<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2020:3771</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-28T11:03:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">0588103518</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:3771">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:3771</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-28T11:01:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:3771 Rechtbank Gelderland , 27-07-2020 / 0588103518</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2020:3771:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De militaire kamer in de rechtbank Gelderland heeft een 29-jarige korporaal van de Koninklijke Marine veroordeeld wegens het in mei 2018 plegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid.</para>
        <para>De militaire kamer heeft de korporaal een vrijheidsstraf van drie maanden militaire detentie opgelegd. Daarnaast heeft de militaire kamer beslist dat de korporaal een schadevergoeding van € 800,00 aan het slachtoffer moet betalen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2020:3771:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/881035-18</para>
      <para>Datum uitspraak	: 27 juli 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige militaire kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. W.N. Ramnun, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 januari 2020 en 13 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 17 mei 2018 in de gemeente Den Helder, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [benadeelde] stevig bij de armen en/of de benen  heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of die [benadeelde] op/tegen/over een tafel heeft/hebben gedrukt en/of die [benadeelde] op/naar de grond heeft/hebben gewerkt en/of geduwd en/of die [benadeelde] op/tegen de grond heeft/hebben gedrukt en/of geduwd en/of hierin dat verdachte en/of zijn mededaders misbruik heeft/hebben gemaakt van uit (een) feitelijke verhouding(en) voortvloeiend overwicht van hem/hen die [benadeelde] heeft/hebben gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het met de (ontblote) penis slaan en/of tikken op/tegen de (rechter)heup, althans het lichaam van die </para>
      <para>
        [benadeelde] en/of het maken neukbewegingen op/tegen het lichaam van die [benadeelde] en/of het op korte afstand van het gezicht van die [benadeelde] tonen van billen en/of anus en/of testikels. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_2c96d7c3-f83b-4d3f-ac90-aa629826a79f" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
      <para>Korporaal [verdachte] (verdachte), sergeant [medeverdachte 1] (medeverdachte), matroos [medeverdachte 2] (medeverdachte) en matroos [benadeelde] (aangever) waren als militairen werkzaam bij de Koninklijke Marine. Op 17 mei 2018 bevonden zij zich gezamenlijk in een portacabin op de rijkswerf van de marinebasis te Den Helder, gemeente Den Helder.<footnote-ref linkend="_bdac21f0-43e7-484e-a67e-5d7587886dfd" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit omdat verdachte geen opzet heeft gehad op het medeplegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Daarnaast zijn de ten laste gelegde handelingen verricht door de medeverdachten en niet door verdachte, terwijl die handelingen niet als ontuchtig te beschouwen zijn, gelet op de cultuur binnen de onderzeedienst. Bovendien is er onvoldoende steunbewijs voorhanden ten aanzien van het swaffelen en het maken van neukbewegingen en levert enkel het tonen van billen door [medeverdachte 2] geen feitelijke aanranding van de eerbaarheid op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer van de ten laste gelegde gedragingen - feiten 1, 2 en 3</emphasis>
      </para>
      <para>Aangever [benadeelde] heeft verklaard dat hij ongeveer vijf weken voorafgaand aan het onderhavige incident op 17 mei 2018 was overgeplaatst van de onderzeeboot [naam 1] naar [naam 2] , waarna hij al snel te maken kreeg met pesterijen.<footnote-ref linkend="_dd95e287-ddba-4a48-92ae-26ba9f3a1797" /> In die weken werd aangever door verdachte uitgemaakt voor homo en in het verlengde daarvan werden door medeverdachte [medeverdachte 1] richting aangever opmerkingen gemaakt over pijpen en kontneuken. Volgens aangever had dit te maken met het feit dat hij aanvankelijk oorbellen droeg. Verdachte maakte deel uit van een hecht groepje waarvan medeverdachte [medeverdachte 1] de leiding had.<footnote-ref linkend="_fbe15dcd-a539-40aa-8b1e-31c57f110ada" /></para>
