<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2020:3252</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-22T19:00:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/232291-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:3252">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:3252</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-06T09:49:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:3252 Rechtbank Gelderland , 02-07-2020 / 05/232291-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2020:3252:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Gelderland veroordeelt een 29-jarige man tot een taakstraf van 60 uur voor het mishandelen van zijn vrouw. Ook krijgt de man een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand opgelegd en moet hij de vrouw schadevergoeding betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2020:3252:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05.232291.19</para>
      <para>Datum uitspraak	: 2 juli 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] , <?linebreak?>wonende [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. M.J.H. Mühlstaff, advocaat te Deventer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 juni 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 24 september 2019 tot en met 25 </para>
      <para>september 2019 te Zutphen, in elk geval in Nederland,</para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door </para>
      <para>geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een </para>
      <para>andere feitelijkheid, te weten</para>
      <para>
        [benadeelde] te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen </para>
      <para>die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen </para>
      <para>van het lichaam van die [benadeelde] ,</para>
      <para>door ongevraagd de kamer waar die [benadeelde] zich bevond te betreden,</para>
      <para>die [benadeelde] (vervolgens) op bed te duwen/drukken,</para>
      <para>haar shirt/top naar beneden te trekken,</para>
      <para>haar benen uiteen te duwen/drukken,</para>
      <para>haar broek en/of onderbroek naar beneden te trekken,</para>
      <para>in haar keel te knijpen,</para>
      <para>in haar gezicht en/of op haar keel te slaan en/of stompen,</para>
      <para>aan haar haren te trekken,</para>
      <para>door meermalen, althans eenmaal, voorbij te gaan aan het verbale en/of </para>
      <para>non-verbale verzet van die [benadeelde] en/of</para>
      <para>aldus voor die [benadeelde] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan,</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 24 september 2019 tot en met 25 </para>
      <para>september 2019 te Zutphen, in elk geval in Nederland,</para>
      <para>
        [benadeelde] heeft mishandeld door</para>
      <para>(hard) haar benen uiteen te duwen/drukken,</para>
      <para>in haar keel te knijpen,</para>
      <para>in haar gezicht en/of op haar keel te slaan en/of stompen,</para>
      <para>aan haar haren te trekken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_286cc158-4cd3-4875-8de4-f8048924a780" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verklaring van het slachtoffer authentiek en consistent is en steun vindt in overige bewijsmiddelen. Volgens de officier van justitie dient voor de bewezenverklaring dan ook uit te worden gegaan van de verklaring van het slachtoffer. Uit de verklaring van het slachtoffer komen feiten en omstandigheden naar voren die volgens de officier van justitie maken dat het handelen van verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm is gericht op het hebben van gemeenschap met het slachtoffer. Door het uitvoeren van die handelingen heeft verdachte een begin van uitvoering van verkrachting gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit van beide ten laste gelegde feiten. Verdachte heeft de onder feit 1 ten laste gelegde poging tot verkrachting ontkend. Het slachtoffer staat erom bekend zichzelf te verwonden met het doel iets af te dwingen bij een ander. De verklaringen van de getuigen [getuige] en [benadeelde] en de 112-melding kunnen zijn afgelegd met het doel dat verdachte het land wordt uitgezet. De conclusie is dan ook dat geen sprake is of kan zijn van een poging tot verkrachting. Verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer één keer heeft geslagen om haar tot rust te krijgen. Dat is geen mishandeling, maar bescherming van het slachtoffer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>
        [benadeelde] (hierna: het slachtoffer) heeft verklaard dat zij met verdachte is getrouwd en met hem in Zutphen woont. In de nacht van 24 op 25 september 2019 was zij samen met hun slapende dochtertje op haar slaapkamer, met de deur op slot. Zij was aan het bellen met [getuige] . Op dat moment sloeg en trapte verdachte tegen de deur en hij riep dat zij de deur open moest doen, omdat hij anders tegen haar familie zou zeggen dat zij met een andere man aan het praten was. Het slachtoffer opende de deur, omdat zij bang was dat het dochtertje zou gaan huilen. Verdachte sloeg haar en duwde haar vervolgens op het bed. Hij hield haar met een hand vast bij haar schouder zodat zij niet overeind kon komen. Met zijn knieën kwam hij tussen haar benen en hij duwde haar benen uit elkaar. Verdachte trok aan haar haren, pakte met zijn hand haar keel vast en duwde haar hoofd naar achteren. Ook sloeg verdachte haar hard op haar rechterkaak. Zij heeft pijn aan haar rechterschouder en rechterkaak.<footnote-ref linkend="_a8cd190c-848d-48a4-a729-5d47dd3a1f6b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 24 september 2019 om 23.58 uur met het slachtoffer belde en dat hij tijdens het gesprek gebonk op de deur hoorde. Hij herkende de stem van verdachte en hoorde hem in het Turks schreeuwen, waarna het slachtoffer zei dat ze op moest hangen. Het slachtoffer verbrak de verbinding en daarna heeft getuige geen contact meer met haar kunnen krijgen tot zij hem om 00.35 uur belde en vertelde dat ze op het politiebureau was.<footnote-ref linkend="_c9da05d5-800c-4681-8051-231ee6d9ff06" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een forensisch arts heeft op 27 september 2019 een letselonderzoek bij het slachtoffer verricht. Daaruit bleek dat onder de kaakrand, onder de kin en lager in de hals blauwe verkleuringen waren te zien, lijkend op restanten van een bloeduitstorting van meerdere dagen geleden. Volgens de arts kunnen alle in de hals waargenomen letsels, en zeker het letsel laag in de hals, goed passen bij een door het slachtoffer vermelde poging tot wurging. In het gelaat zijn bloeduitstortingen waargenomen die goed kunnen passen bij aanraking met een middelharde substantie, zoals een vlakke hand. Aan de binnenzijde van beide benen is aan beide zijden een lichte blauwe verkleuring waargenomen, wat goed kan passen bij de pogingen tot het spreiden van haar benen.