<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2020:4444</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:03:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8669874 \ CV EXPL  20-7064</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2020/435</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:4444">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:4444</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-13T11:07:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:4444 Rechtbank Gelderland , 19-08-2020 / 8669874 \ CV EXPL  20-7064</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2020:4444:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevoegdheidsincident afgewezen. Aanvraag urgentieverklaring houdt dusdanig verband met een huurovereenkomst dat deze daarvan niet los kan worden gezien. Aan de vordering wordt kwalificatie 'betrekkelijk tot huur' toegekend. Kantonrechter bevoegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2020:4444:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	8669874 \ CV EXPL  20-7064 \ 512 \ 34124</para>
      <para>uitspraak van 19 augustus 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis in het bevoegdheidsincident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Eiser sub 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>
        [woonplaats]  </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser sub 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>
        [woonplaats]
      </para>
      <para>gemachtigde mr. E.D. van Tellingen </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eisende partijen in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verwerende partijen in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting<emphasis role="bold"> Stichting Woonstichting Centrada</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Lelystad</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gedaagde partij in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eisende partij in het incident </emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde mr. T. Mulder </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [Eiser] c.s. (hierna: mannelijk enkelvoud) en Centrada genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verwijzingsvonnis van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, met zaaknummer 8458913 LC EXPL 20-931. De kantonrechter heeft de zaak verwezen naar de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, en heeft bepaald dat de zaak wordt geplaatst op de rol van woensdag 19 augustus 2020 voor vonnis in het door Centrada opgeworpen bevoegdheidsincident. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Centrada is een woningcorporatie die als wettelijke taak heeft personen te huisvesten die door persoonlijke, financiële of andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het verkrijgen van woonruimte.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [Eiser] c.s. heeft op 8 januari 2020 bij Centrada een urgentieaanvraag ingediend op basis van mantelzorg om zo in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning van Centrada.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De urgentieaanvraag is op 20 januari 2020 door de Urgentiecommissie afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 22 januari 2020 is [Eiser] c.s. in bezwaar gegaan tegen de beslissing van de Urgentiecommissie. Bij uitspraak van 9 maart 2020 heeft de Geschillencommissie Centrada (hierna: Geschillencommissie) een bindende uitspraak gedaan, inhoudende dat het bezwaar van [Eiser] c.s. ongegrond wordt verklaard en aan [Eiser] c.s. geen urgentie wordt verleend. In de brief van 9 maart 2020 schrijft de Geschillencommissie:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Tegen de uitspraak van de Geschillencommissie is geen bezwaar of beroep mogelijk. Wel kunt u uw zaak voorleggen aan de Huurcommissie of de kantonrechter.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In de inleiding van het reglement geschillencommissie Centrada is opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Dit reglement bevat de procedureregels die gelden voor de behandeling van klachten van klanten van Centrada. Tegen een besluit van het bestuur naar aanleiding van het advies van de geschillencommissie staat geen bezwaar of beroep open. Wel kan een klager, die niet tevreden is over het advies van de geschillencommissie of het besluit van het bestuur, overwegen zijn of haar klacht daarna voor te leggen aan de Huurcommissie en/of de kantonrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het indienen van een klacht bij de geschillencommissie houdt in dat de klager akkoord gaat met de procedureregels van dit reglement. Ook Centrada is aan deze regels gebonden.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil en de beoordeling daarvan</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [Eiser] c.s. vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I.	het bindend advies zoals gewezen door de Geschillencommissie d.d. 9 maart 2020 vernietigt;</para>
        <para>II.	voor recht verklaart dat de urgentieaanvraag dient te worden toegewezen;</para>
        <para>III.	Centrada veroordeelt in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [Eiser] c.s. legt – kort gezegd – aan zijn vordering ten grondslag dat de door de Geschillencommissie gedane uitspraak fundamenteel onjuist is, op onjuiste wijze tot stand is gekomen, althans niet deugdelijk is gemotiveerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Centrada heeft ten aanzien van de bevoegdheid van de kantonrechter opgeworpen dat sprake is van een vordering van onbepaalde waarde waarbij niet valt vast te stellen of en zo ja in hoeverre de vordering een maximale waarde van € 25.000,00 vertegenwoordigt. Bovendien is geen sprake van een zaak betreffende een huurovereenkomst nu er, indien aan een kandidaat huurder urgentie wordt toegekend, nog niet direct een huurovereenkomst wordt gesloten. Dat betekent dat uitsluitend de sector civiel van de rechtbank bevoegd is van de vordering kennis te nemen, aldus Centrada.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 93 sub c Rv worden door de kantonrechter behandelt en beslist zaken betreffende een huurovereenkomst. Hoewel de verzochte urgentieverklaring strikt genomen geen verband houdt met een bestaande huurovereenkomst, is de kantonrechter, vanwege de ruime uitleg die gegeven moet worden aan de aan de kantonrechter gegeven bevoegdheid, van oordeel dat zij bevoegd is om de zaak te behandelen en te beslissen. </para>