      <para>Op 17 mei 2018 waren verdachte, [medeverdachte 1] en aangever in de portacabin die fungeerde als kantine. </para>
      <para>Uit de door aangever afgelegde verklaringen volgt dat [medeverdachte 1] toen vroeg aan aangever of hij weleens iemand gepijpt had. Aangever antwoordde hierop dat hij dit niet heeft gedaan en ook niet ging doen. Vervolgens zei [medeverdachte 1] dat aangever de eveneens aanwezige matroos [medeverdachte 2] wel kon pijpen. Aangever gaf wederom aan dat hij dat niet wilde doen. [medeverdachte 1]  zei daarop tegen [medeverdachte 2] dat hij zijn broek uit moest trekken. Medeverdachte [medeverdachte 2] trok vervolgens zijn broek uit tot op zijn knieën. Aangever wilde hierop weglopen. [medeverdachte 1]  zei vervolgens tegen de verdachte [verdachte] dat hij aangever vast moest houden, omdat het dan makkelijker zou gaan. Verdachte heeft daarop aangever vastgepakt, aanvankelijk alleen aan diens arm en later door zijn eigen arm om aangever heen te doen. Ook [medeverdachte 1] pakte aangever vast. </para>
      <para>Terwijl aangever door zowel verdachte als [medeverdachte 1] werd vastgehouden, kwam [medeverdachte 2] naar hem toe en pakte ook hij aangever vast. Aangever zag en voelde dat [medeverdachte 2] met zijn penis tegen zijn rechterheup sloeg. Aangever zag dat [medeverdachte 2] met zijn rechterhand zijn slappe penis vast pakte en deze in het rond slingerde tegen het been van aangever aan. [medeverdachte 2] had hierbij zijn bovenbroek op kniehoogte, terwijl zijn onderbroek half aan was met zijn geslachtsdeel eruit.<footnote-ref linkend="_74dc6e62-a567-425b-a99b-025db44cf41e" /> Aangever probeerde los te komen en pakte daartoe de deurklink. [medeverdachte 1] trok de vingers van aangever van de deurklink af. Verdachte en [medeverdachte 1] drukten aangever daarna tegen de tafel aan. Hierdoor kwam aangever voorover gedrukt met zijn buik op de tafel terecht. [medeverdachte 2] maakte toen neukbewegingen tegen aangever zijn kont aan. Aangever had zelf zijn broek wel aan, maar hij voelde het geslachtsdeel van [medeverdachte 2] tegen zich aan komen. </para>
      <para>Vervolgens werd aangever met zijn buik op de grond gedrukt en vastgehouden door verdachte en [medeverdachte 1] . Medeverdachte [medeverdachte 2] ging – nog steeds met naar beneden getrokken broek en onderbroek – op aangever liggen en maakte wederom neukbewegingen tegen aangever aan. Aangever voelde de penis van [medeverdachte 2] tegen zijn kont. Aangever zag ook dat [medeverdachte 2] dit deed, omdat hij met zijn hoofd naar de rechterkant gedraaid lag om te zien wat er gebeurde. Toen [medeverdachte 2] van aangever afging, ging hij gehurkt bij het gezicht van aangever staan en trok op een afstand van ongeveer 10 centimeter van het gezicht van aangever zijn blote billen open. Aangever zag zijn anus en zijn ballen. Aangever werd op dat moment nog steeds vastgehouden door verdachte en [medeverdachte 1] . Vervolgens werd aangever losgelaten en is hij naar buiten gegaan om een sigaret te roken.<footnote-ref linkend="_80d44de5-3914-4c66-876e-33adbb864e0e" /></para>
      <para>Aangever heeft verder verklaard dat hij daaropvolgend weer naar binnen ging omdat, zoals hij dat uitdrukte, hij zich niet wilde laten kennen. [medeverdachte 1] stond toen in de portacabin intimiderend tegenover aangever en zei: “<emphasis role="italic">Doe nou niet zo stom en laat eens zien hoe je pijpt” </emphasis>en <emphasis role="italic">“Als ik het zeg dan moet je dat doen”. </emphasis>Vervolgens hield [medeverdachte 1] een vinger bij het gezicht van aangever en zei: <emphasis role="italic">“Doe maar eens voor op mijn vinger hoe je pijpt”. </emphasis>Aangever zei telkens dat hij dat niet ging doen. </para>
      <para>Aangever ging daarna naar de keuken, waar verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met een hamer om hem heen kwamen staan. Aangever kon daardoor naar eigen zeggen geen kant op. [medeverdachte 1] had de hamer vast en zei: <emphasis role="italic">“Of je pijpt nu deze hamer of je pijpt [medeverdachte 2] ”</emphasis>. [medeverdachte 1] hield daarbij de hamer heel dicht bij de mond van aangever. Aangever zei dat hij dit niet ging doen. [medeverdachte 1] zei toen dat aangever zijn mond open moest doen en dat hij hem er wel in zou stoppen. Aangever zei wederom dat hij dit niet ging doen. [medeverdachte 1] zei dat ze het anders net zo gingen doen als eerder. Aangever heeft vervolgens zelf de hamer gepakt en gezegd: “<emphasis role="italic">Moet ik pijpen, zo zal ik pijpen” </emphasis>en heeft zijn tanden in de hamer gezet.<footnote-ref linkend="_eba1fc11-1bec-4679-9772-226bcbab79a3" /></para>
