<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:6340</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-05T12:51:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL18.11017</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:6340">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:6340</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-05T12:48:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:6340 Rechtbank Gelderland , 05-06-2019 / NL18.11017</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:6340:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Persoonlijke aansprakelijkheid van (niet-verschenen) bestuurders van een huurdersvereniging vanwege vervalsing van diverse documenten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:6340:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Civiel recht </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Zutphen </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL18.11017 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Vonnis van 5 juni 2019 </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van  </para>
    <para>de stichting </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">STICHTING VIVERION, </emphasis>
    </para>
    <para>gevestigd te Lochem, </para>
    <para>eiseres, hierna te noemen: Stichting Viverion, </para>
    <para>advocaat B. Martens te Amsterdam, </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen </para>
  </parablock>
  <para>1. de vereniging </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">HUURDERSVERENIGING LOCHEM</emphasis>, </para>
    <para>gevestigd te Lochem,  </para>
    <para>verweerder, niet verschenen, </para>
  </parablock>
  <para>2. <emphasis role="bold">[verweerder sub 2]</emphasis> </para>
  <parablock>
    <para>
      [adres], </para>
    <para>verweerder, niet verschenen, </para>
  </parablock>
  <para>3. <emphasis role="bold">[verweerder sub 3]</emphasis>, </para>
  <parablock>
    <para>
      [adres], </para>
    <para>verweerder, niet verschenen, </para>
  </parablock>
  <para>4. <emphasis role="bold">[verweerder sub 4]</emphasis>, </para>
  <parablock>
    <para>
      [adres], </para>
    <para>verweerder, niet verschenen, </para>
  </parablock>
  <para>5. <emphasis role="bold">[verweerder sub 5]</emphasis>, </para>
  <parablock>
    <para>
      [adres], </para>
    <para>verweerder, niet verschenen, </para>
  </parablock>
  <para>6. <emphasis role="bold">[verweerder sub 6]</emphasis>, </para>
  <parablock>
    <para>
      [adres], </para>
    <para>verweerder, advocaat mr. W.H. van Zundert, </para>
  </parablock>
  <para>7. <emphasis role="bold">[verweerder sub 7]</emphasis>, </para>
  <parablock>
    <para>
      [adres], </para>
    <para>verweerder, niet verschenen. </para>
  </parablock>
  <para>1. De procedure </para>
  <para>1.1.  Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: </para>
  <para>- het vonnis in het incident van 30 januari 2019  </para>
  <para>- de akte overleggen stuk van Stichting Viverion </para>
  <para>- de AKTE van 14 mei 2019 naar aanleiding van verzoek van de Rechtbank Gelderland </para>
  <para>locatie Zutphen d.d. 9 mei 2019 tot in geding brengen van vaststellingsovereenkomst </para>
  <para>- het tegen verweerders 1 tot en met 5 en 7 verleende verstek. </para>
  <parablock>
    <para>1.2.  Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De procedure zal tegen de verweerders 2, 4, 5 en 6 (door Stichting Viverion in haar </para>
        <para>laatste akte aangeduid als verweerders 1 tot en met 4) worden geroyeerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Door mr. Van Zutphen is in zijn laatste akte betoogd dat uit de </para>
        <para>vaststellingsovereenkomst die Stichting Viverion heeft gesloten met verweerders 2, 4, 5 en 6 </para>
        <para>volgt dat er een “integrale streep” onder de procedure zou worden gezet en jegens alle </para>
        <para>verweerders zou worden geroyeerd. De rechtbank volgt dit standpunt niet. In de eerste </para>
        <para>plaats geldt dat mr. Van Zundert in deze procedure enkel optreedt namens verweerder sub. </para>
        <para>6, [verweerder sub 6]. Gesteld noch gebleken is dat hij in deze procedure bevoegd is de overige </para>
        <para>verweerders te vertegenwoordigen. Voorts blijkt uit de overgelegde </para>
        <para>vaststellingovereenkomst niet dat verweerders 1, 3 en 7 partij zijn bij die overeenkomst </para>
        <para>noch dat de wel bij deze overeenkomst betrokken verweerders die overeenkomst zijn </para>
        <para>aangegaan mede namens de verweerders 1, 3 en 7.   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of </para>
        <para>ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerders 1, 3 en 7 zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de </para>