        <para>Daarvoor is van belang dat het verzoek om een urgentieverklaring uiteindelijk tot doel heeft het verkrijgen van een sociale huurwoning op basis van een huurovereenkomst met Centrada. De vordering houdt daarmee dusdanig verband met een huurovereenkomst dat deze daarvan niet los kan worden gezien. Aan de vordering moet dan ook de kwalificatie ‘betrekkelijk tot huur’ worden toegekend. Verder is van belang dat Centrada in haar correspondentie naar [Eiser] c.s. (r.o. 2.4.) ook de bevoegdheid van de kantonrechter tot uitgangspunt heeft genomen. Bovendien is in het reglement geschillencommissie Centrada opgenomen dat indien een klager het niet eens is met het advies van de geschillencommissie, hij zijn klacht daarna kan voorleggen aan de kantonrechter (r.o. 2.5.). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bevoegdheidsincident wordt afgewezen. Centrada zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit incident.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Mondelinge behandeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft extra informatie van partijen nodig over deze zaak. Daarom zal een mondelinge behandeling worden gehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling zal de kantonrechter vragen stellen aan partijen. Ook zal zij onderzoeken of partijen het op één of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Verder krijgen partijen kort de gelegenheid om hun standpunt toe te lichten en te reageren op de standpunten van de andere partij. Uitgebreide uiteenzettingen (mondeling of schriftelijk) worden niet toegestaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Aanwezigheid bij de mondelinge behandeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De kantonrechter verwacht dat partijen zelf bij de mondelinge behandeling aanwezig zijn. Een rechtspersoon moet vertegenwoordigd worden door iemand die van de feiten op de hoogte is en bevoegd is om een regeling te treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Partijen mogen zich tijdens de mondelinge behandeling laten bijstaan door een gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Als een partij niet naar de mondelinge behandeling komt, dan kan de kantonrechter daar gevolgen aan verbinden, ook in het nadeel van die partij.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Indienen stukken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Volgens de wet moet iedere partij de bewijsmiddelen noemen die zij van belang vindt én een kopie overleggen van de stukken waarop zij een beroep wil doen. Voor zover partijen dit nog niet hebben gedaan, krijgen zij nu de laatste gelegenheid om de bedoelde stukken in te dienen. Ook nieuwe stukken waarop partijen zich tijdens de mondelinge behandeling willen beroepen, kunnen worden overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>Alle stukken moeten <emphasis role="underline">uiterlijk tien dagen</emphasis> voor de dag van de mondelinge behandeling zijn ingediend. Stukken moeten worden toegezonden aan:</para>
      <para />
      <para>- de griffie van de rechtbank Gelderland, Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, postbus 9030 - 6800 EM Arnhem, onder vermelding van het zaaknummer,</para>
      <para>en</para>
      <para>-	( de gemachtigde van) de wederpartij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13.</nr>
      <para>Met stukken die later of op de mondelinge behandeling worden ingediend, hoeft de kantonrechter geen rekening te houden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Na de mondelinge behandeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14.</nr>
      <para>Het is de bedoeling dat na de mondelinge behandeling alle relevante punten zijn besproken en dat daarna mondeling of schriftelijk uitspraak kan worden gedaan. De kantonrechter kan mondeling uitspraak doen als alle partijen op de mondelinge behandeling zijn verschenen en de zaak zich daarvoor leent. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15.</nr>
      <para>Als toch nog geen uitspraak kan worden gedaan, zal de kantonrechter aangeven hoe de procedure verder zal verlopen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart zich bevoegd om van de vordering van [Eiser] c.s. kennis te nemen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Centrada in de kosten van dit incident, aan de zijde van [Eiser] c.s. begroot op € 72,00 aan salaris voor de gemachtigde;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat in deze zaak een mondelinge behandeling zal worden gehouden in het gerechtsgebouw aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een nader te bepalen dag en tijdstip en roept partijen op daar aanwezig te zijn;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen <emphasis role="underline">vóór</emphasis> 16 september 2020 <emphasis role="underline">schriftelijk</emphasis> hun verhinderdata voor de komende drie maanden kunnen opgeven en dat na genoemde datum een dag en tijdstip voor de mondelinge behandeling zullen worden vastgesteld (ook als geen verhinderdata zijn ontvangen);</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. C.J.M. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>