      <para>Later is door [medeverdachte 1] nog tegen aangever gezegd: <emphasis role="italic">“Het maakt niet uit. Als je het hier niet doet dan doe je het wel op zee”. </emphasis> Waarop verdachte [verdachte] tegen aangever zei: <emphasis role="italic">“Daar kan je geen kant op”.</emphasis><footnote-ref linkend="_79ffc46c-4676-4839-b127-04c9734264ca" /></para>
      <para>Op 8 oktober 2018 heeft aangever aanvullend verklaard dat hij echt de penis van [medeverdachte 2] in slappe toestand heeft gezien. Het was geen vinger van [medeverdachte 2] die hij aanzag voor een penis.<footnote-ref linkend="_06ba2220-6a4a-4f54-b37f-4262cdee98bf" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige korporaal [getuige 1] , die ook in de portacabin aanwezig was, heeft verklaard dat hij niet zoveel over het incident kwijt wilde. Wel heeft hij verklaard dat aangever en [medeverdachte 1] in de portacabin een woordenwisseling kregen waarbij getuige [getuige 1] het woord homo hoorde vallen. [medeverdachte 1] nam het voortouw en pakte samen met verdachte en [medeverdachte 2] aangever beet, tilde hem op en legde hem neer. Ze hebben aangever vastgehouden op de grond. Getuige [getuige 1] heeft ook gezien dat, naar de getuige meent, [medeverdachte 2] zijn broek naar beneden trok en zijn billen liet zien toen aangever op de grond lag. Getuige [getuige 1] hoorde dat er later in de keuken een woordenwisseling tussen aangever en [medeverdachte 1] ontstond.<footnote-ref linkend="_012f219c-b1bf-4dc6-9f5b-10ca54bf55b3" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige korporaal [getuige 2] , die ook in de portacabin aanwezig was, heeft verklaard dat hij zich niet zoveel van het incident kon herinneren, misschien omdat hij druk was met zijn telefoon. Wel kon hij verklaren dat verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en aangever in de portacabin met elkaar in gesprek waren. Hij zag op zeker moment dat aangever op de grond lag en, volgens getuige [getuige 2] , aan het stoeien was met verdachte.<footnote-ref linkend="_4d5d13bb-5051-41f1-bb17-e4c38379d728" /> Hierna liep aangever naar buiten. Aangever kwam weer binnen en ging zitten. [medeverdachte 1] ging toen voor aangever staan. Volgens getuige [getuige 2] hebben zij het wel over pijpen gehad. Daarna is aangever naar de keuken gelopen en liep [medeverdachte 1] achter hem aan.<footnote-ref linkend="_c27f71fb-2efb-4971-9305-3622e40c6026" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige korporaal [getuige 3] , die ook in de portacabin aanwezig was, heeft verklaard dat hij niet veel heeft gezien of gehoord omdat de radio aan stond. Wel heeft hij meegekregen dat [medeverdachte 1] in de portacabin aan aangever vroeg of hij voor wilde doen hoe hij pijpte en dat ze hem een hamer gaven. Aangever zei dat hij dat niet wilde doen. [medeverdachte 1] ging nog even door en zei “pak hem anders even vast”. Verdachte en [medeverdachte 2] pakten aangever toen vast aan zijn armen. Daarbij ging aangever ook naar de grond. Daar lagen ze te stoeien, zag getuige [getuige 3] , waarbij aangever tegenstribbelde.<footnote-ref linkend="_25d93508-37f2-427e-ae84-f6405d87009f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij in de portacabin, samen met verdachte en [medeverdachte 2] , aangever heeft vastgepakt en dat ze op de grond zijn gevallen. Ook heeft [medeverdachte 1] gezegd tegen aangever dat hij een hamer moest pijpen. <footnote-ref linkend="_f492d7b1-01d4-43e4-99eb-37dbf2da6490" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij aangever heeft vastgehouden tegen de tafel aan en dat aangever vervolgens tegen de grond is gegaan.<footnote-ref linkend="_cfd21a04-7edb-4bf1-a91d-bd07ab6dfd99" /></para>
      <para>Verdachte heeft bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat hij in zijn eerdere verklaringen hierover tegenover de Marechaussee had gelogen en dat het fout is wat hij, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 17 mei 2018 in de portacabin hadden gedaan. Daarbij heeft hij verklaard dat [medeverdachte 1] , zo begrijpt de militaire kamer, de gangmaker is geweest en zelfs wel ergere dingen heeft gedaan. Volgens verdachte werden hijzelf en medeverdachte [medeverdachte 2] er in meegetrokken. Verdachte heeft gehoord dat [medeverdachte 1] in de portacabin aan [medeverdachte 2] de opdracht gaf om zijn broek uit te doen. Verdachte zag [medeverdachte 2] daarna met zijn broek op zijn enkels. Ook zag hij dat de broek en de onderbroek beide naar beneden waren. Dat zag hij toen aangever op de grond was gevallen. [medeverdachte 2] liet zijn blote kont zien ‘als een baviaan’, terwijl aangever op de grond lag. Verdachte lag links en [medeverdachte 1] lag aan de andere kant van aangever. [medeverdachte 2] ging met zijn kont naar achter staan en liet zijn blote billen zien.<footnote-ref linkend="_890a4d73-8ccb-4f5c-8c28-862e154f64bd" /></para>
