<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:6404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-27T09:31:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">344668 HA RK 18-218</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:6404">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:6404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-27T09:31:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:6404 Rechtbank Gelderland , 20-06-2019 / 344668 HA RK 18-218</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:6404:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoekschriftprocedure erfrecht. Afwijzing van verzoek tot benoeming van een vereffenaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:6404:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f645f25a-20e5-4bab-a688-d0c321b22345" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4ae09714-ef68-4ddd-a7a8-a43c2a540179" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/05/344668 / HA RK 18-218</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 20 juni 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verzoekende partij </emphasis>
      </para>
      <para>advocaat mr. J.R. van Manen te Gorichem </para>
      <para>toevoegingsnummer: [nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder] </emphasis>in zijn hoedanigheid van executeur </para>
      <para>van de nalatenschap van [erflater]</para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verwerende partij </emphasis>
      </para>
      <para>advocaat mr. J.H.J. Rijntjes te Rotterdam </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">belanghebbende</emphasis>
      </para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het verzoekschrift van 22 februari 2019 met bijlagen</para>
    <para>- de motivatie om de executeur-testamentair uit zijn functie te ontslaan, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 25 februari 2019, van verzoekster</para>
    <para>- de tijdlijn aangekocht of verkregen door [naam 1] , ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 25 februari 2019, van verzoekster</para>
    <para>- de brief van 15 april 2019 van belanghebbende</para>
    <para>- het verweerschrift van 16 april 2019 met bijlagen</para>
    <para>- de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 25 april 2019</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij fax van 23 april 2019 heeft de advocaat van verzoekster een ongedateerd schrijven van de door verzoekster ingeschakelde financieel deskundige [naam 2] met bijlagen in het geding gebracht. Vervolgens heeft de advocaat van verzoekster bij brief van 24 april 2019 een door verzoekster aangepaste tijdlijn met bijlagen in het geding gebracht. Bij brief van 24 april 2019 heeft de advocaat van verweerder bezwaar gemaakt tegen het overleggen van deze stukken, nu deze stukken amper c.q. minder dan een dag voor de mondelinge behandeling zijn overgelegd. Daardoor heeft de advocaat van verweerder onvoldoende tijd gehad om deze stukken te bestuderen en daarop te reageren. Bij fax van 24 april 2019 heeft de advocaat van verzoekster de kantonrechter verzocht het bezwaar van de advocaat van verweerder niet te honoreren en alle stukken bij het dossier te voegen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter het bezwaar van de advocaat van verweerder gehonoreerd. Het procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken, kantonzaken schrijft voor dat bewijs- en andere stukken waarop partijen zich tijdens de mondelinge behandeling willen beroepen, zoveel mogelijk vijf werkdagen voor de dag van de mondelinge behandeling worden ingediend. Het overleggen van nadere stukken daags voor de mondelinge behandeling is in strijd met de goede procesorde, omdat de wederpartij deze stukken niet meer kan bestuderen en erop kan reageren. Daarom worden deze stukken buiten beschouwing gelaten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op [datum] is te [woonplaats] overleden [erflater] , geboren te [woonplaats] op [datum] (hierna: erflater). De laatste woonplaats van erflater was [woonplaats] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Erflater was zonder het maken van huwelijkse voorwaarden in eerste echt gehuwd met belanghebbende. Tot aan het overlijden van erflater woonden zij samen in de echtelijke woning aan [adres en plaats] . Uit hun huwelijk zijn twee kinderen geboren, verzoekster en verweerder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij testament van 4 januari 2017 heeft erflater over zijn nalatenschap beschikt. Erflater heeft zijn echtgenote en ieder van zijn kinderen tot zijn erfgenamen benoemd. Volgens het testament is op de nalatenschap van erflater <emphasis role="italic">“(…) afdeling 4.3.1. Burgerlijk Wetboek (wettelijke verdeling) van toepassing, zodat mijn echtgenote alle goederen van de nalatenschap verkrijgt en de voldoening van de schulden van de nalatenschap voor haar rekening komt. Ieder van mijn overige erfgenamen verkrijgt een geldvordering ten laste van mijn echtgenote, overeenkomend met de waarde van zijn erfdeel.”</emphasis></para>
