<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2020:1226</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-26T16:27:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/149665-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:1226">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:1226</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-25T11:27:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:1226 Rechtbank Gelderland , 25-02-2020 / 05/149665-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2020:1226:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gevangenisstraf voor plegen van ontuchtige/seksuele handelingen bij twee meisjes. Toewijzing civiele vorderingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2020:1226:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/149665-19</para>
      <para>Datum uitspraak	: 25 februari 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 1995 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. W.K. Cheng, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 december 2018 te Doetinchem, althans in Nederland,</para>
      <para>met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] ,</para>
      <para>die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,</para>
      <para>buiten echt,</para>
      <para>een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit </para>
      <para>het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] ,</para>
      <para>te weten het brengen van één of meer van zijn vingers in haar vagina; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. </para>
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 december 2018 te Doetinchem, althans in Nederland,</para>
      <para>met [slachtoffer 2] ,</para>
      <para>van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of </para>
      <para>lichamelijke onmacht verkeerde,</para>
      <para>dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar </para>
      <para>geestvermogens leed dat deze niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen </para>
      <para>of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,</para>
      <para>een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel </para>
      <para>binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] ,</para>
      <para>te weten het brengen van zijn penis in haar vagina.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_f3466337-2966-42fd-8d43-77c2638bc780" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit en hiertoe primair aangevoerd dat de verklaringen van aangeefsters als onbetrouwbaar dienen te worden aangemerkt. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van aangeefsters geen, althans onvoldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De verklaringen van aangeefsters</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] ,<footnote-ref linkend="_42955498-188f-4d53-a59a-ac06260d3b08" /> heeft het volgende verklaard. In het weekend van 23 december 2018 werd zij na een feestje en een stapavond met de auto opgehaald door verdachte en een vriend van verdachte. In de auto zat [slachtoffer 1] half bij verdachte op schoot en half tegen de deur aan. Op enig moment voelde [slachtoffer 1] dat verdachte met zijn hand aan haar billen zat;<footnote-ref linkend="_82549838-6e6b-48d2-87de-7343e40d42c0" /> hij kneep in haar billen. Daarna voelde [slachtoffer 1] dat verdachte via de achterkant van haar broek met zijn hand in haar broek ging en haar vingerde. Verdachte zat met zijn vingers in haar vagina. [slachtoffer 1] vond dat niet leuk.<footnote-ref linkend="_d6b3f811-4477-40ff-bb55-4978b9c416d1" /> Verdachte stopte toen zij bij het huis van [naam 1] waren. [slachtoffer 1] heeft toen tegen [naam 1] verteld wat er was gebeurd.<footnote-ref linkend="_9b073a52-abeb-4b11-a431-eb955b25392d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>
        [slachtoffer 2] heeft het volgende verklaard. Op 23 december 2018 kwam [slachtoffer 2] na een feestje en een stapavond thuis bij [naam 2] . [slachtoffer 2] had een aantal glazen alcohol gedronken.<footnote-ref linkend="_c7bbcf1f-9b87-42ae-b3bc-46ab3dd56b69" /> Omdat zij over had gegeven en zich vies voelde, ging zij onder de douche/in bad. Verdachte was ook op de badkamer.<footnote-ref linkend="_60275a53-a787-4aea-aa67-43c3e12ce056" /> Op enig moment kwam verdachte bij [slachtoffer 2] in bad zitten en zoende en neukte haar.<footnote-ref linkend="_4da0040a-bfae-47d2-a1a9-4ec4804f3b5a" /> Hij stopte daarbij zijn piemel in haar vagina en bewoog.<footnote-ref linkend="_c4d598fc-7bbb-4a49-86da-64b68eefb941" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Steunbewijs</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of het dossier voldoende steunbewijs bevat voor wat aangeefsters hebben verklaard. Naast aangeefsters zijn er geen getuigen die de ontuchtige/seksuele handelingen hebben waargenomen. Het dossier bevat – zoals vaker in zedenzaken – vooral verklaringen van aangeefsters en de personen uit hun omgeving. De rechtbank is evenwel van oordeel dat er voldoende steunbewijs aanwezig is voor beide aangiften en overweegt het navolgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>