      <para>Verdachte heeft ook verklaard dat hij, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aangever met zijn drieën hebben beetgepakt.<footnote-ref linkend="_d939dd41-5df8-4d43-bcd4-3679d7c31467" /> Dit was nadat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] de opdracht gaf om zijn broek uit te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer overweegt allereerst dat de verklaringen van aangever worden bevestigd door de verklaring van zijn vader [naam 3] die het verhaal van aangever heeft gehoord, alsmede door de inhoud van een WhatsApp-bericht dat aangever aan zijn vader heeft gestuurd.<footnote-ref linkend="_2e1c654a-dc45-413d-a1d3-5904b898f1f7" /></para>
      <para>De verschillende, gedetailleerde, verklaringen van aangever zijn naar het oordeel van de militaire kamer ook consistent en wijken onderling niet af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens overweegt de militaire kamer dat uit de hiervoor aangehaalde verklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en van verdachte, volgt dat de verklaringen van aangever vrijwel geheel, ook op detailniveau, worden bevestigd. De militaire kamer acht de verklaringen van aangever dan ook betrouwbaar en zal van de juistheid daarvan uitgaan. Dat geldt ook voor de enkele gedragingen waarvan de getuigen en (mede-) verdachte(n) hebben verklaard die niet te hebben gezien, dan wel niet te hebben gedaan. Met betrekking tot de ten laste gelegde neukbewegingen overweegt de militaire kamer nog in het bijzonder dat aangever die weliswaar niet heeft gezien, maar wel heeft hij deze bewegingen, waarvan medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij deze met een vinger zou hebben gemaakt, gevoeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de overtuiging dat aangever de waarheid heeft gesproken, acht de militaire kamer voorts van belang dat alle drie verdachten in eerste instantie ontkennende en zelfs grotendeels identieke verklaringen hebben afgelegd, terwijl verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 2] na confrontatie met afgeluisterde gesprekken hebben erkend dat zij, samen met [medeverdachte 1] , afspraken hebben gemaakt over het verhaal dat zij aan de Marechaussee zouden ophangen.<footnote-ref linkend="_dbfcded0-036f-4e26-8e3c-4c6cebc0992e" />  In het bijzonder weegt de militaire kamer daarbij mee dat uit de verklaring van [medeverdachte 2] van 6 september 2018 valt af te leiden dat zelfs is afgesproken om aangever als ‘homohater’ ongeloofwaardig te maken.<footnote-ref linkend="_e3d60a25-1f5b-4611-aef2-572c6a4b88e7" /> De verklaringen van verdachte en diens medeverdachten, voor zover ontkennend, acht de militaire kamer daarom niet geloofwaardig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de militaire kamer voorts van oordeel dat verdachte in nauwe samenwerking een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het tenlastegelegde. Verdachte heeft - samen met diens medeverdachten - ook misbruik gemaakt van een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, niet alleen omdat aangever fors in de minderheid was, maar ook omdat verdachte en [medeverdachte 1] de militaire meerderen waren van aangever, alsmede omdat aangever pas enkele weken werkzaam was op de  [naam 2] . </para>
      <para>De uitspraken van [medeverdachte 1] en verdachte tegen aangever<footnote-ref linkend="_53b2a442-b7a5-44fe-afc9-508dbeb2de1c" /><emphasis role="italic">“Het maakt niet uit. Als je het hier niet doet dan doe je het wel op zee” </emphasis> en <emphasis role="italic">“Daar kan je geen kant op”</emphasis> merkt de militaire kamer als bedreigend aan. </para>
      <para>Op basis van het vorenstaande heeft de militaire kamer de overtuiging bekomen dat alle ten laste gelegde gedragingen op 17 mei 2018 te Den Helder door verdachte zijn begaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer van de vraag of sprake is van ontuchtige handelingen</emphasis>
      </para>
