolgende machtiging, om welke reden zij zal beslissen als hierna vermeld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf ten aanzien van </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [naam]
          </emphasis>,</para>
        <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk <emphasis role="bold">30 augustus 2021</emphasis>.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2020 door mr. E. van Dusschoten, rechter, in tegenwoordigheid van L. Stoevenbelt, griffier.</para>
                <para />
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 4 september 2020.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>