<footnote-ref linkend="_5c3f5df6-3d30-4030-ac97-528d69ae6644" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de onder feit 2 ten laste gelegde mishandeling wettig en overtuigend is bewezen. De verklaring van het slachtoffer wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige] en het letselonderzoek. De rechtbank gaat dan ook uit van de verklaring van het slachtoffer. Nu de rechtbank uitgaat van die verklaring is de verklaring van verdachte dat hij het slachtoffer slechts één keer zou hebben geslagen om haar tot rust te krijgen ongeloofwaardig, zodat dit verweer geen verdere bespreking behoeft. Dat het slachtoffer zichzelf zou hebben verwond, is naar het oordeel van de rechtbank gelet op het voorgaande niet aannemelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ondanks dat de rechtbank ten aanzien van de ten laste gelegde mishandeling uitgaat van de verklaring van het slachtoffer, is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de opzet van verdachte tevens was gericht op het proberen te verkrachten van het slachtoffer. De verklaring van het slachtoffer wordt op dat punt niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van de onder feit 1 ten laste gelegde poging tot verkrachting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 24 september 2019 tot en met 25 september 2019 te Zutphen, <emphasis role="strike-through">in elk geval in Nederland,</emphasis> [benadeelde] heeft mishandeld door (hard) haar benen uiteen te duwen<emphasis role="strike-through">/drukken</emphasis>, in haar keel te knijpen, in haar gezicht <emphasis role="strike-through">en/of op haar keel</emphasis> te slaan <emphasis role="strike-through">en/of stompen,</emphasis> en aan haar haren te trekken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering is doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De eis van de officier van justitie is disproportioneel. Indien de rechtbank tot een veroordeling komt, moet daarin niet worden meegegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel justitiële documentatie van 28 mei 2020;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland van 29 mei 2020.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zijn echtgenote mishandeld in haar eigen slaapkamer, waar ook hun dochtertje lag te slapen. Het slachtoffer had zich juist bij uitstek veilig moeten voelen in deze huiselijke omgeving. De rechtbank neemt het verdachte dan ook zeer kwalijk dat hij haar dit gevoel van veiligheid heeft ontnomen en dat hij inbreuk heeft gemaakt op haar lichamelijke integriteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het reclasseringsadvies volgt dat de reclassering geen mogelijkheden ziet voor het opstellen van een plan van aanpak dat is gericht op recidivevermindering en/of gedragsverandering. De reclassering adviseert dan ook een straf zonder bijzondere voorwaarden. Overwogen is het adviseren van een contactverbod, maar gelet op het feit dat verdachte en het slachtoffer in scheiding liggen en een kind hebben waarover afspraken moeten worden gemaakt, is daarvan afgezien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de Oriëntatiepunten voor straftoemeting voor huiselijk geweld en met het beschreven advies van de reclassering. De rechtbank vindt het van groot belang dat herhaling van dit soort feiten in de toekomst wordt voorkomen en ziet het als een risico dat verdachte en het slachtoffer nog een echtscheidingsprocedure hebben af te wikkelen. De rechtbank legt aan verdachte dan ook een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand op, met een proeftijd van drie jaren, als stok achter de deur. Het opleggen van bijzondere voorwaarden acht de rechtbank niet geïndiceerd, overeenkomstig het advies van de reclassering. Naast de voorwaardelijke gevangenisstraf legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf van zestig uren op. Deze strafoplegging wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank – anders dan de eis van de officier van justitie – verdachte vrijspreekt van de poging tot verkrachting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Gevorderd wordt een bedrag aan immateriële schadevergoeding van € 2.625,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot betaling van het gevorderde bedrag toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft gesteld dat de vordering moet worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 2 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft lichamelijk letsel opgelopen ten gevolge van dit feit en maakt daarom aanspraak op vergoeding van geleden immateriële schade, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De omvang van het bedrag dient naar billijkheid te worden vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat € 500,-- passend is bij de gepleegde mishandeling en het daarbij opgelopen letsel. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 24 september 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	spreekt verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het overige ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">1 (één) maand</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> bepaalt, dat deze gevangenisstraf, <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;</para>
    <para />
    <para> dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde voorts tot een <emphasis role="bold">taakstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">60 (zestig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 (twee) uur in mindering wordt gebracht;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [benadeelde]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 500,00 (vijfhonderd euro)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk</emphasis> in haar vordering;</para>
    <para />
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij, een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 500,00</emphasis> (vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 10 (tien) dagen  gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Yildiz (voorzitter), mr. Y.M.J.I. Baauw en <?linebreak?>mr. E.H.T. Rademaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juli 2020.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para>Mr. Van Damme is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_286cc158-4cd3-4875-8de4-f8048924a780" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019426872, gesloten op 9 november 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a8cd190c-848d-48a4-a729-5d47dd3a1f6b" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor slachtoffer, p. 3-4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9da05d5-800c-4681-8051-231ee6d9ff06" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 11.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c3f5df6-3d30-4030-ac97-528d69ae6644" label="4">
    <para> De letselrapportage forensische geneeskunde, p. 29, 31, 35-36.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>