      <para>De militaire kamer ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de gedragingen, zoals genoemd in feit 1, kunnen worden aangemerkt als ontuchtige handelingen. De militaire kamer stelt daartoe voorop dat uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie volgt dat een ontuchtige handeling, zoals bedoeld in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht, een handeling is van seksuele aard die in strijd is met een sociaal-ethische norm. De beoordeling of een handeling als zodanig kan worden aangemerkt, hangt af van de aard van de gedraging en de omstandigheden van het geval, waarbij ook de intentie van de verdachte een rol kan spelen. </para>
      <para>De militaire kamer overweegt dat, alvorens deze gedragingen hebben plaatsgevonden, meermalen door verdachte en/of diens medeverdachten tegen aangever is gesproken over (homo)seksualiteit, waarbij woorden als ‘pijpen’ en ‘kontneuken’ zijn gebruikt. Aldus geschiedden de gedragingen binnen een seksuele context.</para>
      <para>Bovendien is de militaire kamer van oordeel dat deze gedragingen in strijd zijn met sociaal-ethische normen zoals die binnen de Nederlandse samenleving gelden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het betoog van de verdediging dat deze gedragingen moeten worden geplaatst in het kader van hetgeen gebruikelijk en aanvaardbaar wordt geacht binnen de cultuur van de onderzee-dienst volgt de militaire kamer niet. Immers, van belang is wat in het algemeen aanvaardbaar wordt geacht binnen de Nederlandse samenleving als geheel. </para>
      <para>Voor de krijgsmacht geldt dat eens temeer, omdat seksuele en niet-seksuele pesterijen en intimidatie binnen Defensie niet worden geaccepteerd. Daarom worden op verschillende niveaus binnen Defensie juist veel inspanningen verricht om dit soort gedrag uit te bannen. </para>
      <para>Daarnaast acht de militaire kamer voor de vraag of sprake was van een grap van belang dat aangever onmiddellijk ter plaatse,  meermalen en voor de aanwezigen kenbaar, heeft aangegeven dat hij niet wilde meewerken aan de gebeurtenissen op 17 mei 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer komt dan ook tot de conclusie dat de ten laste gelegde gedragingen, ook het tonen van billen, anus en geslachtsdelen, als ontuchtig moeten worden aangemerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de militaire kamer is overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 17 mei 2018 in de gemeente Den Helder, tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> door geweld en een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, </para>
      <para>bestaande dat geweld hierin dat verdachte en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> zijn mededader(s) [benadeelde] stevig bij de armen <emphasis role="strike-through">en/of de benen heeft/</emphasis>hebben vastgepakt en/of vastgehouden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> die [benadeelde] op/tegen/over een tafel <emphasis role="strike-through">heeft/</emphasis>hebben gedrukt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> die [benadeelde] <emphasis role="strike-through">op/</emphasis>naar de grond <emphasis role="strike-through">heeft/</emphasis>hebben gewerkt <emphasis role="strike-through">en/of geduwd</emphasis> en/of die [benadeelde] <emphasis role="strike-through">op/</emphasis>tegen de grond <emphasis role="strike-through">heeft/</emphasis>hebben gedrukt <emphasis role="strike-through">en/of geduwd</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> bestaande die andere feitelijkheid hierin dat verdachte en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> zijn mededaders misbruik <emphasis role="strike-through">heeft/</emphasis>hebben gemaakt van uit <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> feitelijke verhouding<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> voortvloeiend overwicht van <emphasis role="strike-through">hem/</emphasis>hen, </para>
      <para>die [benadeelde] heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> gedwongen tot het <emphasis role="strike-through">plegen en/of</emphasis> dulden van <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> ontuchtige handelingen, te weten het met de <emphasis role="strike-through">(</emphasis>ontblote<emphasis role="strike-through">)</emphasis> penis slaan <emphasis role="strike-through">en/of tikken</emphasis> op/tegen <emphasis role="strike-through">de (rechter)heup, althans</emphasis> het lichaam van die [benadeelde] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> het maken van neukbewegingen op/tegen het lichaam van die [benadeelde] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> het op korte afstand van het gezicht van die [benadeelde] tonen van billen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> anus en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> testikels. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke militaire detentie voor de duur van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging gevorderd van een taakstraf van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft ten aanzien van de strafmaat verzocht rekening te houden met de omstandigheden dat verdachte first offender is, als gevolg van de verdenking al lange tijd is geschorst, een veroordeling gevolgen kan hebben voor zijn toekomst bij Defensie, het feit ruim twee jaar geleden is en verdachte nooit de intentie heeft gehad om leed toe te brengen bij aangever. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 27 mei 2020;</para>
