<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2020:1151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-21T12:09:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05.129601.18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:1151">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:1151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-21T12:07:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2020:1151 Rechtbank Gelderland , 19-02-2020 / 05.129601.18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2020:1151:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voor witwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2020:1151:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/129601-18</para>
      <para>Datum uitspraak	: 19 februari 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 maart 2019, 23 oktober 2019 en 5 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 28 juni 2017, te Babberich, gemeente Zevenaar, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een geldbedrag ter waarde van 107.000,- euro (zegge: honderdenzevenduizend euro), althans een groot geldbedrag, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp, te weten een geldbedrag ter </para>
      <para>waarde van 107.000,- euro (zegge: honderdenzevenduizend euro), althans een geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_ae50c5bc-9995-4151-9cd3-1d6c15732a4e" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Hiertoe is aangevoerd dat verdachte een verklaring voor de herkomst van het geldbedrag heeft gegeven. Het betreft een verklaring die min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Niet kan worden bewezen dat het geldbedrag niet anders dan van criminele herkomst kan zijn. Indien wel wordt aangenomen dat het geldbedrag van misdrijf afkomstig is, kan niet worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Op 28 juni 2017 omstreeks 08:00 uur heeft de Marechaussee bij een toezichtscontrole op de Rijksweg A12 ter hoogte van Babberich, gemeente Zevenaar, een zwarte personenauto van het merk Audi staande gehouden. Nadat verdachte als bestuurder (<emphasis role="italic">rechtbank: en enige inzittende</emphasis>) van het voertuig onder meer een Italiaans identiteitsbewijs – waarvan de echtheidskenmerken niet overeen komen met die van een origineel document – overhandigt, wordt overgegaan tot doorzoeking van de auto. In het compartiment bij het reservewiel in de kofferbak is vervolgens in een katoenen tas een wit plastic verpakt pakket van circa 30 x 20 x 10 centimeter aangetroffen.<footnote-ref linkend="_fd49c2a8-1989-4a8d-b4f2-ab1b4a2b285e" /></para>
      <para>Het pakket met daarin 19 bundels geld (in verschillende coupures) is nader onderzocht. Het betreft een totaalbedrag van € 107.000,- (<emphasis role="italic">rechtbank: in plaats van € 100.000,-</emphasis>).<footnote-ref linkend="_86e3fb42-5787-47a6-8ee1-8d5557667205" /> Voor wat betreft het identiteitsbewijs is vastgesteld dat het vals is.<footnote-ref linkend="_e8929bfa-f53a-4329-b82e-46f54142c80f" /> Verdachte heeft verklaard dat hij een uitkering heeft aangevraagd en er € 100,00 op zijn bankrekening staat.<footnote-ref linkend="_60aa2c6b-5b99-42be-b23d-752fba4b8d9b" /> Deze feiten en omstandigheden leveren naar het oordeel van de rechtbank – nu geen sprake is van een gronddelict – een vermoeden van witwassen op. Van verdachte mag dan ook een verklaring over de herkomst van het geld worden verlangd.</para>
      <para>Ten tijde van de doorzoeking van het voertuig heeft verdachte het volgende verklaard: “Ik heb geld bij me, dat wil ik gebruiken om kleren te kopen. (…) Het is niet mijn eigen geld” (pv van aanhouding p. 17). Bij de politie op 28 juni 2017 omstreeks 17:17 uur heeft verdachte verklaard dat het geld in de auto niet van hem is (pv verhoor, p. 30 en p. 33). </para>
      <para>Op 29 juni 2017 omstreeks 11:53 uur verklaart verdachte dat hij op 28 juni 2017 vroeg in de ochtend met het geld van een vriend is vertrokken naar Amsterdam. Hij heeft als vriendendienst voor [naam 1] – voor een betaling aan iemand van de groothandel – het geld naar Nederland meegenomen/gereden. Over [naam 1] verklaart verdachte dat hij alleen weet dat hij een groothandel heeft en in Dreieich woont. Hij weet niet wat de verdere naam van [naam 1] is, wat voor bedrijf hij precies heeft of hoeveel kinderen hij heeft. Verdachte verklaart dat (vermoedelijk) [naam 1] het geld heeft verpakt en hij, verdachte, het geld in zijn handen heeft gehad en in het compartiment bij het reservewiel heeft neergelegd. Hij heeft [naam 1] geen vragen over het geld gesteld.<footnote-ref linkend="_650701b5-9cb6-44f5-8f64-721eb2d51455" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is vervolgens meermalen in de gelegenheid gesteld verklaringen/stukken voor wat betreft de herkomst van het contante geld te overleggen (zie bijvoorbeeld de brief d.d. 30 juni 2017, p. 58). Hierop is, ook na een e-mail aan de raadsman op 11 juli 2017, geen reactie gekomen (p. 116). Ook [naam 1] heeft zich in dit stadium, juni 2017, ondanks toezeggingen niet bij de politie gemeld (p. 114-115). </para>
      <para>Vervolgens is op 13 maart 2019, anderhalf jaar later, [naam 2] (ofwel [naam 1] ) als getuige mee naar de zitting genomen en gehoord. De getuige heeft vervolgens ook stukken met betrekking tot zijn bedrijf overlegd. Op de (Duitse) stukken staan echter geen officiële stempels, dan wel andere waarmerken. De getuige heeft onder meer verklaard dat hij verdachte op 28 juni 2017 € 107.000,- heeft gegeven. [naam 2] / [naam 1] heeft het die ochtend om 04:30 uur bij hem thuis aan verdachte gegeven.<footnote-ref linkend="_3e39a904-5698-4c13-9cf1-f237195f6475" /> De getuige heeft verder verklaard dat het een aanbetaling (van veertig procent) voor de productie van 6.000 jassen van € 50,- per stuk was. Van de persoon aan wie verdachte het geld moest overhandigen, had de getuige – met uitzondering van de naam [naam 3] (van het [naam 4] ) – geen verdere gegevens. Dit geldt ook voor de persoon met wie hij de bestelling heeft besproken, van wie hij geen naam weet. Tot slot heeft de getuige verklaard dat een deel van het contante geld uit de kassa is gekomen en een deel van het geld van de rekening van het bedrijf is opgenomen. Dit volgt ook uit de bankafschriften, aldus de getuige (het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 13 maart 2019).