<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T18:34:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 17 _ 5130</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2019/0639</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2019-0700</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2019030507</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:628">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-02T13:19:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:628 Rechtbank Gelderland , 18-02-2019 / AWB - 17 _ 5130</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:628:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Precariobelasting. Elektriciteits- en gasleidingen.</para>
        <para>Eiseres is netbeheerder en economisch eigenaar van de leidingen. Omdat geen sprake is van een door de minister aangewezen netbeheerder, valt zij onder “alle andere gevallen” als omschreven in de verordening. Geen strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:628:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 17/5130</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 18 februari 2019</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [X] N.V., te [Z] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Putten, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft aan eiseres op 15 februari 2017 voor het jaar 2016 een aanslag precariobelasting opgelegd voor de aanwezigheid van buizen, kabels, draden of leidingen in gemeentegrond. Het betreft zowel elektriciteitsleidingen als gasleidingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 22 augustus 2017 de aanslag gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft daartegen bij brief van 2 oktober 2017, ontvangen door de rechtbank op dezelfde dag, beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft ingestemd met het achterwege laten van een onderzoek ter zitting. Verweerder heeft binnen de daartoe gestelde termijn niet te kennen gegeven dat hij een zitting wenst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eiseres is netbeheerder en economisch eigenaar van het elektriciteitsnetwerk en het gasnetwerk in de gemeente Neder-Betuwe (hierna: de gemeente). De juridisch eigenaar van de netwerken is [A] N.V. (hierna: [A] ). Dit is een 100% dochtermaatschappij van eiseres.</para>
    <para />
    <para>2. Tot [1984] vond de exploitatie van de elektriciteitsleidingen plaats door N.V. [B] (hierna: [B] ). Op [1984] is de naam van [B] gewijzigd in N.V. [C] . Deze naam is op [1990] gewijzigd in N.V. [D] (hierna: [D] ). Blijkens akte van fusie en naamswijziging van [1993] zijn [D] en N.V. [E] opgegaan in N.V. [F] . Blijkens akte van fusie van [2001] is onder meer N.V. [F] opgegaan in N.V. [G] . Volgens de akte van [2011] is de naam van N.V. [G] gewijzigd in [A] N.V.</para>
    <para />
    <para>3. In de gemeente Putten geldt voor het jaar 2016 de Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen (hierna: de Verordening). Hierin is, voor zover van belang, onder meer het volgende opgenomen:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>“Artikel 2 Belastbaar feit</title>
    <para>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van buizen, kabels, draden of leidingen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 3 Belastingplicht</title>
    <parablock>
      <para>1. Ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen ter zake waarvan op grond van de Gaswet of de Elektriciteitswet een netbeheerder is aangewezen, wordt de precariobelasting geheven van de door de minister aangewezen netbeheerder.</para>
      <para>2. In alle andere gevallen wordt de precariobelasting geheven van degene die de buizen, kabels, draden of leidingen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn (…)”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. In geschil is of de aanslag terecht is opgelegd. Meer in het bijzonder is in geschil of eiseres in de heffing kan worden betrokken, omdat zij niet door de minister, maar door de eigenaar op grond van de Gaswet en de Elektriciteitswet is aangewezen als netbeheerder. Daarnaast heeft eiseres zich beroepen op schending van een aantal algemene beginselen van behoorlijk bestuur.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Met betrekking tot de belastingplicht heeft de Hoge Raad op 21 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1700) uitspraak gedaan in een vergelijkbare situatie betreffende de gemeente Muiden. Artikel 3 van de desbetreffende verordening is gelijk aan artikel 3 van de onderhavige verordening. De overwegingen van de Hoge Raad houden (samengevat) in dat weliswaar de bewoordingen van het eerste lid van artikel 3 van de Verordening alle gevallen lijken te omvatten waarin op grond van de Gaswet of de Elektriciteitswet een netbeheerder is aangewezen, maar in het slot van dat eerste lid alleen de door de minister aangewezen netbeheerder als belastingplichtige is aangemerkt. Daarom moet worden aangenomen dat het niet de bedoeling van de gemeentelijke wetgever is geweest elke (andere) op grond van de Gaswet of de Elektriciteitswet aangewezen netbeheerder onder de werking van het eerste lid </para>
    <parablock>
      <para>te brengen. Dat betekent dat alle gevallen waarin een netbeheerder niet door de minister is aangewezen, behoren tot de “andere gevallen” bedoeld in het tweede lid van dat artikel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank ziet geen aanleiding in deze zaken tot een ander oordeel te komen. Eiseres valt onder artikel 3, tweede lid, van de Verordening, omdat sprake is van een ander geval dan de gevallen die het eerste lid omvat. Dit leidt tot de conclusie dat eiseres belastingplichtig is voor de precariobelasting ter zake van haar netwerken in de gemeente.</para>
    <para />
    <para>7. Eiseres heeft daarnaast aangevoerd dat de heffing in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel. Daarbij gaat zij echter uit van de aanname dat zij niet onder de reikwijdte van de “andere gevallen” als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Verordening valt. Dat is niet juist. Er is een voldoende duidelijke wettelijke grondslag voor de heffing, mede gelet op de uitleg die de Hoge Raad aan artikel 3 van de Verordening heeft gegeven. </para>
    <para />
    <para>8. Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Eskes, voorzitter, mr. J.M.W. van de Sande en mr. A.F. Germs-de Goede, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Aalbersberg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 18 februari 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem -Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;<?linebreak?>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:<?linebreak?>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
    <parablock>
      <para>	b. een dagtekening;</para>
      <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
      <para>	d. de gronden van het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>