    <para>- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, gedateerd 8 januari 2020. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan (deels in vereniging met anderen, hetgeen strafverzwarend is) seksuele aanranding van een ondergeschikte.  Het slachtoffer van de aanranding is tijdens zijn werk tegen zijn wil en onder dwang geconfronteerd met de blote billen en geslachtsdelen van een collega-militair. Het slachtoffer heeft ook neukbewegingen door een medeverdachte moeten dulden. </para>
      <para>Dit zijn vernederende gebeurtenissen die een ernstige inbreuk hebben gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast gaat het om kwalijke feiten omdat zij het aanzien van de krijgsmacht in het algemeen op ernstige wijze schaden. De militaire kamer weegt hierbij mee dat al sinds jaren, ook al in 2018, en op verschillende manieren veel publiekelijke aandacht wordt gegeven aan het terugdringen van seksuele en niet-seksuele pesterijen en intimidatie binnen de krijgsmacht. Dat juist verdachte, als korporaal, een actieve bijdrage aan de onderhavige feiten heeft geleverd, neemt de militaire kamer hem zeer kwalijk. </para>
      <para>Tevens was het slachtoffer een nieuw bemanningslid op de onderzeeboot [naam 2] , hetgeen hem kwetsbaar maakte. Voorafgaand aan de gebeurtenissen op 17 mei 2018 was hij ook al enkele weken gepest door collega-militairen uit het groepje waarvan verdachte deel uitmaakte. </para>
      <para>Verdachte heeft er actief aan bijgedragen dat het slachtoffer is vernederd, voor de ogen van andere militairen. De militaire kamer neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij geen oog heeft gehad voor de belangen van het slachtoffer, noch voor de belangen van de krijgsmacht. Bovendien heeft verdachte naar het oordeel van de militaire kamer weinig blijk gegeven van oprechte spijt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook neemt de militaire kamer hem zeer kwalijk dat hij, nadat een opsporingsonderzoek was gestart, dat onderzoek heeft willen frustreren door met zijn medeverdachten af te spreken om valse verklaringen af te leggen, zoals uit afgeluisterde gesprekken is gebleken. Verdachte schuwde daarbij niet om het slachtoffer publiekelijk als ‘homohater’ neer te willen zetten teneinde aan zijn eigen strafbare gedragingen een schijn van corrigerend gedrag te geven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts weegt de militaire kamer mee dat uit de telefoontaps is gebleken dat door het groepje van verdachte niet alleen is afgesproken om hun verklaringen af te stemmen, maar ook dat getuigen werden benaderd, alsmede dat bevriende collega’s werden benaderd om elders binnen de Koninklijke Marine op zoek te gaan naar aangever, mogelijk om verhaal te halen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte had zich als korporaal moeten realiseren dat dergelijk gedrag ontoelaatbaar is en dat hij medeverantwoordelijk is voor het creëren van een veilige werkomgeving. Dergelijk gedrag kan leiden tot een verziekte werksfeer met zeer negatieve gevolgen voor het functioneren van de desbetreffende eenheid, in het onderhavige geval een onderzeeboot. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer neemt bij de strafmaat eveneens in aanmerking dat artikel 22b, eerste lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht voorschrijft dat een taakstraf niet wordt opgelegd in geval van veroordeling voor een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld en dat een ernstige misbruik op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad. De militaire kamer is van oordeel dat dit zich hier voordoet.</para>
      <para>De eis van de officier van justitie doet naar het oordeel van de militaire kamer geen recht aan de verwijtbaarheid en de ernst van de door verdachte gepleegde feiten. De militaire kamer zal dan ook een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf opleggen, in de vorm van militaire detentie en van langere duur dan gevorderd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde [benadeelde] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezen verklaarde feit. </para>