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nog daargelaten of het hier wel om een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring van verdachte voor de herkomst van het geld gaat, is nader onderzoek naar deze verklaringen gedaan. Dit geldt zowel voor de overlegde stukken als voor wat betreft de verdere verificatie. Hoewel nogmaals aan de verdediging verzocht, heeft de verdediging geen aanvullende stukken meer aangeleverd (aanvullend proces-verbaal d.d. 18 september 2019). Dit geldt tot de dag van de zitting. Pas op de dag van de laatste zitting heeft  de verdediging voorafgaand en ten tijde van de zitting nog enkele stukken overgelegd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft deze stukken overweegt de rechtbank dat deze niet volledig zijn. Het betreft slechts een gedeelte van de boekhouding, met veelal overzichten van data (ver) voor en na de periode van het feit. Met betrekking tot het bankafschrift van juni 2017 overweegt de rechtbank dat daar een beginsaldo van € 16.796,11 en een eindsaldo van € 7.441,84 worden genoemd. Zowel de omvang van deze bedragen als de tussentijdse mutaties kunnen geen aanbetaling van € 107.000,- verklaren. Uit de stukken van de getuige [naam 2] / [naam 1] , alias [naam 5] (aanvullend pv d.d. 18 september 2019, p. 3) kan evenmin worden afgeleid dat voorafgaand aan de ‘aanbetaling’ een groot contant bedrag uit de kassa is gehaald/opgenomen. Ook uit het ter zitting overlegde kasboek blijkt niet van een opname ter grootte van genoemde aanbetaling. Daar komt tot slot nog bij dat 40 procent van een aanbetaling van 6.000 jassen ter waarde van € 300.000,- een bedrag van € 120.000,- in plaats van € 107.000,- oplevert. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt verder dat verdachte onmiskenbaar contacten heeft die betrekking hebben op drugs. Op de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon zijn onder meer de volgende berichten aangetroffen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Whatsapp gesprek tussen [verdachte] (F) en een contact genaamd: [naam 6] (KIF) (…) 28 november 2016 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: Morgenavond heb ik weer nieuwe </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">KIF: waarom is vandaag te weinig? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: Kwaliteit is zo. Morgen heb ik weer andere. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">KIF: Nieuwe? (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Whatsapp gesprek tussen [verdachte] (F) en een contact genaamd: [naam 7] (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">15 april 2017 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">TS: Heb je vanavond tijd? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: Ja. Meld je. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">TS: oke nu. Ik loop nu van Isenburg naar Dreieich. Dan meteen. Een half uurtje. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">TS: Heb je een halve kip voor mij? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: 20. (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Whatsapp gesprek tussen [verdachte] (F) en een contact genaamd: [naam 8] (KB) (…) 3 juni 2017 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">KB: Kan je er 20 bij de KFC brengen bei het parkeerdek waar de KFC is? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: Oke, ik kom wanneer jij daar bent. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">KB: Dankje. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: Ik ben er. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: Bij de me Donald. (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Whatsapp gesprek tussen [verdachte] (F) en een contact genaamd: [naam 9] (A) (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">7 juni 2017 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: Hallo, je had gebeld? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A: Wie ben je dan? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: ja, vanwege de Iphone. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: 6 zijn er nog. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: Kun je me terugbellen? (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">24 januari 2016 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: op 24 januari 2016 heb jij(F) via whatsapp contact gehad met een contact genaamd [naam 10] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> (MH) (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">MH: Digga alle goed? Beide ‘Baggys’ waren woensdag minder dan 1 gram. Hoe kan dat? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">9 mei 2017 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">F: Nieuwe CD </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">MH: Ik ben over 2 weken weer in Dreieich. Ik meld me. (…).</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_64ef8bad-df87-43f2-a344-b9460cadac71" />
      </para>
