<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2020:3286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-16T19:59:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05.058211.20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:3286">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:3286</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-06T19:01:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:3286 Rechtbank Gelderland , 06-07-2020 / 05.058211.20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2020:3286:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een 39-jarige man uit Nijmegen voor afpersing van een begeleidster van het RIBW, waarbij hij een groot mes heeft gebruikt. Hij heeft voorbereidingen getroffen om dit feit te plegen, door de telefoonkabels door te knippen en een vluchtauto te regelen. Hij heeft zich bedreigend opgesteld, waardoor hij gevoelens van angst en onveiligheid bij de begeleidster heeft aangewakkerd. De rechtbank legt aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaren op, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2020:3286:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05.058211.20</para>
      <para>Datum uitspraak	: 6 juli 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,</para>
      <para>op dit moment gedetineerd in de P.I. Zwolle, PPC,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. P.H.W.M. Roelofs, advocaat te Nijmegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 juni 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 5 maart 2020 te Nijmegen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer enveloppen met geldbedragen en/of telefoons, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of het RIBW, althans aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n), door<?linebreak?>- een (groot) mes, althans een soortgelijk scherp/puntig voorwerp, op te halen en/of te pakken en/of (op korte afstand van die [slachtoffer] ) op tafel te leggen en/of<?linebreak?>- (daarbij) tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij, verdachte, geld uit de kluis en/of de telefoon(s) van die [slachtoffer] wil hebben en/of dat die [slachtoffer] de kluis open moet maken en/of<?linebreak?>- (vervolgens) met voornoemd (groot) mes in zijn, verdachtes, handen achter, althans op korte afstand van die [slachtoffer] te gaan staan en/of over de schouder van die [slachtoffer] mee te kijken (terwijl die [slachtoffer] de code intoetst en de kluis openmaakt),</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 5 maart 2020 te Nijmegen een of meer enveloppen met geldbedragen en/of telefoons, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde(n), te weten aan [slachtoffer] en/of het RIBW, althans aan een ander dan aan verdachte, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door<?linebreak?>- een (groot) mes, althans een soortgelijk scherp/puntig voorwerp, op te halen en/of te pakken en/of (op korte afstand van die [slachtoffer] ) op tafel te leggen en/of<?linebreak?>- (daarbij) tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij, verdachte, geld uit de kluis en/of de telefoon(s) van die [slachtoffer] wil hebben en/of dat die [slachtoffer] de kluis open moet maken en/of<?linebreak?>- (vervolgens) met voornoemd (groot) mes in zijn, verdachtes, handen achter, althans op korte afstand van die [slachtoffer] te gaan staan en/of over de schouder van die [slachtoffer] mee te kijken (terwijl die [slachtoffer] de code intoetst en de kluis openmaakt).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_f579640b-4677-4d66-89e5-ad03d9a5ce5e" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 4 en 5;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van de verdachte, p. 29.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van enveloppen met geldbedragen en telefoons. Van de diefstal van deze goederen zal verdachte worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 5 maart 2020 te Nijmegen met het oogmerk om zich <emphasis role="strike-through">en/of een ander</emphasis> wederrechtelijk te bevoordelen door <emphasis role="strike-through">geweld en/of</emphasis> bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van <emphasis role="strike-through">een of meer </emphasis>enveloppen met geldbedragen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> telefoons, <emphasis role="strike-through">in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), dat/</emphasis>die <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> aan die [slachtoffer] en/of het RIBW, <emphasis role="strike-through">althans aan een ander dan aan verdachte</emphasis> toebehoorde<emphasis role="strike-through">(</emphasis>n<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, door<?linebreak?>- een (groot) mes, <emphasis role="strike-through">althans een soortgelijk scherp/puntig voorwerp</emphasis>, <emphasis role="strike-through">op te halen en/of</emphasis> te pakken en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (op korte afstand van die [slachtoffer] ) op tafel te leggen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- (daarbij) tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij, verdachte, geld uit de kluis <emphasis role="strike-through">en/of de telefoon(s) van die [slachtoffer] </emphasis>wil hebben en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> dat die [slachtoffer] de kluis open moet maken en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- (vervolgens) met voornoemd (groot) mes in zijn, verdachtes, handen achter, althans op korte afstand van die [slachtoffer] te gaan staan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> over de schouder van die [slachtoffer] mee te kijken (terwijl die [slachtoffer] de code intoetst