      <para>Gevorderd wordt – bij herstelvordering van 3 juli 2020 – een totaalbedrag van € 2.500,00 wegens immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering van de benadeelde partij volledig toe te wijzen, met bepaling dat deze hoofdelijk zal worden opgelegd. Dit bedrag dient tevens te worden vermeerderd met de wettelijke rente. Voorts heeft de officier van justitie de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht gevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren wegens de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren omdat de beoordeling hiervan een onredelijke belasting van het strafproces vormt, dan wel af te wijzen omdat de vordering niet is onderbouwd met bewijsstukken. Meer subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de vordering dient te worden gematigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer</emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de militaire kamer is de benadeelde partij door verdachte en zijn medeverdachten aangerand, waaraan pesterijen van de benadeelde partij vooraf zijn gegaan. </para>
      <para>De drie verdachten hebben er samen voor gezorgd dat de benadeelde partij niet kon ontsnappen aan hen. Hij is gedwongen de aanranding te ondergaan en is daarbij ook bedreigd en dat heeft hij als zeer schokkend ervaren. Ook de ten gevolge daarvan, gedwongen, overplaatsing buiten de onderzeedienst was voor hem erg pijnlijk en frustrerend. Er is hierdoor sprake van een opeenstapeling van inbreuken op zijn levenssfeer. </para>
      <para>Als gevolg hiervan heeft de benadeelde partij immateriële schade geleden. De benadeelde partij is door het handelen van verdachte op andere wijze in de persoon aangetast, als bedoeld in artikel 6:106, eerste lid en sub b, van het Burgerlijk Wetboek. </para>
      <para>De militaire kamer acht de vordering van de benadeelde partij voldoende onderbouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de hoogte van de vordering is de militaire kamer van oordeel dat de totale hoogte van de gevorderde schadevergoeding in verhouding staat tot de aard van de ernst van de inbreuk, maar dat een schadevergoeding naar evenredigheid van het aandeel van verdachte (en diens medeverdachten) dient te worden toegekend. Het voorstel tot een hoofdelijke verdeling zal de militaire kamer dan ook niet volgen.</para>
      <para>Gelet op enerzijds de negatieve rol die verdachte als meerdere van benadeelde partij heeft gespeeld en anderzijds de omstandigheid dat verdachte voor één feit wordt veroordeeld, zal de militaire kamer de immateriële schade als gevolg van verdachte’s handelen begroten op een bedrag van € 800,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Concluderend</emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de militaire kamer is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het handelen van verdachte immateriële schade van € 800,00 heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Wat betreft het meer of anders gevorderde moet de vordering, als in zoverre ongegrond worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer ziet, ook ter bescherming van de benadeelde partij, aanleiding om voor dit bedrag aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De proceskostenvergoeding is daar niet bij inbegrepen.</para>
      <para>De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 17 mei 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 246 en 248 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6 en 11 van het Wetboek van Militair Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De meervoudige militaire kamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een<emphasis role="bold"> militaire detentie </emphasis>voor de duur van<emphasis role="bold"> 3 (drie) maanden</emphasis>; </para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde detentiestraf in mindering zal worden gebracht. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte ten aanzien het bewezenverklaarde tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [benadeelde]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 800,00 (achthonderd euro)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">wijst af</emphasis> het restant van de vordering jegens veroordeelde tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ; </para>
    <para />