        <para>proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stichting Viverion worden </para>
        <para>begroot op: </para>
      </parablock>
      <para>- griffierecht    		    3.946,00 </para>
      <para>- salaris advocaat    	    <emphasis role="underline">5.121,00 </emphasis>(3 punten × tarief € 1.707,00) </para>
      <para>Totaal  			€  9.067,00 </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van verweerders 2, 4, 5 en 6 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>royeert de procedure </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">ten aanzien van verweerders 1, 3 en 7 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart voor recht dat de Huurdersvereniging Lochem (verweerder sub. 1) tekort </para>
        <para>is geschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst jegens Stichting Viverion </para>
        <para>en uit dien hoofde aansprakelijk is voor de dientengevolge door haar geleden en te lijden </para>
        <para>schade; </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt de Huurdersvereniging Lochem (verweerder sub. 1) tot betaling van </para>
        <para>schadevergoeding aan Stichting Viverion ten belope van € 110.482,00, te vermeerderen met </para>
        <para>de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot de datum van algehele voldoening; </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart voor recht dat [verweerder sub 3] (verweerder sub. 3) en </para>
        <para>
          [verweerder sub 7] (verweerder sub. 7) onrechtmatig jegens Stichting Viverion hebben gehandeld </para>
        <para>door actieve bijdrage te leveren aan de vervalsing van jaarstukken en </para>
        <para>verantwoordingsdocumenten, onbehoorlijke bestuur, het nalaten van controleren </para>
        <para>van de boekhouding en het voeren van een dubbele boekhouding en het </para>
        <para>onrechtmatig besteden van de financiële bijdragen als gevolg waarvan Stichting Viverion </para>
        <para>schade heeft geleden, </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [verweerder sub 3] (verweerder sub. 3) en [verweerder sub 7] </para>
        <para>(verweerder sub. 7) hoofdelijk tot betaling van schadevergoeding aan Stichting Viverion ten </para>
        <para>belope van € 110.482,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van </para>
        <para>dagvaarding tot de datum van algehele voldoening; met dien verstande dat als de ene partij - </para>
        <para>waaronder mede wordt begrepen Huurdersvereniging Lochem (verweerder sub. 1) - betaalt </para>
        <para>de andere daarvan is bevrijd, </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart voor recht dat Stichting Viverion rechtmatig haar financiële bijdrage voor </para>
        <para>het jaar 2018 heeft opgeschort overeenkomstig artikel 11 lid 14 van de </para>
        <para>samenwerkingsovereenkomst, </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt Huurdersvereniging Lochem (verweerder sub. 1), [verweerder sub 3]</para>
        <para> (verweerder sub. 3) en [verweerder sub 7] (verweerder sub. 7) hoofdelijk om de </para>
        <para>kosten van het onderzoek van [naam 1] te voldoen aan Stichting Viverion op grond van </para>
        <para>artikel 6:96 lid 2 sub b BW, een bedrag groot € 17.609,71, vermeerderd met de wettelijke </para>
        <para>rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele betaling; </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt Huurdersvereniging Lochem (verweerder sub. 1), [verweerder sub 3]</para>
        <para> (verweerder sub. 3) en [verweerder sub 7] (verweerder sub. 7) hoofdelijk in de </para>
        <para>proceskosten, aan de zijde van Stichting Viverion tot op heden begroot op € 9.067,00, </para>
        <para>vermeerderd met de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, </para>
        <para>te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Huurdersvereniging Lochem (verweerder sub. 1), </para>
        <para>
          [verweerder sub 3] (verweerder sub. 3) en [verweerder sub 7] (verweerder sub. 7) </para>
        <para>niet binnen 7 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens </para>
        <para>betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris </para>
        <para>advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de </para>
        <para>wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de achtste dag </para>
        <para>na dagtekening van dit vonnis, </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de </para>
        <para>verklaringen voor recht zoals uitgesproken bij de overwegingen 3.2., 3.4. en 3.6., </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>5 juni 2019. </para>
        <para>PB/SK </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>