en de kluis openmaakt),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">hij op of omstreeks 5 maart 2020 te Nijmegen een of meer enveloppen met geldbedragen en/of telefoons, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde(n), te weten aan [slachtoffer] en/of het RIBW, althans aan een ander dan aan verdachte, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="strike-through">- een (groot) mes, althans een soortgelijk scherp/puntig voorwerp, op te halen en/of te pakken en/of (op korte afstand van die [slachtoffer] ) op tafel te leggen en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="strike-through">- (daarbij) tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij, verdachte, geld uit de kluis en/of de telefoon(s) van die [slachtoffer] wil hebben en/of dat die [slachtoffer] de kluis open moet maken en/of</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="strike-through">- (vervolgens) met voornoemd (groot) mes in zijn, verdachtes, handen achter, althans op korte afstand van die [slachtoffer] te gaan staan en/of over de schouder van die [slachtoffer] mee te kijken (terwijl die [slachtoffer] de code intoetst en de kluis openmaakt);</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Afpersing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot dertig maanden  gevangenisstraf met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat gezien de feiten en omstandigheden van deze zaak een lichtere straf dient te worden opgelegd dan dertig maanden gevangenisstraf en dat een deel van de straf voorwaardelijk dient te zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:  </para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel justitiële documentatie van 2 juni 2020;</para>
    <para>- het reclasseringsrapport van 5 juni 2020;</para>
    <para>- een psychologisch onderzoek Pro Justitia van 22 mei 2020, opgemaakt door drs. R. Bout, <?linebreak?>GZ-psycholoog </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan afpersing van een begeleidster van het RIBW, waarbij hij een groot mes heeft gebruikt. Hij heeft voorbereidingen getroffen om dit feit te plegen, door tevoren telefoonkabels door te knippen en een vluchtauto te regelen. Hij heeft zich bedreigend opgesteld, waardoor hij gevoelens van angst en onveiligheid bij de begeleidster heeft opgeroepen. Dit neemt de rechtbank verdachte dan ook kwalijk. De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met de enigszins amateuristische manier waarop hij de afpersing heeft gepleegd en het feit dat hij zich vrij snel bij de politie zelf heeft gemeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft ook kennis genomen van het psychologisch onderzoek van Pro Justitia waaruit volgt dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in het gebruik van cocaïne. Daarnaast is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, in de zin van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken. De totstandkoming van het delict kan volgens de bevindingen van de Pro Justitia-rapporteur niet worden verklaard door zijn psychische problematiek. Daarnaast lijkt verdachte geen berouw te tonen jegens het slachtoffer. De negatieve consequenties voor hemzelf lijken daarentegen wel te leiden tot gevoelens van spijt. Omdat er geen verband beschreven kan worden tussen diagnoses en delict onthoudt de psycholoog zich van het geven van een interventieadvies om de kans op recidive te verkleinen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De reclassering verwijst naar bovenstaande bevindingen van de Pro Justitia-rapporteur. Omdat er geen relatie kan worden gelegd tussen het delict en de psychische problematiek van verdachte is volgens de reclassering een afdoening in een voorwaardelijk kader, om recidive te verminderen, niet geïndiceerd. Tevens heeft verdachte gedurende het onderzoek nauwelijks </para>
      <para>gevoelens van berouw getoond. Hij lijkt enkel spijt te hebben van zijn daden omdat zijn vrijheid is ontnomen. Hierdoor lijkt volgens de reclassering een forse, onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend, omdat dat verdachte bewust maakt van de consequenties van zijn handelen, waardoor hij in de toekomst in een spanningsvolle situatie mogelijk op een andere manier reageert en recidive beperkt wordt. De reclassering ziet wel aanleiding voor een behandeling in het kader van zijn verslavingsproblematiek en in het aanleren van meer adequate copingsvaardigheden; dit zou echter ook kunnen plaatsvinden in het kader van het Penitentiair Programma en/of Voorwaardelijke Invrijheidsstelling. De reclassering adviseert dan ook een straf zonder bijzondere voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en de uitgebrachte adviezen is de rechtbank van oordeel dat enkel een forse gevangenisstraf passend is. De rechtbank vindt van groot belang dat verdachte de gevolgen van zijn handelen begrijpt. Het opleggen van voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden acht de rechtbank niet geïndiceerd, overeenkomstig het advies van de reclassering. De rechtbank legt aan verdachte alles overwegend dan ook een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren op, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para> Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Yildiz, voorzitter, mr. C. Kleinrensink en mr. Y. Yeniay-Cenik, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.G.M. van Ophuizen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juli 2020. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. Y. Yildiz is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f579640b-4677-4d66-89e5-ad03d9a5ce5e" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2020101403, gesloten op 9 maart 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>