        [naam 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] in de auto half bij verdachte op schoot zat. Toen [naam 1] en [slachtoffer 1] thuis waren, deed [slachtoffer 1] de deur dicht en vertelde dat verdachte haar had gevingerd in de auto.<footnote-ref linkend="_e79b67a6-ec84-4598-8445-1b646a9202a3" /> [slachtoffer 1] vertelde dat verdachte dit deed door achterlangs haar broek te gaan. [slachtoffer 1] was daarna niet blij en een beetje stil.<footnote-ref linkend="_27acf720-d90c-4d0c-a3c8-23b84d1d219f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 3] heeft verklaard dat zij van haar dochter [naam 1] had gehoord dat er iets was gebeurd tussen [slachtoffer 1] en verdachte. [naam 3] heeft toen tegen [slachtoffer 1] gezegd dat zij het tegen haar moeder moest vertellen. [naam 3] heeft daarop de moeder van [slachtoffer 1] gebeld. Toen [slachtoffer 1] haar moeder zag, zag [naam 3] dat [slachtoffer 1] in huilen uitbarstte. [slachtoffer 1] vertelde toen dat verdachte aan haar had gezeten.<footnote-ref linkend="_8bd6790e-720b-4f46-b83b-5805b55acecd" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>
        [naam 2] heeft verklaard dat zij met onder andere [slachtoffer 2] , [naam 1] , [slachtoffer 1] en verdachte naar een feestje en de stad in was geweest.<footnote-ref linkend="_8f4f1ac0-abb9-4a86-90e8-da2a88d19178" /> [slachtoffer 2] was die avond dronken.<footnote-ref linkend="_7eac4faa-bab0-4084-9ed4-578f6e793c24" /> Toen [slachtoffer 2] , verdachte en zij thuis kwamen, is [slachtoffer 2] in bad gaan zitten. [naam 2] heeft toen tegen verdachte gezegd dat hij op [slachtoffer 2] moest letten. Toen [naam 2] op bed lag, hoorde zij de badkamerdeur dicht en op slot gaan.<footnote-ref linkend="_9914138d-2bb3-4b40-b871-fa8eefea546d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 1] heeft verklaard dat zij naar een feestje en op stap was geweest met onder andere [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [naam 1] en verdachte. [slachtoffer 2] was die avond heel dronken.<footnote-ref linkend="_a3999a77-7aaf-4617-977b-bc6ade807be0" /></para>
      <para>Toen [naam 1] een tijd later tegen [slachtoffer 2] vertelde wat er tussen [slachtoffer 1] en verdachte was gebeurd, begon [slachtoffer 2] ineens heel hard te huilen. [slachtoffer 2] vertelde toen dat zij bij [naam 2] thuis was, dat zij over had gegeven, dat zij onder de douche ging, dat zij vervolgens door verdachte gezoend werd en dat verdachte toen seks met haar had gehad.<footnote-ref linkend="_28456078-2ead-4dd1-a822-0131556574b0" /> [naam 1] zag dat [slachtoffer 2] heel verdrietig was en dat zij heel hard moest huilen.<footnote-ref linkend="_224f6087-8e31-4f64-b88d-30929b1950dc" /> Toen [naam 1] thuiskwam, heeft zij het tegen haar moeder verteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 3] heeft verklaard dat zij van haar dochter [naam 1] had gehoord dat [slachtoffer 2] seks had gehad met verdachte. Toen [slachtoffer 2] het in januari 2019 tegen [naam 3] vertelde, klapte zij dicht en begon zij heel hard te huilen. [slachtoffer 2] was heel emotioneel en zei dat zij op de badkamer seks had gehad met verdachte. Verdachte was in haar geweest.<footnote-ref linkend="_c7ec000b-e31c-45a7-a223-f0914e36d2f2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>Aangeefsters hebben uitgebreide en gedetailleerde verklaringen afgelegd over hetgeen op 23 december 2018 heeft plaatsgevonden. Deze verklaringen zijn naar het oordeel van de rechtbank consistent en betrouwbaar en worden op onderdelen ondersteund door de zojuist besproken getuigenverklaringen. Het dossier bevat daarmee een bevestiging van de concrete context waarin de ontuchtige/seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Voor feit 1 wijst de rechtbank in het bijzonder op de bevestiging dat [slachtoffer 1] in de auto half bij verdachte op schoot heeft gezeten. Voor feit 2 wijst de rechtbank in het bijzonder op de bevestiging dat [slachtoffer 2] onder de douche ging omdat zij had overgegeven en dat [naam 2] aan verdachte heeft gevraagd om op [slachtoffer 2] te letten. Hiermee is sprake van verklaringen die geschikt zijn als controlemiddel ter verificatie van de verklaringen van aangeefsters. Er wordt immers steun gegeven aan verschillende details die in de verklaringen van aangeefsters naar voren komen. Verdachte weerspreekt deze details en heeft een andere visie gegeven op de context waarin de ten laste gelegde feiten zouden hebben plaatsgevonden. Deze verklaring van verdachte acht de rechtbank niet geloofwaardig, in het bijzonder gelet op de consistentie van de verklaringen van de overige betrokkenen die strijdig zijn met de verklaring van verdachte. Volledigheidshalve wijst de rechtbank erop dat niet is vereist dat de details die worden ondersteund door het steunbewijs rechtstreeks betrekking hebben op de delictgedraging en de betrokkenheid van verdachte bij die gedraging. Dat betekent dat de rechtbank uitgaat van het door aangeefsters in hun verklaringen geschetste scenario en aldus bewezen acht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 23 december 2018 te Doetinchem, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis></para>
      <para>met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] ,</para>
      <para>die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,</para>
      <para>buiten echt,</para>
      <para>een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit <emphasis role="strike-through">of mede bestonden uit </emphasis></para>
      <para>het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] ,</para>
      <para>te weten het brengen van één of meer van zijn vingers in haar vagina; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. </para>
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 23 december 2018 te Doetinchem, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis></para>
      <para>met [slachtoffer 2] ,</para>
      <para>van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van <emphasis role="strike-through">bewusteloosheid,</emphasis> verminderd bewustzijn <emphasis role="strike-through">of </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">lichamelijke onmacht</emphasis> verkeerde,</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">geestvermogens leed dat deze niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,</emphasis>