        <para>Daarnaast heeft erflater zijn zoon (verweerder) benoemd tot executeur. Bij verklaring van aanvaarding executeursbenoeming heeft verweerder zijn benoeming tot executeur aanvaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 21 juli 2017 heeft verweerder de nalatenschap van erflater verworpen. Ook zijn zoons hebben op 25 juni 2018 de nalatenschap van erflater verworpen. Op 19 april 2018 heeft verzoekster de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard.   </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoekster verzoekt de rechtbank bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad een vereffenaar te benoemen van de nalatenschap van erflater.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan haar verzoek heeft verzoekster het volgende ten grondslag gelegd. Het testament van erflater dient ter vernietiging te worden voorgedragen. Erflater leed aan vasculaire dementie waarvoor hij onder behandeling was van geriater [naam 3] , verbonden aan de Rivas Zorggroep. Alle betrokkenen waren ervan op de hoogte dat erflater ten tijde van de ondertekening van zijn testament niet meer in staat was zijn wil te bepalen. Verzoekster acht het volstrekt ongeloofwaardig dat de notaris, [naam 4] te Oud-Beijerland, niets heeft gemerkt aan erflater. Verzoekster is voornemens een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor in te dienen. Vernietiging van het testament kan, aldus verzoekster, mogelijkerwijs gevolgen hebben voor de waardering c.q. omvang van de nalatenschap. Verder is verzoekster van mening dat bezittingen aan de nalatenschap zijn onttrokken en krijgt zij van verweerder, die stukken land uit de nalatenschap heeft verkocht, geen inzage in de stukken. Verweerder heeft in de door zijn accountant opgestelde aangifte erfbelasting alsmede in de jaarstukken van erflater vorderingen laten opnemen jegens verzoekster die daarin niet thuishoren, terwijl hij heeft nagelaten daarin een vordering van verzoekster op te nemen. Voorts heeft verweerder een aan de nalatenschap toebehorend stuk land verkocht voor een bedrag van € 250.000,00. Volgens verweerder heeft hij dit gedaan om de schulden van de nalatenschap te voldoen. Verzoekster heeft een vordering op de nalatenschap van € 255.545,00, maar heeft echter niets ontvangen. Volgens verzoekster bevoordeelt verweerder de ene schuldeiser ten opzichte van andere schuldeisers. Verzoekster is van mening dat verweerder niet handelt in het belang van de nalatenschap. Vanwege zijn eigen belang is verweerder niet in staat de belangen van de nalatenschap c.q. de afwikkeling daarvan deugdelijk en objectief in het belang van alle erfgenamen te behartigen. Mede gelet op het feit dat het een erg gecompliceerde nalatenschap betreft, is er een belang bij benoeming van een onafhankelijk vereffenaar, die uitsluitend handelt in het belang van alle erfgenamen, aldus verzoekster. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Verweerder voert verweer, hetgeen hierna, voor zover van belang, aan de orde zal komen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De belanghebbende is conform de wettelijke vereisten opgeroepen voor de mondelinge behandeling, maar zij is niet verschenen. Bij brief van 15 april 2019 heeft zij de kantonrechter verzocht om verweerder zijn taak als executeur te laten uitvoeren c.q. niet te ontslaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter gaat in deze procedure uit van de geldigheid van het testament van erflater.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Naar de rechter begrijpt, heeft verzoekster de rechtbank verzocht om op grond van artikel 4:203 Burgerlijk Wetboek (BW) een vereffenaar te benoemen. Verzoekster is erfgenaam van erflater en heeft diens nalatenschap beneficiair aanvaard. Verzoekster behoort dan ook tot de kring van personen die bevoegd zijn dit verzoek te doen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>In zijn testament heeft erflater op zijn nalatenschap de wettelijke verdeling als bedoeld in artikel 4:13 BW van toepassing verklaard. Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende deze ongedaan heeft gemaakt. Evenmin is gesteld of gebleken dat belanghebbende de nalatenschap van erflater beneficiair heeft aanvaard. Een en ander betekent dat de nalatenschap van erflater van rechtswege niet behoeft te worden vereffend. Verzoekster heeft verzocht een vereffenaar te benoemen zodat deze kan beoordelen uit welke bestanddelen de nalatenschap bestaat en wat de omvang van deze bestanddelen is, zodat tot afwikkeling van de nalatenschap kan worden overgegaan. De rechter is van oordeel dat er geen grond bestaat om een vereffenaar te benoemen, waardoor de zware vereffeningsprocedure op de nalatenschap van toepassing zou worden. Indien verzoekster wil weten wat de omvang van de nalatenschap van erflater is, kan zij grond van artikel 672 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de kantonrechter een verzoek doen een boedelbeschrijving te bevelen door een bij dat bevel aan te wijzen notaris. Daarnaast kan verzoekster op grond van artikel 4:15 lid 1 BW aan de kantonrechter verzoeken haar geldvordering op de belanghebbende vast te stellen. Daarom zal het verzoek tot benoeming van een vereffenaar worden afgewezen.      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gelet op de familierechtelijke relatie van partijen zullen de kosten tussen hen worden gecompenseerd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2019.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>