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 800,00 (achthonderd euro),</emphasis> vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 mei 202 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 16 dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter) en mr. Y. van Wezel, rechters, en kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. S. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 juli 2020.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="italic">Mr. Van Wezel is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2c96d7c3-f83b-4d3f-ac90-aa629826a79f" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [naam 4] , opperwachtmeester werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 181210.1200.7329,  gesloten op 10 december 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bdac21f0-43e7-484e-a67e-5d7587886dfd" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 22-23, alsmede de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 juli 2020. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd95e287-ddba-4a48-92ae-26ba9f3a1797" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 22, alsmede het proces-verbaal van aangifte [benadeelde] , p. 27 e.v.. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fbe15dcd-a539-40aa-8b1e-31c57f110ada" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde] , p. 27 en p. 30. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_74dc6e62-a567-425b-a99b-025db44cf41e" label="5">
    <para> Processen-verbaal van verhoor aangever [benadeelde] d.d. 23 mei 2018, p. 30, en d.d. 8 oktober 2018, p. 36.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_80d44de5-3914-4c66-876e-33adbb864e0e" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde] , p. 27 en p. 30-31. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_eba1fc11-1bec-4679-9772-226bcbab79a3" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde] , p. 27 en p. 31. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_79ffc46c-4676-4839-b127-04c9734264ca" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde] , p. 27. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_06ba2220-6a4a-4f54-b37f-4262cdee98bf" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde] d.d. 8 oktober 2018, p. 36-37.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_012f219c-b1bf-4dc6-9f5b-10ca54bf55b3" label="10">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 55. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d5d13bb-5051-41f1-bb17-e4c38379d728" label="11">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 66 en 68. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c27f71fb-2efb-4971-9305-3622e40c6026" label="12">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 70. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_25d93508-37f2-427e-ae84-f6405d87009f" label="13">
    <para> Het proces-verbaal van getuige [getuige 3] , p. 88. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f492d7b1-01d4-43e4-99eb-37dbf2da6490" label="14">
    <para> 1e en 3e proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 10-11 september 2018, p. 273-274, p. 299. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cfd21a04-7edb-4bf1-a91d-bd07ab6dfd99" label="15">
    <para> De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 juli 2020. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_890a4d73-8ccb-4f5c-8c28-862e154f64bd" label="16">
    <para> Het 3e proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 360-361. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d939dd41-5df8-4d43-bcd4-3679d7c31467" label="17">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 334. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2e1c654a-dc45-413d-a1d3-5904b898f1f7" label="18">
    <para> Schriftelijk bescheid; zijnde een WhatsAppbericht gedateerd 22 mei 2018, p. 84-85. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_dbfcded0-036f-4e26-8e3c-4c6cebc0992e" label="19">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , p. 358 en p. 362, alsmede proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 5 september 2018, p. 409, evenals het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 10 september 2019, p. 301.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e3d60a25-1f5b-4611-aef2-572c6a4b88e7" label="20">
    <para> proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 6 september 2018, p. 418</para>
  </footnote>
  <footnote id="_53b2a442-b7a5-44fe-afc9-508dbeb2de1c" label="21">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde] , p. 27. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>