      </para>
      <para>een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit <emphasis role="strike-through">of mede bestonden uit</emphasis> het seksueel </para>
      <para>binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] ,</para>
      <para>te weten het brengen van zijn penis in haar vagina.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>‘met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam’</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>‘met iemand van wie hij weet dat die in staat van verminderd bewustzijn verkeert, handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden een contactverbod met aangeefsters en met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft gelet op de bepleite vrijspraak geen strafmaatverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich op 23 december 2018 schuldig gemaakt aan ontucht met een minderjarig meisje. Daarnaast heeft hij diezelfde dag seksuele handelingen verricht bij een meisje terwijl zij dronken was en dus in staat van verminderd bewustzijn verkeerde. Bij beide meisjes is verdachte seksueel binnengedrongen. Verdachte heeft met zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op zowel de lichamelijke als de geestelijke integriteit van de meisjes. Het is algemeen bekend dat jeugdige slachtoffers van dergelijke delicten daarvan later nadelige, psychische gevolgen kunnen ondervinden. Dit geldt ook de meisjes in deze zaak, zoals is gebleken uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaringen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 16 januari 2020. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, maar wel voor andere strafbare feiten. Daarnaast heeft de rechtbank gelet op een reclasseringsadvies van Jeugdbescherming &amp; Reclassering Leger des Heils.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande en rekening houdend met straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd, vindt de rechtbank een gevangenisstraf de enige gepaste reactie op het handelen van verdachte. De rechtbank acht het daarbij van belang dat een deel van die gevangenisstraf voorwaardelijk wordt opgelegd, zodat verdachte na zijn detentie gedurende 3 jaren een stok achter de deur heeft ter voorkoming van soortgelijke feiten. De rechtbank zal een gevangenisstraf van 24 maanden opleggen, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De rechtbank ziet daarbij geen aanleiding om een contactverbod met aangeefsters op te leggen. De feiten hebben enige tijd geleden plaatsgevonden. Ten aanzien van [slachtoffer 1] is niet gebleken dat verdachte in de tussenliggende periode contact met haar heeft gezocht, laat staan op een vervelende manier. Ten aanzien van [slachtoffer 2] is uit de door de verdediging overgelegde Whatsapp-berichten gebleken dat zij en verdachte op een normale manier contact met elkaar hebben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partijen [slachtoffer 1] (feit 1) en [slachtoffer 2] (feit 2) hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten. Door [slachtoffer 1] wordt een bedrag van € 1.425,-- gevorderd en door [slachtoffer 2] een bedrag van € 5.201,--. Ten aanzien van de kosten in hoger beroep hebben de benadeelde partij verzocht om niet-ontvankelijkheid. De benadeelde partijen zijn bijgestaan door mr. S. Striekwold.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen, met uitzondering van de kosten die zien op het hoger beroep. De officier van justitie heeft tevens verzocht de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] heeft de verdediging geen verweer gevoerd. </para>
      <para>Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] heeft de verdediging erop gewezen dat [slachtoffer 2] nog steeds contact heeft met verdachte, hetgeen een contra-indicatie is voor angst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [slachtoffer 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank oordeelt ten aanzien van de verschillende schadeposten als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De reiskosten die gemaakt zijn voor het bijwonen van de zitting zijn geen rechtstreeks door het stafbare feit veroorzaakte schade en komen niet voor toewijzing in aanmerking. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de vader van de benadeelde partij zelf de zitting heeft willen bijwonen is, nu de benadeelde partij procedeert met een advocaat, vergoeding van gemaakte kosten niet mogelijk. De vordering tot vergoeding van kosten in verband met een mogelijk hoger beroep zal eveneens niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, zal het gevorderde bedrag van € 1.250,-- worden toegekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is aldus een totaalbedrag van € 1.250,-- voor toewijzing vatbaar. Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 23 december 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [slachtoffer 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank oordeelt ten aanzien van de verschillende schadeposten als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De reiskosten die gemaakt zijn voor het gesprek met de officier van justitie en het bijwonen van de zitting zijn geen rechtstreeks door het strafbare feit veroorzaakte schade en komen niet voor toewijzing in aanmerking. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de benadeelde partij zelf de zitting heeft willen bijwonen is, nu de benadeelde partij procedeert met een advocaat, vergoeding van gemaakte kosten niet mogelijk. De extra telefoonkosten zijn naar het oordeel van de rechtbank wel voor toewijzing vatbaar (€ 25,--) nu deze niet zijn betwist. De vordering tot vergoeding van kosten in verband met een mogelijk hoger beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, zal een smartengeld van € 2.000,-- worden toegekend. Dat de benadeelde partij de afgelopen periode is doorgegaan met haar leven en in dat kader ook contact heeft gehad met verdachte, wil niet zeggen dat de benadeelde partij geen schade heeft geleden. Dat geldt in het bijzonder nu verdachte een relatie heeft gehad met de zus van de benadeelde partij en verdachte de vader is van haar neefje. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is aldus een totaalbedrag van € 2.025,-- voor toewijzing vatbaar. Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 23 december 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 243 en 245 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">24 (vierentwintig) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, te weten <emphasis role="bold">8 (acht) maanden</emphasis>, <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op 3 (drie) jaren wordt bepaald;</para>
    <para> de voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt veroordeelde ten aanzien van feit 1 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.250,-- (duizend tweehonderdvijftig euro)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk</emphasis> in haar vordering;</para>
    <para />
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 1.250,-- (duizend tweehonderdvijftig euro)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 22 (tweeëntwintig) dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt veroordeelde ten aanzien van feit 2 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer 2]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 2.025,-- (tweeduizend vijfentwintig euro)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk</emphasis> in haar vordering;</para>
    <para />
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 2.025,-- (tweeduizend vijfentwintig euro)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 30 (dertig) dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors (voorzitter), mr. C.J.M. van Apeldoorn en </para>
              <para>mr. A. van der Hilst, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Waizy, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 februari 2020. </para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. A. van der Hilst is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f3466337-2966-42fd-8d43-77c2638bc780" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de politie Oost Nederland, Afdeling Thematische Opsporing, team zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer] , gesloten op 24 juni 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_42955498-188f-4d53-a59a-ac06260d3b08" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 21.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_82549838-6e6b-48d2-87de-7343e40d42c0" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 27.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d6b3f811-4477-40ff-bb55-4978b9c416d1" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 28.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9b073a52-abeb-4b11-a431-eb955b25392d" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 30.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c7bbcf1f-9b87-42ae-b3bc-46ab3dd56b69" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 37 en 39.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_60275a53-a787-4aea-aa67-43c3e12ce056" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 42.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4da0040a-bfae-47d2-a1a9-4ec4804f3b5a" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 43 en 44.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4d598fc-7bbb-4a49-86da-64b68eefb941" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 45.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e79b67a6-ec84-4598-8445-1b646a9202a3" label="10">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 69.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_27acf720-d90c-4d0c-a3c8-23b84d1d219f" label="11">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 70.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8bd6790e-720b-4f46-b83b-5805b55acecd" label="12">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 64.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f4f1ac0-abb9-4a86-90e8-da2a88d19178" label="13">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 74.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7eac4faa-bab0-4084-9ed4-578f6e793c24" label="14">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 76.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9914138d-2bb3-4b40-b871-fa8eefea546d" label="15">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 78.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3999a77-7aaf-4617-977b-bc6ade807be0" label="16">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 67 en 69.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_28456078-2ead-4dd1-a822-0131556574b0" label="17">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 70.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_224f6087-8e31-4f64-b88d-30929b1950dc" label="18">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 71.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c7ec000b-e31c-45a7-a223-f0914e36d2f2" label="19">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 63.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>