      <para>Hoewel verdachte in zijn algemeenheid heeft verklaard dat hij zijn telefoon wel eens uitleent (p. 52), verklaart hij ter terechtzitting ten aanzien van deze berichten enkel dat dat niets met deze zaak te maken heeft. Over privézaken wil hij niets verklaren, aldus verdachte bij de politie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op al het voorgaande in samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geldbedrag een legale herkomst heeft. Naar haar oordeel kan een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring gelden. Daarmee acht de rechtbank bewezen dat het geldbedrag onmiddellijk dan wel middellijk afkomstig is van een misdrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel verdachte heeft verklaard dat het ging om een vriendendienst en hij [naam 2] / [naam 1] al heel lang kent, weet verdachte maar heel weinig over hem te vertellen. Vervolgens heeft verdachte zonder vragen te stellen ’s nachts een pakket van circa 30 x 20 x 10 centimeter met daarin geld opgehaald en in het compartiment bij het reservewiel in de kofferbak verstopt. Verdachte moet, gelet op de omvang van het pakket hebben geweten dat het een groot geldbedrag betrof. Tegen de achtergrond dat verdachte blijkens de berichten op zijn telefoon betrokken is bij drugshandel en de verdere geschetste omstandigheden heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank de aanmerkelijke kans bewust aanvaard dat het pakket crimineel geld betrof. Zij acht witwassen dan ook wettig en overtuigend bewezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 28 juni 2017, te Babberich, gemeente Zevenaar, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland, een voorwerp, te weten</emphasis> een geldbedrag ter waarde van 107.000,- euro (zegge: honderdenzevenduizend euro), <emphasis role="strike-through">althans een groot geldbedrag,</emphasis> heeft verworven, voorhanden gehad, <emphasis role="strike-through">overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp</emphasis>, <emphasis role="strike-through">te weten een geldbedrag ter </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">waarde van 107.000,- euro (zegge: honderdenzevenduizend euro), althans een geldbedrag, gebruik heeft gemaakt</emphasis>, terwijl hij wist<emphasis role="strike-through">, althans redelijkerwijs moest vermoeden</emphasis> dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Witwassen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van de straf </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van de dagen die hij in verzekering gesteld heeft doorgebracht. Verder is de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag gevorderd. Hiertoe is aangevoerd dat de OM-richtlijnen deze straf voor geldkoeriers tot uitgangspunt nemen en er geen redenen worden gezien om hiervan af te wijken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Wel is opgemerkt dat er geen officieel uittreksel justitiële documentatie uit Duitsland ligt en aan verdachte niet eerder gevangenisstraffen zijn opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 23 december 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich als geldkoerier schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 107.000,-. Door dit handelen heeft verdachte getracht opbrengsten (direct of indirect) uit een misdrijf aan het zicht te onttrekken. Hoewel verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet de initiator is geweest, heeft hij bijgedragen aan een ondermijning van het reguliere handels- en betalingsverkeer en – door onder meer het lonend karakter van misdrijven in stand te laten – een instandhouding van criminaliteit.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel verdachte in Nederland niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld, volgt uit het aanvullend proces-verbaal d.d. 18 september 2019 dat verdachte wel in Duitsland eerder is veroordeeld voor onder meer feiten uit de Wapenwet, vrijheidsberoving en fraude. De rechtbank overweegt dat de laatstgenoemde veroordeling in Duitsland in 2015 is geweest, inmiddels enige tijd geleden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op al dit voorgaande en met name ook de beperktere rol van verdachte, zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan geëist. Gelet op de ernst van het feit, acht zij wel een gevangenisstraf passend. De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering gesteld heeft doorgebracht opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft het beslag overweegt de rechtbank dat het geldbedrag van € 107.000,- een voorwerp is met betrekking tot welke het bewezenverklaarde feit (witwassen) is begaan. Daarmee is het geldbedrag vatbaar voor verbeurdverklaring, waartoe de rechtbank ook zal overgaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">4 (vier) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Voor het beslag:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para> <emphasis role="bold">verklaart verbeurd</emphasis> het in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag van € 107.000.- (zegge: honderdzevenduizend euro).</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Kester (voorzitter), mr. R.S. Croll en mr. M. Hoedeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.T.P.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 februari 2020.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ae50c5bc-9995-4151-9cd3-1d6c15732a4e" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek 27Wurtulla/27DAC170002, gesloten op 1 augustus 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fd49c2a8-1989-4a8d-b4f2-ab1b4a2b285e" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aanhouding, p. 15 t/m 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_86e3fb42-5787-47a6-8ee1-8d5557667205" label="3">
    <para> Het proces-verbaal, p. 94-95. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e8929bfa-f53a-4329-b82e-46f54142c80f" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 99. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_60aa2c6b-5b99-42be-b23d-752fba4b8d9b" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 32 en 34.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_650701b5-9cb6-44f5-8f64-721eb2d51455" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 42 t /m 49 en het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 56. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e39a904-5698-4c13-9cf1-f237195f6475" label="7">
    <para> Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 13 maart 2019. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_64ef8bad-df87-43f2-a344-b9460cadac71" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 67 t/m 71. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>